James Purdy, Martin R. Dean, Eelke de Jong, Roger Garaudy, Alie Smeding, Clara Viebig

 

De Amerikaanse schrijver James Purdy werd geboren in Fremont in de staat Ohio op 17 juli 1914. Zie ook mijn blog van 17 juli 2009 en ook mijn blog van 17 juli 2010.

 

Uit: Color of Darkness

 

Sometimes he thought about his wife, but a thing had begun of late, usually after the boy went to bed, a thing which should have been terrifying but which was not: he could not remember now what she had looked like. The specific thing he could not remember was the color of her eyes. It was one of the most obsessive things in his thought. It was also a thing he could not quite speak of with anybody. There were people in the town who would have remembered, of course, what color her eyes were, but gradually he began to forget the general structure of her face also. All he seemed to remember was her voice, her warm hearty comforting voice.
Then there was the boy, Baxter, of course. What did he know and what did he not know. Sometimes Baxter seemed to know everything. As he hung on the edge of the chair looking at his father, examining him closely (the boy never seemed to be able to get close enough to his father), the father felt that Baxter might know everything.
“Bax,” the father would say at such a moment, and stare into his own son’s eyes. The son looked exactly like the father. There was no trace in the boy’s face of anything of his mother.
“Soon you will be all grown up,” the father said one night, without ever knowing why he had said this, saying it without his having even thought about it.
“I don’t think so,” the boy replied.
“Why don’t you think so,” the father wondered, as surprised by the boy’s answer as he had been by his own question.
The boy thought over his own remark also.
“How long does it take?” the boy asked.
“Oh a long time yet,” the father said.

“Will I stay with you, Daddy,” the boy wondered.
The father nodded. “You can stay with me always,” the father said.
The boy said Oh and began running around the room. He fell over one of his engines and began to cry.
Mrs. Zilke came into the room and said something comforting to the boy.
The father got up and went over to pick up the son. Then sitting down, he put the boy in his lap, and flushed from the exertion, he said to Mrs. Zilke: “You know, I am old!”

 

 

James Purdy (17 juli 1914 – 13 maart 2009)

 

 

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook mijn blog van 17 juli 2009 en ook mijn blog van 17 juli 2010.

 

Uit:Meine Väter

 

„Ray?
In all den Jahren und Jahrzehnten habe ich ihn mir immer wieder anders vorgestellt. Mal hellhäutig, dann wieder eher dunkel, mal schmächtig – oder dann gross und überwältigend wie ein Baum. Mit europäisierten Zügen, was für einen Trinidader indischer Abkunft durchaus denkbar ist.
Ich bin auf dem Weg zum Hochkommissar von Trinidad & Tobago. Mein linkes Auge ist geschwollen und tränt. Und meine Nase so verstopft wie die Strassen von Belgrave, durch die sich der Cab-driver im Rhythmus von Stop and go voranbewegt. Seit vierzehn Tagen schon leide ich an Stirnhöhlenkatarrh. Deutlich sehe ich noch das Röntgenbild mit meinen gegen die Stirnhöhle sich verengenden Nasenlöchern, in denen mein Atem stockt und steckenbleibt. So dass ich zuweilen fast zu ersticken drohe. Keine Panik, pflegt mein Arzt in Basel zu sagen, no panic, it’s the normal rush-hour, meint auch der Cab-driver.
Wenn ich krank werde, sagt mir meine Frau Leonie, was los ist. Meine Krankheiten sind unauffälliger Natur, sie unterscheiden sich nicht von denen meiner Freunde und Bekannten. Mal eine Verzerrung des Nackenmuskels
da, eine Magenverstimmungen dort oder ein Nierenstein. Hypochondrische Kapriolen. Vor allem aber Fieber, Fie-ber seit meinem achtzehnten Lebensjahr. Immer wieder schnellt meine Körpertemperatur nach oben und wirft mich ins Bett. Meine Zunge und mein Hals schwellen an, und meine Wahrnehmung wird trübe.“

 

 

Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Eelke de Jong werd geboren in Apeldoorn op 17 juli 1935. Zie ook mijn blog van 17 juli 2009 en ook mijn blog van 17 juli 2010.

Uit:JanArends I presume

 

“Hij zat wat te bladeren, stond op, drentelde naar het belendende keukentje, waar er nog twee zaten te ontbijten, ontkurkte een nieuw flesje bier. De jongste van de twee deed hem denken aan een figuur van Oblomov, een jongen van zeventien, sluik blond haar, dat over zijn oren golfde, een wat dik, bleek gezicht, vriendelijke lichtblauwe ogen.

