Eddy van Vliet, D.H. Lawrence, O. Henry, Joachim Fernau, Peter Hille

De Vlaamse dichter Eddy van Vliet werd geboren op 11 september 1942 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 11 september 2006 en ook mijn blog van 11 september 2007.

 

De straat

 

Voor het eerst in zesenveertig jaar

zie ik een straat zonder tekort.

Het einde van een verborgen bestaan.

Als van as en lava ontdaan.

 

Vele eeuwen liggen verzameld in de winkelramen.

Tussen manshoge adelaars en een borstbeeld,

anoniemer dan het marmer waaruit het gekapt

werd, ligt het geheim van de Japanse kast.

 

Gehurkt, geknield en reikhalzend

wordt zij afgetast. Een legering

van strelingen uit een vorige nacht.

 

Alvorens terug te keren naar zijn ets

gaf een luchtballon zijn kleuren weg.

De kat die ons volgt, verklaart de lege schoot

van de geportretteerde dame met…

 

Als dorpelingen leunen de balkons

met hun rug tegen de gevels

en kijken toe hoe de straat waarin

wij afdalen mijn blik moeiteloos uitvindt.

 

De kastanjeboom

 

Er viel veel groen onder onze ogen te verdelen,

als wij niet uitsluitend naar hem hadden gekeken.

Aan de rand van de weide. Een valkuil voor dichters

die graag bloemen met brandende kaarsen vergelijken.

 

Het was zijn schaduw die ons aantrok.

De onderzijde van zijn omsloten gebied dat wij

als kinderen met stokken en stenen teisterden.

Boven het gras dat hij van koelte voorzag,

 

vormden zijn bladeren een tafelblad,

gepolitoerd door de ruggen van runderen

waaraan hij bescherming bood en telkens als

bliksem donder aankondigde, een mogelijke dood.

 

Voor Remco Campert

 

Je kwam toen ik de reis niet aankon.

Niet wegens een gebroken been of

een huis dat op instorten stond.

Geen tijdelijk ongemak bracht je hier.

 

Het was om wat je aan liefde zag in

de stad die ik niet meer bezoeken kon.

Toen mijn jeugd, nu de resten

die jenever uit het geheugen perst.

 

Eens wat alles toekomst. Eens was er

garen dat droomde dat weefgetouw bestond.

 

Vliet_Campert

Eddy van Vliet (11 september 1942 – 5 oktober 2002)

Eddy van Vliet en Remco Campert op een Amsterdams terras, juni 1992.

 

 

 

 

De Engelse romanschrijver D.H. Lawrence werd geboren op 11 september 1885 in Eastwood (Nottinghamshire). Zie ook mijn blog van 11 september 2006 en ook mijn blog van 11 september 2007.

 

Uit: Women in Love

“Ursula and Gudrun Brangwen sat one morning in the window-bay of their father’s house in Beldover, working and talking. Ursula was stitching a piece of brightly-coloured embroidery, and Gudrun was drawing upon a board which she held on her knee. They were mostly silent, talking as their thoughts strayed through their minds.
‘Ursula,’ said Gudrun, ‘don’t you really want to get married?’ Ursula laid her embroidery in her lap and looked up. Her face was calm and considerate.
‘I don’t know,’ she replied. ‘It depends how you mean.’
Gudrun was slightly taken aback. She watched her sister for some moments.
‘Well,’ she said, ironically, ‘it usually means one thing! But don’t you think anyhow, you’d be–‘ she darkened slightly– ‘in a better position than you are in now?’
A shadow came over Ursula’s face.
‘I might,’ she said. ‘But I’m not sure.’
Again Gudrun paused, slightly irritated. She wanted to be quite definite.
‘You don’t think one needs the experience of having been married?’ she asked.
‘Do you think it need be an experience?’ replied Ursula.
‘Bound to be, in some way or other,’ said Gudrun, coolly. ‘Possibly undesirable, but bound to be an experience of some sort.’
‘Not really,’ said Ursula. ‘More likely to be the end of experience.’
Gudrun sat very still, to attend to this.
‘Of course,’ she said, ‘there’s that to consider.’ This brought the conversation to a close. Gudrun, almost angrily, took up her rubber and began to rub out part of her drawing. Ursula stitched absorbedly.
‘You wouldn’t consider a good offer?’ asked Gudrun.
‘I think I’ve rejected several,’ said Ursula.
‘Really!’ Gudrun flushed dark–‘But anything really worth while? Have you really?’
‘A thousand a year, and an awfully nice man. I liked him awfully,’ said Ursula.
‘Really! But weren’t you fearfully tempted?’
‘In the abstract but not in the concrete,’ said Ursula. ‘When it comes to the point, one isn’t even tempted–oh, if I were tempted, I’d marry like a shot. I’m only tempted not to.’ The faces of both sisters suddenly lit up with amusement.
‘Isn’t it an amazing thing,’ cried Gudrun, ‘how strong the temptation is, not to!’ They both laughed, looking at each other. In their hearts they were frightened.
There was a long pause, whilst Ursula stitched and Gudrun went on with her sketch. The sisters were women. Ursula twenty-six, and Gudrun twenty-five. But both had the remote, virgin look of modern girls, sisters of Artemis rather than of Hebe. Gudrun was very beautiful, passive, soft-skinned, soft-limbed. She wore a dress of dark-blue silky stuff, with ruches of blue and green linen lace in the neck and sleeves and she had emerald-green stockings. Her look of confidence and diffidence contrasted with Ursula’s sensitive expectancy. The provincial people, intimidated by Gudrun’s perfect sang-froid and exclusive bareness of manner, said of her: ‘She is a smart woman.’ She had just come back from London, where she had spent several years, working at an art-school, as a student, and living a studio life.”

