Belcampo, Hart Crane, Hans Fallada, Ernest Hemingway, Brigitte Reimann

De Nederlandse schrijver Belcampo werd in Naarden geboren op 21 juli 1902 als Herman Pieter Schönfeld Wichers. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006.

Uit:  Het grote gebeuren

“Onze aardbol is rond en alom heerst op haar het woeden der geschiedenis.

Revoluties golven, tronen wankelen, kronen rollen, bommen vallen, kreten stijgen op, bloed vloeit.

  Maar één gemeente ken ik, die daar ligt, nog even onberoerd als op de dag der schepping — Rijssen.  Wat zeg ik?  Rijssen ligt?  Nee, Rijssen lag, want Rijssen is niet meer, niets is meer, ook jij lezer, bent niet meer.  Lees dit verhaal en weet, dat je niet meer bent.

  Rijssen dan.  Een brede gordel van heide en veen hield elk wereldberoerends buiten, nooit plofte een bom, nooit stak een bajonet binnen Rijssens grenzen, nooit had een tijdelijke en dus valse leuze op Rijssenaren vat.  Wel waren er eens wallen, maar vóór de tachtigjarige oorlog begon, had men die al weer gesloopt.  `Tachenteg joar, dat doert oons vuls te lange,’ zal wel een

van de raadsleden gezegd hebben, `doar doore vie neet an met, allo jongs, dale met ’t spil.  De stadsreggen ku’w der neet méér met vespolln.’

  Stadsrechten hadden ze, maar de stallen bleven in de huizen, de mesthopen bleven aan de voordeur, koeien en varkens bleven zich in de straten bewegen en droegen op hun wijze tot het plaveisel bij, ook al kwam er in ’t laatst een grote fabriek.  En met zulke dingen kan zo’n stadje in de wereld nooit wat worden, evenmin als een mens, die geen afstand wil doen van zijn plaatselijk accent.

  Maar voor zichzelf was Rijssen alles, Rijssen was bijna een autarkie. Er was hout en leem voor huizen, er werd gesponnen en geweven, er waren akkers en weiden, er was turf.  Alleen moest er eenmaal in de dertig jaar een molensteen uit Bentheim komen.”

 

belcampo

Belcampo ( 21 juli 1902 – 2 januari 1990)

 

De Amerikaanse dichter Hart Crane werd geboren op 21 juli 1899 in Garrettsville, Ohio. Toen hij zestien was publiceerde hij zijn eerste gedicht. De High School maakte hij niet af, maar op de leeftijd van zeventien jaar kreeg hij van zijn ouders de toestemming om zich in New York op een studie voor te bereiden. Hij werkte toen als journalist en als bediende in een apotheek. In New York schreef hij reclameteksten. Hij wisselde vaak van woning en leefde samen met vrienden op verschillende farms in het zuiden van Connecticut. Met een Guggenheim beurs was hij in staat om in Mexico en op de Caribische eilanden te leven en te werken. Hij pleegde in 1932 zelfmoord door van het schip S.S. Orziba in de Golg van Mexico te springen. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

To Brooklyn Bridge

 

How many dawns, chill from his rippling rest
The seagull’s wings shall dip and pivot him,
Shedding white rings of tumult, building high
Over the chained bay waters Liberty—

 

Then, with inviolate curve, forsake our eyes
As apparitional as sails that cross
Some page of figures to be filed away;
—Till elevators drop us from our day …

 

I think of cinemas, panoramic sleights
With multitudes bent toward some flashing scene
Never disclosed, but hastened
to again,
Foretold to other eyes on the same screen;

 

And Thee, across the harbor, silver-paced
As though the sun took step of thee, yet left
Some motion ever unspent in thy stride,—
Implicitly thy freedom staying thee!

 

Out of some subway scuttle, cell or loft
A bedlamite speeds to thy parapets,
Tilting there momently, shrill shirt ballooning,
A jest falls from the speechless caravan.

 

Down Wall, from girder into street noon leaks,
A rip-tooth of the sky’s acetylene;
All afternoon the cloud-flown derricks turn …
Thy cables breathe the North Atlantic still.

 

And obscure as that heaven of the Jews,
Thy guerdon … Accolade thou dost bestow
Of anonymity time cannot raise:
Vibrant reprieve and pardon thou dost show.

 

O harp and altar, of the fury fused,
(How could mere toil align thy choiring strings!)
Terrific threshold of the prophet’s pledge,
Prayer of pariah, and the lover’s cry,—

 

Again the traffic lights that skim thy swift
Unfractioned idiom, immaculate sigh of stars,
Beading thy path—condense eternity:
And we have seen night lifted in thine arms.

