Hella Haasse, James Joyce, Eriek Verpale, Monica Camuglia, Michel Marc Bouchard

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

Uit: De scharlaken stad

„Hij wist nauwelijks hoeveel maanden er waren voorbijgegaan sinds zijn terugkeer in Florence. Hij had zich ingegraven in het werk, zoals een mol zich ingraaft in zijn onderaardse koker. Hij was blind en doof voor de buitenwereld. Toen hij, in Rome, onder het vaderlijk knikken en aanmoedigend gesticuleren van paus Clemens, tenslotte zijn handtekening zette onder het nieuwe contract met de heren Della Rovere, had hij beseft dat hij zichzelf onherroepelijk veroordeelde tot dwangarbeid. Hij was bereid slaaf te zijn, niets dan slaaf, verbeten te zwoegen aan zijn taak. Hij wist wel dat hij zich nooit bevrijd zou voelen van schuld vóór die taak beëindigd was. Maar waarom werd hem niet de genade gegund ongestoord te volbrengen wat hij zijn plicht achtte, ongestoord te boeten voor een oud verzuim? In een slotwoord, vóór de audiëntie beëindigd werd, had de paus het vonnis over hem uitgesproken, luid: ‘Het grafmonument wordt voltooid, heren, dat staat nu vast, onze waarde kunstenaar hier heeft het zojuist zwart op wit bevestigd, nu is deze onaangename kwestie wel uit de wereld hopen wij,’ en, fluisterend, alleen voor hém verstaanbaar: ‘maar vergeet intussen het werk aan de Medici-kapel niet, ik reken erop dat u zich ook houdt aan het contract dat u met mij gesloten hebt.’

Sindsdien weer die innerlijke verscheurdheid waarbij ieder ander leed in het niet verzonk. In zijn dromen rees Julius’ mausoleum voor hem op, gezwollen tot geweldige afmetingen, een groep van gestalten reikend tot in de wolken, Mozes, Paulus, Rachel en Lea, giganten van marmer, omhoog gestoten door de aarde zelf, zoals gebergten ontstaan. Langs de plooien van hun gewaden, reusachtige stenen riffen, trachtte hij omhoog te klimmen. een mier, een pover zwak wezen op trillende poten, hoger, hoger, tot waar de personificaties van hemel en aarde de sarcofaag hieven waarin zijn kwelgeest sliep, Julius, wiens hoogmoed hem dit had aangedaan. De macht van die paus-veroveraar verheerlijken, meer dan tien jaren na diens dood, op een tijdstip dat het pauselijk gezag een aanfluiting was en de veroverde gebieden beefden voor de komst van een nog gevreesder vijand – dat scheen hem méér dan dwaasheid, een smaad, een leugen.“

 


Hella Haasse (Batavia, 2 februari 1918)

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en mijn blog van 16 juni 2006 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Araby (Short story)

 

„North Richmond Street, being blind, was a quiet street except at the hour when the Christian Brothers’ School set the boys free. An uninhabited house of two storeys stood at the blind end, detached from its neighbours in a square ground. The other houses of the street, conscious of decent lives within them, gazed at one another with brown imperturbable faces.
The former tenant of our house, a priest, had died in the back drawing-room. Air, musty from having been long enclosed, hung in all the rooms, and the waste room behind the kitchen was littered with old useless papers. Among these I found a few paper-covered books, the pages of which were curled and damp: The Abbot, by Walter Scott, The Devout Communicant, and The Memoirs of Vidocq. I liked the last best because its leaves were yellow. The wild garden behind the house contained a central apple-tree and a few straggling bushes, under one of which I found the late tenant’s rusty bicycle-pump. He had been a very charitable priest; in his will he had left all his money to institutions and the furniture of his house to his sister.
When the short days of winter came, dusk fell before we had well eaten our dinners. When we met in the street the houses had grown sombre. The space of sky above us was the colour of ever-changing violet and towards it the lamps of the street lifted their feeble lanterns. The cold air stung us and we played till our bodies glowed. Our shouts echoed in the silent street. The career of our play brought us through the dark muddy lanes behind the houses, where we ran the gauntlet of the rough tribes from the cottages, to the back doors of the dark dripping gardens where odours arose from the ashpits, to the dark odorous stables where a coachman smoothed and combed the horse or shook music from the buckled harness. When we returned to the street, light from the kitchen windows had filled the areas.“

 

 

 

James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)

Standbeeld in Triëst

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Grasland

 

« Willem de Zwijger noemden ze hem in’t café. Ja jong, ge gaat dat niet geloven dat zulke mensen bestáán, maar ik heb het met mijn eigen ogen gezien en met mijn eigen oren gehoord, maar die zei dus nooit iets tegen de mensen hé, geen gebenedijd woord.
Ja, ge hebt zo van die mensen, hoe zal ik het expliceren. Ik niet. Ik ben helegans anders : ik klap gáárne, pas op, als ik tijd heb hé. Mijn Keuninkske, mijn vrouw, die zegt soms : ‘Maar zwijg nu toch ne keer, ik kan niet volgen.’ Want ze kijkt graag naar televisie hé. Ik niet. Al die soaps – zops, zeg ik altijd – al die zops, dat interesseert mij niet. Van den dienen mee den dienen, en dan krijgen ze ambras in ulder kot, of ze krijgen een kind, en dat is dan van een ander, ja santé, wat plezier dat de mensen dááraan vinden, ik weet het niet – het sop is de kolen niet waard zeg ik altijd, en heb ik gelijk, of heb ik géén gelijk ? Ge moogt het zeggen hoor, ge moogt het zeggen. Maar wat wilde ik nu vertellen ? Ja over diene mens daar in Den Trommel : over Willem de Zwijger. »

