Pablo Neruda, Henry David Thoreau, Stefan George, Hans Koning, Driek van Wissen, Carla Bogaards, Max Jacob, Bruno Schulz, Gerben Willem Abma

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904 Hij noemde zich Pablo Neruda naar de door hem bewonderde Tsjechische dichter Jan Neruda (1834-1891). Het willen voorkomen van een conflict met zijn ouders zou hierbij een rol gespeeld hebben; zij wilden niet dat hij schrijver zou worden. Pablo Neruda werd later zijn officiële naam.Zijn moeder overleed kort na zijn geboorte. Niet lang daarna verhuisden Neruda en zijn vader naar Temuco, waar zijn vader trouwde met Doña Trinidad Candia Malverde. Op zijn dertiende stuurde Neruda een aantal van zijn gedichten naar de lokale krant, La Mañana. Zijn eerste gedicht heette Entusiasmo y perseverancia (Enthousiasme en volharding). In 1920 stuurde hij meer gedichten naar het literaire blad Selva Austral, onder het pseudoniem ‘Pablo Neruda’. Zijn eerste gedichtenbundel, La Canción de la fiesta, werd gepubliceerd in 1920. In 1923 bracht hij Crepusculario uit, en in 1924 publiceerde hij Veinte poemas de amor y una canción desesperada (Twintig gedichten over liefde en een lied over wanhoop), een van zijn bekendste werken. Neruda kreeg in 1971 de Nobelprijs voor de literatuur.

Canto XII from The Heights of Macchu Picchu

Arise to birth with me, my brother.
Give me your hand out of the depths
sown by your sorrows.
You will not return from these stone fastnesses.
You will not emerge from subterranean time.
Your rasping voice will not come back,
nor your pierced eyes rise from their sockets.

Look at me from the depths of the earth,
tiller of fields, weaver, reticent shepherd,
groom of totemic guanacos,
mason high on your treacherous scaffolding,
iceman of Andean tears,
jeweler with crushed fingers,
farmer anxious among his seedlings,
potter wasted among his clays–
bring to the cup of this new life
your ancient buried sorrows.
Show me your blood and your furrow;
say to me: here I was scourged
because a gem was dull or because the earth
failed to give up in time its tithe of corn or stone.
Point out to me the rock on which you stumbled,
the wood they used to crucify your body.
Strike the old flints
to kindle ancient lamps, light up the whips
glued to your wounds throughout the centuries
and light the axes gleaming with your blood.

I come to speak for your dead mouths.

Throughout the earth
let dead lips congregate,
out of the depths spin this long night to me
as if I rode at anchor here with you.

And tell me everything, tell chain by chain,

and link by link, and step by step;
sharpen the knives you kept hidden away,
thrust them into my breast, into my hands,
like a torrent of sunbursts,
an Amazon of buried jaguars,
and leave me cry: hours, days and years,
blind ages, stellar centuries.

And give me silence, give me water, hope.
Give me the struggle, the iron, the volcanoes.
Let bodies cling like magnets to my body.
Come quickly to my veins and to my mouth.

Speak through my speech, and through my blood.

 

Love Sonnet XI

I crave your mouth, your voice, your hair.
Silent and starving, I prowl through the streets.
Bread does not nourish me, dawn disrupts me, all day
I hunt for the liquid measure of your steps.

I hunger for your sleek laugh,
your hands the color of a savage harvest,
hunger for the pale stones of your fingernails,
I want to eat your skin like a whole almond.

I want to eat the sunbeam flaring in your lovely body,
the sovereign nose of your arrogant face,
I want to eat the fleeting shade of your lashes,

and I pace around hungry, sniffing the twilight,
hunting for you, for your hot heart,
like a puma in the barrens of Quitratue.

