Stephen Spender, Luc Dellisse, Marcel Pagnol, Raphaële Billetdoux

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 februari 2007 en ook mijn blog van 28 februari 2008 en ook mijn blog van 28 februari 2009 en ook mijn blog van 28 februari 2010.

 

Uit: World within world 

 

It was a sign of this submission of human beings to the mechanical forces they had called into being and put into motion against one another that I was no longer interested in the personality of Hitler, since, having begun the war, he had not the power to make it stop.
Everyone had shrunk in his own mind as well as in the minds of his fellow-beings, because his attention was diverted to events dwarfing individuals. These events could only lead to more battles and a victory catastrophic for the winning, as for the losing side. Personal misfortunes seemed of minor importance compared with the universal nature of the disaster overtaking civilization. So that in the summer of 1940, when invasion seemed imminent, a friend could say to me: “Within six weeks from now, if I blow out my brains and they spatter all over the carpet, in my own home and with my family in the room, no one will think it worth noticing.”
We lived in a trance-like condition in which, from our fixed positions in our island-fortress-prison, we witnessed, as in a dream, not only armies, but whole populations controlled by the magnetic force of power. Even in the minds of those who knew them well, France and other continental countries had become mental concepts only, areas in our minds where incredible things happened; there, puppet dictators transmitted orders received from Germany, and Germany, a vast arsenal of mechanical power, added to its resources the industries of other nations and the slave labour of their peoples. Even today, France under the Occupation remains to me an idea only, to which I can attach little reality, a hallucinated vision of folly, betrayal, and despairing courage. So that, if some French friend begins to speak of his life during those years, I stare at him as though expecting to see him change into a different person.“

 

 

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

WH Auden, Cecil Day Lewis en Stephen Spender op een conferencie in Venetië, 1949.

 

Doorgaan met het lezen van “Stephen Spender, Luc Dellisse, Marcel Pagnol, Raphaële Billetdoux”

Bodo Morshäuser, John Montague, Dee Brown, Daniel Handler

De Duitse dichter en schrijver Bodo Morshäuserwerd geboren op 28 februari 1953 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 28 februari 2007 en ook mijn blog van 28 februari 2008 en ook mijn blog van 28 februari 2009 en ook mijn blog van 28 februari 2010.

 

HERBST (1978)

 

Angelangt bei der Verteidigung der Verfassung.
Keine Metapher jetzt zum Winter der kommt!
Letzte Sonne auf betonierter Erde:
nicht zu beschreiben. Mit diesem Wahnsinn
sind wir verwandt ohne Frage.

 

Wald nun, und Bäume, ein Fest der Zynik.
Leises Grollen hinter den Bergen, vor der Stadt.
Funken sprühen dort, wo geschweißt wird,
mit Maske, aus Not, für kein Wunschkind mehr.
Krieg ist nur ein anderes Wort.

 

Und wie viele Blätter fallen erst gar nicht mehr!
Wieviel Papier an den Litfaßsäulen:
prophetische Hinweise auf die zwanziger Jahre.
Nach welchem Knochen springst du, Enkelkind,
sind sie nicht vergeben?

 

Wie viele alte Männer, denen ich nicht verzeih,
daß ich sie nicht verstehen soll,
Trümmerväter, Trümmermütter, endlich satt
und mitverschluckt alle Erinnerung an morgen.

 

Die letzten der Geschichte ziehen das Holzbein an,
stemmen sich mit Stöcken von der Weltbank hoch,
legen die Binde um den Arm.
Erzähl mir was vom Krieg!“


 

 morshauser

Bodo Morshäuser (Berlijn, 28 februari 1953) 

Berlijn, Jugenstilmuseum 

Doorgaan met het lezen van “Bodo Morshäuser, John Montague, Dee Brown, Daniel Handler”

Bart Koubaa, Berthold Auerbach, Sophie Tieck, Michel de Montaigne, Ernest Renan

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook mijn blog van 28 februari 2009 en ook mijn blog van 28 februari 2010.

