Ernst Jandl, Frederick Busch, Guus Kuijer. Francis Scott Key

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ernst Jandl werd geboren in Wenen op 1 augustus 1925. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2007 en ook mijn blog van 1 augustus 2008 en ook mijn blog van 1 augustus 2010.

 

 

vom leben der bäume

auch die harten schwarzen
knospen, auch die säumigen
knospen öffnet das licht.

auch die schönen weißen
blüten, auch die duftenden
blüten zerstreut der wind.

auch die schönen grünen
blätter, auch die sonnigen
blätter zerreibt der wind.

auch die alten großen
bäume, auch die beständigen
bäume bricht die zeit.

 

 

sommerlied

wir sind die menschen auf den wiesen
bald sind wir die menschen unter den wiesen
und werden wiesen, und werden wald
das wird ein heiterer landaufenthalt

 

 

Ernst Jandl (1 augustus 1925 – 9 juni 2000)

 

 

De Amerikaanse schrijver Frederick Busch werd geboren in New York. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2007 en ook mijn blog van 1 augustus 2008 en ook mijn blog van 1 augustus 2010.

 

Uit: Don’t Tell Anyone

 

„Did I tell you she was raped?
And not by the man she stabbed?
If you could do . . . something–I couldn’t remember what–then you’d be able to do something else. I couldn’t remember that, either. I knew it was the poem they quote at commencements and at civic-awards ceremonies in small upstate communities like mine. I remembered the rhythm of its lines, but I couldn’t remember the words.
My head was a hive of half-remembered words, tatters of statement, halves of stories, the litter of alibis, confessions, supplications, and demands, the aftereffects, perhaps, of the time I spent standing beside my grown, or half-grown, ungrown, ingrown child in a courtroom. She trembled, and I tried to situate myself, standing as we were before the clerks’ desk, which was before and below the bench of the judge, so that she could lean her thin, shivering body on mine, at least a shoulder or forearm, at least the comfort I could offer with the heft of my hand against the hard, cold, bony fingers of hers. But she would not accept the heat of my flesh or the weight I wished she might prop herself on. The trial for the crime had never taken place, because our lawyer convinced us–Alec, my daughter, and me–that she should plead nolo contendere: guilty, in a word. She had, as they say, copped a plea. She’d bargained down. She and the victim and the Manhattan district attorney’s office had agreed to change the shape of events. We would say that Alec did not incise three small cuts in the skin of Victor Petrekis’s face with a stainless-steel pocket knife brought to her from England by her father when she was small. She and our lawyer, Petrekis and the assistant district attorney, had constructed a language to make her crime the attempt of the deed she had in fact done. And we were before the judge to hear the sentence he would pass.“

 

 

Frederick Busch (1 augustus 1941 – 23 februari 2006)

 

 

 

 

De Nederlandse (jeugdboeken)schrijver Guus Kuijer werd geboren in Amsterdam op 1 augustus 1942. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2007 en ook mijn blog van 1 augustus 2010.

 

Uit: Het boek van alle dingen

 

Vader was bang voor vrolijkheid. Hij was vooral bang voor spot. Hij was bang dat iemand zou zeggen dat de mens van de aap afstamt. Of dat de aarde veel ouder is dan vierduizend jaar. Of dat er iemand zou vragen hoe Noach aan zijn ijsberen was gekomen. Of dat er iemand zou vloeken. Vader was als de dood.
Moeder keek naar vader om. Kom toch jongen, gebaarde ze. Kom er toch gezellig bij zitten.
Hij kon het niet. Hij durfde niet bij de mensen te horen. Hij draaide zich om en sloot zich op in het zijkamertje.
Thomas zag dingen die andere mensen niet zagen. Hij wist niet hoe dat kwam, maar het was altijd zo geweest. Hij zag vader dwars door de muur heen. Achter zijn bureau. Alleen. Thomas voelde zich raar in zijn buik. Hij dacht dat hij een nijlpaard had ingeslikt, maar even later begreep hij dat het medelijden was.”

 


Guus Kuijer (Amsterdam, 1 augustus 1942)

 

 

 


De Amerikaanse dichter en advocaat
Francis Scott Key werd geboren op de plantage Terra Rubra bij Frederick (Maryland) op 1 augustus 1779. Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010.

 

Defence of Fort M’Henry (Fragment)

Tune – Anacreon In Heaven

O! say can you see, by the dawn’s early light,
What so proudly we hail’d at the twilight’s last gleaming,
Whose broad stripes and bright stars through the perilous fight,
O’er the ramparts we watch’d, were so gallantly streaming?
And the rockets’ red glare, the bombs bursting in air,
Gave proof through the night that our flag was still there —
O! say, does that star-spangled banner yet wave
O’er the land of the free, and the home of the brave?
On the shore, dimly seen through the mists of the deep,
Where the foe’s haughty host in dread silence reposes,
What is that which the breeze o’er the towering steep,
As it fitfully blows, half conceals, half discloses?
Now it catches the gleam of the morning’s first beam,
In full glory reflected now shines on the stream —
‘Tis the star-spangled banner, O! long may it wave
O’er the land of the free, and the home of the brave.

 

 



Francis Scott Key (1 augustus 1779- 11 januari 1843)