Ğabdulla Tuqay, Charles Cotton, Bruno Apitz, Aart G. Broek

De Tataarse dichter Ğabdulla Tuqay werd geboren op 28 april 1886 in Qoşlawıç in Kazan, Rusland (tegenwoordig Tatarstan). Zie ook mijn blog van 28 april 2007 en ook mijn blog van 28 april 2008 en ook mijn blog van 28 april 2009 en ook mijn blog van 28 april 2010.

 

God the Great

 

Oh worthy, oh precious, oh young child without sin!

HIS compassion is very deep, rely always on God!

Oh God! Show me in this world a bright path;

HE is merciful, has more compassion than your father or mother!

Your soul is still pure; no impure thought has entered it,

Your pure tongue has never used unfitting words.

Both your soul and your body are clean, all your body is clean!

You are the crumb of an angel; your face is pure white!

Pray, free of all ties kneel towards Kibla[8],

Know that from a pure soul there is a straight path to the Throne of God!

Oh worthy, oh precious, oh young child without sin!

HIS compassion is very deep, rely always on God!

 

 

 

The Twentieth Century

 

This has been the century of science and capability,
This has been the century of ascending humanity,
But the events demonstrate that, indeed,
This has been the century of evil and depravity.

 

 

Ğabdulla Tuqay (28 april 1886 – 15 april 1913)

Mozaïek in het metrostation van Kazan

 

De Engelse dichter en vertaler Charles Cotton werd geboren op 28 april 1630 in Beresford in Staffordshire. Zie ook mijn blog van 28 april 2009 en ook mijn blog van 28 april 2010.

 

The Angler’s Ballad  (Fragment)

 

AWAY to the brook,

All your tackle out look,

Here’s a day that is worth a year’s wishing;

See that all things be right,

For ‘tis a very spite

To want tools when a man goes a-fishing.

 

Your rod with tops two,

For the same will not do

If your manner of angling you vary

And full will you may think

If you troll with a pink,

One too weak will be apt to miscarry.

 

Then basket, neat made

By a master in’s trade

In a belt at your shoulders must dangle;

For none e’er was so vain

To wear this to disdain,

Who a true Brother was of the Angle.

 

Next, pouch must not fail,

Stuff’d as full as a mail,

With wax, crewels, silks, hair, furs and feathers,

To make several flies,

For the several skies,

That shall kill in despite of all weathers.

 


Charles Cotton (28 april 1630 – 16 februari 1687)

Portret door Alfred Holst Tourrier

 

 

De Duitse schrijver Bruno Apitz werd geboren in Leipzig op 29 april 1900. Zie ook mijn blog van 28 april 2007.

Uit: Nackt unter Wölfen

„In den Widerstandsgruppen gärte es. Sie forderten Waffen. Unruhe und Ungeduld bedrohten die Disziplin. Die Verständigung mit den Gruppen durch die Verbindungsleute reichte nicht mehr aus. In der Not der Stunde mussten die Genossen des ILK immer mehr aus ihrer Verborgenheit hervortreten. Kurz entschlossen setzten sie daher eine Besprechung mit den Führern der Widerstandsgruppen
Nach Einbruch der Dunkelheit kamen über hundert Mann von ihnen in einem durch die Austreibung leer gewordenen Block zusammen. Auch Krämer nahm an der Besprechung teil.
Kaum dass Bochow sie eingeleitet hatte, kam aus den Reihen der Versammelten die Forderung nach bewaffnetem Widerstand gegen die weiteren Evakuierungen. Am ungeduldigsten war wiederum Pribula. Seine Freunde von den polnischen Gruppen schlossen sich ihm an. Aber auch andere Führer verlangten die Aufgabe der passiven Haltung.
Lieber wollen wir kämpfend untergehen, als länger zusehen, wie unsere Kameraden in den Tod gejagt werden. Heute sind es zehntausend, morgen werden es vielleicht dreißigtausend sein. Die Unruhe steigt an. „Lasst uns zu den Waffen greifen! Morgen schon!“
Krämer, der abseits stand, konnte sich nicht mehr zurückhalten. Er rief in das Rumoren hinein: „Zuerst einmal: Schreit hier nicht so ‘rum! – Wir sind auf keiner Streikversammlung, sondern im Lager! Wollt ihr mit eurem Lärm noch die SS anlocken? „Es wurde augenblicklich still. „Zu den Waffen wollt
Ihr greifen, und das morgen schon? – Na, so was.“

 

Bruno Apitz (28 april 1900 – 7 april 1979)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart G. Broek werd geboren in Maasland in 1954. Hij studeerde communicatiewetenschappen en sociologie. Hij verbleef van 1981 tot 2001 op Curaçao waar hij o.a. werkte als adviseur ‘diversiteit & integratie’. In Nederland werkt hij sinds zijn terugkomst op het terrein van de criminologie. Zo adviseert hij bijvoorbeeld Reclassering Nederland.  Broek is daarnaast parttime verbonden aan het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde te Leiden, waar hij onderzoek doet naar de geschiedenis van de politie in Suriname en de Nederlandse Antillen en Aruba.  In 2000 publiceerde hij Het zilt van de passaten, een bundel essays over uiteenlopende eilandlijke cultuuruitingen en in 2006 de tweedelige geschiedschrijving/bloemlezing De kleur van mijn eiland. In 2008 schreef hij Met liefde behandelen, een hommage aan Boelie van Leeuwen en in 2009 was hij mederedacteur van het verzameld werk van Tip Marugg, De hemel is van korte duur. In 2010 verscheen zijn poéziedebuut “Het lichten van de jaren”.

Uit: Het lichten van de jaren

I.
De zee: neem nou de zee, misselijk-
makende zee, tot je grauwgeel gal braakt;
neem nou de zee: zilt, met geen zoet
water van je lijf en leden te schrobben,
nestelt zich in alle poriën en pekelt de ziel,
het hart en alle organen, conserveert van generatie
op generatie wat zou moeten afsterven
en oplossen. De lijven en lijken
van de Caiquetios tot aan Trix en haar Statuut,
waartussen slaven, blank en zwart en rood en geel,
zijn zilt – misselijkmakend, tot braken stuwend,
zelfs niet brak: geen zoet water
om de geschiedenis afdoende te schonen.

 

Aart G. Broek (Maasland, 1954)