Augusta de Wit, Joseph Zoderer, Ba Jin, Isaac Rosenberg, José Eça de Queiroz, Lope de Vega

De Nederlandse schrijfster Augusta de Wit werd geboren in Sibolga (Sumatra) op 25 november 1864. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

 Uit: Orpheus in de dessa

 

“Hij wachtte, elken voorbijtrekkenden toon naluisterend, of de vlucht van geluiden zich niet zou schikken tot een melodie. Maar éen voor éen kwamen ze nog steeds er aan scheren, elk op zich zelf in zijn eigen zuivere volheid uitklinkend. Geen die door een vorig getemperd werd, geen die in een volgend vervloeide; zonder merkbare modulatie of maat.

Als vallende droppels.

Nu! nu op dien hoogen, langaangehouden toon die trilde, of hij nog even stil wilde blijven, voor hij opschietend de hoogte invloog! Nu moest de melodie beginnen!

Maar het daalde weer, daalde, bleef een lange seconde hangen, en begon dan op en neer te wiegelen, op en neer, in langzame zwevingen.

Als het gemurmel van een beek, die voort wil over de steenen, en soms, met een iets sterkere golf, stroomt zij er overheen, en soms, weer neergezegen, vloeit zij er langs, er komt geen bruisen, er komt geen stokken, er komt geen eind aan het kabbelend geklok; zoo vloeide het fluitedeuntje voort, in effen bestendigheid, onwillekeurig, onaandoenlijk, zichzelven onbewust – een natuurgeluid kabbelend over menschelijke lippen, waar de slag in beeft van het purperen hart.

De instinctief-gevoelde tegenstelling lokte den luisteraar met de bekoring, waarmede het onbegrijpelijke ons lokt, – elk onbegrijpelijk ding, ook het schijnbaar nietigste – een duizelige schrede nader lokt tot die afgrond-diepe onbegrijpelijkheid van het eigen bestaan.

Maar hij meende dat ’t slechts nieuwsgierigheid was naar den onzichtbaren fluitspeler, die hem den nacht in trok.

‘Waar mag hij wel zitten?’

Hij tuurde of hij niet ergens een donkere gedaante ontwaarde.

Het was zoo licht, dat op het tuinpad elk wit kiezelsteentje afzonderlijk blonk. Het bamboe-boschje, doorgloord van manelicht, vervloot in nevelige glanzen en doorschijnende donkerheid. Luchtig als een wolk hing het boven het nauw-beschaduwde gras.

Daarbuiten, langs het stille fabrieksplein, schemerden de woningen der employés met witte pilaren door de looverduisternis der tuintjes.

Hij ging den landweg op, die langs de rivier loopt; de tamarinden van den oever wierpen er luchtige grijze teekeningen over.”

 

 

Augusta de Wit (25 november 1864 – 9 februari 1939) 

Sibolga, Sumatra

 

De Duitstalige (Italiaanse) dichter en schrijver Joseph Zoderer werd geboren op 25 november 1925 in Meran in Zuid-Tirol. Zie ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

Uit: Liebe auf den Kopf gestellt

 

Klebt demnächst dein Atem/ von Blütenstaub/
ist es nicht das Angstblut/ der vergangenen
Nacht/ Greif in das Gelb/ der Forsythien/ tarne
dich/ mit der Lust des Aprils/ bald
kannst du deine Winterlügen/ mit Apfelblüten
zudecken/ Vielleicht nimmt dich/ ein
grippekranker Kormoran mit/ in sein Krankenbett

 

Vor deiner nimmersatten Hingabe/ verfällt
meine Zerstreutheit ins Hüsteln/ Ich könnte
wie du öffentlich oder geheim/ saftigen Waldklee
kauen/ dieses Wundermittel gegen Ängstlichkeit/
und die Fichtennadeln – grün oder braun -/helfen die
gegen das unerlaubte Gähnen/ der Phantasie?/
Was wenn jeder Kuß/ eine Narbe hinterläßt/ auf
der Innenseite der Haut?/ Vergiß nicht
die Tiefe/ aus der das Hüsteln steigt/ Unergründlich
das Dunkel und doch rationiert/ wie Milch
und Brot zur Kriegszeit/ Wir werden uns eindecken
müssen/ auf dem Schwarzmarkt der Liebe

