Matthijs Kleyn

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Kleyn was aanvankelijk achter de schermen actief als televisiemaker. Hij bedacht onderwerpen voor verschillende programma’s, schreef teksten voor voice-overs en presentatoren en groeide uit tot verslaggever en regisseur. Hij werkte voor programma’s als Hart van Nederland, In de hoofdrol en RTL Boulevard. Ook schreef Kleyn een wekelijkse column voor de website van RTL Boulevard. In 2006 vertrok Kleyn met filmproducent Rob Houwer naar Tsjechië om een documentaire te maken over de totstandkoming van Het woeden der gehele wereld, de verfilming van het boek van Maarten ’t Hart. In 2011 werkte Kleyn bij BNN samen met Paul de Leeuw en Filemon Wesselink voor de MaDiWoDoVrijdagshow. In maart 2011 trad hij in dienst bij De Wereld Draait Door, waar hij werd geïntroduceerd als Jakhals Thijs. In mei 2011 verscheen Kleyns debuutroman Vita. Vita is een deels autobiografische roman die handelt over depressie en zelfmoord. Op 8 juni 2011 was Vita de hoogste binnenkomer in De Bestseller 60 van het CPNB.

 

Uit: Vita

 

„Al een uur sta ik in haar straat. Ik heb Vita nu al twee weken niet normaal gezien of gesproken, alleen een vluchtige blik op de redactie en een afhaaksms ’s avonds. Vandaag was het niet anders. Zodra

het donker werd, ben ik richting haar huis op de Govert Flinck gelopen.

Vanaf de stoep aan de overkant ben ik te ver weg om direct op te vallen, maar dichtbij genoeg om snel bij de voordeur te komen als die opengaat. Dan zal ik aan komen rennen en met een van Vita’s medebewoners het pand betreden met de smoes dat ik haar vriendje ben. Of het echt een smoes is, weet ik allang niet meer.

De deur gaat open en een vrouw met bruine krullen en een bril verlaat het pand. Ik trek een sprintje en kan nog net met m’n schouder de deur openhouden. De vrouw kijkt niet eens om, blijkbaar rennen er vaker vreemde mannen naar binnen. Met bonzend hart bestijg ik de drie trappen. Als ik voor haar deur uitkom, hoor ik vrouwenstemmen. Geconcentreerd luister ik. De vrouwen praten op hysterische toon in het Engels, maar met een Amerikaans accent. Zachtjes leg ik een hand op de deurklink en duw die naar beneden. Met succes. De kamer is verlicht door de felle kleuren van de tv, verder brandt er geen licht. Vita zit als een schim op haar bed naar de tv te staren. Ze heeft haar jas nog aan. Doordat de tv zo hard staat, heeft ze me niet in de gaten.

‘Lie!e,’ zeg ik.

Sloom draait ze haar hoofd naar me toe. Ze schrikt niet en oogt ook niet verbaasd.

‘Hé boef.’

Ik glimlach en loop naar haar toe. Vita blijft zitten waar ze zit. Ik kniel naast haar neer.

‘Gaat het wel?’ vraag ik zacht.

Ze antwoordt niet, maar geeft me een kus op m’n mond. Ze maakt geen aanstalten om de tv uit of zachter te zetten. Ze draait haar hoofd weer naar het scherm en kijkt verder. Ik volg haar ogen. America’s Next Topmodel is te zien, ik herken de donkere presentatrice die een huilende kandidate afbekt.“

 

 


Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Kurt Kusenberg, Madelon Székely-Lulofs

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires.Ernesto Sabato overleed op 30 april van dit jaar, 55 dagen voor zijn 100e verjaardag. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007 en ook mijn blog van 24 juni 2008 en ook mijn blog van 24 juni 2009 en ook mijn blog van 24 juni 2010.

 

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

How many of those immigrants continued to gaze longingly toward their own mountains and rivers, through the distance of sadness and years, from this huge, chaotic factory, this city constructed on a port, which by then had become a desert of accumulated solitudes?

