90 Jaar Marga Minco, Octavio Paz, Nichita Stănescu, Enrique Vila-Matas, Peter Motte

De Nederlandse schrijfster en journaliste Marga Minco, pseudoniem van Sara Minco, werd geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Marga Minco viert vandaag dus haar 90e verjaardag. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008. en ook mijn blog van 31 maart 2009.

Uit: Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren

“De donkergrijze PTT-wagen stopte voor het hek en er stapten twee mannen uit met gereedschapstassen. Ze liepen naar juffrouw Plogge toe, die bezig was het tegelpad te vegen.
We komen de telefoon aanleggen,’ zei de voorste man.
‘Daar is me niets van bekend,’ zei juffrouw Plogge. ‘Weet u zeker dat u hier moet zijn?’
De andere man keek op een formulier dat hij uit zijn borstzak had gehaald. ‘Dat kan niet missen, dame.’
Juffrouw Plogge klopte bij meneer Frits aan. ‘Hebt u soms telefoon aangevraagd?’ vroeg ze.
‘Nee,’ zei hij, wat verstoord opkijkend van zijn boek, ‘ik kan ’t me niet herinneren. Maar ze mogen dat ding gerust neerzetten. Het is altijd makkelijk.’
De telefoon werd op een metalen console tegen de gangmuur geplaatst, naast het gaskastje. Juffrouw Plogge liep er met een boog omheen. Ze moest niets van die nieuwigheid in huis hebben. Ze durfde het toestel zelfs niet aan te raken en was doodsbenauwd dat er werkelijk gebeld zou worden. In de keuken zat ze aldoor gespannen te luisteren, de deur op een kier. Eén keer was ze hevig geschrokken. Ze hoorde plotseling de stem van meneer Frits door de gang schallen. ‘Wat wilt u?’ vroeg ze, terwijl ze op een holletje naar hem toe liep. Maar hij stond voor dat toestel te praten en gebaarde dat ze weg moest gaan. Later kwam hij de keuken in.
‘Nou,’ zei hij handenwrijvend, ‘dat gaat excellent. Je draait gewoon een nummer en je spreekt. Ik kan nu met de hele wereld in verbinding treden. Wil ik mij tot iemand in Groningen richten, dan doe ik dat, hè. Zelfs Londen of Parijs kan ik bereiken, al weet ik niet wie ik daar zou moeten bellen. Maar het is te proberen.’ Hij lichtte het deksel van een pan, snoof even en begaf zich weer naar zijn werkkamer.
Meneer Frits was een ietwat in zichzelf gekeerde zestiger, die een buitenhuis ergens in de Achterhoek bewoonde. Sedert jaren hield hij zich bezig met de bestudering van het verkleinwoord in de gelderse dialekten, een arbeid waartoe hij uitsluitend door plichtsgevoel werd gedreven.”

margaminco

Marga Minco (Ginneken, 31 maart 1920)

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, en diplomaat Octavio Paz werd geboren op 31 maart 1914 in Mixcoac, tegenwoordig een deel van Mexico-stad. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.en ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Uit: The Clerk’s Vision (Vertaald door Eliot Weinberger)

 

„And to fill all these white pages that are left for me with the same monotonous question: at what hour do the hours end? And the anterooms, the memorials, the intrigues, the negotiations with the Janitor, the Rotating Chairman, the Secretary, the Associate, the Delegate. To glimpse the Influential from afar and to send my card each year to remind – who? – that in some corner, devoted, steady, plodding, although not very sure of my existence, I too await the coming of my hour, I too exist. No. I quit.

Yes, I know, I could settle down in an idea, in a custom, in an obsession. Or stretch out on the coals of a pain or some hope and wait there, not making much noise. Of course it’s not so bad: I eat, drink, sleep, make love, observe the marked holidays and go to the beach in summer. People like me and I like them. I take my condition lightly: sickness, insomnia, nightmares, social gatherings, the idea of death, the little worm that burrows into the heart or the liver (the little worm that leaves its eggs in the brain and at night pierces the deepest sleep), the future at the expense of today – the today that never comes on time, that always loses its bets. No. I renounce my ration card, my I.D., my birth certificate, voter’s registration, passport, code number, countersign, credentials, safe conduct pass, insignia, tattoo, brand.

