Willibald Alexis, Joachim Heinrich Campe, John W. Toland, Paul Lebeau, Louis Scutenaire, Oleg Korenfeld

 

De Duitse schrijver Willibald Alexis (eig. Georg Wilhelm Heinrich Häring) werd geboren op 29 juni 1798 in Breslau. Zie ook mijn blog van 29 juni 2009 en ook mijn blog van 29 juni 2010.

 

Uit: Der Werwolf Hake von Stülpe

 

»Daß Gott erbarm!« rief Frau von Bredow, und wollte wieder ihre Hände falten, aber der Kopf war noch nicht recht im Gleichgewicht; auch die runde Brille war unter die Augen gerutscht, und das abgegriffene Buch, das ihr auf den Schoß gesunken, dieweil der Schlaf mit seinen Sammetfingern über ihre Wimpern strich, war jetzt zur Erde gefallen.

Davon war sie vielleicht erwacht.

»Du meine Zeit, was war das?«

Die Mägde hätten nicht nötig gehabt zu antworten; der Wind antwortete schon selbst, und wenn er

vorübersauste und in den Wäldern nachheulte, surrte und summte es unheimlich draußen, als kratze es mit tausend weichen Katzenpfoten an die Eichenläden der Fenster.

»Der weiße Mann ist draußen,« sagte der Knecht Ruprecht, der das Feuer auf dem Herde schürte.

Aber dem weißen Manne draußen, der so ungestüm den Bewohnern ansagte, daß er in der Burg

Einlagerung getan, antwortete drinnen ein anderes Schnurren und Surren; gleich wie seinen Schneeflocken zum Trotz drehten sich und schwirrten die Spinnrocken, und die Holzschuhe klappten dazu lustig auf dem Estrich.

Der weiße Mann, wenn er durch die Läden in die warme Halle hätte schauen können, hätte sich wohl

gewundert, wie Menschenwitz es mit seinem Grimm aufnimmt. Es hatte sich mancherlei seit den zehn oder fünfzehn Jahren geändert, seit unser Aug nicht in die Burghalle von Hohenziatz blickte. Die Läden von Eichenholz waren fest gezimmert und beschlagen, und die Ritzen zwischen Stil und Stein mit Moos und Lehm verklebt und mit Mörtel verstrichen. Das Wetter mußte draußen bleiben, und auch der Wind, wenn er noch so sehr aus seinen Pausbacken blies, wehte doch nur ein weniges die flackernden Kienspäne, die an die Pfeiler gesteckt, das Gemach hell machten.”

 

 

Willibald Alexis (29 juni 1798 – 16 december 1871)

Houtsnede van A. Neumann, 1872

 

 

 

De Duitse schrijver, taalkundige, pedagoog en uitgever Joachim Heinrich Campe werd geboren op 29 juni 1746 in Deensen bij Holzminden. Zie ook mijn blog van 29 juni 2009 en ook mijn blog van 29 juni 2010.

 

 

Der Ochs und das Öchslein

 

Öchslein
Ach, wär ich doch erst auch so groß
wie du, Papa, und hätte solche Hörner!

 

Ochs
Und dann?

 

Öchslein
Riss ich mich von der Krippe los
und lief aufs freie Feld und
speiste Halm und Körner.

 

Ochs
O bilde dir, mein Sohn, kein
solches Leben ein!
Du wünschest, traun! wie ich,
einst wieder Kalb zu sein.
Denn bist du groß, so wird auf
deinen Nacken
ein schweres Joch gelegt;
man spannt dich morgen früh
vor deinen Pflug und schreit
in einem fort: Ochs zieh!
Das Korn, das du gewinnst, das
wird zu Brot gebacken;
dich aber speiset man mit
Stroh und Prügeln ab;
und hast du ausgedient, so
schenkt man dir ein Grab,
zum Lohn für saure Müh, in
deines Herren Magen.
O freu dich deines Glücks in
deinen jungen Tagen!

 

 

 

Joachim Heinrich Campe (29 juni 1746 – 22 oktober 1818)

Kopergravure door F. Müller

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en historicus John Willard Toland werd geboren op 29 juni 1912 in La Crosse, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2009 en ook mijn blog van 29 juni 2010.

