Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling, Daniel Bielenstein, Ahmad Akbarpour, Hans-Eckardt Wenzel, Primo Levi, Alain Nadaud, Triztán Vindtorn, Ahmed Zitouni, Munshi Premchand, Peter Rosegger

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 31e juli mijn blog bij seniorennet.be 

  

Cees Nooteboom, Grand Corps Malade, Joanne Rowling, Daniel Bielenstein

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 31e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag.

 

Ahmad Akbarpour, Hans-Eckardt Wenzel, Primo Levi, Alain Nadaud

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 31e juli ook bij seniorennet.be mijn tweede  blog van vandaag.

 

Triztán Vindtorn, Ahmed Zitouni, Munshi Premchand, Peter Rosegger

 

Patrick Modiano, Cherie Priest, Salvador Novo, Emily Brontë, Alexander Trocchi, Pauline van der Lans, Jacques de Kadt, Anke Bastrop

Zie voor de volgende schrijvers van de 30e juli mijn blog bij seniorennet.be

   

Patrick Modiano, Cherie Priest, Salvador Novo, Emily Brontë

             

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 30e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag

 

Alexander Trocchi, Pauline van der Lans, Jacques de Kadt, Anke Bastrop

Harry Mulisch, Chang-Rae Lee, Wolfgang Bittner, Stanley Kunitz, Sten Nadolny, Thomas Rosenlöcher, Eyvind Johnson, Michail Zostsjenko, August Stramm, Marja Brouwers

De Nederlandse schrijver Harry Mulisch werd  geboren op 29 juli 1927 in Haarlem. Zie ook mijn blog van 29 juli 2006 en ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: De ontdekking van de hemel

“Quinten zag zijn moeder. Daar was zij: precies daar, op die plek in de wereld, en niet ergens anders. Haar zwarte haar was kortgeknipt. Hij stapte over de drempel en keek naar de roerloos slapende, – alleen het laken ging langzaam op en neer. Bij haar oren werd ze een beetje grijs.
Na een poosje vroeg hij:
‘Kan mama echt nooit meer wakker worden?’
‘Nee, Quinten, mama sliep al toen jij geboren werd. Ze kan niets meer horen en niets meer zien en niets meer voelen – helemaal niets meer.’
‘Hoe kan dat nou? Ze is toch niet dood, zoals opa. Ze ademt toch.’
‘Ze ademt, ja.’
‘Droomt ze?’
‘Dat weet niemand. De doktoren denken van niet.’
‘Hoe weten ze dat?’
‘Ze zeggen dat ze dat kunnen meten, met bepaalde toestellen. Volgens hen mag je eigenlijk niet eens zeggen, dat mama slaapt.’
‘Wat dan?’
Onno aarzelde, maar zei toen toch:
‘Dat ze niet meer bestaat.’
‘Terwijl ze niet dood is?’
‘Terwijl ze niet dood is. Dat wil zeggen,’ zei Onno en vertrok zijn gezicht, ‘mama is dood terwijl ze niet dood is… ik bedoel, wat er niet dood is is niet mama. Het is niet mama, die ademt.’
‘Wie dan?’
Onno maakte een hulpeloos gebaar.
‘Niemand.’
‘Dat kan toch zeker niet.’
‘Dat kan absoluut niet, maar zo is het dus.’
(…)
‘Hoe is het gebeurd, papa?’
Onno knikte en vertelde hem in grote trekken de hele geschiedenis.
(…)
‘Daarna heb jij nog drie maanden in mama’s buik gezeten. Dat was heel bijzonder, het stond later zelfs in de krant.’

mulisch

Harry Mulisch (Haarlem,  29 juli 1927)

 

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: The Surrendered

“Korea, 1950

The journey was nearly over.

The night was unusually chilly, the wind sharpened by the speed of the train as it rolled southward through the darkened valley. The cotton blanket June had stolen was large enough to spread as a tarp and at the same time wrap around her younger brother and sister and herself, but it was threadbare and for brief stretches the train would accelerate and the wind would cut right through to them. It had not been a problem the night before but now they were riding on top of the boxcar, as there was no more room within any of them, even as the train was more than a dozen cars long. A massive phalanx of refugees had met the train at the last station, and in the time it took her siblings to relieve themselves by the side of the tracks they had lost their place and had had to climb the rusted ladder between the cars, June running alongside for fifty meters until her brother was high enough on the rungs so she herself could jump up and on.