The world stretches out before me, the vast world of the big, the little, and the medium. Universe of kings and presidents and jailors, of mandarins and pariahs and liberators and liberated, of judges and witnesses and the condemned: stars of the first, second, third and nth magnitudes, planets, comets, bodies errant and eccentric or routine and domesticated by the laws of gravity, the subtle laws of falling, all keeping step, all turning slowly or rapidly around a void. Where they claim the central sun lies, the solar being, the hot beam made out of every human gaze, there is nothing but a hole and less than a hole: the eye of a dead fish, the giddy cavity of the eye that falls into itself and looks at itself without seeing. There is nothing with which to fill the hollow center of the whirlwind.“

 

OctavioPaz

Octavio Paz (31 maart 1914 – 19 april 1998)
Een zeer jonge Mario Paz

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.en ook mijn blog van 31 maart 2009.

Winter song

You are so beautiful in winter!
The field stretched on its back, near the horizon,
and the trees stopped running from the winter wind …
My nostrils tremble
and no scent
and no breeze
only the distant, icy smell
of the suns.
How transparent your hands are in winter!
And no one passes –
only the white suns revolve in quiet worship.
and the thought spreads in circles
ringing the trees
in twos
in fours.

 

 

Season’s end

I was so very aware
that the afternoon was dying in the domes,
and all around me sounds froze,
turned to winding pillars.

I was so very aware
that the undulant drift of scents
was collapsing into darkness,
and it seemed I had never tasted
the cold.

Suddenly
I awoke so far away
and strange,
wandering behind my face
as though I had hidden my feelings
in the sensless relief of the moon.

I was so very aware
that
I did not recognize you, and perhaps
you come, always,
every hour, every second,
moving through my vigil – then –
as through the spectre of a triumphal arch.

 

Vertaald door Thomas Carlson and Vasile Poenaru

nichita-stanescu

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

De Spaanse schrijver Enrique Vila-Matas werd geboren in Barcelona op 31 maart 1948. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Uit: Risiken & Nebenwirkungen (Vertaald door Petra Strien)

 

Gegen Ende des 20. Jahrhunderts wurde der junge Montano, kaum hatte er seinen gewagten Roman über rätselhafte Fälle von Schriftstellern, die dem Schreiben entsagt haben, veröffentlicht, von seiner eigenen Fiktion eingeholt und fand sich plötzlich, trotz seines zwanghaften Schreibdrangs, selbst betroffen; er war völlig blockiert, wie gelähmt, ja, auf tragische Weise schreibunfähig.

Gegen Ende des 20. Jahrhunderts – besser gesagt, heute, am 15.November 2000 – habe ich Montano in seinem Haus in Nantes besucht und ihn wie erwartet derart deprimiert und einsilbig

angetroffen, dass die Verse aus einem Gedicht von Puschkin glatt auf ihn gemünzt sein könnten: “Er irrt ständig/mit dem gewagten Roman/durch den dunklen Wald.”

Das einzig Gute daran ist, dass dieses Umherirren im dunklen Wald bei meinem Sohn – denn Montano ist mein Sohn – seine Leseleidenschaft neu entfacht hat, wovon ich meinerseits profitiere, denn auf seine Empfehlung hin habe ich kürzlich Prosa de la frontera propia gelesen, den neuesten Roman von Julio Arward, einem rätselhaften Autor, dem ich nie ganz über den Weg getraut habe,

denn meiner Ansicht nach hat er immer nur den Doppelgänger des Romanciers Justo Navarro gespielt.

