Doeschka Meijsing, Martin Bril, Tariq Ali, Mehdi Charef, Allen Hoey, Nikos Engonopoulos, Patrick Kavanagh, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge, Martin Roda Becher

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2007 en ook mijn blog van 21 oktober 2008.

Uit: Geef mij maar een pijp tabak

“Als iets in staat is mij tot kille woede te brengen dan is het wel dit: een artikel schrijven (titel: Over God), bedoeld om in een boekje te verschijnen (titel: Over God), samen met collega’s-leeftijdgenoten, alle rond de dertig zoals de prospectus vermeldt (dan ben ik de oma van het stel want ik kom daar ruim vijf jaar overheen), die ook alle een artikel schrijven (Over God).

En waarom? vraagt Dopi, die me altijd in netelige situaties verzekert ‘Wees niet bang, ik sta vlak achter je’ – En waarom het dan doen? Ik ben altijd geneigd Dopi gelijk te geven, maar even altijd irriteert zijn aanwezigheid in netelige situaties achter mij, en nooit voor mij, mij mateloos.

Meer verstand heb ik in mijn hoofd als ik me afvraag waar die woede vandaan komt, waar-ie toe leidt, en wat de beste manier is om het adrenaline-gehalte in het bloed te laten zakken. Zodat ik daarna een pijp kan opsteken met de woorden van Herr Lehrer Lämpel uit de Max und Moritz: ‘Und voll Dankbarkeit sodann/Zündet er sein Pfeifchen an./“Ach” spricht er, “die grösste Freud/Ist doch die Zufriedenheit!!!”.’ Men leze het vervolg op deze regels bij Busch.

Boos ben ik natuurlijk omdat de opgave onmogelijk is, de situatie netelig, en de weg die nergens toe leidt met kleine kopspijkertjes bezaaid. Alleen om Dopi eens op mijn beurt te irriteren dus… ga ik maar even voorbij aan mijn voorstelling vroeger van God als de Paashaas, en ook aan het antwoord dat de astronaut die uit de ruimte was teruggekeerd gaf aan journalisten die hem vroegen of hij God gezien had: ‘Yes, She was black.’

De moeilijkheid met Over God is dat het beste boek dat over hem geschreven is, al áf is, en dat het tot nu toe niemand gelukt is daar nog een hoofdstuk aan toe te voegen. Het is dan ook een heel nuttig boek, waaruit je bijvoorbeeld kunt leren hoe je de touwtjes moet knopen van een tent in de woestijn, of hoe het laatste advies voor de nood luidt: ‘Beter trouwen dan branden’. De eeuwen na dat boek heeft de wetenschap, de kunst, de architectuur, de moraal en het sociale leven zich erop gebaseerd en dat is, of we het willen of niet, bepalend geweest voor alles wat achter ons ligt en wat we gemakshalve maar even onze geschiedenis noemen, en wellicht voor veel wat vóór ons ligt, waarover slechts met een groot gevoel van nutteloosheid en moedeloosheid te praten valt.

Een van de mooiste bouwwerken uit ‘onze geschiedenis’ is overigens opgebouwd naar analogie van het beste boek Over God en dat is de Wereldbibliotheek, waarvan we besloten hebben dat Jorge Luis Borges er tijdelijk directeur mag zijn. De Wereldbibliotheek is de enige plaats in de wereld waar de hoop dat het allemaal minder erg is dan het eruitziet, nog niet door tocht weggeblazen lijkt.”

meijsing

Doeschka Meijsing (Eindhoven, 21 oktober 1947)

 

De Nederlandse columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 23 april 2009.

Papa!

 

‘Papa! papa!’, schreeuwt het jongetje. Hij sleurt een bolderkarretje achter zich aan, dat voortdurend met veel kabaal omslaat en weer overeind komt. ‘Papa!
Papa! Kijk nou!’
Papa kijkt niet. Hij is in gesprek met een vrouw die niet zijn eigen vrouw is. Af en toe trekt de ergernis over haar gezicht. Oh ja, we bevinden ons op een buurtfeest, spontaan ontstaan omdat het ineens zulk mooi weer was.
‘Papa! Papa!’
Eindelijk kijkt papa op. Hij is midden 30. Een leeftijd waarop je vroeger onvoorwaardelijk volwassen was, maar nu nog even van je jeugd kunt genieten. Er zit nog rock ’n’ roll in je bloed.

De blik die vader op zijn zoon werpt, zegt dan ook alles. Hij ziet geen kwaad in het kabaal van zijn zoon.