 There was a score or so of people atop every car, groupings of families and neighbors, mostly women and the old and the young, and then a cluster or two like theirs, children traveling by themselves. June was eleven; Hee-Soo and Ji-Young had just turned seven. They were fraternal twins, though looked as much alike as a sister and brother could, only the cut of their hair distinguishing them. June knew they could have waited in the hope of another train with room inside but it hadn’t been cold when they stopped just before dusk and she decided they ought to keep moving while they had the chance.”

lee

 Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

De Duitse schrijver Wolfgang Bittner werd geboren op 29 juli 1941 in Gleiwitz, Oberschlesien (tegenwoordig Gliwice, Polen). Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: Der Aufsteiger

 „Die Starfighter starteten kurz nacheinander. Kaum hatten die vier Maschinen abgehoben, zogen sie mit gewaltiger Geschwindigkeit in den blauen Himmel hinein. Hinter ihren Triebwerken flimmerte die Luft. Wie die gespreizten Finger einer Hand fuhren sie zuerst auseinander und strebten dann langsam wieder aufeinander zu, um in großer Höhe zum Formationsflug überzugehen.
Erich Wegner stand auf seinen Spaten gestützt im Graben und sah den glänzenden Vögeln hinterher, bis ihn die Sonne blendete. Er malte sich aus, wie er am Steuerknüppel eines Düsenjägers feindlichen Bomberschwärmen entgegen flog, die er mit seiner Leuchtspurmunition spuckenden Bordkanone beharkte. Bei jedem Einsatz würde er mindestens zehn oder sogar zwanzig Abschüsse machen, wie dieser Jagdflieger in den Landserheften, das war klar. Und dafür würde ihm der General einen Orden verleihen und die Kameraden würden ihm auf die Schulter klopfen. Frauen wären kein Problem, die würden ihm, einem gut aussehenden Luftwaffenoffizier in einer Uniform voller Orden, zu Dutzenden hinterherlaufen. Natürlich hätte er dann außer seiner Jagdmaschine auch noch einen rassigen Sportwagen.
Pilot müsste man sein, dachte er und fluchte beim Weiterarbeiten vor sich hin, weil er andauernd auf Felsbrocken stieß. Wie sollte man bei so einer mistigen Strecke den Akkord schaffen. Er stellte den Spaten beiseite, nahm die Spitzhacke und schlug, weit ausholend, auf die Steinbrocken ein, bis sie zersprangen. Aber kaum hatte er einen weggeräumt, kam schon der nächste zum Vorschein.
Scheißmaloche. Er richtete sich auf. Vor ihm war nichts als Heidekraut und niedriges Buschwerk, durch das sich eine Schnur spannte. Hinter ihm befand sich ein Stück Graben, 40 cm breit und 90 cm tief. Im Abstand von je 50 Metern hackten, schaufelten, gruben, wühlten die anderen. Wie die Maulwürfe, dachte er. Immer im Dreck und blind drauflos. Immer in diesen verfluchten Gummistiefeln. Nach ein paar Monaten hatte man garantiert Schweißfüße. Aber besser Schweißfüße, als ständig Wasser in den Schuhen.“

bittner

Wolfgang Bittner (Gliwice, 29 juli 1941)

 

 De Amerikaanse dichter en vertaler Stanley Jasspon Kunitz werd geboren in Worcester, Massachusetts, op  29 juli 1905. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Father and Son

Now in the suburbs and the falling light
I followed him, and now down sandy road
Whitter than bone-dust, through the sweet
Curdle of fields, where the plums
Dropped with their load of ripeness, one by one.
Mile after mile I followed, with skimming feet,
After the secret master of my blood,
Him, steeped in the odor of ponds, whose indomitable love
Kept me in chains. Strode years; stretched into bird;
Raced through the sleeping country where I was young,
The silence unrolling before me as I came,
The night nailed like an orange to my brow.

How should I tell him my fable and the fears,
How bridge the chasm in a casual tone,
Saying, “The house, the stucco one you built,
We lost. Sister married and went from home,
And nothing comes back, it’s strange, from where she goes.
I lived on a hill that had too many rooms;
Light we could make, but not enough of warmth,
And when the light failed, I climbed under the hill.
The papers are delivered every day;
I am alone and never shed a tear.”

At the water’s edge, where the smothering ferns lifted
Their arms, “Father!” I cried, “Return! You know
The way. I’ll wipe the mudstains from your clothes;
No trace, I promise, will remain. Instruct
You son, whirling between two wars,
In the Gemara of your gentleness,
For I would be a child to those who mourn
And brother to the foundlings of the field
And friend of innocence and all bright eyes.
0 teach me how to work and keep me kind.”

