Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Gregor von Rezzori

 

De Engelse schrijver Bruce Chatwin werd op 13 mei 1940 in Sheffield geboren. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

 

Uit: On The Black Hill

 

„Every morning their alarm went off at six.  They listened to the farmers’ broadcast as they shaved and dressed.  Down-stairs, they tapped the barometer, lit the fire and boiled a kettle for tea.  Then they did the milking and foddering before coming back for breakfast.

 

All the birds were silent in the sillness that precedes a storm. Thistledown floated upwards, and a shriek tore out across the valley. The labour pains had begun…

 

The oarsman was a boy in a red-striped blazer; and in the stern, half-hidden under a white parasol, sat a girl in a lilac dress.  Her fair hair hung in thick tresses, and she trailed her fingers through the lapping green wavelets.

 

She was a good woman who hoped the world was not as bad as everyone said.  She had a bad heart brought on by poverty and overwork…

…She never forgot an insult and she never forgot a kindness.  She felt crushed and ashamed — ashamed of her boys and ashamed of being ashamed of them.

 

The Reverend Thomas Tuke was a classical scholar of private means…

…He knew the whole of Homer by heart: each morning, between a cold bath and breakfast, he would compose a few hexameters of his own…

…Most of the women were in love with him — or transported by the timbre of his voice.“

 

 

 


Bruce Chatwin (13 mei 1940 – 18 januari 1989)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Gregor von Rezzori”

Alphonse Daudet, Theo van Baaren, Reinhold Schneider, Jacob Haafner

 

De Franse schrijver Alphonse Daudet werd geboren in Nîmes op 13 mei 1840. Zie ook mijn blog van 13 mei 2007 en ook mijn blog van 13 mei 2008 en ook mijn blog van 13 mei 2009 en ook mijn blog van 13 mei 2010.

Uit: Le petit chose

 

„JE suis né le 13 mai 18…, dans une ville du Languedoc où l’on trouve, comme dans toutes les villes du Midi, beaucoup de soleil, pas mal de poussière, un couvent de carmélites et deux ou trois monuments romains.
Mon père, M. Eyssette, qui faisait à cette époque le commerce des foulards, avait, aux portes de la ville, une grande fabrique dans un pan de laquelle il s’était taillé une habitation commode, tout ombragée de platanes, et séparée des ateliers par un vaste jardin.
C’est là que je suis venu au monde et que j’ai passé les premières, les seules bonnes années de ma vie.
Aussi ma mémoire reconnaissante a-t-elle gardé du jardin, de la fabrique et des platanes un impérissable souvenir, et lorsque à la ruine de mes parents il m’a fallu me séparer de ces choses, je les ai positivement regrettées comme des êtres.
Je dois dire, pour commencer, que ma naissance ne porta pas bonheur à la maison Eyssette. La vieille Annou, notre cuisinière, m’a souvent conté depuis comme quoi mon père, en voyage à ce moment, reçut en même temps la nouvelle de mon apparition dans le monde et celle de la disparition d’un de ses clients de Marseille, qui lui emportait plus de quarante mille francs ; si bien que M. Eyssette, heureux et désolé du même coup, se demandait, comme l’autre, s’il devait pleurer pour la disparition du client de Marseille, ou rire pour l’heureuse arrivée du Petit Daniel… Il fallait pleurer, mon bon monsieur Eyssette, il fallait pleurer doublement.“

 

 

 


A
lphonse Daudet (13 mei 1840 – 17 december 1897)

„Alphonse Daudet et Sa Fille“ door Eugene Carriere, 1887

 

 

Doorgaan met het lezen van “Alphonse Daudet, Theo van Baaren, Reinhold Schneider, Jacob Haafner”

Koji Suzuki, Roch Carrier, Adolf Muschg, Franz Michael Felder

 

De Japanse schrijver Koji Suzukiwerd geboren op 13 mei 1957 in Hamamatsu. Zie ook mijn blog van 13 mei 2009.

 

Uit: The Ring (Vertaald door Bernhard Liesen en Katrin Marburger)

 

“Am nördlichen Rand eines Neubaugebiets, direkt neben dem Sankeien-Park gelegen, stand eine Reihe von jeweils 14-stöckigen Häusern mit Eigentumswohnungen. Obwohl der Gebäudekomplex

erst kürzlich errichtet worden war, hatten fast alle Wohnungen bereits Käufer gefunden. Jedes Haus beherbergte beinahe einhundert nicht besonders geräumige Eigentumswohnungen, doch die meisten der dort lebenden Menschen hatten ihre Nachbarn noch nie gesehen. Nur nachts, wenn die Fenster erleuchtet waren, schien man sicher sein zu können, dass hier wirklich Menschen lebten.

