Alexander Trocchi, Pauline van der Lans, Jacques de Kadt, Paul Rigolle

De Schotse schrijver Alexander Trocchiwerd geboren op 30 juli 1925 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007 en ook mijn blog van 30 juli 2008 en ook mijn blog van 30 juli 2009 en ook mijn blog van 30 juli 2010

 

Uit: Young Adam

“Salt?” I said, the monosyllable carrying the cynical weight of my disbelief.

“Starin’ you in the face,” she said.

It was damp. I had to scrape it from the side of the dish with my knife. Ella ignored the scratching sound and Leslie, his face twitching as it sometimes did, went on reading the paper. It was only when I had began to eat my bacon that it occurred to me they’d had an egg. I could see the traces on the prongs of their forks. And after I’d gone all the way across the dock to the telephone… Leslie got up noisily, without his second cup of tea. He was embarrassed. Ella had her back to me and I swore at her under my breath. A moment later she too went up on deck, taking the kid with her, and I was left alone to finish my breakfast. young adam

We were all on deck when the ambulance arrived. It was one of those new ambulances, streamlined, and the men were very smart. Two policemen arrived at the same time, one of them a sergeant,

and Leslie went ashore to talk to them. Jim, the kid, was sitting on an upturned pail near the bows so that he would get a good view. He was eating an apple. I was still annoyed and I sat down on a hatch and waited. I looked out across the water at the black buffalo-like silhouette of a tug which crept upstream near the far shore. Beyond it on the far bank, a network of cranes and girders closed in about a ship. “To sail away on a ship like that,” I thought, “away. Montevideo, Macao, anywhere. What the hell am I doing here? The pale North.” It was still early and the light was still thin but already a saucer of tenuous smoke was gathering at the level of the roofs.

Then the ambulance men came across the quay and on to the

barge and I pointed to where we had put the body under the sacks. I left them to it. I was thinking again of the dead woman and the egg and the salt and I was bored by the fact that it was the beginning of the day and not the end of it, days being each the same as the other as they were then, alike as beads on a string, with only the work on the barge, and Leslie to talk to.”

 

Alexander Trocchi (30 juli 1925 – 15 april 1984)

In 1967

 

De Nederlandse schrijfster Pauline van der Lans werd geboren op 30 juli 1963 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 30 juli 2008 en ook mijn blog van 30 juli 2009 en ook mijn blog van 30 juli 2010

 

Mijn Hemel

In deze moderne tijd van skypen en twitteren verbaasde het mij allerminst dat Vincent van Gogh door de audiofoon het woord tot mij richtte in het naar hem genoemde museum.

„Kom, ik laat u ’De Oogst’ zien”, zei hij met een stem die bij hem paste. Sonoor met een lichte toets.

„Ze denken dat ik een beetje gek ben”, sprak hij. „Tegenwoordig krijgt men vast diazepam voorgeschreven. Of mindfulness.”

„Ach, wat is gek”, zei ik, een meeluisterende suppoost negerend.

„Moet u kijken”, zei Vincent bij het genoemde schilderij. „Deze rust en helderheid, deze kalme dynamiek. Dit is het enige schilderij uit mijn oeuvre waar ik zo tevreden over ben, dat ik het van een naam voorzien heb.”

Het vredige Provençaalse landschap strekte zich soezend in de zomerzon uit. Bergtoppen in de verten sloten niet af, maar beloofden meer ruimte. Er ging iets beschermends uit van de ongekende helderheid, het gevoel dat alles goed was.

„Welnu”, sprak Vincent. „Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat dit de hemel is. Een plek waar een ieder kan terugkijken op een ten volle geleefd leven. Een plek om afstand te nemen en toeschouwer te worden. Een plek waar niets hoeft. Alles is goed.”

Ik zuchtte.

„Ja, zo moet de hemel eruit zien.”

Ineens lag er een hand op mijn schouder.

„U bent de hele tijd zo gek aan het mompelen”, zei de suppoost. „Is alles goed?”

Ik knikte.

Oké, ik was misschien ook een beetje gek. Maar alles was goed.”

 

Pauline van der Lans (Den Haag, 30 juli 1963)

 

De Nederlandse publicist, journalist en politicus Jacques de Kadt werd geboren op 30 juli 1897 in Oss. Zie ook mijn blog van 30 juli 2007 en ook mijn blog van 30 juli 2008 en ook mijn blog van 30 juli 2010

 

Uit: Het fascisme en de nieuwe vrijheid.

„Wat zijn nu de grondelementen van de fascistische mythe, niet zoals de fascisten zèlf het menen te zien, maar zoals wij haar zien? Als wij dit onderzoeken, komt veel van wat in de propaganda en in de practische politiek op de voorgrond staat, op het tweede plan. De nationalistische en rassistische trekken, die voor de politiek allesbeheersend zijn, blijken dan niet meer dominérend te zijn, en nog veel minder belangrijk worden de leuzen tegen het parlementarisme en andere politieke oppervlaktevormen.

We zien dan als ondergrond der mythe, de strijd van het leven, dat naar het absolute, naar onbeperkte macht en expansie dringt, tegen de rede en het intellect, die zich van de relativiteit en de beperking bewust zijn. Uit het ‘absolutisme’, dat de onaanvechtbare waarheid is, volgt aan de ene kant de vanzelfsprekendheid van het opleggen dier waarheid door het geweld, de verachting voor iedere discussie, en aan de andere kant het willen beletten, dat iets tracht aan de greep van het absolute te ontsnappen: het totalitaire, collectivistische streven in wereldbeschouwing de maatschappij; de onduldbaarheid van individualisme en nonconformisme.

Andere elementen kan het fascisme zich toeëigenen, als de tegenstander het de gelegenheid geeft, doordat hij óf niet ernstig er naar streeft, (gemeenschapsbelang tegen winstbejag) óf het als een dwaasheid beschouwt (het heroïsche leven tegen het comfortabele) óf het probleem niet duidelijk durft te stellen (middengroepen-intellectuelen tegen proletariaat) maar deze elementen behoeven geenszins fascistisch te zijn, doch ze kunnen, van hun absolutistische strekking en demagogische neo-syndicalistische en neo-socialistische zijde, als tenslotte van fascistische kant gebracht worden.“

 

Jacques de Kadt (30 juli 1897 – 16 april 1988)

Cover

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Vlaanse dichter Paul Rigolle werd geboren in Roeselaere op 11 december 1953. Zie ook mijn blog van 11 december 2010.

 

Pessoa

Lucht en Licht. Water. Vuur. Alles is
mij lief, alles kan mij krijgen. Het vuur
verschroeit en verteert, perverteert mij.
En het water, nooit heb ik anders gekend
of het water mocht mij hebben; nam mij
zoals ik was.

Nee, niet de elementen maken mij bang.
Zij zijn sterker en dat is goed. Met hun gezag
kan ik leven. Zoveel kleiner is waarvoor
ik huiver. Het ogenblik waarop men zich
neerlegt bij gedane zaken. En de blindheid

van zij die slaven alsof het eigen is
aan onze soort. Dat is wat mij bang maakt.
Maar bovenal huiver ik als ik uitzicht krijg op wat
het leven, dit heilige hevige leven werkelijk is.

Niets meer dan een anekdote, ergens
in de rand, een voetnoot, te vondeling,
ten prooi gelegd aan de krassende
naalden van de wind.


Paul Rigolle (
Roeselare, 11 december 1953)