Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Alexis Wright, Arturo Pérez-Reverte

De Nederlandse schrijver Maarten ’t Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook mijn blog van 25 november 2006en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: De som van misverstanden: De wilde ganzen van Selma Lagerlöf

 

“Nooit kan ik in voor- of najaar wilde ganzen zien overtrekken zonder aan de wonderbare reis van Niels Holgersson te denken. Maar dat is niet altijd zo geweest. Als kind wilde ik het boek over Niels Holgersson niet lezen. Ik had gehoord dat er sprekende dieren in voorkwamen en daarvan had ik vanaf mijn prilste jeugd een grote afkeer. Hoe ik aan dat ongelukkige en eigenaardige vooroordeel kwam weet ik niet maar ik weet wel dat ook Niels Holgerssons wonderbare reis taboe voor me was om die reden. Maar omdat ik vaak, noodgedwongen, bij gebrek aan boeken die ik echt graag wilde lezen soms moest uitwijken naar boeken die ik graag had dicht gelaten (maar het verlangen om te lezen was altijd sterker dan het slechtste boek) kwam er een zondag waarop ik het boek leende van een neef die niets anders voor me had en wrevelig begon ik te lezen. Het is vreemd dat die wreveligheid op zondag zo merkwaardig harmonieerde met het begin van Niels Holgersson. Daardoor leek het wel alsof ik over mij zelf las en dat gevoel werd nog versterkt toen ik de naam Maarten (zo heet immers de tamme ganzerik) aantrof. Als kind – en ik denk dat dat voor alle kinderen geldt en het is iets omrekening mee te houden als men een kind een boek cadeau geeft – vond ik niets zo heerlijk als het feit dat een persoon uit een boek Maarten heette en ik heb het altijd maar moeilijk kunnen verkroppen dat ik niet één kinderboek kende met een Maarten als hoofdpersoon. Zelfs De Waterman van Van Schendel, later, kon dat niet meer goedmaken.

Lezend in Niels Holgersson bemerkte ik al spoedig dat de dieren zich erin gedroegen zoals zij zich in werkelijkheid, al naar hun aard gedragen. Selma Lagerlöf heeft zich bijzonder precies gehouden aan hetgeen rond 1900 bekend was over het gedrag van dieren. Daar zij uit eigen waarneming en op grond van vrij uitgebreide studies goed op de hoogte was van het gedrag van dieren, is een werk ontstaan waarin maar heel weinig feitelijke onjuistheden voorkomen.”

 

 

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

De Nederlandse schrijfsterConnie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook mijn blog van 25 november 2006 en ook mijn blog van 25 november 2007en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: Luzifer (Vertaald door Hanni Ehlers)

 

Das Wissen um den Tod ist ein Wissen, das mit anderen geteilt werden muss. Es ist zu schwer, als dass man es allein tragen könnte, und zu sensationell, um es zu verschweigen. So, wie sich ein Schauspieler auf die Wirkung bestimmter Passagen auf sein Publikum freut, freuen sich die Lebenden auf den Eindruck, den eine unerwartete Todesnachricht auf einen noch Unwissenden machen wird. Das ist nicht schlimm, das ist menschlich. Jemand, der sich nicht an so einer Neuigkeit weiden möchte und aus Pietät schweigt, macht sich zum Außenseiter. Nur die nächsten Angehörigen des Toten würden gerne schweigen, um mit ihrem Lieben auch im Tod innig allein zu sein, jeder andere möchte den Tod mitteilen, am liebsten als Erster. Er möchte die Bestürzung hervorrufen, die er selbst empfunden hat, als ihn die Todesbotschaft erreichte. Er möchte die Tiefe des Schauderns und der Erschütterung ausloten, um immer wieder darin einzutauchen. So oft und so lange wie möglich möchte er diesen freien Fall wiederholen. Deshalb reisen schlechte Nachrichten schnell. Das hat nichts damit zu tun, dass man sich am Leiden weidet, sondern was lockt, ist die Gemeinschaft des Schauderns, in ihr wollen sich alle zusammenfinden. Und in dieser Gemeinschaft ist der ehrfurchtgebietende Tod König, und vor diesem einsamen Herrscher verneigt man sich demütig.“

(…)

 

