Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Mary Renault, Constantijn Huygens, Helga Ruebsamen, Richard Wright

De Franse schrijver Antonin Artaud werd geboren op 4 september 1896 in Marseille.

Uit: Le Pèse-Nerfs

 

Et n’espérez pas que je vous nomme ce tout, en combien de parties il se divise, que je vous dise son poids, que je marche, que je me mette à discuter sur ce tout, et que, disuctant, je me perde et que je me mette ainsi sans le savoir à PENSER, – et qu’il s’éclaire, qu’il vive, qu’il se pare d’une multitude de mots, tous bien frottés de sens, tous divers, et capables de bien mettre au jour toutes les attitudes, toutes le nuances d’une très sensible et pénétrante pensée.

Ah ces états qu’on ne nomme jamais, ces situations éminentes d’âme, ah ces intervalles d’esprit, ah ces minuscules ratées qui sont le pain quotidien de mes heures, ah ce peuple fourmillant de données, – ce sont toujours les même mots qui me servent et vraiment je n’ai pas l’air de beaucoup bouger dans ma pensée, mais j’y bouge plus que vous en réalité, barbes d’ânes, cochons pertinents, maîtres du faux verbe, trousseurs de portraits, feuilletonistes, rez-de-chaussée, herbagistes, entomologistes, plaie de ma langue.

Je vous l’ai dit, que je n’ai plus ma langue, ce n’est pas une raison pour que vous persistiez, pour que vous vous obstiniez dans la langue. Allons, je serai compris dans dix ans par les gens qui feront aujourd’hui ce que vous faites.

Alors on connaîtra mes geysers, on verra mes glaces, on aura appris à dénaturer mes poisons, on décèlera mes jeux d’âmes. Alors tous mes cheveux seront coulés dans la chaux, toutes mes veines mentales, alors on percevra mon bestiaire, et ma mystique sera devenue un chapeau. Alors on verra fumer les jointures des pierres, et d’arborescents bouquets d’yeux mentaux se cristalliseront en glossaires, alors on vera choir des aérolithes de pierre, alors on verra des cordes, alors on comprendra la géométrie sans espaces, et on apprendra ce que c’est que la configuration de l’esprit, et on comprendra comment j’ai perdu l’esprit.“

 

 

Artaud

Antonin Artaud (4 september 1896 – 4 maart 1948)

 

De Franse schrijver François René de Chateaubriand werd geboren op 4 september 1768 in Saint Malo.

 

Uit: Mémoires d’outre-tombe

 

A peine étais-je revenu de Brest à Combourg, qu’il se fit dans mon existence une révolution; l’enfant disparut et l’homme se montra avec ses joies qui passent et ses chagrins qui restent. D’abord tout devint passion chez moi, en attendant les passions mêmes. Lorsque, après un dîner silencieux où je n’avais osé ni parler ni manger, je parvenais à m’échapper, mes transports étaient incroyables; je ne pouvais descendre le perron d’une seule traite : je me serais précipité. J’étais obligé de m’asseoir sur une marche pour laisser se calmer mon agitation ; mais aussitôt que j’avais atteint la Cour Verte et les bois, je me mettais à courir, à sauter, à bondir, à fringuer’, à m’éjouir jusqu’à ce que je tombasse épuisé de forces, palpitant, enivré de folâtreries et de liberté. Mon père me menait quant et lui à la chasse. Le goût de la chasse me saisit et je le portai jusqu’à la fureur; je vois encore le champ où j’ai tué mon premier lièvre. Il m’est souvent arrivé en automne de demeurer quatre ou cinq heures dans l’eau jusqu’à la ceinture, pour attendre au bord d’un étang des canards sauvages; même aujourd’hui, je ne suis pas de sang-froid lorsqu’un chien tombe en arrêt. Toutefois, dans ma première ardeur pour la chasse, il entrait un fond d’indépendance; franchir les fossés,
arpenter les champs, les marais, les bruyères, me trouver avec un fusil dans un lieu désert, ayant puissance et solitude, c’était ma façon d’être naturel. Dans mes courses, je pointais si loin que, ne pouvant plus marcher, les gardes étaient obligés de me rapporter sur des branches entrelacées. Cependant le plaisir de la chasse ne me suffisait plus; j’étais agité d’un désir de bonheur que je ne pouvais ni régler, ni comprendre; mon esprit et mon coeur s’achevaient de former comme deux temples vides, sans autels et sans sacrifices; on ne savait encore quel Dieu y serait adoré. »

 

francois-rene-de-chateaubriand-combourg

René de Chateaubriand (4 september 1768 – 4 juli 1848)
Beeld door Alphonse Terroir in Combourg

 

De Nederlandse dichter en schrijver Constantijn Huygens werd geboren op 4 september 1596 in Den Haag.

