P. N. van Eyk, Charles Cros, Günter Wallraff, Sergej Aksakov, Michael Schindhelm, John Hegley, Inge Merkel, Khalid Boudou

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyk (naamsverandering omstreeks 1907 in Van Eyck) werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2007.

 

Boeddha-beeld

Daar staat het, grijs, in ’t korrelige steen:
Hij, bijna, ‘vrij’ , aan drift en wil ontstegen,
Tot afscheid van wat stil wordt weggezwegen
Iets als een glimlach om zijn lippen heen.

En onbetwist haast, de oogen toe. Want niet
Nu hij geheel in zich rust, zijn de leden
Tot schut der ziel voor de aarde toegegleden,
Doch als broos teken dat hij niet meer ziet, –

Maar mij, die nimmer zijn kon wat ik ben,
Gistren nog moe van ’t blind door wond’ren lopen,
Nu plotseling ziende, is ’t al zo licht en open
Dat ik mij zelf ternauwernood herken –

Een blij bewoner van dit wijd domein –
Nog onbegrijpelijk ruist het door mijn zinnen!
Ik voel mijn hart een nieuwe droom beginnen:
God wil, in mij, als mens gelukkig zijn.

Voor het raam

Hier, in mijn eigen leven: ik.
Op gras en takken stilte en sneeuw –
Wat droomde ik van heelal en eeuw?
Daar is alleen: dit oogenblik.

Ik voel ‘t. En toch, niet gans als míjn,
Maar of ’t mij toeruist door die boom:
Een stem, van verder dan mijn droom
Gezongen uit een dieper zijn.

Wel weet ik: als die stem mij richt,
Wordt eens dit bont-verweven lot
Plotseling tezaamgetrokken tot
Eén, helle, kern, een flitsend licht.

 

Van_eyck

P. N. van Eyk (1 oktober 1887 – 10 april 1954)

 

De Franse dichter Charles Cros werd geboren in Fabrezan op 1 oktober 1842. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2007.

 

Les quatre saisons – L’automne

 

L’automne fait les bruits froissés
De nos tumultueux baisers.

Dans l’eau tombent les feuilles sèches
Et sur ses yeux, les folles mèches.

Voici les pèches, les raisins,
J’aime mieux sa joue et ses seins.

Que me fait le soir triste et rouge,
Quand sa lèvre boudeuse bouge ?

Le vin qui coule des pressoirs
Est moins traître que ses yeux noirs.

 

 

 

Testament

 

Si mon âme claire s’éteint
Comme une lampe sans pétrole,
Si mon esprit, en haut, déteint
Comme une guenille folle,

Si je moisis, diamantin,
Entier, sans tache, sans vérole,
Si le bégaiement bête atteint
Ma persuasive parole,

Et si je meurs, soûl, dans un coin
C’est que ma patrie est bien loin
Loin de la France et de la terre.

Ne craignez rien, je ne maudis
Personne. Car un paradis
Matinal, s’ouvre et me fait taire.

 

Cros

Charles Cros (1 oktober 1842 – 9 augustus 1888)

 

De Duitse schrijver en undercoverjournalist.Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2006 en ook mijn blog van 1 oktober 2007.

 

Uit: Undercover

Glitzernd ragt das Hochhaus in den Himmel über Köln, acht Meter höher als der Dom. Der Köln-Turm im MediaPark ist mein Ziel an diesem Morgen, die neue deutsche Arbeitswelt, in der nichts mehr qualmt und rußt wie einst in Fabriken und in Zechen, sondern die staubfrei hinter Stahl und Glas versteckt ist. Finanzdienstleister, Makler, Beratungsfirmen, Callcenter. Eine automatische Drehtür schiebt mich ins Foyer, vor den Empfang. Ich trage falsche Haare, Kontaktlinsen, habe meinen Schnauzbart abrasiert, und das Marathontraining des vergangenen Jahres hat mich zusätzlich verjüngt. Ich bin 49 und heiße von nun an Michael G. – mein Name, und damit meine Identität, ist von einem Freund geliehen. Die junge Dame am Empfang gibt den Aufzug frei, nachdem mein Besuchswunsch aus der Zieletage positiv beschieden wurde. „Mit dem Anwachsen der Geschäftsvolumina steigen in gleicher Weise die Diskretionsbedürfnisse“, lautet die Köln-Turm-Eigenwerbung. Deshalb „schützt Sie das Lift-look-Aufzugssystem vor ungebetenen Gästen“. So viel Diskretion wird Gründe haben. Im Köln-Turm haben sich Unternehmen niedergelassen, die sich nur ungern in die Karten schauen lassen. Ich will zu CallOn, dem zweitgrößten Vermarkter von Lotterielosen in Deutschland. CallOn ist ein Callcenter, einer der Big Player in diesem neuen Wirtschaftszweig.

