Colleen McCullough, Macedonio Fernández, Dennis Gaens, Daan Doesborgh

De Australische schrijfster Colleen McCullough werd geboren op 1 juni 1937 in Wellington. Zie ook mijn blog van 1 juni 2010 en eveneens alle tags voor Colleen McCulloughop dit blog.

 

Uit: The Thorn Birds

„Hughie noticed the joint in the doll’s wrist, and whistled. “Hey, Jack, look! It can move its hand!”

“Where? Let’s see.”

“No!” Meggie hugged the doll close again, tears forming. “No, you’ll break herl Oh, Jack, don’t take her away-you’ll break her!”

“Pooh!” His dirty brown hands locked about her wrists, closing tightly. “Want a Chinese bum? And don’t be such a crybaby, or I’ll tell Bob.” He squeezed her skin in opposite directions until it stretched whitely, as Hughie got hold of the doll’s skirts and pulled. “Gimme, or I’ll do it really hard!”

“Nol Don’t, Jack, please don’tl You’ll break her, I know you will! Oh, please leave her alone! Don’t take her, please!” In spite of the cruel grip on her wrists she clung to the doll, sobbing and kicking.

“Got it” Hughie whooped, as the doll slid under Meggie’s crossed forearms.

Jack and Hughie found her just as fascinating as Meggie had; off came the dress, the petticoats and long, frilly drawers. Agnes lay naked while the boys pushed and pulled at her, forcing one foot round the back of her head, making her look down her spine, every possible contortion they could think of. They took no notice of Meggie as she stood crying; it did not occur to her to seek help, for in the Cleary family those who could not fight their own battles got scant aid or sympathy, and that went for girls, too.

 

Scene uit de tv-serie met Richard Chamberlain en Rachel Ward, 1983

 

She clasped the doll against her chest and shook her head. “No, she’s mine! I got her for my birthday!”

“Show us, go on! We just want to have a look.”

Pride and joy won out. She held the doll so her brothers could see. “Look, isn’t she beautiful? Her name is Agnes.”

“Agnes? Agnes?” Jack gagged realistically. “What a soppy name! Why don’t you call her Margaret or Betty?”

“Because she’s Agnes!”

Hughie noticed the joint in the doll’s wrist, and whistled. “Hey, Jack, look! It can move its hand!”

“Where? Let’s see.”

 

Colleen McCullough (Wellington, 1 juni 1937)

 

De Argentijnse schrijver Macedonio Fernández werd geboren op 1 juni 1874 in Buenos Aires. Zie ook mijn blog van 1 juni 2009 enook mijn blog van 1 juni 2010.

Uit: From The Museum of Eterna’s Novel (Vertaald door Margaret Schwartz)

„The old posterity, with all the time it took to think about it, consecrated a multitude of nonentities as glorious artists; there’s more equity and common sense in today’s reporter: vacuous solemnity and moralisms were posterity’s cheap and effective bribe, born until yesterday. I will look, trusting, for posterity’s universal judgment of my novel in the 30th of September 1929 edition of Critique and Reason, the day the novel will appear, a date which could not have been postponed, since all the postponements had already been used up in promises, with the most literary postponements having been used for prologues.

For the consecrated future literati that does not believe in, nor is able to estimate, posterity beyond each day’s night, it won’t make sense for authors to feel a sense of urgency to write promptly for a prompt posterior judgment: with the speeds that posterity can reach today, the artist will outlive his posterity and will know the next day whether he should or should not write better, or if he has already written so well that he should content himself by contemplating the perfection of his writing. Or if he has no literary accolades left to seek, other than the one that’s most difficult to find—the reader’s. The actual ease of writing makes the legible scarce, and it has reached the point of superseding the injurious necessity of having readers in the first place: writing is for the fruition of art and at best is for knowing the critic’s opinion. In all sincerity, this change is lovely; it’s art for art’s sake and art for the critics’ sake, which is art for art’s sake all over again.“

 


Macedonio Fernández (1 juni 1874 – 10 februari 1952)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter Dennis Gaens werd geboren in Susteren in 1982. Zie ook mijn blog van 1 juni 2009 en ook mijn blog van 1 juni 2010.

 

Çetin

Ik ben geen vluchteling; ik ben een bouwer en mijn broers vertelden mij dat de grond hier goed was. Muharrem en Metin werkten in de put, maar toen er in de put geen werk meer was, brachten ze shoarma naar de buitenstad. Daarna haalden ze mij naar Nijmegen. Dat is bouwen.

Er waren dagen waarop ik moest bepalen: ga ik eten of toch maar slapen?

Ik kom uit een land waar je geen garanties hebt behalve je twee handen en wat daar verder aan vastzit – zolang dat lichaam het uithoudt moet je gaan. Hier deden we niet anders; wij drieën draaiden zaken, maakten het steeds later en nu is alles anders hier. Het draait, dag en nacht door.

Toen zeiden ze: ‘Je bent klaar, boven zeggen ze dat je weg moet.’
Ik vroeg: ‘Wie is boven?’

Want beneden willen ze dat ik blijf. Zoiets noem je een fundament. Eigenlijk is alles bouwen of breken en wat ik wil is bouwen, dingen zoals rust.

Dennis Gaens (Susteren, 1982)

 

De Nederlandse dichter Daan Doesborgh werd geboren in 1988 in Steyl. Van 2006 tot 2011 was Doesborgh stadsdichter van Venlo. Hij won prijzen op slams in Düsseldorf, Amsterdam, Eindhoven, Tilburg, Utrecht en Groningen, en werd in 2009 derde op het Nederlands Kampioenschap. Zijn carrière als slammer werd bekroond in 2010, toen hij datzelfde NK won. In 2008 publiceerde Doesborgh de bundel ‘De Reeds Beweende Liefdes van Daan Doesborgh’, die verscheen bij Literair Station Venlo. In 2010 verscheen bij uitgeverij De Contrabas zijn tweede bundel, ‘De Venus Suikerspin’.

 

De dronkaard
Bukowski en ik

Na verloop van tijd
Toen de fles al geen effect meer had
Hij voelde dat zijn lichaam stierf
Is hij poëzie gaan schrijven

Zijn blaas hield niets meer binnen
Zijn maag stak
Zijn lever stak
Zijn nieren staken

Hij schreef over
de wereld rond zijn baard
Schreef een week over haar
Een jaar over zijn vader
Over zijn moeder schreef hij niet

Zijn vulpen raakte leeg
Zijn lichaam staakte vaker
Zijn baard begon te zwijgen
Zijn vulpen raakte leeg

Tot men hem vond
op de grond met alle gedichten
door zijn laatste pis onleesbaar gemaakt

 

Daan Doesborgh (Steyl, 1988)