 

Drei oder vier Gitarrensaiten/ es sind doch meine?/
hängen/ zwischen Lunge und Leber mir/ ich
bin nicht gar so musikalisch/ aber die Mauersegler
wippen daran/ als hätten sie Seile/ zum Musizieren/
Ich liege auf dem Rücken/ weit weg vom letzten Sommer/
Zwischen der einen und der anderen Gitarrensaite
schiebt sich/ ein Schiffskiel durch die Häuserwände/
Die Mauersegler schmeicheln/ jedem Frauenmund/
in meinen Träumen/ Der letzte Sommer/ hat noch nicht begonnen

  

 

Joseph Zoderer (Meran, 25 november 1935)

 

 

 

De Chinese schrijver Ba Jin werd op 25 november 1904 geboren in Chengdu. Zie ook mijn blog van 25 november 2006 en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Uit: A Battle For Life 

 

“I believe that this film will be well made because I discovered that the writer of the scenario also came to love his hero. One evening when I met the writer in the hospital, both of us stood on the veranda outside the window of the isolation ward. The light was very bright in the room and the doctor was dropping a new kind of medicine on Lao Chiu’s right leg. Lao Chiu lay on the bed and was in such pain that his whole body trembled. My heart was very sad indeed. As I looked at the writer I noticed that he was almost weeping. Later the doctor gave a sedative injection and Lao Chiu gradually began to fall asleep. When the writer and I were leaving the hospital we stood again outside the window of the patient’s room for a while. The lights were low inside now and the patient was lying silently on the bed.

A joint consultation of medical and surgical specialists was held that evening on the roof garden outside the isolation ward and the consultation was not concluded until midnight. This was already 36 days after Lao Chiu’s admission to the hospital. His condition appeared to be worse this day. His right leg had become seriously infected. The polymyxin applied hitherto could no longer control the bacillus pyocyaneus which had developed a strong resistance to polymyxin. On the same afternoon a new kind of bacteriophage had been given a trial. This kind of medicine was made experimentally by the professors and students of the No. 2 Medical College specially for Lao Chiu. It was very effective when it was tested in the tube, destroying a culture of the bacillus pyocyaneus from Lao Chiu’s body. But the doctors were not certain whether it would be effective when used clinically. These twenty-four hours were a critical period for Lao Chiu. When the doctors who participated in the consultation were leaving, not a smile appeared on any face. Everybody seemed to pin his hope on “tomorrow.”

 

 

Ba Jin (25 november 1904 – 17 oktober 2005)

 

 

 

De Engelse dichter Isaac Rosenberg werd geboren in Bristol op 25 november 1890. Zie ook mijn blog van 25 november 2006 en ook mijn blog van 25 november 2008 en ook mijn blog van 25 november 2009.

 

Break of Day in the Trenches

 

The darkness crumbles away

It is the same old druid Time as ever,

Only a live thing leaps my hand,

A queer sardonic rat,

As I pull the parapet’s poppy

To stick behind my ear.

Droll rat, they would shoot you if they knew

Your cosmopolitan sympathies,

Now you have touched this English hand

You will do the same to a German

Soon, no doubt, if it be your pleasure

To cross the sleeping green between.

It seems you inwardly grin as you pass

Strong eyes, fine limbs, haughty athletes,

Less chanced than you for life,

Bonds to the whims of murder,

Sprawled in the bowels of the earth,

The torn fields of France.

What do you see in our eyes

At the shrieking iron and flame

Hurled through still heavens?

What quaver -what heart aghast?

Poppies whose roots are in men’s veins

Drop, and are ever dropping;

But mine in my ear is safe,

Just a little white with the dust.

 


Isaac Rosenberg (25 november 1890 – 1 april 1918)

Zelfportret

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 25 november 2008.

De Portugese schrijver José Maria Eça de Queiroz werd geboren op 25 november 1845 in Póvoa de Varzim. Zie ook mijn blog van 25 november 2006.

De Spaanse dichter en schrijver Lope de Vega werd geboren op 25 november 1562 in Madrid. Zie ook mijn blog van 25 november 2006.