Die jongen woonde als enig kind bij zijn moeder en deed niets anders als slapen, biefstukken braden en eten. Zijn moeder had een pension vol gastarbeiders en als haar zoon een keer niet sliep, biefstukken braadde of at zat hij met de gastarbeiders te kaarten. Ze gaf er niet om, want zo had ze hem de hele dag bij zich, kon ze hem, wanneer het bij haar opkwam, vertroetelen, maar de voogd maakte zich ongerust. De behandeling was nu zo ver gevorderd, dat hij kon vertrekken als hij een baan had. Hij wilde best gaan werken.

Het plan rees om ’s avonds konijn te eten. De ontbijters moesten weg, een vriend helpen bij het opknappen en inrichten van een huisje, hij zou ’s middags twee konijnen gaan kopen en klaar maken. Om een uur of zeven aan tafel? Prima.

Hij was nog kok geweest bij een hoogbejaarde prinses van Liechtenstein in Genève. Een paar weken ging het goed, gedroeg hij zich als een serviele huisknecht, een hond die een pak slaag verdiende en toen verbrak hij de betovering. Op een avond dat de prinses een souper gaf, draaide hij de pitten van het gas wijd open, wachtte een poosje, in de kamer klonk gedempt gekeuvel, snoof de schroeiende brandlucht diep op en verliet met demonische voldoening het huis.”

 

 

Eelke de Jong (17 juli 1935 – 1 augustus 1987)

Hier met acteur en medecolumnist Rijk de Gooijer (rechts) in 1985

 

 

 

 

De Franse schrijver, filosoof en politicus Roger Garaudy werd geboren in Marseille op 17 juli 1913. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ookmijn blog van 17 juli 2008 en ookmijn blog van 17 juli 2009 en ook mijn blog van 17 juli 2010.

 

Uit: Les Etats-Unis avant-garde de la décadence

 

Pour comprendre comment, aujourd’hui, la désintégration des mœurs et des arts a pour l’une de ses causes essentielles la diffusion (et les illusions) du «mode de vie américain », il est nécessaire de situer le problème dans la perspective de l’histoire américaine, car la décadence de la culture, ne jouant aucun rôle régulateur dans la vie de la société, découle de la formation et de l’histoire des États-Unis.
En Europe, la culture et les idéologies ont toujours joué un rôle important dans la vie politique, qu’il s’agisse par exemple de l’Europe de la Chrétienté, de l’âge des Lumières et de la Révolution française, du siècle des nationalités – et des nationalismes – ou du marxisme et de la Révolution d’octobre.
En Amérique, en dehors des autochtones indiens dont la haute culture régulait les relations sociales (comme chez les Incas), mais qui ont été décimés à 80 % par le grand génocide, refoulés, marginalisés et finalement parqués dans les réserves, tous les hommes qui peuplent aujourd’hui les États-Unis sont des immigrants.
Quelles que soient leur origine et leur culture première, ils sont venus essentiellement pour chercher du travail et gagner de l’argent. Irlandais ou Italiens, esclaves noirs déportés aux Amériques, Mexicains ou Portoricains, ils avaient chacun leur religion et leur culture; mais pas une religion et une culture communes. Le seul lien qui les rassemble est analogue à celui qui lie le personnel d’une même entreprise.“

 

 


Roger Garaudy (Marseille, 17 juli 1913)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Alie Smeding werd geboren in Enkhuizen op 17 juli 1890. Zie ook mijn blog van 17 juli 2010.

 

Uit: Achter het anker

 

“Tjeerd Boltema beklom langzaam de bolle glooiïng van de zeedijk. De verzwakte avond-zon spatte bibberende vonken op de puntige keien, en de grove sintels op het pad aan de haven tintelden als kluitjes vuur.

De jongen keek er even gemelijk op neer, en vadsig van het luieren rekte hij zich. Zijn gebruinde kop met de spitse neus en de forsche kin, lijnden als heel zijn mager lenig lichaam, mèt de hoekig omhoog buigende armen, donker en slank op, tegen de roode licht-gloed uit het Westen. Een oogenblik bleef hij in die houding, en zijn lichte tranig-opengesperde oogen tuurden wéér sloom-afkeerig over het blinkende water.