Vader slentert naar het jongetje. Hij hurkt naast hem neer. ‘Wat is er kerel?’, vraagt hij

Maar het kan ook zijn dat hij is uitgekeken op de nieuwe buurvrouw. Ze staan in ieder geval op hetzelfde moment op. Moet er nog iets gezegd worden?
‘We zien elkaar’, zegt de man.
‘Later’, groet de vrouw. Dat duidt erop dat haar kinderen al een stuk ouder zijn dan het bolderende jongetje. Meiden van 13, 14, 16 nemen afscheid van elkaar met een nonchalant ‘later’.
Vader slentert naar het jongetje. Hij hurkt naast hem neer. ‘Wat is er kerel?’, vraagt hij. Er blijkt niets te zijn, en triomfantelijk laat vader zijn zoon weer los. Het mannetje holt weg met de kar slingerend achter zich aan.
Echt, vader kijkt grijnzend om zich heen, echt, het is een jongetje waar geen kwaad bij zit. Jan de Wit. Als hij groot is, wint hij Deal Or No Deal. Echt, maak je geen zorgen.

 

martinbril

Martin Bril (21 oktober 1959 – 22 april 2009)

 

De Pakistaanse auteur, journalist en filmmaker Tariq Ali werd geboren in Lahore op 21 oktober 1943. . Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008.

Uit: Pirates of the Caribbean

 

“Illusions about the civilizing function of a bloody Empire and the rancid rhetoric of Washington Consensus politicians were being destroyed on the battlefields of Iraq and in the mountains of Afghanistan and subsequently in Lebanon.  The glimmer of an actual political alternative, however, was only visible in Latin America.  There, new social movements had thrown up new political leaders.  They were insisting that, despite the fall of the Soviet Union, the world was still confronted with old choices.  Either a revamped global capitalism with new wars and new impoverishment, chaos, anarchy or a rethought and revived socialism, democratic in character and capable of serving the needs of the poor.

These leaders were determined to rescue the stranded ship ‘utopia’, to initiate more egalitarian, redistributive policies and to involve the poor in the political life of their countries.  For proclaiming these modest goals they were traduced and vilified.  Their real crime is to challenge the certainties of the New Order, to disregard the ‘Forbidden’ signs of the Washington Consensus.

An ally of that consensus can crush its opponents, torture and kill political prisoners, ban all rival parties, sell half a country’s assests for private gain and still obtain the ‘international community’s’ seal of approval.  But if a government challenges the priorities of the global system in the name of
an invigorated democracy and a ultra-democratic constitution [Venezuela] and, worst of all, continues to be re-elected by its stubborn citizenry it will be vilified and attacked.”

 

tariq-ali

Tariq Ali (Lahore,  21 oktober 1943)

 

De Frans-Algerijnse schrijver en regisseur Mehdi Charef werd geboren op 21 oktober 1952 in Maghnia in Algerije. . Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008.

Uit: A bras le coeur

 

– Tu bouges encore, je te pique ! me lance ma mère.
Je sais qu’elle le ferait ; elle l’a déjà fait ! Angoissé, je me concentre sur le bout d’aiguille qu’elle va enfoncer dans ma chair, plus profondément que l’épine pour la faire sortir. La première piqûre est la plus douloureuse. Ensuite, ma mère creuse tout autour de l’épine pour l’expulser délicatement, sans me faire souffrir. Elle demande qu’on approche la lampe. Je n’ai jamais avoué à ma mère que, malgré la peur de l’aiguille,j’aime bien ce genre de situations. Un peu comme quand elle cherche des poux sur ma tête : elle s’occupe de moi, je suis au centre de ses intérêts. C’est une façon tendre d’achever une si longue journée.

(…)

Je vends beaucoup de journaux aux soldats de la caserne. Le planton de service m’attend à l’heure habituelle : il m’achète ce que ses collègues ont commandé ; l’argent est prêt, je le mets dans ma poche. Dans la grande cour en terre rouge, les récents inscrits de notre contingent suivent l’exercice. A partir de maintenant, le pas est réglé sur des ‘un dé, un dé’ en langue arabe. Une nouvelle prostitution s’est organisée derrière les barbelés qui entourent la caserne. Des souteneurs font passer la frontière à des filles qui viennent du Maroc par des sentiers de traverse. Elles tournent en rond et attendent les soldats. Elles ont l’air triste. A leurs regards, on comprend qu’elles n’attendent pas grand-chose. Putain de vie ! »

 

medhivince1

Mehdi Charef (Maghnia, 21 oktober 1952)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en criticus Allen Hoey werd geboren op 21 oktober 1952 in Kingston, New York. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008.