Heute habe ich meinem Sohn jedoch dafür gedankt, dass er mir dieses Buch des Doppelgängers von Justo Navarro ans Herz gelegt hat, in diesem Fall sogar ein Roman, in dem Arward sich etwas von seinem Vorbild emanzipiert zu haben scheint. Es handelt sich nämlich durchaus um ein gutes Buch, und während der Lektüre musste ich oft an eine Äußerung denken, die Julio Arward irgendwann im Radio gemacht hat: “Eine Freundin hat mir mal gesagt, jeder von uns habe einen Doppelgänger, der an einem anderen Ort lebt und dort sein Dasein mit einem Gesicht fristet, das unserem vollkommen gleicht.”

 

VillaMatas

Enrique Vila-Matas (Barcelona, 31 maart 1948)

 

De Duitse schrijver Hartmut Lange werd geboren op 31 maart 1937 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Uit: Das Konzert

 

„Nach dem Passahfest war es endlich soweit. Frau Altenschul hatte die letzten Vorbereitungen beendet, konnte also in der Sache nichts mehr tun.
»Die Halle ist zu groß«, sagte sie, »und wird man bis in die hinteren Plätze hinein auch alles hören!«
»Da können Sie beruhigt sein«, antwortete Liebermann. »Es ist in Ihrem Sinne und berechtigt Sie gewissermaßen zu einigem Stolz, daß unser Freund nun endgültig aus dem Kreis des Privaten herausgetreten ist und sich an eine Öffentlichkeit wendet, für die, wenn man den Voraussagen glauben darf, die Philharmonie keineswegs ausreichen wird.«
Das Ereignis, das Lewanski mit diesem Konzert in Szene setzen sollte, hatte sich bis nach Prag und London herumgesprochen. Obwohl Frau Altenschul sich jede Reklame verbeten hatte, wußte man doch: In Berlin, in jener Stadt, von der man kaum etwas Sensationelles erwartete, bereiteten sich ungeheure Dinge vor. Ein hochtalentierter, in jungen Jahren ermordeter Jude, hieß es, wolle sich seinem Schicksal widersetzen und die Laufbahn eines Pianisten, um die man ihn gebracht hatte, im Tode nachholen.
Es klang wie eine Botschaft, und so füllte sich am Vormittag schon, das Konzert sollte erst gegen einundzwanzig Uhr beginnen, die Kassenhalle der Philharmonie mit jenen, die darauf hofften, doch noch die Berechtigung für den Konzertabend zu bekommen. Aber es war aussichtslos, und man debattierte in dem nahen Cafe darüber, warum es nicht möglich sein sollte, das Konzert durch Lautsprecher zu übertragen.
Man sah überwiegend junge Leute, darunter Mädchen mit kahlgeschorenem Kopf, den sie beizubehalten wünschten, so lange, versicherten sie, bis man ihnen bewiesen hätte, daß diese Demütigung, die sie vor ihrem Tode empfangen mußten, rückgängig zu machen war. Sie waren skeptisch und wanderten unruhig hin und her.
Als die Lampen vor der Alten Philharmonie aufleuchteten, gingen einige zum Hintereingang, wo man Lewanskis Wagen erwartete, aber es zeigte sich niemand, obwohl das Konzert in einer Stunde beginnen sollte. In Lewanskis Garderobe residierte Frau Altenschul. Sie hatte sich Ruhe ausgebeten, aber dies erwies sich bei der
allgemei-nen Aufregung als unmöglich. Ständig wurden irgendwelche Glückwünsche und vor allem Blumen hereingereicht, und wie sollte man den Enthusiasten, die nicht von ihrer Seite wichen, begreiflich machen, daß ihre Hochgestimmtheit den Pianisten, den man jeden Augenblick erwartete, würde stören müssen.“

 

hartmut_lange

Hartmut Lange (Berlijn, 31 maart 1937)

 

 

De Vlaamse schrijver, vertaler en publicist Peter Motte werd geboren in Geraardsbergen op 31 maart 1966. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007.