PabloNeruda

 Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)

 

De Amerikaanse schrijver en filosoof Henry David Thoreau werd geboren in Concord, Massachusetts op 12 juli 1817.In 1854 publiceerde hij Walden; or, Life in the Woods, waarin hij vertelt over de twee jaar en twee maanden die hij doorbracht bij het Waldenmeer. In het boek zijn de gebeurtenissen weergegeven alsof ze in een enkel jaar zijn gebeurd. De seizoenen vervullen ook een symbolische functie in het boek. Walden kan op verschillende manieren worden gezien: het is gedeeltelijk memoires, bevat veel feitelijke informatie over de natuur rond het meer, maar veel van de inhoud kan ook symbolisch worden opgevat. Thoreau deed er negen jaar over om Walden te schrijven. De arts Frederik van Eeden, die in 1898 bij Bussum zijn kolonie Walden had opgericht, gaf het boek van Thoreau in 1894 in het Nederlands uit, met een door hem geschreven voorwoord.

Uit: Walden

“This is a delicious evening, when the whole body is one sense, and imbibes delight through every pore. I go and come with a strange liberty in Nature, a part of herself. As I walk along the stony shore of the pond in my shirt-sleeves, though it is cool as well as cloudy and windy, and I see nothing special to attract me, all the elements are unusually congenial to me. The bullfrogs trump to usher in the night, and the note of the whip-poor-will is borne on the rippling wind from over the water. Sympathy with the fluttering alder and poplar leaves almost takes away my breath; yet, like the lake, my serenity is rippled but not ruffled. These small waves raised by the evening wind are as remote from storm as the smooth reflecting surface. Though it is now dark, the wind still blows and roars in the wood, the waves still dash, and some creatures lull the rest with their notes. The repose is never complete. The wildest animals do not repose, but seek their prey now; the fox, and skunk, and rabbit, now roam the fields and woods without fear. They are Nature’s watchmen — links which connect the days of animated life.

When I return to my house I find that visitors have been there and left their cards, either a bunch of flowers, or a wreath of evergreen, or a name in pencil on a yellow walnut leaf or a chip. They who come rarely to the woods take some little piece of the forest into their hands to play with by the way, which they leave, either intentionally or accidentally.”

henry_david_thoreau

Henry David Thoreau (12 juli 1817 – 6 mei 1862)

 

De Duitse dichter en schrijver Stefan George werd geboren op 12 juli 1868 in Büdesheim. Zie ook mijn blog van 13 juli 2006.

Als sich dir jüngling dein beruf verkündigt

Als sich dir jüngling dein beruf verkündigt
Warst ein verstossener du in klammer luft
Und trugest als der eine aller qual.
Da drang aus dir ein solcher schrei zu sternen
Dass erde nicht noch himmel ihn ertrug
Und antwort kam mit solchem ton von sternen
Wie vormals keines sterblings ohr vernahm ..
Der lockte dich riss dich empor: ›Verbleib!‹
So fremder gang entbehrt der ersten leite
Dir kann nur helfen was du mitgeboren –
Schilt nichts dein leid du selber bist das leid ..
Kehr um im bild kehr um im klang!

 

Der du uns aus der qual der zweiheit löstest

Der du uns aus der qual der zweiheit löstest
Uns die verschmelzung fleischgeworden brachtest
Eines zugleich und Andres · Rausch und Helle:
Du warst der beter zu den wolkenthronen
Der mit dem geiste rang bis er ihn griff
Und sich zum opfer bot an seinem tage ..
Und warst zugleich der freund der frühlingswelle
Der schlank und blank sich ihrem schmeicheln gab
Und warst der süße schläfer in den fluren
Zu dem ein Himmlischer sich niederliess.
Wir schmückten dich mit palmen und mit rosen
Und huldigten vor deiner doppel-schöne
Doch wussten nicht dass wir vorm leibe knieten
In dem geburt des gottes sich vollzog.

 

Juli-Schwermut
An Ernest Dowson

Blumen des sommers duftet ihr noch so reich:
Ackerwinde im herben saatgeruch
Du ziehst mich nach am dorrenden geländer
Mir ward der stolzen gärten sesam fremd.

Aus dem vergessen lockst du träume: das kind
Auf keuscher scholle rastend des ährengefilds
In ernte-gluten neben nackten schnittern
Bei blanker sichel und versiegtem krug.