„… er schaut ängstlich und fasziniert die wilde Bekümmerung von Mica van Hoorn an. Je lauter sie weint, desto herzloser und kälter kommt er sich vor, als kühler Beobachter, der Verhalten, Bewegungen und Laute registriert, um sie irgendwann einmal in einem Theaterstück verwenden zu können. Zu Emotionen, wie er sie hier zu sehen glaubt, hält er sich selbst nicht für fähig. Weil er sich zu lauten, exaltierten Frauen hingezogen fühlt, hat sich bei ihm der Irrglaube festgesetzt, seine Ruhe und sein stummes Zusehen sprächen für seine Gefühlsarmut.“

 


Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955
)

 

 

 

De Australische (Aboriginal) schrijfster Alexis Wright werd geboren op 25 November 1950 in de Gulf of Carpentaria. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit : Carpentaria

 

„This tidal river snake of flowing mud takes in breaths of a size that is difficult to comprehend. Imagine the serpent’s breathing rhythms as the tide flows inland, edging towards the spring waters nestled deeply in the gorges of an ancient limestone plateau covered with rattling grasses dried yellow from the prevailing winds. Then with the outward breath, the tide turns and the serpent flows back to its own circulating mass of shallow waters in the giant water basin in a crook of the mainland whose sides separate it from the open sea.

To catch this breath in the river you need the patience of one who can spend days doing nothing. If you wait under the rivergum where those up-to-no-good Mission-bred kids accidentallyhanged Cry-baby Sally, the tip of the dead branch points to where you will see how the serpent’s breath fights its way through in a tunnel of wind, creating ripples that shimmer silver, similar to the scales of a small, nocturnal serpent, thrashing in anger whenever the light hits its slippery translucent body, making it writhe and wrench to escape back into its natural environment of darkness.

The inside knowledge about this river and coastal region is the Aboriginal Law handed down through the ages since time began. Otherwise, how would one know where to look for the hidden underwater courses in the vast flooding mud plains, full of serpents and fish in the monsoon season? Can someone who did not grow up in a place that is sometimes underwater, sometimes bone-dry, know when the trade winds blowing off the southern and northern hemispheres will merge in summer? Know the moment of climatic change better than they know themselves? Who fishes in the yellowcoloured monsoonal runoff from the drainages, with sheets of deep water pouring into the wide rivers swollen over their banks, filling vast plains with flood waters? The cyclones linger and regroup, the rain never stops pouring, but the fat fish are abundant.“

 


Alexis Wright (Gulf of Carpentaria, 25 November 1950)

 

 


De Spaanse schrijver
Arturo Pérez-Reverte werd geboren op 25 november 1951 in Cartagena. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: Purity Of Blood (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

“That day there were bullfights in the Plaza Mayor, but constable Martín Saldaña’s festive fire had been doused. A woman had been found in a sedan chair in front of the church of San Ginés, strangled. In her hand was a pouch containing fifty escudos and a handwritten, unsigned note bearing the words, For masses for your soul.

A pious old woman on her way to early church had found the body. She advised the sacristan, and he had informed the parish priest who, after a hurried absolution, sub conditione, made a report to the authorities. By the time the chief constable showed up to make his token appearance in the small plaza of San Ginés, local residents and curious bystanders were milling around the sedan chair. The chair and its contents had become the object of a local pilgrimage, and a number of Saldaña’s catchpoles were needed to hold back the crowd while the judge and the scribe drew up their documents and Martín Saldaña made his cursory examination of the corpse.

The chief constable set about his task in the most leisurely fashion, as if he had time to burn. Perhaps it was because of his history as a former soldier—he had served in Flanders before his wife (at least it was said it had been she) obtained his present position for him. In any case, Madrid’s chief constable went about his duties at a pace that a certain satiric poet—the gifted-in-wealth-as-well-as-talent Ruiz de Villaseca—had described in a poisonous décima as paso de buey, an ox’s pace. It was a clear allusion to the lethargy with which the chief constable picked up his staff of office, or attempted to parry the staffs his wife welcomed. In any case, if it is true that Martín Saldaña was slow in certain things, he was definitely not so when it came to drawing his sword, or dagger, or poniard, or the well-oiled pistols he was wont to wear in his waistband—all of which clanged like sounds issuing from a smithy.”

 


Arturo Pérez-Reverte (Cartagena, 25 november 1951)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e november ook mijn vorige blog van vandaag.