Mehr als 5500 Callcenter gibt es in Deutschland. 400.000 Beschäftigte hatte die Branche 2006, in diesem Jahr werden vermutlich 40.000 Mitarbeiter hinzukommen. Es scheint, als seien Callcenter die Bergwerke der Neuzeit: Zigtausende arbeiten im Verborgenen, werden unsichtbar – und ihre Arbeitsbedingungen auch. Die Branche wächst schnell und verändert sich rasant: Nur noch ein Drittel der Firmen ist mit sogenannten Inbound-Geschäften betraut, nimmt also im Auftrag eines Unternehmens Anfragen, Beschwerden oder Anregungen von Kunden entgegen. Zwei Drittel widmen sich teilweise oder vollständig dem Outbound: Verkaufsgeschäften. Allgemein bekannt ist, dass diese Callcenter Lottolose und Zeitschriftenabonnements verkaufen, weniger bekannt, dass sie im Grunde mit allem Möglichen handeln: mit Nahrungsmitteln, Versicherungsverträgen und Hedgefonds. Was auch immer sie verkaufen: In aller Regel ist es überteuert. Fast immer ist der Kunde der Betrogene. Die Callcenter rufen tagein, tagaus bei den Deutschen an – in der Regel ungebeten. 900.000 unaufgeforderte Anrufe, schätzt der Bundesverband der Verbraucherzentralen, werden täglich von Callcentern aus geführt. In 95 Prozent der Fälle fühlen sich die Verbraucher belästigt.”

 

Wallraff

Günter Wallraff (Burscheid , 1 oktober 1942)

 

De Russische schrijver Sergej Aksakov werd geboren op 1 oktober 1791 in Oefa en had een ziekelijke jeugd op het landgoed van zijn ouders in Novo-Aksakova, voordat hij studeerde aan het gymnasium van Kazan. Daarna studeerde hij vanaf 1805 aan de Staatsuniversiteit van Kazan. Hij raakte geïnteresseerd in theater en zette zich af tegen het als oubollig geziene werk van Nikolaj Karamzin en steunde Aleksandr Sjisjkov in zijn strijd tegen het maniërisme van Karamzin en zijn pleidooi voor volksgedichten in de Russische taal.

In 1807 ging Aksakov naar Sint-Petersburg en in 1812 naar Moskou, waar hij meedeed aan de Campagne van 1812. Hij trouwde met Olga Saplatina en leefde vervolgens gelukkig vanaf 1816 met haar op zijn landgoed Aksakov. Ze kregen vier zonen en vijf dochters. Twintig jaar later, in 1826, trok hij met zijn gezin naar Moskou. Zijn landgoed bracht echter te weinig op om van rond te komen en hij trad daarop in dienst van Sjisjkov op de afdeling censuur, maar omdat hij te flexibel was voor het regime van tsaar Nicolaas I, vertrok hij daar weer snel. In 1833 werd hij inspecteur en in 1835 directeur van de School voor veldmeetkunde in Moskou. Nadat zijn vader was overleden in 1837 kon Aksanov op zijn landgoed leven zonder verdere beroepsverplichtingen. Als landheer opende hij zijn huis voor literair en wetenschappelijk geïnteresseerden. Een van hen, prozaïst Nikolaj Gogol, moedigde hem aan te gaan schrijven, hetgeen hem ertoe aan zette zijn aantekeningen over onderwerpen als jagen en vissen te publiceren. Deze publicaties maakten hem een nationale held en bezorgden hem een groot aantal bewonderaars. De verhalen over zijn jeugdjaren bezorgden hem de grootste bekendheid. Hij stierf op 68-jarige leeftijd in 1859 in Abramtsevo.

 

Uit: The Little Scarlet Flower

 

„In a certain realm, in a certain land, there lived a wealthy merchant, a man of great means.