Schläfrig schaukelten wespen im mittagslied
Und ihm träufelten auf die gerötete stirn
Durch schwachen schutz der halme-schatten
Des mohnes blätter: breite tropfen blut.

Nichts was mir je war raubt die vergänglichkeit.
Schmachtend wie damals lieg ich in schmachtender flur
Aus mattem munde murmelt es: wie bin ich
Der blumen müd · der schönen blumen müd!

George

Stefan George (12 juli 1868 – 4 december 1933)

 

De Nederlands-Amerikaanse journalist en schrijver Hans Koning (pseudoniem van Hans Köningsberger) werd geboren in Amsterdam op 12 juli 1921. Hij schreef zowel fictie als non-fictie. Vanaf 1972 schreef hij onder de naam Hans Koning. Koning was een kleinzoon van de dichter Abraham van Collem. Hij groeide op bij zijn alleenstaande moeder. Van 1939 tot 1943 studeerde hij aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Zürich, in 1946 ook nog aan de Sorbonne. Tijdens de Twee
de Wereldoorlog wist hij met behulp van het verzet Groot-Brittannië te bereiken alwaar hij meevocht aan Britse zijde. Na de oorlog werd hij journalist bij De Groene Amsterdammer. In 1951/52 kwam hij naar de Verenigde Staten waar hij als publicist meewerkte aan het officiële bezoek van koningin Juliana en prins Bernhard aan dat land. In Nederland genoot hij tijdens zijn leven zeer weinig bekendheid maar in zijn nieuwe vaderland de Verenigde Staten maakte hij furore, zijn romans werden zelfs verfilmd.

Uit: Columbus: His Enterprise–Exploding the Myth

“To fill the empty ships going back to Castile, to stop his detractors from talking, to prove his success Columbus needed gold. And the following system was adopted for this end.

Every man and woman, every boy or girl of fourteen or older, in the province of Cibao (of the imaginary gold fields) had to collect gold for the Spaniards. As their measure, the Spaniards used those same miserable hawks’ bells, the little trinkets they had given away so freely when they first came “as if from Heaven.”

Every three months, every Indian had to bring to one of the forts a hawks’ bell filled with gold dust. The chiefs had to bring in about ten times that amount. In the other provinces of Hispaniola, twenty-five pounds of spun cotton took the place of gold.

Copper tokens were manufactured, and when an Indian had brought his or her tribute to an armed post, he or she received such a token, stamped with the month, to be hung around the neck. With that they were safe for another three months while collecting more gold.

Whoever was caught without a token was killed by having his or her hands cut off.  There are old Spanish prints (I saw them in the collection of Bishop Voegeli of Haiti) that show this being done: the Indians stumble away, staring with surprise at their arms stumps pulsing out blood.

There were no gold fields, and thus, once the Indians had handed in whatever they still had in gold ornaments, their only hope was to work all day in the streams, washing out gold dust from the pebbles. It was an impossible task, but those Indians who tried to flee  into the mountains were systematically hunted down with dogs and killed, to set an example for the others to keep trying.”

Koning

Hans Koning (12 juli 1921 – 13 april 2007)

 

De Nederlandse dichter Driek van Wissen werd geboren in Groningen op12 juli 1943. Op 26 januari 2005 werd hij gekozen tot Dichter des Vaderlands, als opvolger van Gerrit Komrij en de Dichter des Vaderlands ad interim Simon Vinkenoog. Voor zijn gehele oeuvre op het gebied van de light verse won de dichter in 1987 de Kees Stip-prijs van het tijdschrift De Tweede Ronde.

OP DE RAILS

Mijn trein gaat ogenschijnlijk rijden,
Want spoorwagon na spoorwagon
Links op een parallel perron
Zie ik langs mijn coupéruit glijden.

Maar dan verbreedt de horizon
En blijkt dat ik mij liet misleiden:
De trein is weg ter linkerzijde
En ik sta nog op het station

Zo worden wij wel meer bedrogen:
Wij zijn op reis, zo menen wij
En maken voortgang zienderogen,

Doch richten wij de blik opzij
Dan staan wij stil en onbewogen.
Het leven gaat aan ons voorbij.