 

De vorm

 

In de duisternis bolde een donkere vorm op. Het verbaasde me dat iets nog lichtlozer dan de omgeving kon zijn, en nog meer dat ik het daardoor zag. Het verscheen boven de boomtoppen van het bos voor me, eerst als een rechte lijn, maar naarmate het hoger steeg, bleek het de omtrek van een groeiende bol te zijn, groot genoeg opdat de omtreklijn recht leek. Tegelijk zwol een diep gegrom aan, een gebulder, een verrader van enorme krachten die slechts met moeite het ding voor mij uit de diepten opdolven. Wat eerst het geritsel van de bladeren in de wind leek, bleek al gauw veroorzaakt door de bevende boomstammen. En het duurde tot de middellijn bereikt was, voor ik besefte dat het voorwerp veel te groot was om van achter het bos te komen: de bron ervan moest onder de grond liggen. Het daveren hield aan. De bomen werd geen rust gegund, evenmin als de grond waarop ik stond. Nu pas merkte ik dat mijn knikkende knieën niet enkel het gevolg van ontzag waren – om niet te schrijven: angst. Het werkte zich gestadig hoger, met een plagende traagheid, alsof het er zeker van wou zijn dat iedereen zag hoe groot het was. Nog altijd was het gerommel niet verdwenen, terwijl nochtans nergens wat anders merkbaar was dan de perfecte ronde vorm. In de klim naar boven dekte het de sterren af, en het duurde ettelijke minuten voor hij zichtbaar verkleinde door het perspectief, tot hij uit het zicht verdwenen was, en ik achterbleef om me af te vragen of ik het wel had gezien.

 

Motte

Peter Motte (Geraardsbergen, 31 maart 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Marge Piercy, Judith Rossner, Rob Boudestein, Hartmut Lange, John Fowles, Andrew Marvell, Edward FitzGerald, Andrew Lang, Robert Brasillach

De Amerikaanse schrijfster en feministe Marge Piercy werd geboren op 31 maart 1936 in Detroit.  Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008 en ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Colors Passing Through Us

 

Purple as tulips in May, mauve

into lush velvet, purple

as the stain blackberries leave

on the lips, on the hands,

the purple of ripe grapes

sunlit and warm as flesh.

Every day I will give you a color,

like a new flower in a bud vase

on your desk. Every day

I will paint you, as women

color each other with henna

on hands and on feet.

 

Red as henna, as cinnamon,

as coals after the fire is banked,

the cardinal in the feeder,

the roses tumbling on the arbor

their weight bending the wood

the red of the syrup I make from petals.

 

Orange as the perfumed fruit

hanging their globes on the glossy tree,

orange as pumpkins in the field,

orange as butterflyweed and the monarchs

who come to eat it, orange as my

cat running lithe through the high grass.

 

Yellow as a goat’s wise and wicked eyes,

yellow as a hill of daffodils,

yellow as dandelions by the highway,

yellow as butter and egg yolks,

yellow as a school bus stopping you,

yellow as a slicker in a downpour.

 

Here is my bouquet, here is a sing

song of all the things you make

me think of, here is oblique

praise for the height and depth

of you and the width too.

Here is my box of new crayons at your feet.

 

Green as mint jelly, green

as a frog on a lily pad twanging,

the green of cos lettuce upright

about to bolt into opulent towers,

green as Grand Chartreuse in a clear

glass, green as wine bottles.

 

Blue as cornflowers, delphiniums,

bachelors’ buttons. Blue as Roquefort,

blue as Saga. Blue as still water.

Blue as the eyes of a Siamese cat.

Blue as shadows on new snow, as a spring

azure sipping from a puddle on the blacktop.

 

Cobalt as the midnight sky

when day has gone without a trace

and we lie in each other’s arms

eyes shut and fingers open

and all the colors of the world

pass through our bodies like strings of fire.

 

piercy

Marge Piercy (Detroit, 31 maart 1936)

 

De Amerikaanse schrijfster Judith Rossner werd geboren als Judith Perelman op 31 maart 1935 in New York. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Uit: Perfidia

 

„She was raised on a farm west of Montreal, ran away from home when she was sixteen. In 1965. She packed her knapsack with some clothes and necessities, plus she stole her favorite two of her father’s 78’s that the two of them listened to together on the phonograph in the kitchen. “Perfidia” and “Remember.” Her mother had no use for music and they’d never bought a more modern system. She stayed with the first man who gave her a hitch until she lied about her age and got a job as a waitress. She’d changed her name a few times, but I think that she’d settled on Anita by then. She alwaysinsisted that she wasn’t pretty, though I thought she was beautiful, and she was terribly sexy, with a big bosom, great legs, and a lively, teasing manner with men. She had no trouble connecting with them in those days when even the middle class had begun to think that sex was free and easy. After a couple of years in Montreal, she hitched to Toronto, which she’d say she eventually left because it was too clean. She had stories about the café and restaurant owners she worked for and slept with. She called them Pierre One, Pierre Two and so on, though they mostly weren’t French. (My given name was Madeleine. She claimed it was one of the few things my father ever insisted upon. She didn’t like it because it was French.) When she told the umpteenth Pierre that she was leaving Toronto, and he said she had to stay until he found another waitress, she suggested he bring in the cow who was his wife, it wouldn’t hurt for her to know what it was like to work for a living.
My mother told stories like that more readily than she told ones in which she did something nice. Nor did she ever make any effort to conceal her sexual adventures from me, though she was occasionally surprised or amused that I knew as much as I did.“

 

Rossner

Judith Rossner (31 maart 1935 – 9 augustus 2005)

 

De Nederlandse dichter Rob Boudestein werd geboren op 31 maart 1947 in Den Haag. Boudestein begon pas op latere leeftijd met schrijven. Hij is al langere tijd werkzaam als docent economie; de laatste jaren bij een instelling voor HBO te Groningen. Boudestein publiceerde verhalen in vele tijdschriften. Gedichten publiceerde hij in Wel, het Drents letterkundig tijdschrift Roet, Meulenhoffs Dagkalender (2001 en 2004) en de Tuinscheurkalender.

Impressie

Achter een raam, bij neonlicht
Showt blonde Nel haar handelswaar
En met geroutineerd gebaar
Brengt zij haar roze vlees in ’t zicht.

Ach, denkt het jonge blonde wicht
Het is gewoon m’n werk, nietwaar?
Zelf vindt ze het niet zo’n bezwaar
Maar ’t is wel om het geld, allicht.

Een jonge man loopt langs haar ruit,
Hij aarzelt, neemt dan een besluit.
Wordt hij haar eerste klant vandaag?

Wat of het kost wil hij graag weten.
Ze noemt een prijs, wat afgemeten.
Hij knikt. ‘Maar dun gesneden graag.’

Boudestein

Rob Boudestein (Den Haag, 31 maart 1947)

 

De Engelse romanschrijver en essayist John Fowles werd geboren in Leigh-on-Sea (Essex) op 31 maart 1926. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2008.en ook mijn blog van 31 maart 2009.

Uit: The Journals

 „25 September (1949)
3 a.m. Beautifully played New Orleans jazz, with clarinet in low register, and very jazzy tuba and cornet. Bessie Smith singing. This sort of stuff has in it the germ of music that will last.
Op. 55. Splendidly vigorous, with some of the secret lyricality of the last quartets.2

Writing fever. Can’t get any university work done. Full of ideas for ‘Cognac’ and full of frustration at not having the time to do them. ‘Cognac’ must aim at being popular, with art overboard. The idea came all in two hours last night and this morning.

