Emily Dickinson, Jorge Semprún, Nelly Sachs, Gertrud Kolmar

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 10 december 2006 en ook mijn blog van 10 december 2007 en ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009.

Het was haar laatste Zomer- 

Het was haar laatste Zomer-
Wij hadden geen idee-
Het was of zachter ijver Haar
Doorstroomde, dachten Wij

Een nieuwe levenskracht
Gevormd van binnenin-
Maar Dood bracht licht in korte duur
En spoed werd helder toen-

Was elk van ons zo blind geweest
Toen er niets was te zien
Dan Haar Carrara Richtingbord-
Voor onze Botheid sein-

Toen onze Drukke Liefste dof
Doffer dan wij daar lag-
Was zij zo druk met –eindigen-
Wij –zo op ons gemak-

 

Ik zie graag Doodsnood in een blik

Ik zie graag Doodsnood in een blik,
Omdat ik weet – ’t is echt –
Stuiptrekken simuleer je niet,
Je speelt, geen Doodsgevecht –

Het oog verglaast eens – dat is Dood –
Geen die de Kralen veinst
Die alledaagse Zielenangst
Dan op het voorhoofd rijgt.
Vertaald door Peter Vestegen

 

Op drift

Op drift! Een kleine boot op drift!
En de nacht valt snel!
Loodst niemand een kleine boot
Naar de haven, veilig en wel?

Naar zeelui zegden – gisteren nog –
In de schemering bruin als grog
Kon een kleine boot niet meer mee
En zonk en zonk in zee.

Naar engelen zegden- gisteren nog –
Bij dageraad jong en rood
Een kleine boot – overspoeld bijwijlen –
Rechtte zijn mast – hees de zeilen –
En won vaart – in triomf!

 

Vertaald door Lepus

 

‘Geheimen’ is een dagelijks woord

‘Geheimen’ is een dagelijks woord
Toch bestaat het niet –
Gedempt – verdoezelt het vermoedens –
Gemompeld – wordt het stil –
Gekerkerd in het Menselijk Hart
Liggen onbetwist geheimen –
Maar het Rooster is te hecht –
Niets met Tong of Oor –
Vertrekt – of kan er door –
Geheimen opgestapeld daar
Verschijnen slechts één keer – en stom –
Op hun weg naar het Graf –
Vertaald door Rosmarie Blaauboer

 

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Emily Dickinson, Jorge Semprún, Nelly Sachs, Gertrud Kolmar”

Karl Heinrich Waggerl, Carolyn Kizer, Pierre Louÿs, Rumer Godden

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009.

Uit: Die stillste Zeit im Jahr 

„Immer am zweiten Sonntag im Advent stieg der Vater auf den Dachboden und brachte die große Schachtel mit dem Krippenzeug herunter. Ein paar Abende lang wurde dann fleißig geleimt und gemalt, etliche Schäfchen waren ja lahm geworden, und der Esel mußte einen neuen Schwanz bekommen, weil er ihn in jedem Sommer abwarf wie ein Hirsch sein Geweih. Aber endlich stand der Berg wieder wie neu auf der Fensterbank, mit glänzendem Flitter angeschneit, die mächtige Burg mit der Fahne auf den Zinnen und darunter der Stall. Das war eine recht gemütliche Behausung, eine Stube eigentlich, sogar der Herrgottswinkel fehlte nicht und ein winziges ewiges Licht unter dem Kreuz. Unsere Liebe Frau kniete im seidenen Mantel vor der Krippe, und auf der Strohschütte lag das rosige Himmelskind, leider auch nicht mehr ganz heil, seit ich versucht hatte, ihm mit der Brennschere neue Locken zu drehen. Hinten standen Ochs und Esel und bestaunten das Wunder. Der Ochs bekam sogar ein Büschel Heu ins Maul gesteckt, aber er fraß es ja nie. Und so ist es mit allen Ochsen, sie schauen nur und schauen und begreifen rein gar nichts.

Weil der Vater selber Zimmermann war, hielt er viel darauf, daß auch sein Patron, der heilige Joseph, nicht nur so herumlehnte, er dachte sich in jedem Jahr ein anderes Geschäft für ihn aus. Joseph mußte Holz hacken oder die Suppe kochen oder mit der Laterne die Hirten einweisen, die von überallher gelaufen kamen und Käse mitbrachten oder Brot oder was sonst arme Leute zu schenken haben.

Es hauste freilich ein recht ungleiches Volk in unserer Krippe, ein Jäger, der zwei Wilddiebe am Strick hinter sich herzog, aber auch etliche Zinnsoldaten und der Fürst Bismarck und überhaupt alle Bestraften aus der Spielzeugkiste.

Ganz zuletzt kam der Augenblick, auf den ich schon tagelang lauerte. Der Vater klemmte plötzlich meine Schwester zwischen die Knie, und ich durfte ihr das längste Haar aus dem Zopf ziehen, ein ganzes Büschel mitunter, damit man genügend Auswahl hatte, wenn dann ein golden gefiederter Engel darangeknüpft und über der Krippe aufgehängt wurde, damit er sich unmerklich drehte und wachsam umherblickte.“

 

Karl Heinrich Waggerl (10 december 1897 – 4 november 1973)

 

Doorgaan met het lezen van “Karl Heinrich Waggerl, Carolyn Kizer, Pierre Louÿs, Rumer Godden”

Jacquelyn Mitchard, Thomas Lux, Clarice Lispector, Ara Baliozian, Christine Brückner

De Amerikaanse schrijfster Jacquelyn Mitchard werd geboren in Chicago, Illinois, op 10 december 1951. Zie ook mijn blog van 10 december 2008 en ook mijn blog van 10 december 2009.

 Uit: Christmas, Present 

„For weeks, he’d pestered himself over the fact that he couldn’t remember whether this anniversary was the fourteenth or fifteenth. He would later regret the silliness, the mulling. He might have spent more time with the girls, taken the week off from work, made enormous resolutions and gestures of consummate intimacy. Still, even in hindsight, a fourteenth anniversary sounded routine, neither a rung on the ladder midway toward a golden sunset nor an observation blushingly fresh and new.

A fourteenth anniversary, like, perhaps, a forty-second birthday, didn’t seem to demand so much commemoration.

But one more year would be a landmark! Somehow, to have survived in relative peace and periodic delight for a decade and a half — through the arid, sandy-eyed numbness of sleep deprivation after the girls’ births, the unexpected and brutal death of his mother, the long, anxious week waiting for the results of the withdrawal of a microscopic bite of tissue from Laura’s breast, Annie’s meningitis (ten days during which neither of them finished a single meal, together or separately) — seemed to confer a certain status on this marriage. A marriage of substance, which few of their friends could boast. Fifteen years of marriage in full would cry out for a slam-bang celebration. A high school reunion equivalent, a renewal of vows with Laura at the Wee Kirk o’ the Heather in Las Vegas, Prada boots, costing half a week’s pay, or a (very brief) cruise to the West Indies.

He thought, by using a ruse, he might question his mother-in-law, Miranda, inventing some twaddle about checking Laura’s sizes (men being universally forgiven, even coddled, for ignorance in such matters).“


Jacquelyn Mitchard (Chicago, 10 december 1951)

 

 

Doorgaan met het lezen van “Jacquelyn Mitchard, Thomas Lux, Clarice Lispector, Ara Baliozian, Christine Brückner”