In memoriam Willem Duys

 

In memoriam Willem Duys

 


De vandaag overleden radio en tv-presentator
Willem Duys is als media-monument tot ons culturele erfgoed gaan behoren. Hier bij wijze van laatste groet enkele voorbeelden:

 

 

 

Het lied van de kleine man


De waarheid is dat je ziek bent

Eentonig leven, dezelfde tram

’s morgens en ’s avonds

De Telegraaf in je aktetas


De meisjes van ’t kantoor

Onbenaderbaar

 

De zure lucht van regenjassen

Tussen de middag

In de snackbar

 

Met tientallen anderen

Bladeren in obscene boekjes

 

Neem me neem me hijgde ze

En spreidde haar benen

 

Geen vriendin

Niet eens geld voor de hoeren

 

’s avonds tv

voetbal je avontuur

willem duys je cultuur

 

boterham met cervelaat

voor je naar bed gaat met je vrouw

die niet van je houdt

en die je niet haat

 

de waarheid is

dat je met je ziekte

dik tevreden bent

 

“het had zoveel erger kunnen zijn…”

 

 

 

Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)

 

 

 

 

Uit: Doris Day (1982)

 

Bah Bah wat ’n misère
Als Marco staat te blèren
Of ’n documantaire
Kan dan niemand ons bevrijden
Van Willem Duys en Van der Meyden

En hoor ze nou es slissen
In spelletjes en kwissen
‘N mens kan zich vergissen
Maar dit is toch al te lullig
Imbeciel en onbenullig

Hé!
Er is geen bal op de tv
Alleen ’n film met Doris Day
En wat dacht je van net twee
Ein Wiener operette
Nee!

 

 

 

Doe Maar (1978 – heden)

 

 

 

 

 

Willem Duys (17 augustus 1928 – 2 juni 2011)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e juni ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

 

Marcel Reich-Ranicki, Jim Knipfel, Sibylle Berg, Carol Shields, Max Aub

De Duitse schrijver en literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki werd geboren op 2 juni 1920 in Włocławek, Polen. Zie ook mijn blog van 2 juni 2009. en ook mijn blog van 2 juni 2010

 

Uit: Sieben Wegbereiter

 

Als Arthur Schnitzler sechzig Jahre alt wurde, veröffentlichte die »Neue Rundschau« zusammen mit anderen Geburtstagsartikeln auch einen kurzen Gruß von Thomas Mann. Neben einigen eher konventionellen Wendungen – so über »die Vereinigung von Leidenschaft und Weisheit, Strenge und Güte« – fällt hier der Versuch auf, den Jubilar in die Nähe eines ebenfalls 1862 geborenen Dichters zu rücken, nämlich Gerhart Hauptmanns. Beide seien, meinte Thomas Mann, »in eine ähnlich repräsentative Stellung hineingewachsen«1. Hauptmann und Schnitzler als ebenbürtige Figuren der zeitgenössischen Literatur? Damit deutete Thomas Mann nur an, wie es seiner Ansicht nach sein sollte, nicht aber, wie es tatsächlich war. Denn die Rolle, die Schnitzler damals, 1922, in der Öffentlichkeit spielte, ließ sich mit dem hohen Ansehen, in dem Hauptmann stand, kaum vergleichen.

»Wie ein Baum zieht er seine Säfte aus der schlesischen Erde, aber seine Krone ragt in den Himmel …« – heißt es über Hauptmann in Klabunds populärer Literaturgeschichte.Bei dem Namen Schnitzler dachte man nicht gerade an die Säfte der Erde, sondern eher an das Pflaster der Großstadt; und nicht die Erinnerung an den Himmel rief er wach, sondern an die Dachkammer des süßen Mädels und an das Boudoir der Femme fatale.

Der eine galt als Poet aus dem sagenumwobenen Riesengebirge, der andere nur als Literat aus dem Wiener Kaffee- haus. Hauptmann feierte man als Seher, der tastend und raunend den Weg zu den Müttern suche und zugleich die deutsche Zwietracht mitten ins Herz zu treffen wisse. Schnitzler hingegen hatte den Ruf eines mehr oder weniger charmanten Leichtgewichtlers, ja, eines Erotikers, was in der Vorstellung vieler deutscher Leser gleichbedeutend war mit dem Zug zum Frivolen und der Neigung zum Schlüpfrigen.“

 

Marcel Reich-Ranicki (Włocławek, 2 juni 1920)

Doorgaan met het lezen van “Marcel Reich-Ranicki, Jim Knipfel, Sibylle Berg, Carol Shields, Max Aub”

Dorothy West, Thomas Hardy, Markies De Sade, Karl Gjellerup, Barbara Pym

 

De Amerikaanse schrijfster Dorothy West werd geboren op 2 juni 1907 in Boston. Zie ook mijn blog van 2 juni 2007 en en ook mijn blog van 2 juni 2009 en ook mijn blog van 2 juni 2010

 

Uit: Mammy

 

„The young Negro welfare investigator, carrying her briefcase, entered the ornate foyer of the Central Park West apartment house. She was making a collateral call. Earlier in the day she had visited an aging colored woman in a rented room in Harlem. Investigation had proved that the woman was not quite old enough for Old Age Assistance, and yet no longer young enough to be classified as employable. Nothing, therefore, stood in the way of her eligibility for relief. Hers was a clear case of need. This collateral call on her former employer was merely routine.

