Jean Cayrol, Hendrik van Teylingen, V. C. Andrews, Henry Newbolt

De Franse dichter en schrijver Jean Cayrol werd geboren op 6 juni 1911 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 6 juni 2009 en ook mijn blog van 6 juni 2010

Chant Funèbre à la mémoire du Père Jacques (Fragment)

“Je suis tant homme que rien de plus” (Saint François de Sales)

Frère Jacques dors-tu dans ta robe de terre
d’une bure printanière, les mains fermés sur le Grain,
tous mes arbres ont le tremblement de tes mains
Frère Jacques dors-tu ?

J’entendais si bien Dieu dans ton cœur, je voyais sourire tant
de nos morts sur tes lèvres.
Irons-nous voir, ce soir, les vieilles fêtes du couchant,
ce soir où je m’avance vers toi
dans cette basilique infinie de la douleur humaine.

Entends-tu dans les sapins cruels le vent sombre de Fontainebleau
tu es mort à la fin de la tempête.

O ce printemps qui pouvait à peine se lever de la mort,
taisant ses premières feuilles dans un ciel déjà en repos
O ces oiseaux qui goûtaient d’un bec si prudent
les fruits mûrs de ton agonie

O ces premières violettes toutes pensives dans les bois :
Jacques au profil d’un crayon ancien
Jacques, mon pur feu flambant, à ton oreille
les lèvres blanches du passé murmurent le nom aimé d’Avon
et si le calme règne sur ses bois les plus profonds
c’est parce qu’il vient du silence de tes plaies, de ce pardon
comme une abeille trop lourde de son miel.

Jean Cayrol (6 juni 1911 – 10 februari 2005)

 

De Nederlandse dichter en vertaler Hendrik van Teylingen werd geboren op 6 juni 1938 in IJmuiden. Zie ook mijn blog van 6 juni 2007 en ook mijn blog van 6 juni 2009 en ook mijn blog van 6 juni 2010

Uit: De Surinaamse letteren

„Wat doet de Surinamer die op een – onveranderlijk bloedhete – dag het gevoel krijgt dat ook hij schrijver is? Hij wanhoopt.

Het begint er al mee dat het papier duur is. Het moet worden geïmporteerd. Een pak schrijfmachinepapier dat in Nederland negen gulden kost, kost in Suriname ook negen gulden, dat wil zeggen: negen Surinaamse guldens, dat is zeventien-en-een-halve Nederlandse piek. De Surinaamse auteur is in de regel een gesjochte jongen, hij vindt zo’n prijs vervelend, maar omdat hij Surinamer is zal hij niet gauw bekennen dat hij er moeite mee heeft het brutale bedrag te betalen. Misschien vraagt hij zich even af waarom zijn houtrijke land geen eigen papierindustrie heeft om hem wat tegemoet te komen. In elk geval stapt hij binnen bij Varekamp in de Dominéstraat, de boekhandel die ongeveer het hele land, althans ongeveer het hele overheidsapparaat, van papier voorziet en trekt de negen ‘blad’ uit zijn achterzak (hij heeft geen portemonnee).

Ook een schrijfmachine is twee keer zo duur als in Nederland. Van het bauxiet in Surinames bodem zouden er tienduizenden aluminium schrijfmachientjes ’s jaars gefabriceerd kunnen worden en van de talloze gewassen die in Suriname gedijen zouden jaarlijks tienduizenden kilometers schrijfmachinelint kunnen worden geweven. Maar zo ver is het nog niet.“

Hendrik van Teylingen (6 juni 1938 – 25 december 1998)
Hendrik en Premalata van Teylingen

 

De Amerikaanse schrijfster V. C. Andrews (eig. Cleo Virginia Andrews) werd geboren in Portsmouth op 6 juni 1923. Zie ook mijn blog van 6 juni 2009 en ook mijn blog van 6 juni 2010

Uit: Flowers in the Attic

„When he came through the front door late on Friday afternoons—every Friday afternoon (he said he couldn’t bear to be separated from us for longer than five days)—even if it were raining or snowing, the sun shone when he beamed his broad, happy smile on us.

His booming greeting rang out as soon as he put down his suitcase and briefcase: “Come greet me with kisses if you love me!”

Somewhere near the front door, my brother and I would be hiding, and after he’d called out his greeting, we’d dash out from behind a chair or the sofa to crash into his wide open arms, which seized us up at once and held us close, and he warmed our lips with his kisses. Fridays—they were the best days of all, for they brought Daddy home to us again. In his suit pockets he carried small gifts for us; in his suitcases he stored the larger ones to dole out after he greeted our mother, who would hang back and wait patiently until he had done with us.

And after we had our little gifts from his pockets, Christopher and I would back off to watch Momma drift slowly forward, her lips curved in a welcoming smile that lit up our father’s eyes, and he’d take her in his arms, and stare down into her face as if he hadn’t seen her for at least a year.

On Fridays, Momma spent half the day in the beauty parlor having her hair shampooed and set and her fingernails polished, and then she’d come home to take a long bath in perfumed-oiled water. I’d perch in her dressing room, and wait to watch her emerge in a filmy negligee.“

V. C. Andrews (6 juni 1923 – 19 december 1986)

 

De Engelse dichter en schrijver Sir Henry John Newbolt werd geboren op 6 juni 1862 in Bilston, Wolverhampton. Zie ook mijn blog van 6 juni 2010

The Nightjar

We loved our nightjar, but she would not stay with us.
We had found her lying as dead, but soft and warm,
Under the apple tree beside the old thatched wall.
Two days we kept her in a basket by the fire,
Fed her, and thought she well might live – till suddenly
I the very moment of most confiding hope
She arised herself all tense, qivered and drooped and died.
Tears sprang into my eyes- why not? The heart of man
Soon sets itself to love a living companion,
The more so if by chance it asks some care of him.
And this one had the kind of loveliness that goes
Far deeper than the optic nerve- full fathom five
To the soul’socean cave, where Wonder and Reason
Tell their alternate dreams of how the world was made.
So wonderful she was-her wings the wings of night
But powdered here and therewith tiny golden clouds
And wave-line markings like sea-ripples on the sand.
O how I wish I might never forget that bird-
Never!
But even now, like all beauty of earth,
She is fading from me into the dusk of Time.

Henry Newbolt (6 juni 1862 – 19 april 1938)
Ets door William Strang, 1898