 

DH_Lawrence_1906

D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)

 

 

De Amerikaanse schrijver O.Henry, pseudoniem van William Sydney Porter , werd geboren in Greensboro (North Carolina) op 11 september 1862. Op driejarige leeftijd verloor hij reeds zijn moeder en werd daarna opgevoed door zijn oma en een tante. Al was hij een fervent lezer, met vijftien jaren stopte hij met school. Hij vestigde zich in Texas en had allerlei banen zoals verkoper, cowboy en bankmedewerker. Hij leerde Spaans en trouwde. In 1884 begon hij aan zijn schrijverscarrière door voor het weekblad Rolling Stone te schrijven, maar dit werd geen succes. Daarna ging hij werken als journalist en columnist.

In 1897 werd hij veroordeeld tot een gevangenis straf. Hij werd schuldig bevonden aan verduistering bij de bank in Ohio waar hij werkte. Daarom nam hij later zijn pseudoniem aan. Hij schreef honderden verhalen, vaak over gewone mensen die bijzonder dingen meemaken. De bevolking van het New York aan het begin van de 20e eeuw gaf hem vaak de inspiratie voor zijn verhalen.

 

Uit: Babes In The Jungle

 

“Montague Silver, the finest street man and art grafter in the West, says to me once in Little Rock: “If you ever lose your mind, Billy, and get too old to do honest swindling among grown men, go to New York. In the West a sucker is born every minute; but in New York they appear in chunks of roe – you can’t count ‘em!”

Two years afterward I found that I couldn’t remember the names of the Russian admirals, and I noticed some gray hairs over my left ear; so I knew the time had arrived for me to take Silver’s advice.

I struck New York about noon one day, and took a walk up Broadway. And I run against Silver himself, all encompassed up in a spacious kind of haberdashery, leaning against a hotel and rubbing the half-moons on his nails with a silk handkerchief.

“Paresis or superannuated?” I asks him.

“Hello, Billy,” says Silver; “I’m glad to see you. Yes, it seemed to me that the West was accumulating a little too much wiseness. I’ve been saving New York for dessert. I know it’s a low-down trick to take things from these people. They only know this and that and pass to and fro and think ever and anon. I’d hate for my mother to know I was skinning these weak-minded ones. She raised me better.”

“Is there a crush already in the waiting rooms of the old doctor that does skin grafting?” I asks.

“Well, no,” says Silver; “you needn’t back Epidermis to win today. I’ve only been here a month. But I’m ready to begin; and the members of Willie Manhattan’s Sunday School class, each of whom has volunteered to contribute a portion of cuticle toward this rehabilitation, may as well send their photos to the Evening Daily.

“I’ve been studying the town,” says Silver, “and reading the papers every day, and I know it as well as the cat in the City Hall knows an O’Sullivan. People here lie down on the floor and scream and kick when you are the least bit slow about taking money from them. Come up in my room and I’ll tell you. We’ll work the town together, Billy, for the sake of old times.”

