David Pefko

De Nederlandse schrijver David Pefko werd op 25 december 1983 geborenin Amsterdam.Hij debuteerde in Tirade en publiceerde in verschillende andere literaire tijdschriften. Op zijn website plaatst hij regelmatig nieuwe verhalen. Hij woont afwisselend in Amsterdam en Athene en werkt aan een tweede roman. In november 2009 verscheen zijn debuutroman „Levi Andreas“, die hij schreef in Griekenland nadat hij van school was gestuurd en kerstballen had ingepakt voor V&D. Levi Andreas is een roman over vluchten, leugens en bedrog. Wat slechts in kleine kring bekend is, is dat Pefko het personage Louis Nanet uit zijn duim zoog die op Facebook een geheel eigen leven leidt.

Uit: Het Voorseizoen

“Men vroeg mij voor het boekje dat u nu in uw handen houdt een begeleidende tekst te schrijven van ongeveer 490 woorden. Een soort introductie moest het zijn, een stukje waarin ik u zou vertellen hoe Het voorseizoen tot stand is gekomen. Door u deze mededeling te doen verspil ik nu al 70 woorden, maar maakt u zich geen zorgen, u heeft er straks nog ruim 130.000 van mij tegoed.

Waar het om gaat is dit: ik was ontslagen bij een allinclusive resort op het Griekse eiland Kos. De manager vond mij geen goede gastheer. Hij vond mij al helemaal geen goede ober. ‘Ga maar weg,’ zei hij met zijn handen in de lucht.

Het was tijdens het voorseizoen. De tijd waarin er vrijwel geen toeristen rondlopen en de meeste bars gesloten zijn. De mensen die je er tegenkomt zijn daar of per vergissing – ze hebben van een spetterende aanbieding gebruikgemaakt – of wonen er.

Door mijn plotse werkloosheid belandde ik in vrijwel lege bars en knoopte soms domweg gesprekken aan met geëmigreerde Engelsen en Duitsers, soms een verdwaalde Italiaan. Ze dronken veel en hun gespreksstof beperkte zich tot voetbal – waar ik niet van hou – en roddels over de bewoners van het eiland.

Op een avond wees een bargast me op een dikke kale Engelsman aan de bar. Steve scheen hij te heten. Hij was te voet gekomen, dat wist ik. Ik had hem licht gespannen en bezweet binnen zien komen en hoorde hem vertellen over de uitputtende tocht over de steile weggetjes.”


David Pefko
(Amsterdam, 25 december 1983)

Christmas Greetings 1941 (Marie Under)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest! 

 

 

 

De geboorte van Christus, Federico Barocci, rond 1597

 

 

 

Christmas Greetings 1941

I walk the silent, Christmas-snowy path
that goes across the homeland in its suffering.
At each doorstep I would like to bend my knee:
there is no house that knows not mourning’s sting.

The spark of anger flickers in sorrow’s ashes,
the mind is hard with anger, soft with pain:
there is no way of being pure as Christmas
on this white, pure-as-Christmas lane.

Alas, to have to live such stony instants,
to carry on one’s heart a coffin lid!
Not even tears will come now any more –
that gift of mercy also died and hid.

I’m like someone rowing backwards:
eyes permanently set on past –
backwards, yes – yet reaching home at last …
my kinsmen, though, are left without a home…

I always think of those who were torn from here…
The heavens echo with the cries of their distress.
I think that we are all to blame
for what they lack – for we have food and bed!

Shyly, almost as in figurative language,
I ask without believing it can come to pass:
Can we, I wonder, ever use our minds again
for sake of joy and happiness?

Now light and darkness join each other,
towards the stars the parting day ascends.
The sunset holds the first sign of the daybreak –
It is as if, abruptly, night expands.

All things are ardent, serious and sacred,
snow’s silver leaf melts on my lashes’ flame,
I feel as though I’m rising ever further:
that star there, is it calling me by name?

And then I sense that on this day they also
are raising eyes to stars, from where I hear
a greeting from my kinsfolk, sisters, brothers,
in pain and yearning from their prison’s fear.

This is our talk and dialogue, this only,
a shining signal – oh, read, and read! –
with thousand mouths – as if within their glitter
the stars still held some warmth of breath inside.

The field of snow dividing us grows smaller:
of stars our common language is composed….
It is as if we d started out for one another,
were walking, and would soon meet on the road.

For an instant it will die away, that ‘When? When?’
forever pulsing in you in your penal plight,
and we shall meet there on that bridge in heaven,
face to face we’ll meet, this Christmas night.