 

At the Grave of Ezra Pound

It’s nothing special. A granite marker
set in the manicured grass, a few
flowers. The waterbus was crowded—
tourists, mostly, though few spoke
English. February wind blew
the chilly spume like spikes, a chill
that lasted under lowering skies
like the dark swirls in the glass
blown on Murano. I’d like to say
that thoughts of the great Modernist
revolution pummeled across my mind.
I’d like to say that the complex
torment of politics and art replayed
itself while I knelt to contemplate
the weathered letters, “EZRA POVND,”
but how long can you look at a chunk
of stone embedded in the earth?

 

 

 

Dark

                        It is better to go to the house of mourning
                        than to go to the house of feasting.
—Ecclesiastes 7:2

Nights grow longer, on the drive home, the window
cranked open, the air seems dark, freighted with winter’s
impending weight, but leaves rustle their October songs
and mist curls in ropes across asphalt. Deer cross
the road, grey blurs looming in the headlights too late
almost to avoid hitting them. On the side of the road
I see one lying, pull over and walk back. She’s alive,
barely, just over the ditch and only a few yards
short of where the woods begin. So close, almost
there, a second, a simple second, one way or the other
she would’ve made it, woods, freedom, the chance
to browse more leaves, whatever—I’m lost in the deer’s
life as I can only imagine it—her forelegs kick
desperately, weakly among the grass and weeds, her neck
arched, eyes glowing fear, but she’s completely
broken, dead except for her beating heart and crackling
brain, under the cold roof of stars, among the wisps
of ground fog, her sides still heaving, I go back
to the car and get the tire iron from the trunk and I
do what, in praise, in glory, in all abiding, has to be done.

 

hoey

Allen Hoey (Kingston,  21 oktober 1952)

 

De Griekse dichter en schilder Nikos Engonopoulos werd geboren op 21 oktober 1907 in Athene. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008.

BOLIVÁR   (Fragment)

A Greek Poem

        THEY SAW AN APPARITION OF THESEUS IN ARMS, RUSHING
ON AT THE HEAD OF THEM AGAINST THE BARBARIANS

Le cuer d’ un home vaut tout l’ or d’ un pais

For the great, the free, the brave, the strong,
The fitting words are great and free and brave and strong,
For them, the total subjection of every element, silence, for
them tears, for them beacons, and olive branches, and
the lanterns
That bob up and down with the swaying of the ships and scrawl
on the harbours’ dark horizons,
For them are the empty barrels piled up in the narrowest lane,
again of the harbor,
For them the coils of white rope, the chains, the anchors, the
other manometers,
Amidst the irritating smell of petroleum,
That they might fit out a ship, put to sea and depart,
Like a tram setting off, empty and ablaze with light, in the
nocturnal serenity of the gardens,
With one purpose behind the voyage: ad astra.

For them I’ll speak fine words, dictated to me by Inspiration’s
Muse,
As she nestled deep in my mind full of emotion
For the figures, austere and magnificent, of Odysseus
Androutsos and Simon Bolivar.

But for now I’ll sing only of Simon, leaving the other for an
appropriate time,
Leaving him that I might dedicate, when the time comes,
perhaps the finest song that I’ve ever sung,
Perhaps the finest song that’s ever been sung in the whole
world.
And this not for what they both were for their countries, their
nations, their people, and other such like that fail to
inspire,
But because they remained throughout the ages, both of them,
alone always, and free, great, brave and strong.

 

nikos-engonopoulos

Nikos Engonopoulos (21 oktober 1907 – 31 oktober 1985)

De Ierse dichter Patrick Kavanagh werd geboren op 21 oktober 1904 in County Monaghan. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2006 en ook mijn blog van 21 oktober 2008.

 

 

Advent

 

We have tested and tasted too much, lover-

Through a chink too wide there comes in no wonder.

But here in the Advent-darkened room

Where the dry black bread and the sugarless tea

Of penance will charm back the luxury

Of a child’s soul, we’ll return to Doom

The knowledge we stole but could not use.

 

And the newness that was in every stale thing

When we looked at it as children: the spirit-shocking

Wonder in a black slanting Ulster hill

Or the prophetic astonishment in the tedious talking

Of an old fool will awake for us and bring

You and me to the yard gate to watch

the whins

And the bog-holes, cart-tracks, old stables where Time begins.

