Peter Rosei, Gail Jones, Ward Ruyslinck, Max Dendermonde

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 juni 2009 en eveneens alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

Uit: Das große Töten

Ein nicht mehr ganz junger Mann saß vorgebeugt an einem weiß angestrichenen, simplen Küchentisch und betrachtete in Gedanken versunken das Photo eines anderen, eines, im Vergleich zu ihm, jüngeren Mannes. Er hielt das Photo, das mit einer einfachen Leiste aus gebeiztem Holz gerahmt war, in der schweren Hand. Das eine oder andere Mal beugte er sich zu dem Bild vor, wie um zu ihm zu reden oder, wenn möglich, es noch genauer ins Auge zu fassen.
Das verblichene Photo zeigte einen Uniformierten, einen Mann in Uniform, einen Soldaten. Auf dem Käppchen oder Schiffchen, das er schief und unternehmungslustig auf dem Kopf trug, war eine runde Kokarde befestigt, in deren Mitte das Hakenkreuz stand.
Der Mann auf dem Bild lächelte. Oder versuchte er bloß zu lächeln, tapfer zu lächeln, wie man sagt?
Seine Lippen standen ein wenig offen, was ihn fast kindlich und jedenfalls unerfahren aussehen ließ. Dieser Eindruck wurde noch verstärkt durch die Ebenheit und offene Durchsichtigkeit seines glattrasierten Gesichtes, durch die etwas abstehenden Ohren. Haare sah man auf dem Bild nicht, nur ein paar ganz kurze, helle Stoppeln rechts und links des Käppchens.
Der Mund war breit, vielleicht ein wenig zu breit im Verhältnis zur Größe des Gesichts, zur Nase – die man erst zweimal anschauen mußte, um sie zu sehen, so unausgeprägt war sie.

Der Mann drehte das Bild um: Auf der Hinterseite, auf grauem Karton, der mit angerosteten Stecknadeln am Rahmen befestigt war, stand, mit Bleistift hingeschrieben: 1939, Oberwart.

Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

De Australische schrijfster Gail Jones werd geboren op 17 juni 1950 in Harvey. Zie ook mijn blog van 17 juni 2009.

Uit: On Knowledge

„On the remote and tiny island off northern Australia where my mother and father worked as missionaries there was one area of beach I was prohibited to visit. It was, my father explained, some kind of cleansing beach, a place where the Aboriginal people, in times of intolerable distress or guilt, walked into the sea, cast off their clothes, and then, after whatever due ceremony or act of communion, re-emerged naked to the world and mysteriously renewed. I would know this special beach, my father warned, by the odd litter of clothing thrown back by the sea, and if, by chance, I ever came upon this beach, this unusual beach of littered clothes, then I must turn the other way, and walk back to the place from which I had come.

Even then I understood that it was nakedness not sacredness that caused my father’s warning. He had no particular respect for Aboriginal culture; indeed he was doing his utmost to dissuade the people from their tribal ways. It was with contempt and with a peculiar contraction of the lips – which seemed to signify an almost physical sensation of disgust – that he spoke of their dances and fights, their sucking at turtles’ eggs and scooping at the bellies of fish, their laborious body painting, their elaborate funerals, their night-time descriptions of their own cosmogony. The things that fascinated me he regarded as primitive and in need of conversion. He would shake his grey head and with a melancholy tone of false solicitude lament that the Aboriginal people were insufficiently intelligent to see the wisdom of his ways. To me this opinion was inexplicable: it was only later that I realised that contempt, like hatred, actually explains everything.“

Gail Jones (Harvey, 17 juni 1950)

 

De Vlaamse schrijver Ward Ruyslinck (pseudoniem van Raymond Charles Marie De Belser) werd geboren in Berchem op 17 juni 1929. Zie ook mijn blog van 17 juni 2006 en eveneens mijn blog van 17 juni 2007 en ook mijn blog van 17 juni 2008 en ook mijn blog van 17 juni 2009

Uit: Wierook en tranen

„Op de weg stonden de tanks. Het waren er lang geen honderd, maar toch veel meer dan ik er ooit bijeen gezien had. Bijna was ik geneigd te geloven dat heel het Duitse tankleger zich op dit punt verzameld had. We liepen met vreemde gemengde gevoelens langs de lange rij gepantserde kolossen, die op de door hoge bomen overschaduwde baan tot stilstand gekomen waren. We keken ernaar met schuwe zijdelingse blikken, maar onze harten waren vervuld met bewondering en ontzag voor deze reusachtige vergrotingen van onze eigen blikken speelgoedtanks. Ze zagen er ook heel anders uit dan de Belgische en Engelse tanks die we voordien gezien hadden, groter en sterker en indrukwekkender. De tanks der verbondenen deden veeleer denken aan kleine dorsmolentjes of sommige van die nieuwerwetse landbouwmachines dan aan oorlogstuigen. Ze maakten een vreedzame en beslist ongevaarlijke indruk, met hun lichte bepantsering en het korte onaanzienlijke knalpijpje dat het kanon moest verbeelden. Neen, dan waren de Duitse tanks helemaal anders. Geen wonder dat onze soldaten voor die duivelse gevaarten op de loop gingen nog vooraleer de Duitsers hun kanonnen hadden kunnen richten.”

Ward Ruyslinck (Berchem, 17 juni 1929)


De Nederlandse dichter en schrijver Max Dendermonde (pseudoniem van Hendrik Hazelhoff) werd geboren op 17 juni 1919 in Winschoten. Zie ook mijn blog van 17 juni 2006 en mijn blog van 17 juni 2007 en ook mijn blog van 17 juni 2008ook mijn blog van 17 juni 2009

Het meisje

De meeuwen op het schilderij
schenen na jaren weer te leven.
Alles stond loodrecht opgeheven:
het lamplicht golfde vloedgetij,
de vogelkooi verborg een beven.

Toen viel de sleutel in het slot;
de moeder boog zich van haar krant
en vaders pijp scheen uitgebrand
— een lucifer brak kort kapot —
en elk geluid stond breed omrand.

De broze stemmen in de gang
kwamen de kamer ingebogen:
de deur gleed open, overwogen.
Nu hief de vogelkooi zijn zang,
de meeuwen zweefden moegevlogen.

De zoon bracht haar de kamer binnen;
haar eerste woord, haar bruine hand
gaf aan het lamplicht blonder rand
en bleek slagstoots te overwinnen
de achterdocht van moeders kant.

Max Dendermonde (17 juni 1919 – 24 maart 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn vorige blog van vandaag.