Much wealth had he of every kind—gold and silver treasure, pearls and precious stones, costly wares from far-off lands. And this merchant had three daughters, each more lovely than words can tell, but the youngest was the fairest of all. He loved his daughters more than his entire fortune—more than his pearls and precious stones, more than his gold and silver treasure. His love was great, for his wife was dead and he had nobody else to love. Though he loved his elder daughters, he loved his youngest daughter best because she was the kindest and most loving to her father.

One day, this merchant made ready to sail across the sea with his wares, to the ends of the earth. Before departing, he said to his dear daughters, “O my kind and sweet and tender daughters, I take my ships to trade in lands across the sea. Whether I be long on my way I cannot say, but I bid you live in virtue and peace while I am gone. Then I shall bring you back whatever gifts your hearts desire. And I give you three days to make your choice; then you shall tell me what gifts you desire.”

For three days and nights they considered, then came to their father and told him of the gifts they each desired. The first daughter bowed low to her father, and spoke thus, “Sire, my dear beloved father, bring me no gold or silver brocade, no black sable, no wondrous pearls. Bring me, I pray thee, a golden crown set with precious stones, such that shines as the full moon or the bright sun, such that turns the dark of night into the light of day.”

The honest merchant thought awhile, then said, “So be it, daughter mine, I shall bring you just such a crown. I know a man across the sea who can get it for me. It belongs to a foreign princess and is concealed in a stone chamber buried deep in a mountain of stone, seven yards down behind three iron doors with three German locks. The task is not an easy one, but my fortune knows no bounds.”

Next, his second daughter bowed low and said, “Sire, my dear beloved father, I want no gold or silver brocade, no black Siberian sable, no wondrous pearl necklace, no golden crown with precious stones. Bring me a mirror of Eastern crystal, so pure and perfect I may behold all the beauty under the sun, such that when I look into it I may never grow old, my maidenly beauty shall increase.”

The honest merchant became thoughtful; then he said, “So be it, daughter mine, I shall bring you a crystal mirror such as you describe. There is just such a mirror belonging to the daughter of the King of Persia, a young princess whose beauty no tongue can de-scribe, no pen can depict, no mind can imagine. The mirror is hidden in a stone tower, tall and strong, that stands on a mountain cliff seven hundred yards high. And the mirror is kept behind seven iron doors with seven German locks. Three thousand steps lead up to the tower and on every step stands a Persian warrior guarding the treasure day and night, each wielding a mighty sword of sharp steel.“

aksakov

Sergej Aksakov (1 oktober 1791 – 12 mei 1859)

 

 

De Duitse schrijver, vertaler en dramaturg  Michael Schindhelm werd geboren op 1 oktober 1960 in Eisenach. Hij studeerde scheikunde in Merseburg en het Russische Voronezj. Van 1984 tot 1986 was hij wetenschappelijk medewerker aan de Akademie der Wissenschaften in Oost-Berlijn. Daarna werkte hij als vertaler, schrijver en dramaturg. Tot 2006 had hij aanstellingen als intendant bij verschillende Duitse theaters. Sinds maart 2008 is hij directeur cultuur van de Dubai Culture and Arts Authority.

 

Uit: Die Herausforderung

 

„Das Tor knarrte seit letztem Sommer. Er sah hinter sich und entließ Schmitt und den Fahrer Rölke mit einem ungewissen Handzeichen. Durch die das fahle Abendlicht spiegelnden Fenster waren ihre Gesichter im Inneren des Wagens nicht zu erkennen. Er hielt neben einem dunkelbraunen Cabrio und den Containern inne, aus denen zwei feiste schwarze Plastiksäcke herausblähten, und starrte auf das frei stehende Einfamilienhaus aus den zwanziger Jahren mit den zwei Apfelbäumen im Vorgarten und einem verbeulten blauen Briefkasten am Zaun. Dieses Innehalten gehörte inzwischen zum Nachhausekommen wie das Knarren des schiefhängenden Gartentors. Weit und breit das einzige altersschwache und ungeölte Exemplar. Nicht, daß er sich darauf etwas einbildete, aber er mußte zugeben, daß er sofort auf andere Gedanken kam, hatte er erst einmal dieses Tor mit einem Ruck angehoben und geöffnet. Eine Nacktschnecke robbte quer über den Plattenweg zum Haus. Er nahm das schlüpfrige, karamelfarbige Eingeweidesäckchen zwischen Daumen und Zeigefinger der rechten Hand und warf es ins Gras zurück. Die Hand schloß sich unwillkürlich zur Faust.