Among the turtles and the lilies he turned to me
The white ignorant hollow of his face.

kunitz

Stanley Kunitz (29 juli 1905 – 14 mei 2006)

 

De Duitse schrijver Sten Nadolny werd geboren op 29 juli 1942 in Zehdenick an der Havel. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: Die Entdeckung der Langsamkeit

„Das Dorf
John Franklin war schon zehn Jahre alt und noch immer so langsam, daß er keinen Ball fangen konnte. Er hielt für die anderen die Schnur. Vom tiefsten Ast des Baums reichte sie herüber bis in seine emporgestreckte Hand. Er hielt sie so gut wie der Baum, er senkte den Arm nicht vor dem Ende des Spiels. Als Schnurhalter war er geeignet wie kein anderes Kind in Spilsby oder sogar in Lincolnshire. Aus dem Fenster des Rathauses sah der Schreiber herüber. Sein Blick schien anerkennend.
Vielleicht war in ganz England keiner, der eine Stunde und länger nur stehen und eine Schnur halten konnte. Er stand so ruhig wie ein Grabkreuz, ragte wie ein Denkmal. »Wie eine Vogelscheuche!« sagte Tom Barker.
Dem Spiel konnte John nicht folgen, also nicht Schieds­richter sein. Er sah nicht genau, wann der Ball die Erde berührte. Er wußte nicht, ob es wirklich der Ball war, was gerade einer fing, oder ob der, bei dem er landete, ihn fing oder nur die Hände hinhielt. Er beobachtete Tom Barker. Wie ging denn das Fangen? Wenn Tom den Ball längst nicht mehr hatte, wußte John: das Entscheidende hatte er wieder nicht gesehen. Fangen, das würde nie einer besser können als Tom, der sah alles in einer Sekunde und bewegte sich ganz ohne Stocken, fehlerlos.
Jetzt hatte John eine Schliere im Auge. Blickte er zum Kamin des Hotels, dann saß sie in dessen oberstem Fenster. Stellte er den Blick aufs Fensterkreuz ein, dann rutschte sie herunter auf das Hotelschild. So zuckte sie vor seinem Blick her immer weiter nach unten, folgte aber höhnisch wieder hinauf, wenn er in den Himmel sah.“

nadolny

Sten Nadolny (Zehdenick an der Havel, 29 juli 1942)

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2008 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: Die verkauften Pflastersteine

 “8. 9. 1989
Besuch U. Hegewald. Reden die halbe Nacht über Infantilität und Unterwürfigkeit der hier Aufgewachsenen.
Selbst Wolfgang, er ist nun schon fünf Jahre hier weg, wäre dergleichen fortwährend anzumerken.
Zerknirschungsgesichter.
Blatternarbige Häuser.
Uringeruch und Bahnpolizei.
Gestern früh mit Birgit in verzweifelter Stimmung nach Heidenau. Natürlich werde ich kontrolliert, belege den Polizisten: Seit zwanzig Jahren kontrolliere man mich, aber nun nicht mehr lange.
Freilich hat es auch sein Tröstliches, daß ich besonders von diesen armseligen Bahnhofsmützen mit Vorliebe kontrolliert werde: Völlig verbürgerlicht kann ich noch nicht aussehen.Nach stundenlangem Laufen endlichwieder Gefühl der Leichtigkeit: Die Kirnitzsch im Grund, einWasser von rätselhafter Sauberkeit,manchmal schimmert sie türkisfarben durch die Bäume zum Hangweg herauf.
Am Schluß, Waldausgang, ein »kommen Sie mal her hier«, gleich vom Motorrad aus. Offenbar ein sogenannter Grenzhelfer. Unsere Antwort, vielleicht eine kleine Sensation für uns selbst, lautet, beinahe im Chorus:
»Wir denken nicht daran.« Das Aufheulen des davonfahrenden Motorrads kommt uns vor wie ein langgezogener Wutschrei. Freilich bekommt meine Frau hernach eine Art hysterischen Anfall. »Dieses Land, dieses Land.« Ich habe ihr versprochen,mich nun doch um ein Stipendium in Worpswede zu bewerben, nicht gleich um zu bleiben, sondern um eben einen Fuß in den Westen zu setzen. Freilich hinsichtlich dieser Entscheidung auch schlechtes Gewissen: Ist ja doch eine Flucht aus der schlichten Lebenspraxis, da im Westen vieles viel geschmierter geht, die Entfremdung des zu Hause hokkenden Künstlers daher gewiß größer ist. Hier brauche ich nur in die sogenannte Kaufhalle (eigentlich ein ehrlicher Name) zu gehen, um einigermaßen Bescheid zu wissen.”

rosenloecher

Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947)

 

De Zweedse schrijver Eyvind Olof Verner Johnson werd geboren in Svartbjörsbyn bij Boden op 29 juli 1900.  Zie ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: Écartez le soleil (Vertaald door Philippe Bouquet)