Amper aaide de futlooze deining een slier schuim tegen de bekorste kei-dam, eentonig-blak en als gevangen in de Zondags-stilte lag de wijde waterplas, leeg tot de horizon toe.

‘Pô’-verdikke nou toch…,’ nijdig foeterde het op in de jongen, zijn armen zakten slap neer langs zijn lijf, en deerlijk verveeld keerde hij zich, liep dralende het lage sintelpad af, naar de tjalk.

In de ovale boog van de havenkom lag hun toch wel bonkig zee-schip nietig achter de groote sleepkaan van de Mussels.

Tjeerd keek er met gefronste oogen naar. ‘Die Mussels, die hadden de spie. ’n Spul toch! ’n Spul dat klonk als ’n klok!’

Zijn mond trok dunner en zijn frons dieper, aan-dachtig staarde hij naar het blinkende tuig en de lieren, bleef er even, dralend bij stil en dacht ineens ook weer aan Mussels’ mooie dochter Eefke. ‘Tja, Engel Diepen-donk met zijn schuine bluf over haar! Gô’, dat ze met dié ook uitging. Och maar, ’t kwam natuurlijk puur van de saaiheid in die dooie pan, hier. Ja, nou, toch niet wat-je-noemt van haar, en smerig van Engel, àls Eefke hem begunstigd had, dat voor elks ooren er uit te snoeven. Ah-tjàkkig, Wiggert die kon ook zoo, en tusschentijds de mond vol over hem, die-broer-van-mij, hè, dat pastoortje, die kamferrok. Tjá, al z’n leven, of hij nou juist zoo’n stijve hark moest wezen, hè, omdat Bouk maar altoos de lijn strak hield met hem,’ de gedachte gleed uit hem weg.”

 

 

Alie Smeding (17 juli 1890 – 5 juli 1938)

 

 

De Duitse schrijfster Clara Viebig werd geboren op 17 juli 1860 in Trier. Zie ook mijn blog van 17 juli 2007 en ook mijn blog van 17 juli 2008.en ook mijn blog van 17 juli 2009 en ook mijn blog van 17 juli 2010.

 

Uit: Vor Tau und Tag

 

„Sie siedelten im Dorf.
Der reiche May gab Hochzeit; seine einzige Tochter heiratete den einzigen Sohn vom Nachbar Bamberski – schwere Bauern alle zwei.
Der May hatte sieben Pferde und der Bamberski auch, und Scheunen hatten sie, nicht nur Fachwerk, nein, Mauersteine, ganz solide.
Jeder von den zwei hatte seine vierhundert Morgen Land; ’s war ein anständiger Batzen, der da zusammenkam.
Die Fenster im Hochzeitshaus waren fest geschlossen, aber die Läden nicht vorgelegt; die Neugierigen auf der Gasse konnten hereingucken in die zwei großen Stuben, wo die Gäste saßen und schmausten.
Man hatte alles hinausgeschafft, Betten, Schränke und Truhen, nur lange Tische aufgestellt und lange Bänke. Die Tropfen rannen von der Stirn – es war eine barbarische Hitze – der Geruch des Essens mischte sich mit dem des Schweißes, die Backen glühten, die Lippen troffen von Fett.
Jeder Mann saß bei seiner Frau, und sie schoben sich gegenseitig auf den Teller und ermunterten sich:
„Du, Voter – du, Mutter – thu’ man assen, so en Guddes kriegste nich alle Tage derhämt!“
Brühsuppe, ganz braun vom Einkochen – Nudeln darin und Krebsschwänze – gebackene Fische, junge Gemüse, neue Kartoffeln, Schweinebraten, Kalbsbraten, Gänsebraten – zwischen jedem Fleischgang eine dampfende Mehlspeise – alles in riesigen Schüsseln auf dem Tisch; die Braten in große Stücke gehackt, gleich fertig zum Zulangen.
Die May-Bäuerin ging herum und nötigte:
„No, thun Se doch zulangen, ’s is jo man bloß eenmal Hurt bei uns; wer geben’s gerne!“
Und sie schenkte ein: Bier, Wein, Likör. Sie allein war im Alltagskleid, hatte sie doch zu viel draußen in der Küche zu schaffen und die Mägde zu beaufsichtigen.“

 

 

 


Clara Viebig (17 juli 1860 – 31 juli 1952)

In 1951

Zie voor nog meer schrijvers van de 17ejuli ook mijn vorige blog van vandaag.