Geert Buelens, William S. Burroughs, Joris-Karl Huysmans, Terézia Mora, Rudolf Lorenzen, Luc Indestege

De Vlaamse dichter, essayist en columnist Geert Buelens werd geboren in Duffel op 5 februari 1971. Zie ook mijn blog van 5 februari 2010.

Waar Haydn is kan niets gebeuren

Zijn we gezoken in de Donau
zijn we als een pas op de plaats

Wat hier allemaal meespeelt
twaalf vibrafonisten die een liefde delen
voor plaatstaal

Hier kan niets gebeuren
want het anker hangt als een bel
aan het oor
we luisteren het af

Achter die boom heb ik je gekust
je mond gaf mee

Wat we verwachten van harmonie
wat van de vuurpijl en de klap

 

uur negen

nee, wij zijn niet gauw content, nee
maar dit gaat echt te ver
dit is geen bezoek meer, veeleer een invasie
een klopjacht op een verslapte spier
die hier al wekenlang bloot ligt
te kloppen en krimpt wanneer er op koude tegels
wordt gedanst door zogenaamde derden
tijd dat jullie opkrassen, kortom
dat jullie je plaats kennen
in de kelders van al wat is

 

 

Geert Buelens (Duffel, 5 februari 1971)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Geert Buelens, William S. Burroughs, Joris-Karl Huysmans, Terézia Mora, Rudolf Lorenzen, Luc Indestege”

Johan Ludvig Runeberg, Henriette Hardenberg, Albert Paris Gütersloh, Madame de Sévigné, Honorat de Bueil, Sandra Paretti, Reto Finger

De Fins-Zweedse dichter en schrijver Johan Ludvig Runeberg werd geboren op 5 februari 1804 in Jakobstad. Zie ook mijn blog van 5 februari 2009 en ook mijn blog van 5 februari 2010. 

 

Uit: Sven Duva (Fragment, vertaald door Judy Moffett)

 

His father, once a sergeant, was poor and old and gray,

For he had fought in ‘eighty-eight, was old then, you might say.

And now he farmed a bit of ground his daily bread to gain

And had around him children nine, the youngest one was Sven.

That old man Duva had himself enough of brains to share

Among a brood as large as his, one hardly could declare.

He surely gave the elder ones too much of his small wit.

For to the son that last was born was left the tiniest bit.

Sven Duva grew up just the same, was strong and broad of chest.

Toiled like a slave in field or wood with unremitting zest.

Was willing, gay, and kind of heart, far more than clever folk,

^Would turn his hand to anything, but was in all a joke.

“In gracious heaven’s name, poor son, what can you ever be?”

The old man often said to him in sad perplexity.

But when such talk would never end, Sven Duva’s patience failed.

At last he set his head to work for all that it availed.

So one tine day it chanced when Sergeant Duva cooed again

The old unanswered song: ” What will become of you, my Sven ?”

The old man started backward in astonishment, because

“I’ll be a soldier,” said the son, and spread his uncouth jaws.

 

 

Johan Ludvig Runeberg (5 februari 1804 – 6 mei 1877)

Standbeeld in Helsinki

 

Doorgaan met het lezen van “Johan Ludvig Runeberg, Henriette Hardenberg, Albert Paris Gütersloh, Madame de Sévigné, Honorat de Bueil, Sandra Paretti, Reto Finger”

Rikkert Zuiderveld

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Rikkert Zuiderveld werd geboren in Groningen op 5 februari 1947. Zuiderveld groeide op in een onderwijzersgezin en kreeg bijna als vanzelfsprekend de liefde voor muziek en taal mee. Tijdens de middelbare schoolperiode hield hij zich bezig met het schrijven van gedichten en liedjes. Als student geschiedenis in Amsterdam leerde hij Jop Pannekoek kennen. Via hem kwam hij in contact met platenmaatschappij Philips, waarvoor hij in 1967 de lp “Achter Glas” opnam. Pannekoek bracht hem ook in contact met Elly Nieman. Al snel waren Elly en Rikkert een paar. Ze trouwden in 1968 en kregen drie kinderen. In de loop van hun carrière trad het zangduo naar buiten als wedergeboren christenen. Voor de in een socialistisch gezin opgegroeide Zuiderveld betekende dit een volledige bekering.