 

Uit: The Rising Sun (The Roots of War)

 

„The sky over Tokyo on the afternoon of February 25, 1936, was dark and foreboding. A thick blanket of snow already covered the city and there was threat of more to come. Three nights earlier more than a foot had fallen, breaking a record of fifty-four years, and causing such a traffic snarl that some theaters had to be turned into temporary hotels for audiences unable to get home. Even under its white cloak of snow, Tokyo looked almost as Western as Oriental. Japan had left much of its feudal past behind to become by far the most progressive, westernized nation of Asia. A few hundred yards from the Imperial Palace with its traditional tile roof was a modern four-story concrete building, the Imperial Household Ministry,where all court business was conducted and the Emperor’s offices were located. Just outside the ancient stone walls and moat surrounding the spacious Palace grounds was the same melange of East and West: a longline of modern structures, including the Imperial Theater and the DaiIchi Building, as Occidental as the skyline of Chicago, while a few blocks away, in narrow cobblestone streets, were row upon row of geishahouses, sushi stands and kimono stores, and assorted little ramshackleshops, gay even on that cloudy day with their flapping doorway curtainsand colorful lanterns. Next to the Palace on a small hill was the not quite completed Diet Building, constructed mainly of stone from Okinawa and lookingquasi-Egyptian. Behind this commanding edifice was a cluster of spacious houses, the official residence of government leaders. The largest was that of the Prime Minister. It was two buildings in one,the business part Western in the early Frank Lloyd Wright style, the living quarters Japanese with paper-thin walls, tatami floors and sliding doors.“

 

 

John Willard Toland (29 juni 1912 – 4 januari 2004)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Paul Lebeau werd geboren in Borgerhout op 29 juni 1908 – Brussel. Zie ook mijn blog van 29 juni 2009 en ook mijn blog van 29 juni 2010.

 

Uit: De vernieuwing van de romankunst 1913-1941(door prof. dr. M. Dupuis)

 

„Minder dan Berghen is Paul Lebeau (1908-1982) van een neiging tot moraliseren vrij te pleiten. Maar die oefent bij hem geen remmende invloed uit, althans niet rechtstreeks op de psychologische ontleding. Van meet af aan is in zijn eerste roman Het experiment (1940) de kloof die hem van het verhaal à la Roelants scheidt, sterk voelbaar. Lebeaus blik is aanzienlijk ruimer, vrijer, veelzijdiger, veel meer doordrongen van de moderne psychologie, en hierbij doet hij aan Berghen denken. Lebeau heeft een open oog voor de veelvuldige facetten van een persoonlijkheid, en hij neemt gespletenheid en vervreemding haast op wetenschappelijke wijze waar. Hij houdt rekening met onmisbaar geworden psychoanalytische begrippen. Ook op intermenselijke verhoudingen gaat hij vaak op subtiele wijze in, en weet de veelzijdigheid daarvan met een synthetische blik te omvatten; daarbij geeft hij blijk van een relativiteitsgevoel dat bij de schrijvers uit de toenmalige psychologische ‘school’ vrij zeldzaam was. Het belang dat hij aan de moraal hecht, doet zich, in zijn eerste zoals trouwens ook in zijn latere romans, pas tegen het slot van het verhaal gelden. Op dat ogenblik gebeurt er een soort van kortsluiting, waardoor de aan bod gekomen zielscrisis in het licht van de ethiek wordt bekeken.

Zoals gezegd, is Lebeau in de jeugd geïnteresseerd, en in het bijzonder in de problemen van de adolescenten die op de drempel van de volwassenheid staan.“

 

 


Paul Lebeau (29 juni 1908 – 18 oktober 1982)

 

 

 

 

De Belgische surrealist, schrijver, dichter en dwarse geest Louis Scutenaire werd geboren in Ollignies op 29 juni 1905. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007 en ook mijn blog van 29 juni 2009 en ook mijn blog van 29 juni 2010.

 

Uit: Mes Inscriptions

 

«L’esclave qui aime sa vie d’esclave a-t-il une vie d’esclave ?»

 

«Il y a des gens à qui la mort donne une existence.»

 

«La solitude et la promiscuité sont les deux contraires les plus identiques du monde.»

 

«La personnalité est la garde-robe du moi.»

 

«Si les grands hommes n’avaient pas commis d’erreurs, nous ne saurions pas qu’ils ont existé.»

 

 

 


Louis Scutenaire (29 juni 1905 – 15 augustus 1987)

Hier links met de schrijver Paul Colinet

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 29 juni 2008.

 

De Amerikaans-Russische dichter en schrijver Oleg Korenfeld werd geboren op 29 juni 1977 in Khabarovsk, Rusland. Zie ook mijn blog van 29 juni 2007.