As I walk through this terrible Leviathan, along the shoreline which was first beheld by thousands of immigrants, I can almost hear the melancholy plaint of Aníbal Troilo’s bandoneón.

When the gloom and tumult of Buenos Aires, Make me feel even more alone, I go to the outskirts at nightfall, and Through the murky landscape of A half century, enriched and destroyed By love and disillusionment, I look back at the boy I once was. Ruefully, I recall Hearing the first drops of rain On the dried-out streets, on the Zinc roofs, “Que llueva, que llueva, la vieja está en la cueva,”3 Until the birds would begin to sing, and We ran, barefoot, To play with our boats made out of paper. That was the time of Tom Mix, Of colored playing chips, Of Tesorieri, Mutis, and Bidoglio, The time of carousels with horses, Of warm peanuts on winter afternoons, Of the toy train and its whistle. A world we can catch sight of When we are very alone, In this chaos of noise and cement, That has no place for courtyards filled with Honeysuckle and carnations.

Among that multitude of colonizers, my parents arrived on these shores with the hope of sowing their seed in this “Promised Land” that extended beyond their tears.

My father descended from a family from the mountains in Italy, people accustomed to the asperities of life. But my mother, who came from an old, established Albanian family, was forced to tolerate the deprivations of her life with dignity.

They settled down in Rojas, which, like many of the old towns on the Pampas, had been one of the many forts built by the Spaniards to mark the borderline of Christian civilization.

In this town in the Pampas my father eventually ran a small flour mill, which became the locus of my daydreams when, on Sundays, he would work in the shop, and my brother Arturo and I would climb up on the sacks of wheat, and secretly, as if committing some mysterious act, spend the afternoon eating biscuits.

 

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

Doorgaan met het lezen van “Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Kurt Kusenberg, Madelon Székely-Lulofs”

Ambrose Bierce, Jean-Baptiste Boyer d’Argens, Johannes van het Kruis, Carolina Trujillo, Jurre van den Berg

De Amerikaanse satiricus, schrijver van korte verhalen en criticus, uitgever en journalist Ambrose Gwinnett Bierce werd geboren in Meigs County, Ohio op 24 juni 1842. Zie ook mijn blog van 24 juni 2007 en ook mijn blog van 24 juni 2009 en ook mijn blog van 24 juni 2010.

 

Uit: The Devil’s Dictionary

DAMN, v. A word formerly much used by the Paphlagonians, the meaning of which is lost. By the learned Dr. Dolabelly Gak it is believed to have been a term of satisfaction, implying the highest possible degree of mental tranquillity. Professor Groke, on the contrary, thinks it expressed an emotion of tumultuous delight, because it so frequently occurs in combination with the word _jod_ or _god_, meaning “joy.” It would be with great diffidence that I should advance an opinion conflicting with that of either of these formidable authorities.

DANCE, v.i. To leap about to the sound of tittering music, preferably with arms about your neighbor’s wife or daughter. There are many kinds of dances, but all those requiring the participation of the two sexes have two characteristics in common: they are conspicuously innocent, and warmly loved by the vicious.

 

DANGER, n.

A savage beast which, when it sleeps,

Man girds at and despises,

But takes himself away by leaps

And bounds when it arises.

Ambat Delaso

DARING, n. One of the most conspicuous qualities of a man in security.

DATARY, n. A high ecclesiastic official of the Roman Catholic Church, whose important function is to brand the Pope’s bulls with the words _Datum Romae_. He enjoys a princely revenue and the friendship of God.

DAWN, n. The time when men of reason go to bed. Certain old men prefer to rise at about that time, taking a cold bath and a long walk with an empty stomach, and otherwise mortifying the flesh. They then point with pride to these practices as the cause of their sturdy health and ripe years; the truth being that they are hearty and old, not because of their habits, but in spite of them. The reason we find only robust persons doing this thing is that it has killed all the others who have tried it.

 

Ambrose Bierce (24 juni 1842 – ? 1913/1914)

Doorgaan met het lezen van “Ambrose Bierce, Jean-Baptiste Boyer d’Argens, Johannes van het Kruis, Carolina Trujillo, Jurre van den Berg”