 

 

ROTTERDAM


’Tzij Wael, off Rhijn, off Maes, off alle drij te saem,
’Tzij Yssel, Merw, off Leck, off drij in eenen naem,
Off zess in eenen buyck; sij moeten t’mijnent buren,
En willen niet in Zee off kussen eerst mijn’ muren;
Mijn’ muren soo gereckt, mijn’ soo gerijckten grond,
Dat die mij nu besiet kan vragen waer ick stond.
O muren, en ô grond, ô welgevoegde Stroomen,
Wijckt voorde Wilderniss der averechte Boomen,
Maer wijckt voor haer geluck: En, Vreemdeling, segt ghij,
Hoe verr en wint het niet mijn’ Mase van haer IJ?

 

 

 

Aen Heere P. C. Hooft


Ick byden Helt gestelt, die uijt de Leeuweschoncken
Den oorloghijver soogh, en ’tleeuwelycke rap,
Die Troyen holpe’ in d’asch, en stelden Hector schrap?
Zoo diep en legg’ ick niet in eyghen-waen versoncken,
Zoo veel en hebb’ ick niet uyt Lethe opgedroncken,
Dat ick ’s mij weerdigh kenn’, al paert het streelend’ sap
Van uwe hoofsche pen ’tonnoosel vrijerschap
Van een rondt Batavier, bij d’edel’ Griecksche voncken.
Wat can hy weerdigh zyn die op stem noch op Dicht
Ervaren, noch op luyt mach heeten afgericht,
Veel minder op het puyck van wtgeleesen zeden?
Dies vinde’ ick in u Dicht (Puyckdichter van ons landt)
Const, jonst, geneghentheyt, maet, rijm en reghel-trant,
(Vergeeft mij ’tredelyck ontkennen) maer gheen reden.

 

 

huygens

Constantijn Huygens (4 september 1596 — 28 maart 1687)
Portret door Michiel van Miereveld

 

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen is op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië.

Uit: Het viswijf (of: als er toch niets anders meer komt dan dronkemanstaal)

 

„Dora had weer een scène gemaakt, met alles erop en eraan, zoals dronkenschap, onwelvoeglijke taal, beledigingen en handtastelijkheden. Pieter had haar met de grootste moeite naar boven gekregen, naar hun slaapkamer, die hij achter haar op slot had gedraaid.

Ze stond onvast ter been voor het raam, op de eerste etage en zag hoe haar man, beneden op de stoep, probeerde om de geshockeerde gasten begrip bij te brengen voor wat zich had afgespeeld. Dat zou best lukken, daar kende ze haar Pieter voor. Welke excuses en verklaringen zou hij deze keer verzinnen? De wreedheid van haar jagende vader werd in deze kringen gerespecteerd, daar kon Pieter dus niet mee aankomen. Hij zou er wel iets op vinden. Hij wist altijd raad.

Hij hoefde niet briljant te zijn en niet vindingrijk, hij sprak gewoon zijn belangrijkste goede eigenschappen aan; hij kwam betrouwbaar en rechtvaardig over. Haar man stond alom bekend als onkreukbaar. Niet voor niets vertrouwden die gewichtige gasten aan hem al hun geheimen toe, lieten ze hem hun kastanjes uit het vuur slepen, die valse maar hooggeplaatste etterbuilen en galbakken, die op dit ogenblik hoofdschuddend op hun limousines met chauffeur stonden te wachten en van wie de echtgenotes af en toe een bemoedigende hand op Pieters arm legden.

Die fijn geschoeide handjes, die strelende en knijpende vingers van de doortrapte kakmadammen en graftakken, zoals Dora ze nog geen half uur eerder uit de grond van haar hart had genoemd, hun aanblik bracht opnieuw de nodige beroering in haar teweeg.

Good riddance at bad rubbish! Laat ze opsodemieteren, die golddiggers en cockteasers. Ze deugden niet, het enige wat ze in hun hele leven hadden gepresteerd was dat ze op het juiste moment hun dameshuid duur hadden verkocht. Nu kochten die salonhoeren op hun beurt andermans huid.

