Florian Zeller, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Juan José Saer, Anton van Wilderode

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

Uit: Julien Parme

„Ce jour-là, le jour du train, je me répétais que c’était la dernière fois que je voyais ma mère. Je me répétais ça pour bien réaliser. Pour m’imprégner de l’idée que c’était la fin de quelque chose. La première partie de ma vie. Le temps des cerises. Bref. Sur le coup, ça m’a ému. Comme pour le jour d’un enterrement, si vous voulez une comparaison. Je voyais déjà quej’allais en faire un chapitre dans un de mes romans futurs. Un chapitre bien cruel, qui arrache les larmes et tout. Je l’appellerais L’ adieu. Ca serait l’histoire du héros qui déciderait de ne plus rentrer chez lui pour se venger de la cruauté de sa mère. Un truc qui déchire. Un jour, une journaliste y verrait la clé de toute mon oeuvre. Elle viendrait me voir pour m’interviewer. Moi avec mon cigare, et elle, un peu intimidée, forcément.

(…)

Ce qui est embêtant, avec les gens, c’est qu’ils vous poussent toujours à inventer n’importe quoi. Vous, vous auriez envie de dire la vérité, mais ils font toujours en sorte de vous contrarier. Sans rire, ils vous poussent toujours à inventer n’importe quoi. Parce qu’ils vous demandent en permanence des explications sur tout. Seulement, c’est pas possible de tout expliquer tout le temps. Vous leur dites par exemple que vous pouvez pas aller à une soirée, tout de suite ils vous demandent des explications interminables, genre certificat médical, au lieu de juste comprendre que vous allez pas pouvoir venir. Alors du coup, vous simplifiez un peu, vous arrangez, vous transformez légérement pour pas rentrer dans les détails, presque rien, un petit lifting, et après on vous accuse de mentir. C’est ça qui est embêtant avec les gens. Le manque de logique.“

 

Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

 

De Oostenrijkse schrijfster Marlene Streeruwitz werd geboren op 28 juni 1950 in Baden bij Wenen. Zie ook mijn blog van 28 juni 2007 en ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

Uit: Entfernung

“Niemand kannte sie. Ein Widerwille stieg ihr auf. Das war doch alles blöd. Das war doch alles seltsam. Und sie hatte keine Berechtigung. Wenn sie ein Ticket bekommen hätte.

Einen solchen Stempel. Dann hätte sie etwas vorweisen können. Sie hatte nichts. Und ihre dumme Tasche. Diese unmodische Tasche. Niemand in der ganzen Welt ging noch

mit so einer Tasche herum. Businesswoman, dachte sie. Powerwoman be blasted. An ihrer Tasche konnte man ihr Alter ablesen. Und ihre Probleme. Jeder, der ihre Tasche sah.

Der sie sah, wie sie ihre Tasche umklammert hielt. Unter die Achsel geklemmt. Man konnte ihre ganze Geschichte ablesen, wenn man sie mit dieser Tasche sah. Sie stand da. Der Bass war leiser geworden. Das Stampfen vorsichtiger. Sie schob die Tasche auf den Rücken. Sie zog die Riemen nach vorne und schob die Tasche mehr nach hinten. Sie hatte Angst. Sie hatte vollständige Angst vor dieser Tür. Vor dem Eintreten. Durch diese Tür. Das. So etwas. Das hatte es nie gegeben. Sie war überall hineingegangen. Sie hatte sich alle Türen aufgemacht. Sie durfte das nicht zulassen. Und wann hatte sie sich ernster genommen. Wichtiger. Als sie gedacht hatte, dass sie überall hingehen konnte. Weil sie so wichtig war. Oder jetzt. Wo sie dachte, dass sie so unwichtig war. Und sie sich selber so wichtig nehmen musste. In diesem Gedanken. Sie ging zur Tür. Die Musik zu Ende. Sie hörte Applaus. Gejohle. Pfiffe. Und dann wieder Rhythmus. Jagend. Noch gejagter. Wütend nervös. Sie stieß die Tür auf. Die Stimme hatte sie nicht gehört. Draußen. Die Stimme. Eine Frau. Ein Mädchen. Lieblich. Eine zarte Stimme. Vorsichtig. Sehnsüchtig. Weit über dem Bass. Weit über der Bassgitarre.”

 


Marlene Streeruwitz (Baden, 28 juni 1950)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Fritzi Harmsen van Beek werd geboren in Blaricum op 28 juni 1927. Fritzi Harmsen van Beek overleed op 4 april van dit jaar. Zie ook mijn blog van 28 juni 2008 en ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

Geachte Muizenpoot,

Hoe gaat het met U, met mij goed. Wel is alles heel
vervelend, als ik voorover lig gebed in mijn gedachten

aan U en ben ik ook heel eenzaam. En onderga de lente
als een flauwte. Dit is mij nu zo vaak al overkomen dat

ik er de klad van in mijn wezen heb en dat tussen het
afgerukte vlees der hyacinten de verplegers van die

bloemen knielen voor vreemdelingen. (Dit heb ik zelf gezien
vanuit de trein naar Haarlem.) Zoiets zondigs en krank-

zinnigs U te schrijven, maar omdat lente van liefde een
aberratie is -en niet omgekeerd- opdat U daar niet in

zal trappen, in een vreemd land en zo eenzaam te dwalen.
(Bepalend voor het lot van zwervelingen enkel herkomst.)