The investigator walked toward the elevator, close on the heels of a well-dressed woman with a dog. She felt shy. Most of her collaterals were to housewives in the Bronx or supervisors of maintenance workers in office buildings. Such calls were never embarrassing. A moment ago as she neared the doorway, the doorman had regarded her intently. The service entrance was plainly to her left, and she was walking past it. He had been on the point of approaching when a tenant emerged and dispatched him for a taxi. He had stood for a moment torn between his immediate duty and his sense of outrage. Then he had gone away dolefully, blowing his whistle.

The woman with the dog reached the elevator just as the door

slid open. The dog bounded in, and the elevator boy bent and roughhoused with him. The boy’s agreeable face was black, and the investigator felt a flood of relief.

The woman entered the elevator and smilingly faced front. Instantly the smile left her face, and her eyes hardened. The boy straightened, faced front, too, and gaped in surprise. Quickly he glanced at the set face of his passenger.

“Service entrance’s outside,” he said sullenly.

The investigator said steadily, “I am not employed here. I am here to see Mrs. Coleman on business.”

“If you’re here on an errand or somethin’ like that,” he argued doggedly, “you still got to use the service entrance.”

 

 

Dorothy West (2 juni 1907 – 16 augustus 1998)

Doorgaan met het lezen van “Dorothy West, Thomas Hardy, Markies De Sade, Karl Gjellerup, Barbara Pym”

Jean Nelissen

 

De Nederlandse sportjournalist en schrijver Jean Nelissen werd geboren in Geleen op 2 juni 1936. Hij was jarenlang chef sport bij dagblad De Limburger maar werd vooral bekend als wielerverslaggever bij Studio Sport. De Neel, zoals zijn collega Mart Smeets hem steevast aanduidde, was een van de bekendste wielercommentatoren en -verslaggevers van Nederland. Hij was befaamd om zijn encyclopedische kennis van de wielergeschiedenis. Nelissen schreef 23 boeken, waaronder De bijbel van de Tour de France, waarin onder andere alle uitslagen uit de Tourgeschiedenis staan vermeld. Tot en met 2007 verscheen hij nog op televisie als onderdeel van het programma De Avondetappe.

 

Uit: De 100 Beste Wielrenners Van De Wereld

 

MERCKX, Eddy BEL ‘Baron’ Eddy verpulverde alle records. Elf grote ronden gewonnen, vier wereldtitels behaald, in 32 klassiekers gezegevierd, een werelduurrecord gevestigd, 133 etappes in diverse ronden gewonnen, in totaal 445 zeges behaald als prof, 183 keer leider geweest in een grote ronde, Eddy Merckx heeft álle records verpulverd. Zijn erelijst is uniek en nimmer overtroffen. Hij tilde het kleine België naar het niveau van een grote sportnatie. Drie keer werd hij gekozen als de beste sportman van de wereld. Ondanks Mohammed Ali en Pele. Geen wonder dat de koning hem in de adelstand verhief ‘Baron’ Merckx, door Jacques Goddet’Le Géant’en ‘De Kannibaal’ genoemd, was in alle disciplines onstuitbaar In de bergen domineerde hij de klimmers, in vlakke tijdritten en ook in klimtijdritten de specialisten in het solorijden, hij sprintte met succes tegen de snelste renners van het peloton, hij was een specialist in het afdalen en hij kon ook nog met de beste pistiers duelleren op de wielerbanen, waardoor hij zeventien zesdaagsen op zijn naam schreef De meeste kampioenen hadden toch ook enige beperkingen. Fausto Coppi en Gino Bartali waren matige sprinters, Bartali was bovendien geen specialist in het tijdrijden, Jacques Anquetil was geen sterke klimmer. In feite benadert Bernard Hinault de veelzijdigheid van Eddy Merckx nog het meest.

Want ook Hinault kon tegen de beste specialisten klimmen, afdalen, tijdrijden en sprinten. Hinault verscheen echter zelden op de wielerbaan. Hij ploegde ‘s-winters liever als crosser door de velden. Eddy Merckx domineerde zijn generatie, zoals nooit tevoren iemand had gekund. Hij werd gedreven door een onblusbare ambitie. Of het nu de Tour de France, Milaan-San Remo, een etappe in Parijs-Nice of een onbelangrijk criterium rond de kerktoren was, hij wilde altijd winnen.”

 

 

 


Jean Nelissen (2 juni 1936 – 1 september 2010)