 

O_henry

O. Henry (11 september 1862 – 5 juni 1910)

 

 

 

De Duitse schrijver, kunstenaar en kunstverzamelaar Joachim Fernau werd geboren in Bromberg op 11 september 1909. Fernau publiceerde een groot aantal artikelen, essays en romans. In veel van zijn naoorlogse werk worden historische thema’s behandeld. Zo schreef hij over de geschiedenis van Duitsland en over die van de Verenigde Staten, en wijdde hij boeken aan de door hem bewonderde oude Grieken en Romeinen. Fernau stond bekend om zijn toegankelijke en vaak humoristische schrijfstijl.

 

Uit: Cäsar lässt grüßen

 

Carpe diem. Tagtäglich strömten die Massen in die Circusse, Arenen und Theater. Schon Titus hatte das von seinem Vater gestiftete Colosseum mit hunderttägigen Spielen eingeweiht, bei denen fünfzigtausend exotische Tiere ihr Leben lassen mussten. Jetzt, zur Spätzeit, herrschte dort fast pausenlos Betrieb. Es fasste über fünfzigtausend Zuschauer. Aber die anderen Arenen kamen hinzu. Der Circus Maximus fasste nach dem letzten Umbau hundertfünfundachzigtausend Menschen. Sicher waren ständig dreihundert- bis vierhunderttausend unterwegs auf der Jagd nach dem „bisschen, was unsereins hat”, dem Vergnügen. Zehntausende von Gladiatoren ließen ihr Leben, Hunderttausende von Tieren wurden abgeschlachtet. Im Colosseum fanden riesige Jagden zwischen aufgebauten Felskulissen statt. Den Circus setzte man unter Wasser und trug Seeschlachten aus, bei denen sich die Gegner zu Hunderten echt töteten. Das Wasser war rot von Blut. Die Menge tobte und schrie, fraß und stank. Der Blutgeruch zog in Schwaden durch die Straßen. Eine neue Note kam in „das bisschen, was unsereins hat”, als die Christen- und Judenverfolgungen begannen. Die meisten der Opfer wurden im Circus Maximus den wilden Tieren vorgeworfen.

Der moralische Verfall ging natürlich auch mit einem beispiellosen sittlichen Verfall einher. Rom war voller Dirnen, es wimmelte von Bordellen. Die Aufstachelung und Befriedigung begann bereits bei den Kindern, stürmisch begrüßt als Befreiung von Frustration.

Unerwünschte Neugeborene wurden von den Müttern erstickt oder irgendwo weggeworfen. Man fand sie vor den Toren auf Schritt und Tritt. Eine Ehe, die in Ordnung war, galt als sicheres Zeichen dafür, dass der Mann ein Tölpel und die Frau ein Blaustrumpf war. Es existierten zwar Ehegesetze, irgendwo lagen sie, aber es ist unwahrscheinlich, dass ein Richter sie noch kannte. Die neue Zeit hatte sich ein neues Gewohnheitsrecht geschaffen: die „Konsens-Ehe”, die den Personenstand der Frau nicht veränderte und nicht mehr berührte. Man pflegte die Ehefrau eines anderen abzuklopfen wie eine Partnerin beim Tanz. Niemand oder kaum jemand aus der fortschrittlichen Gesellschaft verdarb das Spiel. Man bildete sexuelle Supermärkte zu dritt, zu viert, ein Gedicht spricht von einer „Kette von fünf”. Wenn das nicht mehr zog, nahm man Haschisch aus dem Orient zu Hilfe.

Das wär’s.
Rom ging sang und klanglos unter. Es wurde nicht wie Hellas besiegt, zerfetzt, verschlungen; es verunglückte nicht in der Kurve, es prallte mit niemand zusammen, es stürzte nicht ab und bekam keinen Herzschlag.
Es verfaulte.
Man hätte es retten können. Aber man gab ihm Opium, statt zu schneiden.
Hören Sie, was die Ruinen, was die Säulenstümpfe auf dem Forum romanum rufen?
Schönen Gruß an die Enkel.“

 

joachimfernau

Joachim Fernau (11 september 1909 – 24 november 1988) 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 11 september 2007.

 
De Duitse schrijver Peter Hille werd geboren in Erwitzen bij Nieheim op 11 september 1854.