« Des jeunes filles qui marchent à l’intérieur des terres, au fond de vallées situées à l’intérieur des terres, fermées par des montagnes et de paisibles lacs-frontière. Dans la fraîche inquiétude d’une verdure précoce ou bien dans l’inquiétude et le sentiment de sécurité grandissants de l’été, des jeunes filles en robes claires et en chaussures blanches rêvent de pouvoir arriver au bord de la mer.
Rêvent de pouvoir marcher sur la grève en chaussures blanches ou bien sans chaussures, sans robe, sans rien, et d’être seule et cependant pas seule. Marcher sur les galets, entendre le bruit des vagues sur les galets, marcher sur des rochers lisses, polis par la mer, qui n’ont pas sur leur peau (qui est la peau du rocher) des rides plus profondes que ne peuvent en avoir les visages humains, et peut-être même pas des rides aussi profondes.
Être assise sur ces rochers plats, lisses et chauds. Être couchée sur ces rochers et être seule et cependant pas seule et écouter l’eau qui vient de très loin, vague après vague.
Marcher sur le sable. Marcher sur le sable les pieds nus, observer ses doigts de pieds tandis que coule entre eux le sable chaud, être couchée sur le sable et être tout à fait seule et cependant pas seule.
Pouvoir arriver au bord de la mer. Pouvoir arriver là et voir le soleil se lever sur une mer, très loin, en direction de l’est, pouvoir voir le soleil se coucher dans une mer, très, très loin, en direction de l’ouest, pouvoir arriver là.
Au-dessus d’elle volent les oiseaux du matin et ceux du soir, qui sont les mêmes et cependant pas les mêmes. Mais des oiseaux qui crient, des oiseaux qui cachent quelque chose entre les rochers et dans le sable, de cruels oiseaux qui fondent sur leurs proies avec leur bec pointu et leurs griffes acérées, prêtes à saisir, et des oiseaux craintifs qui volent très bas et dont la pointe des ailes frôle la crête des vagues.”

 johnson

 Eyvind Johnson (29 juli 1900 – 25 augustus 1976)

 

De Russische schrijver Michail Michailovitsj Zostsjenko werd  geboren in Sint-Petersburg op 29 juli 1895. Zie ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: Nervous People (Vertaald door Dean Moore)

 “Not long ago in our communal apartment there was a fight. And not just any fight, but a full-out battle. On the corner of Glazova and Borova.

Of course in their hearts the fight was virtuous. The invalid Gavrilov near got his lone head chopped off. The main reason – folks are very nervous. Erupt over trivialities. Lose control. And fight dirty, like in a fog.

Of course they say that after a civil war the people are always jittery. That may be so, but ideology won’t heal Gavrilov’s head any faster.

So at nine o’clock in the evening one tenant, Marya Vasilyevna Shchiptsova, comes into the kitchen to light her primus stove. You know, she always lights her primus about this time, drinks tea and applies compresses. So she comes in the kitchen. Sets the primus before her and sparks it. But it fails completely, won’t light.

She thinks, “What, the devil won’t light? Must be sooted up, that’s the problem.”

In her left hand she grabs a brush and sets to clean it.

As she is about to clean, holding the brush in her left hand, another tenant, Darya Petrovna Kobylina, whose brush it is, sees what of hers has been taken and replies:

“Incidentally, Marya Vasilyevna deary, you can just put that brush back where it belongs.”

Shchiptsova of course flares at these words and answers:

“Darya Petrovna, please go choke on your fucking brush. I don’t care to touch the disgusting thing, much less pick it up.”

Darya Petrovna Kobylina of course erupts at these words. They began to talk, just the two of them. Their volume grows, shouting, banging.

Darya’s husband, Ivan Stepanich Kobylin, who really owns the brush, comes to the ruckus. He is a stout man, even pot-bellied, but in his own way, a nervous type.”

zostjenko

Michail  Zostsjenko (10 augustus 1895 – 22 juli 1958)

 

De Duitse dichter en toneelschrijver August Stramm werd geboren op 29 juli 1874 in Münster, Westfalen. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Angriff

Tücher
Winken
Flattern
Knattern.
Winde klatschen.
Dein Lachen weht.
Greifen Fassen
Balgen Zwingen
Kuß
Umfangen
Sinken
Nichts.

 

Angststurm

Grausen
Ich und Ich und Ich und Ich
Grausen Brausen Rauschen Grausen
Träumen Splittern Branden Blenden
Sterneblenden Brausen Grausen
Rauschen
Grausen
Ich

stramm 

 August Stramm (29 juli 1874 – 1 september 1915)

 

De Nederlandse schrijfster Marja Brouwers werd geboren op 29 juli 1948 in Bergen op Zoom. Zie ook mijn blog van 29 juli 2007 en ook mijn blog van 29 juli 2009.

Uit: De Jan Hanloessayprijslezing 2005

„Alles wat emoties wekt, om welke reden ook, kan het onderwerp worden van een kunstwerk. Maar het kunstwerk wordt pas kunst, krijgt pas stijl, als de emotie is overwonnen. Die oude Kloos met zijn klotsende zee, die slaagt er al meer dan honderd jaar in de jongetjes en meisjes die onze boeken bespreken in de war te brengen met de meest complete nonsens.