 

Under thy shadow by the piers I waited;
Only in darkness is thy shadow clear.
The City’s fiery parcels all undone,
Already snow submerges an iron year …

 

O Sleepless as the river under thee,
Vaulting the sea, the prairies’ dreaming sod,
Unto us lowliest sometime sweep, descend
And of the curveship lend a myth to God.

 

 

Forgetfulness

 

Forgetfulness is like a song

That, freed from beat and measure, wanders.

Forgetfulness is like a bird whose wings are reconciled,

Outspread and motionless, —

A bird that coasts the wind unwearyingly.

 

Forgetfulness is rain at night,

Or an old house in a forest, — or a child.

Forgetfulness is white, — white as a blasted tree,

And it may stun the sybil into prophecy,

Or bury the Gods.

 

I can remember much forgetfulness.

 

 

crane2

Hart Crane (21 juli 1899 – 26 april 1932)

 

De Duitse schrijver Hans Fallada werd geboren in Greifswald op 21 juli 1893 als de zoon van een jurist. Hij bracht de eerste achttien jaren van zijn leven door in Berlijn en Leipzig. Hij studeerde aardrijkskunde, maar nadat hij de dood van een vriend had veroorzaakt in een gevecht en hij zelfmoord probeerde te plegen, werd hij opgenomen in een asiel. Zijn eerste aanvraag om in het leger te mogen in 1914 werd niet gehonoreerd. Aangemoedigd door zijn tante Adelaide, die Nietzsche kende, ging Fallada naar Berlijn, waar hij in de kringen van de expressionisten werd geïtroduceerd. Hij deed allerhande bijbaantjes als klerk, boekhandelaar, levensmiddelenverkoper, aardappelboer. Tussen 1920 en 1922 schreef Fallada zijn eerste boeken. Na zijn tweede roman, Anton und Gerda, kwam er twee jaar geen boek van hem uit.. Hij raakte verslaafd aan morfine, en kon niet meer schrijven. Het eind van de jaren twintig kwam hij weer op het goede spoor. Hij trouwde met Anna Issel, die hem met schrijven hielp. Nadat hij weer terug was verhuisd naar Berlijn, waar hij als journalist werkte, publiceerde Fallada Bauern, Bonzen und Bomben. Het werd al vrij snel gevolgd door Kleiner Mann, was nun? (1932), waarmee hij internationaal veel succes oogstte. Het boek is twee keer verfilmd.

 

Uit: Wolf unter Wölfen

 

Auf einem schmalen Eisenbett schliefen ein Mädchen und ein Mann.
Der Kopf des Mädchens lag in der Ellbogenbeuge des rechten Arms; der Mund, sachte atmend, war halb geöffnet; das Gesicht trug einen schmollenden und besorgten Ausdruck – wie von einem Kind, das nicht ausmachen kann, was ihm das Herz bedrückt.
Das Mädchen lag abgekehrt vom Mann, der auf dem Rücken schlief, mit schlaffen Armen, in einem Zustand äußerster l3rschöpfung. Auf der Stirn, bis in das krause, blonde Kopfhaar hinein, standen kleine Schweißtropfen. Das schöne und trotzige Gesicht sah ein wenig leer aus.
Es war – trotz des geöffneten Fensters – sehr heiß in dem Zimmer. Ohne Decke und Nachtkleid schliefen die beiden.
Es ist Berlin, Georgenkirchstraße, dritter Hinterhof, vier Treppen, Juli 1923, der Dollar steht jetzt – um 6 Uhr morgens – vorläufig noch auf 414000 Mark.
In den Schlaf der beiden sandte der dunkle Schacht des Hinterhofs die flauen Gerüche aus hundert Wohnungen. Hundert Geräusche, sachte noch, drangen durch das offene Fenster, vor dem reglos eine gelblichgraue Gardine hing. Plötzlich schrie, auf der andern Seite des Hofes, keine acht Meter entfernt, ein Flüchtlingskind von der Ruhr angstvoll auf.
Die Lider des schlafenden Mädchens zuckten. Der Kopf hob sich ein wenig. Die Glieder spannten sich. Nun weinte das Kind leiser, eine Frauenstimme schalt schrill, ein Mann brummte – und der Kopf sank zurück, die Glieder entspannten sich neu – das Mädchen schlief weiter. …“

 

 

Fallada

Hans Fallada (21 juli 1893 – 5 februari 1947)

 

De Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway werd geboren op 21 juli 1899 in Oak Park, Illinois. Zie ook mijn blog van 21 juli 2006.

 

Uit: The Garden of Eden

 

“THAT NIGHT IN BED when they were still awake she said in the dark, “We don’t always have to do the devil things either. Please know that.”

“I know.”