 

Vertaald door Leopoldo Niilus en David McDuff

 

 

Marie Under (27 maart 1883 – 25 september 1980)


Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

 

 

Quentin Crisp, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Ute Erb, Christian Geissler, Alfred Kerr

De Engelse schrijver, acteur en homoactivist Quentin Crisp werd geboren als Denis Charles Pratt op 25 december 1908 in Sutton, Surrey. Zie ook mijn blog van 25 december 2006 en ook mijn blog van 25 december 2007 en ook mijn blog van 25 december 2008 en ook mijn blog van 25 december 2009. 

 

Uit: The Bell Diaries (January 1997)

 

„As all New Yorkers know The Native has folded. With it Christopher Street, Theatre Week, and Opera Monthly are also no more. I deeply regret their demise. I used to think it so encouraging that Mr. Steele had become a kinky Lord Beaverbrooke at such an early age. It is not of course from any fault of his that his empire has collapsed, but simply because now that kinkiness has become mainstream the unique appeal of such papers as The Native has become obsolete. The “shocking” things it said can now be read in The New York Times, The Wall Street Journal and other respectable daily papers.
Finding myself an orphan, so to speak, I have been instructed by a Mr. Bell to write my diary on Internet. Mr. Bell is employed by — or possibly owns — the brewery in Perth, Scotland, which has adopted the ruse of producing a whisky with my name and my photograph on the label, in an attempt to win the “gay” liquor market of the world. This new enlarged readership of my humble diary alters irrevocably the rather parochial (if it is possible to think of Manhattan as a parish) nature of my diary. What I asked myself could I possibly write that would amuse and inform the whole world?
To start in a small way, I have seen a play called Making Porn to which I was taken by a young man my agent calls “my millionaire”. It contains inevitably a lot of well-endowed young men simulating various sex acts, the sight of which I was prepared to greet with a puritanical yawn when a plot emerged. The hero, a man called “Blue Blake” (I think) has a girlfriend (Joanna Keylock) to whom he has represented the films in which he stars as “educational.” She is suspicious and demands to see one of them being made. The experience tells her that her lover and his outstanding equipment are the essential ingredients of the film.“

 

 

Quentin Crisp (25 december 1908 – 21 november 1999)

 

Doorgaan met het lezen van “Quentin Crisp, Tununa Mercado, Sabine Kuegler, Ute Erb, Christian Geissler, Alfred Kerr”

Friedrich Wilhelm Weber, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Gerhard Holtz-Baumert

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook mijn blog van 25 december 2006 en ook mijn blog van 25 december 2008 en ook mijn blog van 25 december 2009.

 

Abendläuten

 

Der Klausner hat sein Werk vollbracht,

Sein Glöcklein läutet: Gute Nacht;

      Ave Maria, Amen!

 

Und wie er betet, wie er sinnt,

Fortsäuselt es im Abendwind:

      Ave Maria, Amen!

 

Es säuselt durch den stillen Wald,

Und fern im Grund die Antwort schallt:

      Ave Maria, Amen!

 

Es singt und klingt von Tal zu Tal,

Von Dorf zu Dorf vielhundertmal:

      Ave Maria, Amen!

 

Und weiter über Stadt und Strom,

Vom niedern Turm, vom hohen Dom:

      Ave Maria, Amen!

 

Und wie die Sonne westwärts zieht,

Durch Land und Meer erklingt das Lied:

      Ave Maria, Amen!

 

Es folgt ihr nach von Ort zu Ort,

Ins Abendland und immerfort:

      Ave Maria, Amen!

 

Es läutet um das Erdenrund

Zu jeder Zeit, zu jeder Stund‘:

      Ave Maria, Amen!

 

Es läutet um die weite Welt

Und schwingt sich auf zum Himmelszelt:

      Ave Maria, Amen!

 

Der Stern, der sich dem Sterne naht,

Er ruft ihm zu seinem Pfad:

      Ave Maria, Amen!

 

Und in der Sphären Lobgesang

Erschallt der Gruß mit hellem Klang:

      Ave Maria, Amen!

 

Die Engel all an Gottes Thron,

Sie singen zu der Harfe Ton:

      Ave Maria, Amen!

 

Und all der Sel’gen lichte Reih’n;

Sie neigen sich und stimmen ein:

      Ave Maria, Amen!

 

So klingt es fort durch Raum und Zeit

Und klingt in alle Ewigkeit:

      Ave Maria, Amen!

 

Der Klausner hat sein Werk vollbracht,

Das Glöcklein läutet: gute Nacht;

      Ave Maria, Amen!

 

 

Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894) 

Geboortehuis in Alhausen, nu Friedrich-Wilhelm-Weber-Museum

 

 

Doorgaan met het lezen van “Friedrich Wilhelm Weber, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Gerhard Holtz-Baumert”