De expressie van emotie is heel eenvoudig. Bovendien aanstekelijk. Waar er een schreeuwt van woede gaan anderen dat al gauw ook doen. Waar twee mensen huilen, huilt een derde al gauw mee, al weet hij niet eens waarom. Denk aan het massale rouwvertoon rond de dood van prinses Diana of André Hazes. Wat bezielt die mensen? Niets. Lachen is nog aanstekelijker. Ook in de taal ligt de emotionele uitdrukking niet zelden al klaar. In principe is alle taal emotioneel, voor zover we ons beperken tot de taal van de roedel, die altijd emotie veronderstelt.
Met die taal heeft de schrijver een rekening te vereffenen. Dat is de definitie van stijl. Stijl is de beheerste emotie, die plaats heeft gemaakt voor iets anders. De uitdrukking van gevoel is niet zo simpel, omdat die altijd in botsing zal komen met de taal van de roedel. Maar alleen gevoel is rechtstreeks communiceerbaar. Emotie niet, die is vooral besmettelijk.
De enige eis die je moet stellen aan stijl is dat de schrijver daarin blijk geeft van een zuiver gevoel ten aanzien van zijn onderwerp, dat hij ontziet wat ontzien moet worden en niet ontziet wat het niet verdient te worden ontzien. Dat kan hij pas doen, als hij zijn emoties over dat onderwerp heeft overwonnen.
Een cultuur die het gevoel verplettert onder marktdruk raakt zijn hart kwijt, die is ten dode opgeschreven. De wereld die onze kinderen dan zullen aantreffen zal een darwinistische jungle zijn en dat wil niemand. Daarover gaat literatuur.”

brouwers

Marja Brouwers (Bergen op Zoom, 29 juli 1948)

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins, Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Shahyar Ghanbari, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 28e juli mijn blog bij seniorennet.be 

   

Remco Campert, Malcolm Lowry, Angélica Gorodischer, Gerard Manley Hopkins 

             

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 28e juli ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag

 

Stephan Sanders, Drew Karpyshyn, John Ashbery, Shahyar Ghanbari, Collin Higgins, Józef Ignacy Kraszewski

 

David Troch

 

De Vlaamse dichter, schrijver en regisseur David Troch werd geboren op 28 juli 1977 in Bonheiden. Zie ook mijn blog van 18 mei 2009 en ook mijn blog van 18 mei 2010.

 

 

hij geeft zich zo graag als dichter uit

hoor hem nu toch,
de huichelaar.

hij waant zich dichter,
maar heeft nog nooit
in een gedicht

over de zee gerept.
hoe kan hij dan oprecht
de taal in het hart dragen?

in poëzie moet zo nu en dan
dat waanzinnig watertapijt
tegen een golfbreker
te pletter slaan,
dat hoort zo.

alleen zee staat symbool
voor de oneindigheid
die een mens
begrenst.

zolang hij dat niet vat,
drijven de wonderlijke
woorden van hem weg.

een dichter is pas dichter
als hij wel eens pootje baadt

in herinneringen aan het kind
dat schelpjes verzamelen
nog een hele sensatie
vindt.

 

 

 


David Troch (Bonheiden,
28 juli 1977
)

 

 

Michael Longley, Hilde Domin, Theodore Dreiser, Marijke Höweler, Julien Gracq, Hilaire Belloc, Vladimir Korolenko, Lafcadio Hearn, Rajzel Zychlinsk, Alexandre Dumas fils, Denis Davydov

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007 en ook mijn blog van 27 juli 2009.

Carrigskeewaun
For Penny and David Cabot

The Mountain

This is ravens’ territory, skulls, bones,
The marrow of these boulders supervised
From the upper air: I stand alone here
And seem to gather children about me,
A collection of picnic things, my voice
Filling the district as I call their names.

 

The Path

With my first step I dislodge the mallards
Whose necks strain over the bog to where
Kittiwakes scrape the waves: then, the circle
Widening, lapwings, curlews, snipe until
I am left with only one swan to nudge
To the far side of its gradual disdain.

 

The Strand

I discover, remaindered from yesterday,
Cattle tracks, a sanderling’s tiny trail,
The footprints of the children and my own
Linking the dunes to the water’s edge,
Reducing to sand the dry shells, the toe
And fingernail parings of the sea.

longley

Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

 

De Duitse schrijfster, dichteres en vertaalster Hilde Domin werd geboren in Keulen als Hilde Löwenstein op 27 juli 1909. Zie ook mijn blog van 27 juli 2006 en ook mijn blog van 27 juli 2007 en ook mijn blog van 27 juli 2009.