Nu, met mijn hart gaat het wel beter, maar de tuin is
verwoest mijn lam, verwoest. En sta ik radeloos onder

onzuiver groen in dit en komende seizoenen: mijn hoofd
tot hatens toe, mijn hout tot bladeren bedorven en

schrijven wij pas mei. Dat hebt U er nu van, mij
’s winters te beminnen en ’s zomers te dwingen onder

raar lover humorloos en onchinees te wezen, mij, lief
hebbend evenwichtig als een oude man, genegenheid bed-

weterig doen zien ontaarden in het teer, vraatzuchtig zeuren
der libelle-achtige dames, want ik weet mijn plek.

Een teer punt. Een voordeel zo te zien, maar wezenlijker
reden om over in te zitten dan de onbenulligheden die

van onderhonden het gedachtenleven leiden tot in priëlen
van zelfbeklag: zulk lijden slecht gemotiveerd maar zinvol,

want wie, wie vreet mijn spijt? Neem dan de bomen maar, die
bloeiend blind tot vaderloos afvallige vruchten, bederf en

winterkou: en nooit een klacht! Want tot verstommens toe is
liefde hun te moede. Te moede is. Liefde mij te moede, is

liefde mij… etc. (handtekening onleesbaar)


Fritzi Harmsen van Beek (28 juni 1927 – 4 april 2009)

 

De Argentijnse schrijver Juan José Saer werd geboren in Serodino op 28 juni 1937. Zie ook mijn blog van 28 juni 2009 en ook mijn blog van 28 juni 2010.

 

Uit: The Sixty-Five Years of Washington (Vertaald door Steve Dolph)

They’ve left behind the wide, residential section of the street and are now walking down a narrow, treeless sidewalk where more and more frequently the windows and doors of businesses sit open. Bringing the stem of the unlit pipe to his lips, the Mathematician distractedly starts stroking them with the tip, its bowl hidden in his closed hand. He doesn’t say anything now. Above his eyebrows, on his smooth forehead, his skin wrinkles a little, into horizontal furrows, and be–tween the two little blonde brushes appear two oblique fissures, forming a vertex at the bridge of his nose. Leto, meanwhile, remembers: Isabel, the past year, Lopecito, the wake, the closed casket, etc.—and five days before all that, that is, before the wake, Lopecito, etc. no?—as we were, or rather I, yours truly, no?, was saying: green wheat, already so tall, from the bus window. He has left Rosario Norte an hour before, with his mother. They’re on their way to Andino, to his maternal grandparents’ house, to spend the weekend. It’s a Friday in late spring. They left Rosario at 1:00. When they leave behind the San Lorenzo industrial complex, the land fills with tall green wheat, fields of flax, and, sometimes, yellow sunflowers right up to the shoulders of the road. Every once in a while they pass a farmhouse, with its windmill and eucalyptus, which interrupts, as they say, the fields, the same way stations divide the scant towns in two like a river or a railroad would in other places in the world. A parallel dirt path separates, in the country, the geometrical grains from the road—and on that path, every once in a while, a solitary carriage travels, hardworking and unreal, which the bus, as slow as it is, leaves behind with ease.”

 

Juan José Saer (28 juni 1937 – 11 juni 2005)

 

Rectificatie.

De Vlaamse schrijver dichter, vertaler en scenarist Anton van Wilderode (pseudoniem van Cyriel Paul Coupé werd geboren in Moerbeke op 28 juni (en niet 18 juni) 1918. Zie ook mijn blog van 18 juni 2007 en ook mijn blog van 18 juni 2008 en ook mijn blog van 18 juni 2009.

 

De akker

Ik zal die zondagmiddag met mijn vader
op wandel door het land niet licht vergeten
al is het vijftig jaar en méér geleden,
zo dicht bij hem als bijna nooit meer later.

Wij kwamen bij een akkerstuk, door bossen
die aan vier kanten stonden, ingesloten, –
door varens een verwoestend spoor gestoten
dan verend verder over vedermossen.

Wij vonden er een hof. Het hoge koren
met ritselingen rijpgestookt van boven
stond in de palle juli onbewogen
tegen mijn open ogen en mijn oren.

Ik zág niets anders, hóórde niets dan droge
verdorde zoemgeluiden van insecten
onzichtbaar kevertjes en rode plekken
papavers door veel bijen aangevlogen.

Een wereld die bestond en aan den lijve
ervaarbaar vaderlijk, een nieuwe aarde
met ademing en aanvangen van klaarte
waarin ik wilde blijven en verblijven.

 

Aandachtig

De vogelen verzamelen zonder tal.
Het bos wordt grijs, het water diep en zuiver.
Ik ben een eenzaam man die huivert
van heimwee, in de duizelende bladerval.

 

Anton van Wilderode (28 juni 1918 – 15 juni 1998)

Portret door Yolanda De Bock

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn vorige blog van vandaag.