 

Uit: De Belgen en hun breinen

 

Mijn grootvader, geboren in Ana Paulowna, is daarvan de oorzaak. Waarschijnlijk was het door zijn toedoen dat mijn ouders een caravan in Cadzand hadden en niet in Blankenberge, dat we cassis dronken in plaats van cola en we geen mayonaise maar frietsaus op onze weliswaar Vlaamse frieten kwakten. Ik maak me sterk dat ik de frikandel speciaal in België geïntroduceerd heb; ik zie nog het gezicht van de frietkotuitbater toen ik hem beschreef wat ik precies wilde. 

Mijn grootvader was er ook de oorzaak van dat tijdens legendarische voetbalwedstrijden Nederland-België mijn vader een kalmeringspil diende te slikken en dat de televisie op die avonden niet op BRT maar op Nederland 2 stond. Toch was er één dag in de week dat mijn vader altijd de Nederlandse televisie verkoos: zondagavond, VPRO. Ik ben deels opgevoed met Koot en Bie, met Van Dis in de IJsbreker, met eigenzinnige film- en documentaireavonden en tot op heden met het werk van Wim Kayzer; zijn gasten waren mijn leermeesters. Hij is er rechtstreeks de oorzaak van dat ik vandaag meewerk met wiskundigen, cognitieve neurowetenschappers en filosofen aan de neurologische lokalisatie van het geweten en het creatieve centrum. Mijn argumenten voor vanavond zijn zonder twijfel door zijn televisiewerk gekleurd. Op de trein hierheen voegde ik eraan toe dat mijn argumenten ook bepaald worden door wat mij drijft, en door de nachten sinds de geboorte van mijn zoon, vandaag precies vijf weken geleden.“

 

 

Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)

 

Doorgaan met het lezen van “Bart Koubaa, Berthold Auerbach, Sophie Tieck, Michel de Montaigne, Ernest Renan”

Martin Suter, Yórgos Seféris, Marin Sorescu, Howard Nemerov, José Vasconcelos

De Zwitserse schrijver Martin Suter werd geboren op 29 februari 1948 in Zürich. Zie ook mijn blog van 29 februari 2008 en ook mijn blog van 28 februari 2009 en ook mijn blog van 28 februari 2010.

Uit: Unter Freunden und andere Geschichten aus der Business Class (Der neue Mann)

Das also ist Meuli, denkt Haberstich, als er Brachingers Büro betritt. Der neue Mann sitzt auf dem Besprechungs­sofa und steht jetzt auf, um ihm die Hand zu schütteln. Brachinger bleibt sitzen. Zwei leere Kaffeetassen und ein paar zerknüllte Schokopapierchen verraten, dass die beiden schon länger zusammensitzen. Aha, ich bin also nachträg­lich dazugebeten worden. Wahrscheinlich nachdem die ver­traulichen Themen besprochen waren, fährt es Haberstich durch den Kopf.
So sieht er also aus, der Mann, der ihm gefährlich werden könnte. Grösser, als er ihn sich vorgestellt hat. Und jünger. Und mit mehr Haaren. Im ersten Vergleich mit sich selbst schneidet der andere, ehrlich gesagt, etwas besser ab. Äu­sserlich. Obwohl: Auf der rechten Schulter scheinen ein paar Schuppen zu liegen. Das ist die Kehrseite von dichtem Haarwuchs – Schuppen.
Von seinem Sessel aus verfolgt Brachinger die Begrü­ssungsszene. Haberstich spürt, wie auch er vergleicht. Da­mit wird er jetzt leben müssen: Mit Meuli verglichen zu werden. Nun, ihm soll’s recht sein. Er hat keine Vergleiche zu fürchten. Wenigstens keine fachlichen. Und was die äu­ssere Erscheinung angeht: So übel sieht er auch nicht aus. Er hat einfach keine Zeit für Bodyshaping und Hairstudios. Wichtig ist einfach, dass er schon bei der ersten direkten Begegnung gut abschneidet. Er muss Brachinger alerter, re­aktionsschneller, informierter und schlagfertiger vorkom­men als der Neue. Er muss von Anfang an die Diskrepanz in allen Belangen (ausser vielleicht den äusserlichen) deutlich machen.“
 


Martin Suter (Zürich 29 februari 1948)

 

Doorgaan met het lezen van “Martin Suter, Yórgos Seféris, Marin Sorescu, Howard Nemerov, José Vasconcelos”