Ich will dich

Freiheit
ich will dich
aufrauhen mit Schmirgelpapier
du geleckte

(die ich meine
meine
unsere
Freiheit von und zu)
Modefratz

Du wirst geleckt
mit Zungenspitzen
bis du ganz rund bist
Kugel
auf allen Tüchern

Freiheit Wort
das ich aufrauhen will
ich will dich mit Glassplittern spicken
daß man dich schwer auf die Zunge nimmt
und du niemandes Ball bist

Dich
und andere
Worte möchte ich mit Glassplittern spicken
wie Konfuzius befiehlt
der alte Chinese

Die Eckenschale sagt er
muß
Ecken haben
sagt er
Oder der Staat geht zugrunde

Nichts weiter sagt er
ist vonnöten
Nennt
das Runde rund
und das Eckige eckig

April

Die Welt riecht süß
nach Gestern.
Düfte sind dauerhaft.

Du öffnest das Fenster.
Alle Frühlinge
kommen herein mit diesem.

Frühling der mehr ist
als grüne Blätter.
Ein Kuß birgt alle Küsse.

Immer dieser glänzend glatte
Himmel über der Stadt,
in den die Straßen fließen.

Du weißt, der Winter
und der Schmerz
sind nichts, was umbringt.

Die Luft riecht heute süß
nach Gestern –
das süß nach Heute roch.

domin

Hilde Domin (27 juli 1909 –  22 februari 2006)

 

De Amerikaanse schrijver Theodore Herman Albert Dreiser werd geboren op 27 juli 1871 in Sullivan, Indiana. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007 en ook  mijn blog van 27 juli 2008 en ook mijn blog van 27 juli 2009.

Uit: Sister Carrie

„What, pray, is a few hours—a few hundred miles? She looked at the little slip bearing her sister’s address and wondered. She gazed at the green landscape, now passing in swift review, until her swifter thoughts replaced its impression with vague conjectures of what Chicago might be.
When a girl leaves her home at eighteen, she does one of two things. Either she falls into saving hands and becomes better, or she rapidly assumes the cosmopolitan standard of virtue and becomes worse. Of an intermediate balance, under the circumstances, there is no possibility. The city has its cunning wiles, no less than the infinitely smaller and more human tempter. There are large forces which allure with all the soulfulness of expression possible in the most cultured human. The gleam of a thousand lights is often as effective as the persuasive light in a wooing and fascinating eye. Half the undoing of the unsophisticated and natural mind is accomplished by forces wholly superhuman. A blare of sound, a roar of life, a vast array of human hives, appeal to the astonished senses in equivocal terms. Without a counsellor at hand to whisper cautious interpretations, what falsehoods may not these things breathe into the unguarded ear! Unrecognised for what they are, their beauty, like music, too often relaxes, then weakens, then perverts the simpler human perceptions.
Caroline, or Sister Carrie, as she had been half affectionately termed by the family, was possessed of a mind rudimentary in its power of observation and analysis. Self-interest with her was high, but not strong. It was, nevertheless, her guiding characteristic. Warm with the fancies of youth, pretty with the insipid prettiness of the formative period, possessed of a figure promising eventual shapeliness and an eye alight with certain native intelligence, she was a fair example of the middle American class—two generations removed from the emigrant. Books were beyond her interest—knowledge a sealed book. In the intuitive graces she was still crude. She could scarcely toss her head gracefully.“

dreiser

Theodore  Dreiser (27 juli 1871 – 28 december 1945)

 

De Nederlandse schrijfster en psychologe Marijke Höweler werd geboren in Koog aan de Zaan op 27 juli 1938. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007 en ook mijn blog van 27 juli 2009.

Uit: Het Huis

 ‘Leuk hè,’ zei Laisa. En dat was alweer iets wat ik nooit zo had bekeken. Vooral de laatste tijd niet. Er was iets aan de schapen wat me niet beviel. Daarom dacht ik voornamelijk aan verkopen.

‘Wat zou u doen, in ons geval,’ vroeg hij.

‘Wat moet ie ervoor hebben?’

Eerst dacht ik nog dat ik hem niet verstond. Dus liet ik het hem nóg eens zeggen. Toen er geen twijfel mogelijk was dat het om zes miljoenen franken ging, begon ik te begrijpen waarom de eigenaar geen betere buren voor mij wist dan deze.

‘Dan weet ik er nog wel een voor jullie,’ zei ik. En zonder na te denken, wees ik mijn eigen hoeve aan, die ongeveer hetzelfde is. ‘Die is vijf, die kan je ook zo hebben!’ Het was niet serieus bedoeld. Ik was dus blij dat ik zag dat ze hem niet moesten.

Hij zei, ‘die is ook mooi natuurlijk, maar dan mis je het uitzicht wel.’

‘Dat is Zuid West,’ zei ik, ‘daar komt de wind vandaan. Daarom kan je er beter eentje vóór je hebben.’ ‘Bent u van plan om te verhuizen?’ vroeg ze.

‘Kom rustig binnen kijken,’ zei ik. En dat er wel wat rommel zijn zou, zei ik ook, omdat ik een man alleen was.“

hoeweler

Marijke Höweler (27 juli 1938 – 5 mei 2006)

 

De Franse schrijver Julien Gracq werd geboren op 27 juli 1910 als Louis Poirier in Saint-Florent-le-Vieil bij Angers. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007 en ook mijn blog van 27 juli 2009.