Abraham

Het is weer lammertijd. Het jongvee blaat
en springt en dartelt, zinderend van leven.
Zo ook de zoon die U mij hebt gegeven:
hij rent, zich niet bewust van enig kwaad,

met op zijn rug een stapel takkenbossen
gehoorzaam naar de berg die ik hem wijs.
Maar waarom hij? Of ik? En welke prijs,
welk offer is genoeg om te verlossen?

Bloed moet er vloeien, zoveel is wel zeker,
maar niet mijn jongen. Laat toch deze beker
aan mij voorbijgaan. Doods en doodsbenauwd

buig ik mijn kop, durf bijna niet te vragen:
zoek toch een lam dat deze last kan dragen,
geen vader legt zijn zoon ooit op het hout.

Rikkert Zuiderveld (Groningen, 5 februari 1947)

 

Philip Weiss

De Oostenrijkse schrijver Philip Weiss werd geboren op 5 februari 1982 in Wenen. Philip Weiss studeerde Germanistik, filosofie en Duits als vreemde taal aan de Universiteit van Wenen. Als een master’s thesis schreef hij een essay over deconstructivist Peter Handke’s A Sorrow Beyond Dreams. Na zijn afstuderen, in 2008, doceerde hij aan de universiteit van Bakoe, Azerbeidzjan. Zijn theatertekst “Egon”verscheen in 2008 bij Passagen Verlagen werd in het ​​Leopold Museum in Wenen gepresenteerd als een geënsceneerde lezing en performance. Weiss nam met zijn tekst “Blätterliebe” deel aan de Ingeborg Bachmann-prijs in 2009 en verraste met het feit dat hij aan het einde van de lezing een pagina van zijn tekst op at.

Uit: Blätterliebe

„Ich schreibe mit der linken Hand und streiche mit der rechten durch. Manchmal ist es anders. Ich schreibe dann mit der rechten Hand, die linke dient mir dazu durchzustreichen. An seltenen Tagen schreibe ich beidhändig, streiche beidhändig durch. Weshalb ich beinahe nur durchgestrichene Worte, Texte, Geschichten geschrieben habe, ich mir also eine ständig wachsende Sammlung ausgestellt unhaltbarer Sätze zugelegt habe. Nur in seltenen Fällen, wenn eine der Hände müde wird durch die Arbeit des ständigen Streichens, erschlafft, zuerst nachhinkt, zunehmend erlahmt, schließlich daliegt, auf dem Schreibtisch, und der Stift unberührt daneben, ungeöffnet, ebenso daliegt, sodass die andere, die schreibende Hand, in einer plötzlichen Freiheit, Improvisation, sich über das Papier zu bewegen beginnt, alle Vorsicht ablegt, sich überbietet in Unsinnigkeiten, Verrücktheiten, übermütig wird, immer weiter, wilder, so lange, bis die andere, die ihre Streicharbeit vernachlässigende Hand, sich notgedrungen wieder regt, widerständig wird und eingreift, diesem Spiel ein Ende zu machen versucht, den Füller ergreift, ihn zwischen Daumen und Zeigefinger öffnet und schließlich durchzustreichen beginnt, nur in diesen seltenen Fällen, diesem Fallen des Körpers also entstehen meine Texte. In dieser Nachlässigkeit, dieser Blöße des Körpers entstehen meine Texte. In dieser Reglosigkeit, Starre, nur in diesem Geschlampe des Körpers, in diesem Körpertheater entstehen meine Texte.“

Philip Weiss (Wenen, 5 februari 1982)