(…)

 

« Ja. Pas op, pas op, op zo nen bus, ge komt van alles tegen hé : zatteriken, Pier-Lieven-Ieres, studenten, poepkes van zestien mee ulder bloesje open, ge moet míj niets vertellen. Dat is zo een beetje gelijk hier aan’t loket, hier komt ge ook van alles tegen : Twis In de Zakken bijvoorbeeld, Schiz Bienen, Minschen klöter Ayen, – alle derhande soorten ras, ge moet mij wat vertellen, ik kenne het soortsjen. En Franke Biesten ! Ja, santé mijn ratse. Ge zoudt ze soms zo een doeffelinge willen kunnen geven, maar vechten, ík ? »

 

 

Eriek Verpale (Zelzate, 2 februari 1952)

Eriek Verpale met Moeder Zulma in haar café in De Katte, 1989.

 

  

 

De Zwitserse schrijfster Monica Camuglia werd geboren op 2 februari 1960 in St. Gallen. Zie ook mijn blog van 11 januari 2010 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Irrtum 2012

 

„Hier auf Filicudi hat das gemeinsame Stück Weg vor knapp vier Jahren, im Mai 2009, begonnen, als Lia, damals erst dreieinhalb Jahre alt, plötzlich aus der kleinen Gasse hinter der Pension mit ihm an der Hand auftauchte. Einige Male hatte ich diesen gedrungenen und blasshäutigen Mann mit dem zerfurchten Gesicht beobachtet. Er fiel mir primär durch seine in sich versunkene Präsenz auf. Irgendetwas schien ihn in Schach zu halten. Genau das machte mich neugierig, und gerade deswegen hätte ich ihn gerne angesprochen; aber die Gelegenheit bot sich irgendwie nicht. So war ich dann angenehm überrascht, als Lia Nathan zu mir an den Tisch begleitete und mir vorstellte. Vielleicht rührte mein Interesse an diesem Mann lediglich daher, dass ich hier sonst keine große Auswahl hatte? Im Mai finden nur wenige Touristen den Weg nach Filicudi; eine meditierende Gruppe, eine Hand voll Familien mit Kindern im Vorschulalter, ein Dutzend Singles mittleren Alters,

die wie ich über ihr eigenes Leben grübelten.

Allerdings galt Nathans ganze Aufmerksamkeit entweder einem Buch, seinem kleinen weißen Netbook, der Weite des Meeres oder seinen eigenen Gedanken. Alles andere schien an ihm vorbeizugehen.

Das leichte Wiegen in der Hängematte gibt mir ein ursprüngliches Gefühl von Geborgenheit. Ganz frei lass ich meine Gedanken fließen. Meinen eigenen Herzschlag kann ich in dieser Stille sogar wahrnehmen. Die Erinnerungen an jenen Nachmittag zaubern ein Lächeln auf mein Gesicht: Lia hatte

Nathan buchstäblich an der Angel und zog ihn hinter sich her zu mir an den Tisch. Wir Erwachsenen waren beide ziemlich verdattert.”

 


Monica Camuglia (St. Gallen, 2 februari 1960)

 

 

 

De Canadese toneelschrijver Michel Marc Bouchard werd geboren op 2 februari 1958 in Saint Coeur-de-Marie, Quebec. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Le Peintre des madones

 

„Marie-Louise Lisant le premier drap blanc.
L’homme et la femme se tiennent à distance. Un mariage de raison pour une dot ou un lopin de terre. Presque pas de mouvements. C’est un calme parfait. Les plis sont rares, quelques uns au centre. Ils sont courts. Sauf un grand qui m’intrigue. Les poils de l’homme sont souples et bien frisés. Les cheveux de la femme sont longs. Elle a une forte poitrine. Lui, il a de bonnes épaules. Ce sont des jeunes. Pas de cernes de salive, pas de traces de sueur,.pas d’écoulements impurs. Rien. Jeunes et déjà secs. Aucun signe des froissements du ronfleur qui se tourne et se retourne. Pas de rêves à voix haute. Secs et silencieux. Pas d’odeur de cologne. Même pas le musc du cheval qui les a amenés jusqu’ici. Secs, silencieux et inodores. Juste la grande plissure au centre qui m’intrigue. Le bras de l’homme a tenté de toucher à la femme. C’est ça. Il a tenté de la toucher. Sans se réveiller, sa main s’est avancée vers elle, malgré lui. Un contact nécessaire, plus fort qu’eux. D’après la profondeur du pli, son bras est resté près d’elle une bonne demi-heure. Je prédis qu’ils vont rester fidèles. (Lisant un autre drap.) Là, les traits habituels de la vieillesse ; les os des genoux, les os du bassin, les os des coudes, et le crâne sont bien marqués. Il dort courbé comme un nourrisson. La mort est proche. (Elle chiffonne le drap. Elle en lit un autre.) Les poings ont serré les draps. Fermement. Plein de petits plis. Beaucoup d’agitation. Aucune saleté d’un travail quelconque. Une odeur de savon d’église. Un jeune prêtre. Il est arrivé hier soir pour sa mission. Je vois un grand projet.“

 

Michel Marc Bouchard (Saint Coeur-de-Marie, 2 februari 1958)

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.