Uit: Au château d’Argol

«Albert passa toute la journée du lendemain dans le cabinet qu’il s’était aménagé dans la plus haute des tours du château, et d’où son œil plongeait sur la forêt. Son esprit était occupé de vagues et indistinctes rêveries: la forêt à la veille de cette visite attendue lui paraissait multiplier ses retraites, faire briller de secrets cheminements; une présence imminente la pénétrait toute comme une vie légère dont l’étincellement de ses feuilles parut être à Albert le symbolique témoin. Les salles vides du château attendirent que cette présence les peuplât, dans un pesant ensommeillement: le bruit d’un pas sur les dalles, un craquement des panneaux de chêne, le choc d’une abeille contre une vitre retentirent alors jusqu’au fond du cerveau comme un signal longtemps convoité. Il parut bizarrement à Albert que ce château somnolent dût être visité, ou périr, comme un château de légende entraînant sous ses décombres ses énigmatiques serviteurs endormis.»

gracq

Julien Gracq (27 juli 1910 – 22 december 2007)

 

De Britse dichter en schrijver Hilaire Belloc werd geboren te St-Cloud op 27 juli 1870. Zie ook mijn blog van 27 juli 2009.

[Month of) July

The Kings come riding back from the Crusade,
The purple Kings and all their mounted men;
They fill the street with clamorous cavalcade;
The Kings have broken down the Saracen.
Singing a great song of the eastern wars,
In crimson ships across the sea they came,
With crimson sails and diamonded dark oars,
That made the Mediterranean flash with flame.

And reading how, in that far month, the ranks
Formed on the edge of the desert, armoured all,
I wish to God that I had been with them
When the first Norman leapt upon the wall,
And Godfrey led the foremost of the Franks,
And young Lord Raymond stormed Jerusalem.

 

[Month of] August

The soldier month, the bulwark of the year,
That never more shall hear such victories told;
He stands apparent with his heaven-high spear,
And helmeted of grand Etruscan gold.
Our harvest is the bounty he has won,
The loot his fiery temper takes by strength.
Oh! Paladin of the Imperial sun!
Oh! crown of all the seasons come at length!

This is sheer manhood; this is Charlemagne,
When he with his wide host came conquering home
From vengeance under Roncesvalles ta’en.
Or when his bramble beard flaked red with foam
Of bivouac wine-cups on the Lombard plain,
What time he swept to grasp the world at Rome.

 belloc

 Hilaire Belloc (27 juli 1870. – 16 juli 1953)

 

De Russische schrijver Vladimir Korolenko werd geboren op 27 juli 1853 in Zjitomir (Volynië). Zie ook mijn blog van 27 juli 2007 en ook  mijn blog van 27 juli 2008 en ook mijn blog van 27 juli 2009.

Uit: The Vagrant And Other Tales

 ” In the days of old Lang Syne! ” The forest soughed. . . . The forest always soughed, now with a murmur calm and prolonged, like the echo of distant ringing, and again soft and gentle, like a song without words or a dim memory of the past. It always soughed, for it was an old and mighty forest, still untouched by the saw or the axe of woodman or trader. The tall, centennial pines, with their vast trunks, stood like threatening warriors, and their green tops formed a massive wall. Everything below was still; the air was filled with an odor of resin. Ferns of vivid hues pushed their way through the carpet of pine-needles with which the ground was strewn, expanding luxuriantly and resting thereon, like a soft fringe, without stirring a leaf. In the damp corners the greengrass shot up its tall and slender stems, and the white clover, heavy with bloom, drooped its languid head; while over all soughed the forest, with long-drawn, indistinguishable sighs. Now the sighs were growing deeper and louder; and as I rode along the forest path, although I could not see the sky, I judged by the moaning of the trees that heavy clouds were slowly rising above it. It was late in. the afternoon. Here and there a sunbeam, made its way, but in the dense woods the twilight was spreading rapidly. Evidently a storm was brewing. All plans for hunting must be given up for to-day. The storm might overtake me before I could find shelter for the night. My horse snorted and pricked up his ears, when, striking his hoofs against the naked roots, he heard the sharp sound of the forest echo, and he quickened his pace as he drew near a familiar hut. A dog barked, and whitewashed walls glimmered through the trees.

korolenko

 Vladimir Korolenko (27 juli 1853 – 25 december 1921)

 

De Engelstalige schrijver Lafcadio Hearn werd geboren op 27 juli 1850 op het Griekse eiland Lefkada. Zie ook mijn blog van 27 juli 2009.

