Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Klaus Mann, Seán Mac Falls, Richard Dehmel

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook mijn blog van 18 november 2006.

Uit: Perfect Day

“De ‘groepsuitvoering’ van ‘Perfect day’ is vermakelijk omdat allerlei verschillen in zangkwaliteiten in kort tijdsbestek aan het licht komen. Reed zelf en zijn huidige partner, Laurie Anderson, zijn van alle deelnemers verreweg het slechtst bij stem. Tom Jones, die de reap-and-sowregel voor zijn rekening neem, slooft zich daarentegen dermate uit om in twintig seconden een indrukwekkend stemvolume voort te brengen dat het van de weeromstuit alleen maar afstoot – hij doet nog het meest denken aan een amateur-zanger die aan het eind van een soundmixshow onder leiding van Henny Huisman ‘Reach Out And Touch (Somebody’s Hand)’ mag zingen. Ook Heather Small van M People zet aan het eind van ‘Perfect day’ een keel op, maar wekt in tegenstelling tot Tom Jones tenminste niet de indruk alle andere vocalisten omver te willen kegelen. Het beste klinken diegenen die hebben aangevoeld dat ‘Perfect day’ wel uitbundig maar tegelijkertijd sotto voce moet worden vertolkt: Emmylou Harris, Tammy Wynette, Suzanne Vega en, eerlijk is eerlijk, Bono.

Er is er één wiens aanwezigheid op deze versie van ‘Perfect day’ vrijwel zeker gemengde gevoelens zal hebben gewekt bij Lou Reed, en dat is David Bowie. Transformer is Reeds enige album dat is geproduceerd door Bowie. Na voltooiing van Transformer was het de bedoeling dat Bowie meer albums voor Reed zou produceren, maar dat is er nooit van gekomen vanwege, zoals dat heet, ‘onverenigbaarheid van karakters’. Bowie en Reed kruisten elkaars pad op het moment dat de een successen beleefde met het album Ziggy Stardust en de ander in een impasse dreigde te raken na een tegenvallende ontvangst door pers en publiek van een eerste soloalbum, Lou Reed. In de Reedbiografie van Victor Bockris, die in 1989 zijn naam als biograaf vestigde met een weinig analytische maar des te smeuïger biografie van Andy Warhol, wordt Bowie opgevoerd als reddende engel die Reeds carrière uit het slop haalt. De twee raakten bevriend en Reed verhuisde zelfs tijdelijk van New York naar Londen, om met Bowie (en Mick Ronson als Dritte im Bunde) te kunnen werken aan Transformer. Bockris in Transformer, The Lou Reed Story: ‘Reed liet meestal de kale basis van de songs aan Bowie en Ronson horen; zij vroegen hem dan wat hij wilde en creëerden de uiteindelijke opzet van de song.’ Bowie zelf bevestigde in een interview deze werkwijze: ‘Ik probeer alleen om precies te doen wat Lou wil.”

 

zwagerman

Joost Zwagerman (Alkmaar, 18 november 1963)

 

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook mijn blog van 18 november 2006.

 

Een appel

 

Er ligt een appel op een schaal
voor een open raam-
als hij zou kunnen denken zou die appel denken:
is dit nu beurs, zo n doof gevoel…
hij is nog zoet,
maar hij wordt al moe zoals alleen een appel
moe kan worden,
hij rimpelt en verkleurt,
het is een warme dag, niets grijpt om zich heen
en niets gebeurt
en een hand pakt hem op, draait hem rond
en gooit hem door het raam-
als hij zich zou kunnen verbazen zou die appel
zich verbazen en denken:
is dit nu ten einde raad,
of is dit nu de opperste verwarring?
De avond valt, wormen komen op hem af,
en hij zou denken:
als ik nog kon glanzen dan zou ik nu toch glanzen…
zijn laatste gedachte
zou dat zijn.

 

 

Waarom schrijf ik

Ik schrijf omdat ik wil schrijven
dat ik gelukkig ben.

Op een dag zal het zover zijn
en zal ik schrijven-
met mijn tong tussen het puntje van
mijn tanden,
en met rode oren en rode wangen;
ik ben gelukkig.

Als ik daarna ooit nog twijfel
en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij
of zelfs reddeloos verloren,
kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:
gelukkig.

 

toontellegen

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

De Duitse schrijver Klaus Mann werd op 18 november 1906 geboren als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. In München. Zie ook mijn blog van 18 november 2006.

Uit: Kindernovelle

„Wer war Mama? – Die Kinder machten sich darüber keine Gedanken. Ob es Großvater und Großmutter gab, wußten sie nicht. Nur ein Onkel war da, einmal war er plötzlich zu Besuch gekommen, Mamas jüngerer Bruder und Schauspieler in den großen Städten. Mama selber: wer hätte es wagen können, ihr etwas Übles nachzureden? Eine wunderschöne und geheimnisvolle Bürgersdame, wohnte sie in tiefster Einsamkeit auf dem Lande, nur mit der Erziehung ihrer vier Kinder und dem verehrungsvollen Andenken ihres Gemahls beschäftigt. Seltene Besuche, die sich meldeten, wurden schon von Fräulein Konstantine abgewiesen, mochten sie von noch so weit hergekommen sein, und sie bekamen Mama nicht zu Gesicht. Im Winter war Mama untätiger noch als sonst. Sie ging viel im Hause umher, summend und lächelnd, sie saß stundenlang in ihrem Zimmer und las in der Heiligen Schrift, manchmal machte sie sich auch mit großen Häkelarbeiten zu tun, über dunkle, zwecklose Decken gebückt saß sie am Fenster, und ihre Hände regten sich stumm.

Sie stand auf und ging in das Kinderzimmer hinüber. Da kauerten die vier im halbdunkel beieinander, und Fridolin erzählte gedämpft von der Gespensterfürstin Mee-Mee, die man nachts konnte surren und kichern hören. – Aber plötzlich sprachen sie alle davon, wie hoch man eigentlich zählen könnte, weiter wie bis zu einer Trillion ging es doch nicht. Sie redeten aufgeregt durcheinander. „Es muß doch weitergehen!“ rief Renate empört. „Wo sollte es denn zu Ende sein?“ – Und Heiner erfand eine neue Zahl, die höchste von allen, die unbegreiflich hohe. „Unendlich-Pox“, sagte er andächtig, „das kommt nach der Trillion – und das gibt es dann immer. Unendlich-Pox: das gibt es dann immer—„

Mama stand im Türrahmen mit erschrockenen Augen. In welchen Hexensabbat war sie geraten? Gewiß war von ähnlichen Dingen die Rede in des Gemahls geheimnisvoll-verbotenen Büchern.

Mit solchen Spekulationen vertrieben sich die Kinder im Winter der Zeit. Aber zu ihren eigentlichen, großen, wundervollen Spielen kamen sie doch erst, wenn es wieder Frühling war.“

 

klaus_mann

Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 november 2006.

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston.

De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf.