Lodewijk van Deyssel, Fay Weldon, Dannie Abse, Hans Leip

De Nederlandse schrijver Lodewijk van Deyssel werd geboren op 22 september 1864 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 22 september 2006. En ook mijn blog van 22 september 2007.

 

Uit : De Scheldkritieken (Mevrouw Jeanne Fortuyn)

« Mevrouw Jeanne Fortuyn. Goeye-morrege, mevrouw Fortuyn, ah! bonjour, bonjour, mevróuw! Alle duivels, Jans, meid, Jeanne, kind, drommels, mevrouw, wil verschoonen dat ik het zoo maar zeg, maar, voor-den-hier-en-ginder, sapperloot, wat kan u van u afpraten! Nou, hoor, maar… papperlepáp,… wat ik zeggen wil, ja, hm., waarom die brieven niet stilletjes geláten in de portefeuille van uw vriendin, waarom ze doen uitgeven? Hè, wablief? Pardon, ik versta u niet, wil voor even een klein weinigje langzamer spreken…

O, hohoho, maar wat zeg ik daar! ’t mondje voorbijgepraat, aijaijai, ’t mondje voorbijgepraat! Zoo-zoo, wel-wel, en heeft u dat nou allemaal zoo beleefd, zoo bij-gewoond! Ja, ja, ’t is je wat, ’t ís je wát as ’t voor de heeren komt, die boel daar in Indië! Aardige wereld, áardige wéreld, hè? – Maar, ’t ís wáar óok, en dát zal wáar zijn, niet ieder-een, nee, warempel niet, niet ieder-éen is het gegeven, is het gegeven zeg ik, dat alles zoo op te merken en te kunnen weêrgeven.

Ja, as je me nou vráagt, dat van dat drinken en baden van die meneer ‘Gladvink’ (hoe aardig van u, mevrouw, om de menschen, nu uw brieven in ’t publiek kwamen, niét alleen-gefingeerde námen te geven, dat is te zeggen, dát is óok wel aardig, maar dat zouden toch méer menschen doen, maar, híer wil ik héen,: om ze gefingeerde namen te geven, die met-een zoo veel-als als ’t ware een resumeerende aanduiding van hun karakter in zich houden: b.v. ‘Gladvink’ voor een slimmerik, voor iemant, die zich door het leven wel héen weet te slaan en flink-weg van alle markten thuis is, ‘Kantenklaar’ voor iemant, die altijd voor alles te vinden is en altijd precies weet waar hij heen wil; maar het állerkoddigste, het uitap-mopperde-moppigste, het flip-flap-flap – uit – beroerd – lekker – proest – stik – lolligste, het om – het – lachen – d’r – over – te – voelen – aankomen – en – dan – terwijl – je – buik – al – op – en – neêr – gaat – in – de – bierkroeg – zich – voor – een – heelen – avond – te – installeeren – alléen – om – telkens – even – stil – te – zijn – en – dan – telkens – de – gedachte – weêr – te – laten – bovenkomen – om – op – nieuw – weêr – te – hiksnotteren – van – de – belabberlazerde – lach – woelingen – sappig – grappigste vin ik, dat u je man meneer Fortuyn noemt, omdat-i naar Indië gaat om fortuin te maken; hi hi, nog lach ik er van; maar, wat ik zeggen woû, dat van dat drinken en baden, en ook dat van dat kaartspelen om hooge tarieven, dat, en zoo de meeste rest, dat wisten we eigenlijk al, ja, wel zeker, dat wisten we eigenlijk al! van meheer Maurits! uit de romans van meneer Maurits: we wisten het allemaal al, hi hi, ben ik dwaas!, we wisten het al zoo goed dat we het bijna al weêr overgegeven hadden van ajakkebakkigheid t’r over. U overlaadt ons, mevrouw, alles heeft zijn grenzen, ook de trek in de meest uitgelezen jokkernij.

Wat? wat is dat? wat doe ik daar? Ik doe, ik doe zoo-waar niks as me verspreken. Ik bedoel het zoo niet, mevrouw, ik woû heel iets anders zeggen. Ik woû zeggen, dat u zoo’n open-blik en zooveel opmerkingsgave heeft, en dat u niet larmoyant of sentimenteel is, maar fiksch met alles ruiterlijk voor de boeg. U heeft ook een allervrouwelijkste en nobele liefde voor het fortuin-maken. En wat zegt u alles natuurlijk, zoo natuurlijk ja, erg natuurlijk juist, zoo zonder affektatie of zoo.”

 

deyssel

Lodewijk van Deyssel  (22 september 1864 – 26 januari 1952)

 

De Britse schrijfster Fay Weldon werd geboren op 22 september 1931 in Alvechurch, Engel
and.  Zie ook
mijn blog van 22 september 2006. En ook mijn blog van 22 september 2007.

 

Uit: Big Girls Don’t Cry

“The world envied them, derided them, adored, loathed and pitied them by turns – these women who were larger than life. Layla, Stephanie, Alice, Nancy and company – a small, vivid group of wild livers, free-thinkers, lusters after life, sex and experience, who in the last decades of the century turned the world inside out and upside down. Unable to change themselves, they turned their attention to society, and set about changing that, for good or bad.

If in achieving so much they all but destroyed themselves, who should be surprised? Being flawed, they were the stuff of tragedy as well as triumph. They walked amongst ordinary mortals like goddesses down from Mount Olympus, without so much as deigning to notice their own difference. ‘Who, me?’ they’d enquire, handed doctorate or writ. ‘Little me?’

Others described them as feminists, but they were never quite in step; too far in front to notice what the rest were doing. Layla, Stephanie, Alice, Nancy and company. Big Women, not Little Women, that was the point: and Medusa, their creation. Medusa the Gorgon, the one who turned men’s hearts to stone.

Will You, Won’t You?

Slap, slap, slurp: a hollow, juicy sound. Stephanie’s pasting up posters on the dark green wall of a Victorian urinal. The year’s 1971. This urinal still stands there at the bottom of Carnaby Street, alongside Liberty’s of London. See it now, as then. Stephanie is clearly not an expert at what’s called posting bills. Paste dribbles down all over the place: they go up crooked, they overlap. But up they go. The legend Bill Posters Will Be Prosecuted gets obscured, as another poster slips and slides. ‘Poor Bill Posters,’ says Layla.”

Weldon

Fay Weldon (Alvechurch, 22 september 1931)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Hij studeerde zowel aan de universiteit van zijn geboortestad als aan het King’s College in Londen medicijnen. In 1954 verscheen zijn autobiografie Ash on a Young Man’s Sleeve. Abse ontving de  Welsh Arts Council Award en in 1985 de Cholmondeley Award. Hij is lid van de Poetry Society en de Royal Society of Literature. Zijn eerste dichtbundel After Every Green Thing verscheen in 1949. Verder schrijft hij ook romans, toneelstukken en essays.

 

At Ogmore-by-Sea This August Evening

I think of one who loved this estuary –
my father – who, self-taught, scraped upon
an obstinate violin. Now, in a room
darker than the darkening evening outside,
I choose a solemn record, listen to
a violinist inhabit a Bach partita.
This violinist and violin are unified

Such power! The music summons night. What more?
It’s twenty minutes later into August
before the gaudy sun sinks to Australia
Now nearer than the promontory paw
and wincing electric of Porthcawl
Look! the death-boat, black as anthracite,
at its spotlit prow a pale familiar.

Father? Here I am, Father. I see you
jubilantly lit, an ordered carnival.
The tide’s in. From Nash Point no foghorns howl.
I’m at your favourite place where once you held
a bending rod and taught me how to bait
the ragworm hooks. Here, Father, here, tonight
we’ll catch a bass or two, or dabs, or cod.

Senseless conjuration! I wipe my smile away
for now, lit at the prow, not my father
but his skeleton stands. The spotlight fails,
the occult boat’s a smudge while three far lighthouses
converse in dotty exclamation marks.
The ciaccona’s over, the record played,
there’s nothing but the tumult of the sea.

dannie+abse

Dannie Abse (Cardiff, 22 september 1923)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Leip werd geboren op 22 september 1893 in Hamburg. Hij diende in WO I, raakte verwond aan het front in het oosten en werd in 1917 afgekeurd. Hij keerde terug tot zijn beoep van leraar en begon tegelijkertijd in Hamburgse tijdschriften korte verhalen te publiceren. Leips literaire werk bestaat uit romans, verhalen, gedichten, toneelstukken, draaiboeken en hoorspelen. Voornaamste thema’s zijn de zee en de zeevaart. Zijn werk stond onder invloed van het expressionisme. Zijn grootste roem dankt hij echter aan zijn gedicht Lili Marleen, dat hij in 1915 schreef en in 1937 opnam in de bundel Die kleine Hafenorgel. Het werd op muziek gezet door Norbert Schultze en gezongen door Lale Andersen en verspreid door de radiozender Belgrado. Tijdens WO II verkreeg het lied een ongekende populariteit, niet allen bij het Duitse leger, maar ook bij de geallieerden.

Lili Marleen

Vor der Kaserne
Vor dem großen Tor
Stand eine Laterne
Und steht sie noch davor
So woll’n wir uns da wieder seh’n
Bei der Laterne wollen wir steh’n
Wie einst Lili Marleen.

Unsere beide Schatten
Sah’n wie einer aus
Daß wir so lieb uns hatten
Das sah man gleich daraus
Und alle Leute soll’n es seh’n
Wenn wir bei der Laterne steh’n
Wie einst Lili Marleen.

Schon rief der Posten,
Sie blasen Zapfenstreich
Das kann drei Tage kosten
Kam’rad, ich komm sogleich
Da sagten wir auf Wiedersehen
Wie gerne wollt ich mit dir geh’n
Wie einst Lili Marleen.

Deine Schritte kennt sie,
Deinen zieren Gang
Alle Abend brennt sie,
Doch mich vergaß sie lang
Und sollte mir ein Leids gescheh’n
Wer wird bei der Laterne stehen
Wie einst Lili Marleen.

Aus dem stillen Raume,
Aus der Erde Grund
Hebt mich wie im Traume
Dein verliebter Mund
Wenn sich die späten Nebel drehn
Werd’ ich bei der Laterne steh’n
Wie einst Lili Marleen.

Leip

Hans Leip (22 september 1893 – 6 juni 1983)
Op de foto met o.a. de zangeres Lale Andersen