Dora had het met eigen ogen gezien toen ze mee was gegaan met Pieter naar een juristencongres, ze had gezien hoe die keurige kapsoneswijven, op wie ogenschijnlijk niet je dat viel aan te merken, na de landing in Berlijn direct uit hun correcte tweedjassen waren gekropen. Ze konden niet wachten, de lefmutsen, tot hun koffers van de lopende band waren gerold, ‘maak open, maak open’ gniffelden de secreten, om zich vervolgens triomfantelijk te omgorden met bont! Om zich te hullen in de wederrechtelijk afgestroopte vellen van naamloze dieren.“

ruebsamen

Helga Ruebsamen (Batavia, 4 september 1934)

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 september 2006 en ook mijn blog van 4 september 2008.

 

 

De Engelse schrijfster Mary Renault werd op 4 september 1905 geboren als Mary Challans in Forest Gate in Essex.

 

Uit: The Friendly Young Ladies

 

„Very quietly and carefully, hardly moving her thin young neck and round shoulders, Elsie looked round the room, first at the french windows into the garden, then at the door, measuring distances. Her calculations were instinctive, like those of a mouse; she had been making them since she could crawl. There was hardly any need to look this time; the way to the door lay flat across her father’s line of vision. He was saying, “I should have supposed it was obvious to the meanest intelligence–almost anywhere, in fact, outside this household—-“

Her parents’ chairs were drawn up to the fire, for it was a chilly evening in March, and the Lane family always observed, punctiliously, the routine of domestic comfort. Elsie had begun her reputation for eccentricity at school by remarking suddenly, “I do think radiators are nice.” She thought of radiators as she edged the pouffe on which she was sitting slowly backward, ready for a traverse behind her mother’s chair to the french window.

As she moved, she remembered that her sister Leonora, in the dimly-remembered days when she lived at home, used to cross the room on occasions like this with three flying strides, slam the door, and be half-way down to the beach before there was time to say anything. Elsie had been, and still was, as incapable of following her example as she would have been of soaring through the air. She had always found herself left behind, to hear the comments and the retorts, while Leo had already joined Ted and Albert from the coastguard cottages, and would be looking for jetsam in the caves. Elsie had not envied her Ted and Albert–she agreed with her mother in thinking them very rough and unsuitable–and she rarely remembered now to envy her her technique, it was so long ago. She was free to use her own methods; and Leo, once so terrifyingly apt to heap a family fracas with fresh fuel, was never mentioned at all. Elsie herself hardly ever thought of her.“

 

Renault

Mary Renault (4 september 1905 – 13 december 1983)

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Nathaniel Wright werd geboren in Roxie, Mississippi op 4 september 1908. Zie ook mijn blog van 4 september 2007.  

 

Uit: A Father’s Law

 

„He saw the dim image of the traffic cop make a right-face turn and fling out a white-gloved arm, signaling that the flow of cars from the east should stop and that those toward the south now had the right of way, and at the same instant he heard the cop’s shrill whistle: Wrrrriiiiiieee . . .

Yes, that was a good rookie. He had made change-over in traffic smartly, the exact manner in which the Metropolitan Handbook for Traffic Policemen had directed. The footwork had been perfect and that impersonal look on his face certainly inspired confidence and respect. That’s the way a policeman should work. Well done, Officer, he mumbled in his sleep as the officer now did a left-face turn, again flinging out his flashing white-gloved hand and sounding his whistle: Whreeeeeiiiiiee . . .

“Ruddy!”

“Hunh!”

“Ruddy! Wake up!”

Wrrrriiiiiieeeeee . . .

“Hunh? Hunh?”

“Ruddy, it’s the telephone, darling!”

Wreeeiiieeeeee . . .

“Oh!”

“It’s the telephone, Ruddy!”

“I’ll get it, I’ll get it,” he mumbled, blinking his sleep-drugged eyes in the dark and fumbling with the bedcovers. He sat half up and sleep rushed over him in a wave, seeking to reclaim him. “This rush-hour traffic . . .” He sighed, his voice trailing off.

“Hunh? Ruddy, are you awake?”

“Hunh?”

“Darling, the telephone!”

Wreeeeeiiiiiii . . .

In one stride of consciousness, he conquered his sleep and pushed his feet to the floor, reached out to the bedside table and lifted the receiver. He cleared his throat and spoke professionally: “Captain Rudolph Turner, speaking.”

A woman’s sharp, crisp voice sang over the wire: “Ruddy, Mary Jane . . . Mary Jane Woodford.”

“Yeah, Mary Jane. What is it? What’s up?”

“Who is that, Ruddy?”

“Wait, Agnes. I’m trying to talk. Switch on the light.”

 

RichardWright

Richard Wright  (4 september 1908 – 28 november 1960)

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 september 2008.