“I love it the way we were before and I’m always your girl. Don’t ever be lonely. You know that. I’m how you want but I’m how I want too and it isn’t as though it wasn’t for us both. You don’t have to talk. I’m only telling a story to put you to sleep because you’re my good lovely husband and my brother too. I love you and when we go to Africa I’ll be your African girl too.”

“Are we going to Africa?”

“Aren’t we? Don’t you remember? That was what it was about today. So we could go there or anywhere. Isn’t that where we’re going?”

“Why didn’t you say it?”

“I didn’t want to interfere. I said wherever you wanted. I’d go anywhere. But I thought that was where you wanted.”

“It’s too early to go to Africa now. It’s the big rains and after wards the grass is too high and it’s very cold.”

“We could go to bed and keep warm and hear the rain on a tin roof.”

“No, it’s too early. The roads turn to mud and you can’t get around and everything is like a swamp and the grass gets so tall you cans t see.

“Then where should we go?”

“We can go to Spain but Sevilla is over and so is San Isidro in Madrid and it’s early for there too. It’s too early for the Basque coast. It’s still cold and rainy. It rains everywhere there now.”

“Isn’t there a hot part where we could swim the way we do here?”

“You can’t swim in Spain the way we do here. You’d get arrested.”

“What a bore. Let’s wait to go there then because I want us to get darker.”

“Why do you want to be so dark?”

“I don’t know. Why do you want anything? Right now it’s the thing that I want most. That we don’t have I mean. Doesn’t it make you excited to have me getting so dark?”

“Uh-huh. I love it” .

 

hemingway

Ernest Hemingway (21 juli 1899 – 2 juli 1961)

 

De schrijfster Brigitte Reimann werd op 21 juli 1933 vlakbij Maagdenburg geboren en groeide op in de DDR. in 1956 kreeg ze succes met haar debuutroman en stond ze volop in de belangstelling. Reimann vertrok naar Hoyerswerda om er de socialistische realiteit te onderzoeken en keerde gedesillusioneerd terug. Het ging bergafwaarts met de vrouw die hunkerde naar het echte socialisme en niet wilde schrijven voor een staat die in haar ogen niet deugde. Reimann overleed in 1973 op 39-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Toen de Berlijnse uitgeverij Aufbau besloot de dagboeken van Brigitte Reimann te gaan uitgeven, sloegen deze in Duitsland in als een bom. Wie had gedacht dat er zoveel eigenzinnigheid en vitaliteit in de DDR had bestaan? De dagboeken, waarin Reimann nauwgezet verslag doet van haar escapades moesten onmiddellijk worden herdrukt.

 

Uit: Das Mädchen auf der Lotosblume

 

“Ehe ich Joe wecke, schaue ich noch einmal in den Spiegel. Ich glaube, ich bin eitel geworden, seit ich Joe kenne, früher hab ich mir nicht viel daraus gemacht, ob ich gut ausseh oder nicht. Jedenfalls hab ich mir nicht sehr viel daraus gemacht, ein bißchen schon, keine Frau ist sich selbst ganz gleichgültig.
Manchmal finde ich mich hübsch, manchmal sehr hübsch, es gibt so Augenblicke, in denen man sehr hübsch ist – und gerade dann ist kein anderer dabei, der einen bewundern könnte. Oft spiele ich mit meinem Spiegelbild, ich hab viele Rollen, und es ist ein erregendes Spiel: für ein paar Sekunden ein anderer Mensch sein, ein fremdes Gesicht aufsetzen und diese fremden Züge durchforschen und plötzlich erschrocken zurückkehren in das vertraute Gesicht, ein bißchen verwirrt durch die Vielfalt der eigenen Gefühle, den ungeheuren Spielraum der Gedanken . . .
Mein Haar ist lang und glatt und rötlichbraun wie eine reife Kastanie, die eben aus der stachligen Schale gesprungen ist. Ich kämme mir das Haar übers Gesicht, ich lasse unendlich verächtlich die Mundwinkel sinken – >pah, ich spucke aufs Leben, kein Laster ist mir fremd, ich kenne alle Höhen und Tiefen, mir können Sie nichts mehr vormachen, meine Herren! < – langsam, ganz schwer hebe ich die Lider, ein grünli
ch glitzernder Blick läuft über den Spiegel . . . Das ist mein Hurengesicht, mein Vampgesicht, mokant und traurig, aufreizend und stumpf; wenn Joe nicht im Zimmer wär, ich würde meine Stimme brunnentief machen und in den Spiegel sagen: »Na, Kleiner, wie war’s denn mit uns beiden -?« Ich kann so wundervoll verworfen sein . . .

 

brigitte_reimann_de

Brigitte Reimann (21 juli 1939 – 20 februari 1973)