30 September
Another appalling half-hour of talk. When screaming was close. Talk of the utmost banality, on prices of mattresses, on Mrs Ramsey’s daughter who married a doctor in Montreal. A few comments are made on poetry. So hopeless to try and explain. They would never understand. No mention of art can ever be developed in case we are ‘highbrow’ – God, how I hate that word! No philosophy is mentioned, without Thomas Hardy and Darwin getting dragged in. It is la mere. Her attitude to conversation is one of complete alertness. I must break in, and I must say something – and in she breaks and says something, whether she has any knowledge, real opinion or not. It is with great difficulty that I can keep my oyster silence. But I must not hurt. With le pere, it is partly a defence; modernity is ignored, age is suspicious of invention.
I feel violent with ‘hate’ against this bloody town. Least violent, now, against the geographical situation (once I longed for Devon), most against the way of life, and then the people who allow it to sap all the beauty of life out of them. All my sympathy goes out to the boy who ran away to be a bullfighter. I’m sure he must have ‘felt’ the complete horror of this place. This town can have as much horror mentally for a sensitive person as a blitzed city may have, physically, for a turnip. It is the unsociability, the not-knowing-anyone, the having-no-colour, that kills. No interesting people to talk to, no sincere people, no unusual things to do.
Then there is ‘niceness’ as a standard of judgement – God, how I hate that word, too! – ‘a nice girl’, ‘a nice road’. Nice = colourless, efficient, with nose glued to the middle path, with middle interests, dizzy with ordinariness. Ugh!“

JohnFowles
John Fowles (31 maart 1926 – 5 november 2005)

 

De Engelse dichter Andrew Marvell werd geboren in Winestead, Yorkshire op 31 maart 1621 in Londen. Zie ook mijn blog van 31 maart 2007 en ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Bermudas

Where the remote Bermudas ride

In th’ Oceans bosome unespy’d,

From a small Boat, that row’d along,

The listning Winds receiv’d this Song.

What should we do but sing his Praise

That led us through the watry Maze,

Unto an Isle so long unknown,

And yet far kinder than our own?

Where he the huge Sea-Monsters wracks,

That lift the Deep upon their Backs.

He lands us on a grassy stage;

Safe from the Storms, and Prelat’s rage.

He gave us this eternal Spring,

Which here enamells every thing;

And sends the Fowl’s to us in care,

On daily Visits through the Air,

He hangs in shades the Orange bright,

Like golden Lamps in a green Night.

And does in the Pomgranates close,

Jewels more rich than Ormus show’s.

He makes the Figs our mouths to meet;

And throws the Melons at our feet.

But Apples plants of such a price,

No Tree could ever bear them twice.

With Cedars, chosen by his hand,

From Lebanon, he stores the Land.

And makes the hollow Seas, that roar,

Proclaime the Ambergris on shoar.

He cast (of which we rather boast)

The Gospels Pearl upon our coast.

And in these Rocks for us did frame

A Temple, where to sound his Name.

Oh let our Voice his Praise exalt,

Till it arrive at Heavens Vault:

Which thence (perhaps) rebounding, may

Eccho beyond the Mexique Bay.

Thus sung they, in the English boat,

An holy and a chearful Note,

And all the way, to guide their Chime,

With falling Oars they kept the time.

 

Marvell
Andrew Marvell (31 maart 1621 – 16 augustus 1678)

 

De Engelse dichter, schrijver en vertaler Edward FitzGerald werd geboren in Woodbridge, Suffolk, op 31 maart 1809. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

The Meadows In Spring

‘Tis a dull sight

To see the year dying,

When winter winds

Set the yellow wood sighing:

Sighing, oh! sighing.

 

When such a time cometh,

I do retire

Into and old room

Beside a bright fire:

Oh, pile a bright fire!

 

And there I sit

Reading old things,

Of knights and lorn damsels,

While the wind sings—

Oh, drearily sings!

 

I never look out

Nor attend to the blast;

For all to be seen

Is the leaves falling fast:

Falling, falling!

 

But close at the hearth,

Like a cricket, sit I,

Reading of summer

And chivalry—

Gallant chivalry!

 

Then with an old friend

I talk of our youth!

How ‘twas gladsome, but often

Foolish, forsooth:

But gladsome, gladsome!