 

O after Christmas we’ll have no need to go searching

For the difference that sets an old phrase burning-

We’ll hear it in the whispered argument of a churning

Or in the streets where the village boys are lurching.

And we’ll hear it among decent men too

Who barrow dung in gardens under trees,

Wherever life pours ordinary plenty.

Won’t we be rich, my love and I, and

God we shall not ask for reason’s payment,

The why of heart-breaking strangeness in dreeping hedges

Nor analyse God’s breath in common statement.

We have thrown into the dust-bin the clay-minted wages

Of pleasure, knowledge and the conscious hour-

And Christ comes with a January flower.

 

 

kavanaghsm

Patrick Kavanagh (21 oktober 1904 – 30 november 1967)
Standbeeld bij het Grand Canal, Dublin

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse de Lamartine werd geboren op 21 oktober 1790 in Mâcon. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2006 en ook mijn blog van 21 oktober 2008.

 

L’Occident

 

… Et l’astre qui tombait de nuage en nuage,
Suspendait sur les flots son orbe sans rayon,
Puis plongeait la moitié de sa sanglante image,
Comme un navire en feu qui sombre à l’horizon ;

Et la moitié du ciel pâlissait, et la brise
Défaillait dans la voile, immobile et sans voix,
Et les ombres couraient, et sous leur teinte grise
Tout sur le ciel et l’eau s’effaçait à la fois ;

Et dans mon âme aussi pâlissant à mesure,
Tous les bruits d’ici-bas tombaient avec le jour,
Et quelque chose en moi, comme dans la nature,
Pleurait, priait, souffrait, bénissait tour à tour ! …

Ô lumière ! où vas-tu ? Globe épuisé de flamme,
Nuages, aquilons, vagues, où courez-vous ?
Poussière, écume, nuit ; vous, mes yeux ; toi, mon âme,
Dites, si vous savez, où donc allons-nous tous ?

À toi, grand Tout, dont l’astre est la pâle étincelle,
En qui la nuit, le jour, l’esprit vont aboutir !
Flux et reflux divin de vie universelle,
Vaste océan de l’Etre où tout va s’engloutir !

 

lamartine

Alphonse de Lamartine (21 oktober 1790 – 28 februari 1869)

 

De Engels dichter en criticus Samuel Taylor Coleridge werd geboren op 21 oktober 1772 in Ottery St. Mary, Devonshire. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2006 en ook mijn blog van 21 oktober 2008.

 

The Pains of Sleep

 

Ere on my bed my limbs I lay,

It hath not been my use to pray

With moving lips or bended knees ;

But silently, by slow degrees,

My spirit I to Love compose,

In humble trust mine eye-lids close,

With reverential resignation,

No wish conceived, no thought exprest,

Only a sense of supplication ;

A sense o’er all my soul imprest

That I am weak, yet not unblest,

Since in me, round me, every where

Eternal Strength and Wisdom are.

 

But yester-night I prayed aloud

In anguish and in agony,

Up-starting from the fiendish crowd

Of shapes and thoughts that tortured me :

A lurid light, a trampling throng,

Sense of intolerable wrong,

And whom I scorned, those only strong !

Thirst of revenge, the powerless will

Still baffled, and yet burning still !

Desire with loathing strangely mixed

On wild or hateful objects fixed.

Fantastic passions ! maddening brawl !

And shame and terror over all !

Deeds to be hid which were not hid,

Which all confused I could not know

Whether I suffered, or I did :

For all seemed guilt, remorse or woe,

My own or others still the same

Life-stifling fear, soul-stifling shame.

 

So two nights passed : the night’s dismay

Saddened and stunned the coming day.

Sleep, the wide blessing, seemed to me

Distemper’s worst calamity.

The third night, when my own loud scream

Had waked me from the fiendish dream,

O’ercome with sufferings strange and wild,

I wept as I had been a child ;

And having thus by tears subdued

My anguish to a milder mood,

Such punishments, I said, were due

To natures deepliest stained with sin,–

For aye entempesting anew

The unfathomable hell within,

The horror of their deeds to view,

To know and loathe, yet wish and do !

Such griefs with such men well agree,

But wherefore, wherefore fall on me ?

To be beloved is all I need,

And whom I love, I love indeed.

 

samuel_taylor_coleridge_tshirt

Samuel T. Coleridge (21 oktober 1772 – 25 juli 1834)
Coleridge op modern t-shirt

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 21 oktober 2008.

 

De Duitse schrijver en criticus Martin Roda Becher werd geboren in New York op 21 oktober 1944.