Angelika Schrobsdorff, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst

De Duitse schrijfster Angelika Schrobsdorff werd geboren op 24 december 1927 in Freiburg im Breisgau. Zie ook mijn blog van 24 december 2008 en ook mijn blog van 24 december 2009.

 

Uit: Wenn ich dich je vergesse, oh Jerusalem . . .

 

“Es begann alles so hoffnungsvoll. Viele neue Hotels wurden gebaut, eins häßlich-pompöser als das andere, Straßen wurden verbreitert und frisch asphaltiert, Plakate an allen Ecken und Enden angebracht: »Jerusalem 2000«.

Dabei war Jerusalem eine rein jüdische Stadt – wie immer wieder unter Beweis gestellt wird –, nach jüdischem Kalender nicht zwei-, sondern fünftausendsiebenhundertsechzig Jahre alt. Aber man richtete sich in diesem Fall eben nach der christlichen Zeitrechnung, denn die Christen würden das Geld bringen, in den häßlich-pompösen Hotels wohnen und in die Restaurants gehen, in denen die schon vorher unverschämten Preise rasch noch um ein Weiteres in die Höhe schossen.

In Bethlehem, wo sich die Festlichkeiten konzentrieren sollten, Feuerwerk abgeschossen, 2000 weiße Tauben gen Himmel geschickt, Chöre singen und Arafat eintreffen würden, herrschte Chaos. Auch dort wurde gebaut, renoviert und verschönert. Die seit Jahrzehnten nicht mehr ausgebesserte Hauptstraße in ihrer ganzen Länge und der große Platz vor der Geburtskirche, den man bis dahin als Park- platz für zahllose Autos und Busse mißbraucht hatte, waren aufgerissen worden, damit sie sich am Stichtag in neuem Glanz präsentieren könnten. Aber dieser Moment schien noch sehr weit, und verfrühte, verstörte Besucher mußten sich durch dröhnende Baumaschinen, Staubwolken und Geröll ihren Weg bahnen.

»Bethlehem 2000 welcomes you«, hieß es auf einem Transparent am Ortseingang. Euphemia, meine christlich-palästinensische Putzfrau, die mich seit siebzehn Jahren, trotz Intifada und Golfkrieg, Straßen- und Ausgangssperren, nicht einen Tag versetzt hat,war sich der großen Stunde des »Heiligen Landes« gewiß: »Sechs Millionen werden kommen«, kreischte sie beglückt, »sechs Millionen Pilger und Touristen aus der ganzen Welt, Americans and Russians, Clinton und . . .«, der Name des russischen Staatschefs fiel ihr nicht ein.

»Wie kommst du auf sechs Millionen?« fragte ich argwöhnisch. Sollte diese ominöse Zahl bis in die palästinensischen Gebiete gedrungen sein und dort als Maßstab freudiger Ereignisse gelten?”

 

 

Angelika Schrobsdorff  (Freiburg im Breisgau, 24 december 1927)

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Karel Glastra van Loon werd geboren in Amsterdam op december 1962. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2008 en ook mijn blog van 24 december 2009.

 

Uit: Lisa’s adem

 

“Ze drinken rode wijn uit limonadeglazen. Hij heeft de wijn verzorgd, zij de glazen. Haar huishouden is nogal incompleet, zoals haar hele leven.

Ze zegt: ‘Op een nacht deed ik de deur van Lisa’s kamer open, omdat ik licht zag branden. Lisa had haar haren geverfd en opgestoken, ze droeg grote zilveren oorbellen en een zilveren ketting om haar hals. Ze zag eruit als een Spaanse schone. Om haar polsen en enkels rinkelden zilveren armbanden. Ze droeg een witte jurk met kanten rokken en een lijfje dat met zijden borduurwerk was versierd. Ze danste op onhoorbare muziek. Ik stond in de deuropening en keek naar haar: hoe ze in haar handen klapte, hoe ze om haar as draaide, hoe ze haar voeten bewoog, alsof ze over scherpe kiezels liep. Lisa? vroeg ik, Lisa, wat doe je? Maar ze hoorde me niet, of ze negeerde me. Dus kon ik niets anders doen dan kijken, want me bewegen lukte niet. Ik kan me nooit bewegen in mijn dromen, jij?’

Maar nu is hij het die haar niet hoort, of haar negeert, omdat hij in gedachten nog bij Lisa is, in haar witte jurk, met haar zilveren sieraden, het zijden borduursel waaronder hij haar lichaam weet. Hij trekt zijn been terug en drukt zich dieper in de kussens van de bank. En zij bemerkt het effect van haar woorden en zwijgt.

Na een lange stilte herneemt hij zichzelf met een grap.

‘Weet je hoe Lisa een tongzoen noemde?’

Ze weet het niet.

‘Een slakkendans.’