 

Or to get merry

We sing some old rhyme,

That made the wood ring again

In summertime—

Sweet summertime!

 

Then go we to smoking,

Silent and snug:

Nought passes between us,

Save a brown jug—

Sometimes!

 

And sometimes a tear

Will rise in each eye,

Seeing the two old friends

So merrily—

So merrily!

 

And ere to bed

Go we, go we,

Down on the ashes

We kneel on the knee,

Praying together!

 

Thus, then, live I,

Till, ‘mid all the gloom,

By heaven! the bold sun

Is with me in the room

Shining, shining!

 

Then the clouds part,

Swallow soaring between;

The spring is alive,

And the meadows are green!

 

I jump up, like mad,

Break the old pipe in twain,

And away to the meadows,

The meadows again!

 

FitzGerald
Edward FitzGerald (31 maart 1809 – 14 juni 1883)

 

De Schotse dichter, schrijver en journalist Andrew Lang werd geboren op 31 maart 1844 in Selkirk. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

RHYME OF RHYMES

Wild on the mountain peak the wind
Repeats its old refrain,
Like ghosts of mortals who have sinned,
And fain would sin again.

For “wind” I do not rhyme to “mind,”
Like many mortal men,
“Again” (when one reflects) ‘twere kind
To rhyme as if “agen.”

I never met a single soul
Who SPOKE of “wind” as “wined,”
And yet we use it, on the whole,
To rhyme to “find” and “blind.”

We SAY, “Now don’t do that AGEN,”
When people give us pain;
In poetry, nine times in ten,
It rhymes to “Spain” or “Dane.”

Oh, which are wrong or which are right?
Oh, which are right or wrong?
The sounds in prose familiar, quite,
Or those we meet in song?

To hold that “love” can rhyme to “prove”
Requires some force of will,
Yet in the ancient lyric groove
We meet them rhyming still.

This was our learned fathers’ wont
In prehistoric times,
We follow it, or if we don’t,
We oft run short of rhymes.

Lang
Andrew Lang (31 maart 1844 – 20 juli 1912)
Portret door Sir William Blake Richmond 

 

De Franse schrijver, dichter en journalist Robert Brasillach werd geboren in Perpignan op 31 maart 1909. Zie ook mijn blog van 31 maart 2009.

 

Les Noms Sur Les Murs

D’autres sont venus par ici,

Dont les noms sur les murs moisis,

Se défont déjà, et s’écaillent.

Ils ont souffert et espéré,

Et parfois l’espoir était vrai,

Parfois il dupait ces murailles.

 

Venus d’ici, venus d’ailleurs,

Nous n’avions pas le même coeur,

Nous a-t-on dit. Faut-il le croire ?

Mais qu’importe ce que nous fûmes !

Nos visages noyés de brume

Se ressemblent dans la nuit noire.

C’est à vous, frères inconnus,

Que je pense le soir venu,

O mes fraternels adversaires

Hier est proche d’aujourd’hui.

Malgré nous, nous sommes unis

Par l’espoir et par la misère.

 

Je pense à vous, vous qui rêviez,

Je pense à vous qui souffriez,

Dont aujourd’hui j’ai pris la place.

Si demain la vie est permise,

Les noms qui sur ces murs se brisent

Nous seront-ils nos mots de passe ?

 

Brasilach
Robert Brasillach (31 maart 1909 – 6 februari 1945)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Kreuz werd geboren in Ingolstadt op 31 maart 1969. Zie ook mijn blog van 25 juli 2009.

Im Turm

der Wind verfängt sich
in der schaurigen Stille,
eine abgerissene Spirale
aus moosgrünem Licht
windet sich empor,
die Decke ein lauernder Stein
in der Höhe.
der Blick nach oben gleicht dem
in einen Brunnenschacht –
draußen das federnde Gras so weich, wie zum Trost

Angela_Kreuz.jpg
Angela Kreuz (Ingolstadt, 31 maart 1969)