Hinter ihm schlugen nacheinander mehrere Kirchen- glocken an. Er baute sich breitbeinig vor dem Rasen auf, drückte die Knie durch und atmete tief ein und aus. Das gehörte nicht mehr zu den Ritualen des Nachhausekommens, und als er die blaugrauen Wolkenstores über dem

Nachbarhaus entdeckte und wie sie den Garten eindun- kelten, fiel ihm auf, daß er sonst nie in diese Richtung sah und sich bis vor wenigen Sekunden in dem Glauben gewiegt hatte, es würde an diesem Maitag noch viele träge Stunden dauern, bevor der Abend anbrach. Er sah zer-

streut auf die klebrige Handfläche.

Eine Amsel flog aus den Holunderbüschen auf. Er hatte jetzt das Gesicht dieses Journalisten im Kopf, zusammengewachsene Augenbrauen und eine steile Falte darüber,

wie ein Blitzableiter. Wie ihm dieser Typ vorhin, nach der Gründungsfeier, auf dem Herrenklo entgegengekommen war. Mit überkreuzten Armen und den Händen unter den Achseln, weil es angeblich keine Papierhandtücher gebe.

»Wurzener Tageblatt«. Das eignete sich bestimmt auch zum Händetrocknen. In der Regel vergaß er solche Leute, sobald sie aus seinem Blickfeld verschwunden waren. Es

sei denn, es handelte sich um Journalisten wie diesen Steil- falte. Er erklärte sich den Fall damit, daß er zum Gründungsakt der Bundeskulturstiftung gesprochen und dem Mann danach plausibel zu machen versucht hatte, wes- halb dieses Land eine Bundeskulturstiftung bitter nötig hatte. Die Leser vom »Wurzener Tageblatt« sollten wissen, daß ohne ihn, Müller, diese Stiftung nie zustande ge-

kommen wäre.“

 

schindhelm

Michael Schindhelm (Eisenach, 1 oktober 1960)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen, maar bracht zijn jeugd grotendeels door in Luton. Hegley behaalde een graad aan de universiteit van Bradford. Voor zijn loopbaan als dichter leidde hij een comedygroep Popticians, die af en toe nog met hem op toernee gaat.

 

Werk o.a.: Dog (2000), My Dog is a Carrot (2002), The Sound of Paint Drying (2003), Uncut Confetti (2006)

Pop and me

 

My dad had come along to watch me
the day I came last in the cub scout sack race;
the day my glasses fell off on to the running track
and somebody behind me
deliberately hopped on top of them
and damaged them really badly.
I was that
struggling runt at the back
laughed at by everyone,
everyone, except my dad.
And not because he had
a beating in mind
but because he felt for me.
And when he came to find me
and I was melting with tears
he said ‘You’re the one
they’ll remember in the years to come, son,
you were very funny.’
And he took me to the shop
and ordered me some pop
and we halved the humiliation
when he didn’t have the money.

 

john-hegley

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

De Oostenrijkse schrijfster Inge Merkel, werd geboren op 1 oktober 1922 in Wenen. Zij studeerde klassieke talen, geschiedenis en germanistiek aan de universiteit in haar geboortestad. Daarna werkte zij als wetenschappelijk medewerkster en als lerares Latijn. Pas toen zij zestig jaar was begon zij met schrijven. Zij schreef zes omvangrijke romans en een bundel verhalen. In 1982 ontving zij de Aspekte-Literaturpreis voor het beste debuut. Ook ontving zij nog in 1986 de Literaturpreis der Stadt Wien, 1987 de Anton-Wildgans-Preis, 1990 de Otto-Stoessl-Preis en in 1992 den Ehrenpreis des österreichischen Buchhandels für Toleranz in Denken und Handeln.

 

Uit: Sie kam zu König Salomo

 

„Er schob sich etwas näher an sie heran. Dabei gerieten sie mit den Handrücken aneinander, und nach einer Weile griff er nach ihrem Handgelenk. Durch das Nähertreten berührten sie sich nun auch leicht an den Schultern und Hüften. Salomo seufzte, dann drehte er den Kopf zur Seite, der Königin zu.
“Würden wir nicht bequemer liegen und es traulicher haben, wenn wir uns einander zuwandten?”
Sie taten es und schwiegen wieder eine ganze Weile. Dann sagte sie: “Ich weiß, mein Salomo, worauf du hinauswillst, und ich gestehe es dir gleich, auch mich bewegt derselbe Wunsch, stark und dringend.
Aber ich rate ab.”
“Ich weiß. Es ist unseres Alters wegen. Die Leute urteilen da ziemlich schroff. Aber eine glatte Haut und geschmeidige Glieder hab ich mehr als genug im Frauenhaus.”
“Es ist nicht nur, weil im Alter die Haut rauh wird und die Glieder nicht mehr schlank und beweglich sind. Ich meine es anders.”
“Und ich sage, ist es nicht das Schönste, was uns Gott gegeben hat in diesem dunklen Dasein?”
“Ja, ja, du hast ja recht, doppelt und dreifach recht. Aber seit ich alt bin, setzt mir der Vorgang selbst zu, verstehst du? Die besondere Eigenart dieses Vorgangs, die man in der Kopflastigkeit der Jugend, im Rausch des Geschehens übersieht, weil man von diesem Geschehen so überwältigt ist, daß einem die klaren Sinne schwinden und man glückseligerweise gar nichts mehr wahrnimmt. Ist es doch sogar die Voraussetzung für einen befriedigenden Ablauf dieses Vo
rgangs, daß die Schärfe der Wahrnehmung verschwimmt. Schon ein verständiger Blick oder Gedanke stört die schwunghafte Erhöhung, unterbricht sie rüde, sodaß man sich ernüchtert zur Seite rollt. Wir sind zu alt dafür, Salomo. Ich liebe dich tief und schwer, aber wir sind zu alt für das schöne Spiel, das der Jugend vorbehalten ist. Nicht wegen der Sittsamkeit, sondern wegen des Geschmacks.”

 

Merkel

Inge Merkel (1 oktober 1922 – 15 januari 2006)
Boekomslag (geen portret beschikbaar)

 

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Boudou begon met het schrijven van korte verhalen en gedichten. Voor het verhaal De Stemmendans ontving hij de El Hizjra Literatuurprijs. Hij is vooral bekend door het boek Het Schnitzelparadijs uit 2002, dat in 2005 verfilmd werd door Martin Koolhoven, naar een scenario van Marco van Geffen. Het werd een enorme bioscoophit. In 2002 werd dit boek bekroond met Het Gouden Ezelsoor. In november 2005 verscheen zijn tweede boek De President. Boudou heeft een wekelijkse column op BNR Nieuwsradio. Zijn derde boek, PizzaMaffia is verschenen in november 2007. Khalid Boudou woont in Tiel.

 

Uit : De president

 

‘Dames en heren, ik neem even een slokje water.
We zijn wakker, zeer gewaardeerde burgers van Zapland. Ik ben opgestaan en u bent opgestaan. Wat hebben we geleerd? Lui achteroverleunen is in deze verkiezingstijd alleen nog weggelegd voor chronische klagers. U zult zelf de toekomst van uw maatschappij moeten regisseren. Doet u dat niet in het parlement of op een voetbalfeestje, dan wel op uw verjaardag. Tijdens mijn campagne, waarvan ik helaas door het noodlot de laatste dagen niet heb mogen meemaken, werd er druk gediscussieerd en was er soms sprake van een massale toestroom op de verkiezingsavonden van mijn politieke tegenstanders. Thuis wachtte de televisie, met polls, hysterische debatten en mensen die de jas en mondhoeken van politici analyseerden en een wirwar van grafieken tentoonspreidden…
Dames en heren, ik neem even een slokje water.
Zo. Dames en heren, de geloofwaardigheid van de politiek maakt velen onder u nog altijd sceptisch. Dat begrijp ik, dat ben ik ook. Wel lijkt u doordrongen te zijn van het besef dat de politieke arena geen speeltuin is voor blaffende honden en mannen in hun tweede jeugd – anders had u niet voor mij gekozen, maar voor mijn gevallen op-po-nent. U hebt daarmee het bewijs geleverd, beste, honorabele burger, dat hij die beweert dat de gemiddelde kiezer een hol vat is met armen en benen, dat de gemiddelde kiezer zijn stem laat afhangen van de neus van de president, zijn afkomst of de jurk van diens vrouw, hooghartig is. U hebt zich niet laten inpakken door enquêtebureaus, die het volk misleiden met nietszeggende onderzoekjes. U koos massaal voor mij, omdat ik uw land transparant, eerlijk en veilig zal maken – zo veilig als een aspergeveld.“

 

Boudou_Drent

Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974