Hoe kan het, denkt Sophie, dat ze nooit van het bestaan van deze jongen heeft geweten? En waarom heeft het zeven jaar moeten duren voordat hij haar vond, of zij hem? Talm – zo’n naam vergeet je niet. Maar ze kan zich niet herinneren dat Lisa het ooit over hem heeft gehad. Ze zegt: ‘Hoelang kenden jij en Lisa elkaar?’

‘Een paar maanden, anderhalf jaar.’

‘Anderhalf jaar of een paar maanden?’

‘Zij kende mij een paar maanden, maar ik kende haar al anderhalf jaar.’ Hij lacht verontschuldigend. ‘Ik ben niet zo doortastend.’

‘Hoe heb je het destijds gehoord, over Lisa?’

‘Ik hoorde niks, dat was het ‘m juist. Ik belde, maar niemand nam op. Ik kwam naar jullie huis, maar niemand deed open. Van een buurvrouw hoorde ik dat jullie terug waren van vakantie, dat wil zeggen: jij en Sebastiaan. Lisa had ze nog niet gezien.’

Hij kijkt haar aan. ‘Jullie waren onbereikbaar.’

Ze zegt: ‘We waren er wel, maar we waren er ook niet. Ik bedoel’

‘Ik geloof dat ik het nu wel begrijp. Maar toen begreep ik er helemaal niets van.’

‘Nee, natuurlijk niet.’

Ze kijken beiden een tijdje zwijgend voor zich uit. Dan grinnikt de jongen zachtjes.”

 

 

Karel Glastra van Loon (24 december 1962 – 1 juli 2005)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Dana Gioia werd op 24 december 1950 in Los Angeles geboren. Zie ook mijn blog van 24 december 2006  en ook mijn blog van 24 december 2007 en ook mijn blog van 24 december 2008 en ook mijn blog van 24 december 2009.

 

Planting A Sequoia 

 

All afternoon my brothers and I have worked in the orchard,

Digging this hole, laying you into it, carefully packing the soil.

Rain blackened the horizon, but cold winds kept it over the Pacific,

And the sky above us stayed the dull gray

Of an old year coming to an end.

 

In Sicily a father plants a tree to celebrate his first son’s birth–

An olive or a fig tree–a sign that the earth has one more life to bear.

I would have done the same, proudly laying new stock into my father’s orchard,

A green sapling rising among the twisted apple boughs,

A promise of new fruit in other autumns.

 

But today we kneel in the cold planting you, our native giant,

Defying the practical custom of our fathers,

Wrapping in your roots a lock of hair, a piece of an infant’s birth cord,

All that remains above earth of a first-born son,

A few stray atoms brought back to the elements.

 

We will give you what we can–our labor and our soil,

Water drawn from the earth when the skies fail,

Nights scented with the ocean fog, days softened by the circuit of bees.

We plant you in the corner of the grove, bathed in western light,

A slender shoot against the sunset.

 

And when our family is no more, all of his unborn brothers dead,

Every niece and nephew scattered, the house torn down,

His mother’s beauty ashes in the air,

I want you to stand among strangers, all young and emphemeral to you,

Silently keeping the secret of your birth.

 


Dana Gioia (Los Angeles,  24 december 1950)

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Henriette Roland Holst-van der Schalk werd geboren op 24 december 1869 in Noordwijk. Zie ook mijn blog van 24 december 2006 en ook mijn blog van 24 december 2007 en ook mijn blog van 24 december 2008 en ook mijn blog van 24 december 2009. 

 

Uit: Het innerlijk rijk

 

XIV

 

Leer stil zijn en leer niets doen en leer wachten:
’t geheim der sterken school altijd daarin,
dat zij zich instelden op lange drachte’ en
intoomden d’ ongestuime dadenzin.

 

Niet ’t wachten der praatgragen zij het onze,
die, sprekend aldoor over wat zal zijn,
intusschen inslurpen als grage sponzen,
met lijf en ziel den heeten levenswijn,

 

maar ’t dadenrijke wachten van wie maken
wachtend, zichzelven èn het levensveld
anders, wie niet uitstellen het ontwaken
tot een bazuinroep door de heuvlen zwelt.

 

Zij voor wie alle dage’ en alle uren
de eeuwigheid breekt door den tijd
en die houden aldóór bij de kampvuren
zwijgende wacht, te gaan bereid.

 

 

Verlangens 1

 

Van ’t parlemoer de allereerste tinten,
en die van schelpe’ en bloemen kiest de dag,
om zich nu mee te tooien en ’t begin te
vieren van het seizoen van zang en lach.

 

En ook het hart bindt nu zijn lichte en blijde
belevingen tot een ruiker bijeen:
’t leert weer op vreugdevolle maten rijden,
’t rijdt op hen over zorg en twijfel heen.

 

De weergeboorte en het groot herleven
van nature stort door ons uit haar kracht:
wij zijn haar kindren nog gebleve’ al
zwierf van haar weg dit hoogmoedig geslacht.

 

 

Henriette Roland Holst (24 december 1869 – 21 november 1952)