Uit: Chita. A Memory of Last Island

„Thirty years ago, Last Island lay steeped in the enormous light of even such magical days. July was dying;—for weeks no fleck of cloud had broken the heaven’s blue dream of eternity; winds held their breath; slow wavelets caressed the bland brown beach with a sound as of kisses and whispers. To one who found himself alone, beyond the limits of the village and beyond the hearing of its voices,—the vast silence, the vast light, seemed full of weirdness. And these hushes, these transparencies,

do not always inspire a causeless apprehension: they are omens sometimes—omens of coming tempest. Nature,— incomprehensible Sphinx!—before hermightiest bursts of rage, ever puts forth her divinest witchery, makes more manifest her awful beauty. . . .

But in that forgotten summer the witchery lasted many long days,—days born in rose-light, buried in gold. It was the height of the season. The long myrtle-shadowed village was thronged with its summer population;—the big hotel could hardly accommodate all its guests;—the bathing-houses were too few for the crowds who flocked to the water morning and evening. There were diversions for all,—hunting and fishing parties, yachting excursions, rides, music, games, promenades.

Carriage wheels whirled flickering along the beach, seaming its smoothness noiselessly, as if muffled. Love wrote its dreams upon the sand. . . .

. . . Then one great noon, when the blue abyss of day seemed to yawn over the world more deeply than ever before, a sudden change touched the quicksilver smoothness of the waters—the swaying shadow of a vast motion.“

hearn

Lafcadio Hearn (27 juli 1850 – 26 september 1904)

 

De Poolse dichteres Rajzel Zychlinski werd geboren op 27 juli 1910 in Gąbin, Polen. Zie ook mijn blog van 27 juli 2007 en ook mijn blog van 27 juli 2009.

Who calls me here in the meadow?
Who still knows my name?
A thorn bush burns in the field–
a child cries from the flames.

I take off my shoes and approach
the little son of my neighbor;
his little hands are charcoal,
but his eyes are open still.

 

…………………..

I am leaving you, shtetl,
your roads are blue as before.
You will celebrate autumns and fairs,
and the river will flow through the valley.

Zychlinski

Rajzel Zychlinski (27 juli 1910 – 13 juni 2001)

 

De Franse schrijver Alexandre Dumas fils werd geboren op 27 juli 1824 in Parijs. Zie ook mijn blog van 27 juli 2009.

Uit: La Dame aux camélias

Je restai quelque temps dans cette heureuse famille, tout occupée de celui qui leur apportait la convalescence de son coeur. Je revins à Paris oùj’écrivis cette histoire telle qu’elle m’avait été racontée. Elle n’a qu’un mérite qui lui sera peut-être contesté, celui d’être vraie. Je ne tire pas de ce récit la conclusion que toutes les filles comme Marguerite sont capables de faire ce qu’elle a fait ; loin de là, maisj’ai eu connaissance qu’une d’elles avait éprouvé dans sa vie un amour sérieux, qu’elle en avait souffert et qu’elle en était morte.J’ai raconté au lecteur ce quej’avais appris. C’était un devoir. »

 dumas

Alexandre Dumas fils (27 juli 1824 – 27 november 1895)

Buste door Jean-Baptiste Carpeaux in het Musée d’Orsay

 

Zie voor onderstaande schrijver ook  mijn blog van 27 juli 2008 en ook mijn blog van 27 juli 2007.

De Russische dichter en soldaat Denis Vasilyevich Davydov werd geboren op 27 juli 1784 in Moskou..

Juliën Holtrigter

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

 

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren in Hilversum in 1946. Holtrigter publiceerde al in 1969 in het tijdschrift Kentering. Hij debuteerde in 2001 met de bundel Omwegen bij uitgeverij Mozaïek. In 2004 verscheen Het verlangen te verdwalen en in 2006 Het stilteregister, beide bij uitgeverij De Harmonie. In april komt zijn vierde bundel uit met als werktitel De onaanraakbaarheid van de ruimte. Hij was werkzaam in het onderwijs als tekendocent, maar is altijd blijven schrijven.

 
Zondagnamiddag

 

Zondagnamiddag, krekels naaien de stilte.
Ik volg de spoorbaan, de brandnetels bloeien,
de bramen smaken naar niets en naar bloed.
 

Het dorp ligt verscholen in dichte grijzen.
Ik herken het, dit lopen: zo kwam ik thuis.
Van het nog warme huis staan de ramen wijd open.
 

Het bijna doorzichtige hoofd in de kamer
is van mijn vader, hij kijkt naar buiten.
In hemdsmouwen wacht hij op onweer en regen.
 

Zo jongen, zal hij wel zeggen, dat is lang geleden.
Wat brengt je hier, waar heb je gezeten?
Hij vraagt niets maar gebaart: hoor, het begint.
 

Hij loopt naar de deur, naar de stromende regen.
Hij zal zwijgen en knikken en alles vergeten.
 

 

 

 

 

Juliën Holtrigter (Hilversum, 1946)