Weiter südlich reflektierte das ölverschmierte Wasser des Meeres die funkelnden Lichter einer Fabrik. An ihren Wänden verlief ein Wirrwarr von Rohren und Kabeln, das an Blutgefäße oder Muskelgewebe erinnerte. Auf der Vorderfassade der Fabrik tanzten zahllose Lichter wie in der Finsternis glühende Insekten, sodass man dieser bizarren Szenerie eine gewisse Schönheit nicht absprechen konnte.

Ein paar hundert Meter weiter, mitten in dem Neubaugebiet, stand zwischen mit mathematischer Präzision angelegten, bisher noch unbebauten Grundstücken ein vereinzeltes, einstöckiges Haus mit Garage, dessen Eingangstür direkt auf die von Norden nach Süden verlaufende Straße ging. Es war ein ganz gewöhnliches Eigenheim, wie man es in jeder beliebigen Neubausiedlung fand, doch bis jetzt waren weder die daneben noch die dahinter liegenden Grundstücke bebaut worden. Vielleicht lag es an der schlechten Verkehrsanbindung, dass bisher erst wenige Grundstücke verkauft worden waren. Folglich wiesen entlang der Straße immer wieder Schilder darauf hin, dass für diese Grundstücke noch Interessenten gesucht wurden. Verglichen mit dem Gebäudekomplex mit den Eigentumswohnungen wirkte die Neubausiedlung ziemlich verwaist.”

 

 

 
Kōji Suzuki (Hamamatsu, 13 mei 1957)

  

Doorgaan met het lezen van “Koji Suzuki, Roch Carrier, Adolf Muschg, Franz Michael Felder”

Reinout Verbeke

 

De Vlaamse dichter Reinout Verbeke werd geboren op 13 mei 1981 in Roeselare. Zie ook mijn blog van 29 mei 2009 en ook mijn blog van 29 mei 2010.

 

Waterloper

Rood kleurt de rivier achter mij
Ik ben zwaar, maar voeten tasten vederlicht af
de weg naar de bron

Bij een bocht vind ik rust op een rots
Langs mijn linkerbeen snijdt wat voorbijglijdt
zich verder in de verte kronkelt
Geen wier zal hier vertellen wat de bocht
verbergt: (verdrinkingsdood? roeiboot? een vrouw
als een dam?)

Wenkbrauwen wegen op mijn oogleden.
Rood is de rivier achter mij
Bron blijkt monding.

Ik geef horizontaal toe aan het water
terwijl aan mijn mond
het druppelen begint

 

 


Reinout Verbeke (Roeselare, 13 mei 1981)

 

Jan Lauwereyns

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Hij debuteerde met ‘Nagelaten sonnetten’ (1999), een bundel die werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en die in ‘De Morgen’ werd uitroepen tot het beste en interessantste poëziedebuut van de afgelopen jaren. Daarna kwamen ‘Blanke verzen’ (2001) en ‘Buigzaamheden’ (2002). Laatstgenoemde bundel leverde Lauwereyns een nominatie op voor de Hugues. C. Pernathprijs. Jan Lauwereyns woont en werkt als neuropsycholoog in Nieuw–Zeeland, en publiceert ook wetenschappelijke artikelen in onder meer ‘Nature’, ‘Neuron’ en ‘Journal of Neurophysiology’.

 

 

Stadswandeling

 

Ik had een grootoom die
met pijp en bril en hart
en ziel in een goed boek
in een comfortabele zetel
een verdieping lager viel,
negenenveertig gedichten geleden.
De schade viel niet mee,
de scherven werden amper opgekeerd.

De herinnering aan de goede lezer
en zijn vliegende bom is nu deze
parking geworden.

 

 

 

 

Eindejaarsfeesten

 

Oma met hikkende dijen
springt tot bij de kerstboom
en zingt als een ooievaar.

Of zijn ’t haar houten tenen die
klepperen op de blauwe tegels?

’t Is alleszins een lied voor
wie daar ligt. David in zijn wieg

naar de kapstok kijkt op
en schrikt als hij de strak
gespannen leverkwabjes ziet.

 

 

 

 

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)