VanWissen

Driek van Wissen (Groningen, 12 juli 1943)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Carla Bogaards werd geboren in Voorburg op 12 juli 1947. Zij debuteerde in 1982 met de dichtbundel Ik kom op niets. Voor haar poëziewerk kreeg ze in 1995 de Johnny van Doornprijs. Eerder ontving ze de Agenda Award voor de dichtbundel De reigers van Amsterdam. Daarnaast kreeg ze in 2006 voor haar boek Roes de Gouden Doerian toegekend.

Honey

Ik heb in Hotel Paris gewoond met een man,
ik heb met hem ontbeten en geluncht,
we aten wafels met room, we dronken verschraalde champagne
omdat we, direct nadat de fles was ontkurkt
en het glas voor de eerste keer was volgeschonken,
de drank vergaten,
we vielen in slaap. Hij sliep veel,
hij sliep als een kind dat bij zijn moeder in bed ligt,

hij lag op zijn rug en ademde zoetjes.
Als hij wakker werd, ’s nachts raakte hij me aan
omdat hij me zijn wonderlijke dromen wilde vertellen,
hij wilde dat ik ontwaakte, hij wilde weten of ik gedroomd had,
hij vertelde welke vrouwen hij bezeten had,
hij vroeg me, als je een man was, zou je me omhelzen,
hij vroeg me, als je mijn moeder was, zou je me omhelzen,
hij vroeg me, als je mijn zuster was, zou je me omhelzen.

Hij vroeg me, vlak voor de grote brand uitbrak
toen het hotel uitbrandde,
nooit meer een kimono van Chinese zijde te dragen
of mijn lippen rood te maken, omdat hij bang werd van zijn liefde
voor mij als ik me vermomde.

Het was op een namiddag in de zomer,
toen hij vertelde dat hij zijn zuster verleid had,
vleiend en brutaal. Maar hij loog minstens de helft van het verhaal.
Misschien was hij overmoedig na al die uren slaap.
Hij was tevreden omdat zijn verhaal me opwond.

Bogaards

Carla Bogaards (Voorburg, 12 juli 1947)

 

De Franse dichter en schrijver Max Jacob werd op 12 juli 1876 geboren in Quimper. Zie ook mijn blog van 13 juli 2006.

LA GUERRE

Les boulevards extérieurs, la nuit, sont pleins de neige ; les bandits sont des soldats ; on m’attaque avec des rires et des sabres, on me dépouille : je me sauve pour retomber dans un autre carré. Est-ce une cour de caserne, ou celle d’une auberge ? que de sabres ! que de lanciers ! il neige ! on me pique avec une seringue : c’est un poison pour me tuer ; une tête de squelette voilée de crêpe me mord le doigt. De vagues réverbères jettent sur la neige la lumière de ma mort.

 

ÉQUATORIALES SOLITAIRES

Quatre doigts de pied noueux servent de frisures au taureau haut qui n’est qu’un homme et qui combat, bas! Les fourneaux sont des maisons qui ne paient pas d’impôts des portes et fenêtres, naître! langues ou trompes en sortent. Sur les marches qui marchent car ce sont toutes les bêtes errantes de la création, le Bouddha, qui ennoblit une feuille bordée d’or, tient une bourse avec l’intention d’en faire des colliers pour plus tard. Ne vous en effrayez pas! ce n’est qu’une bordure, dure! Mais à double entente. Il a tant plu sur tout cela qu’une épine a poussé là qui leur passe au travers avec une sollicitude insolente ou insolite. Un million de souris… de sourires.

Jakob

Max Jacob (12 juli 1876 – 5 maart 1944)

 

De Poolse schrijver, schilder en graficus Bruno Schulz werd geboren op12 juli 1892 in Drohobycz, in Galicië, een kleine provinciestad in het westelijk deel van de huidige Oekraïne, waar hij het grootste deel van zijn leven woonde, en dat later het decor zou vormen van zijn literair werk. Hij geldt naast Stanislaw Ignacy Witkiewicz (Witkacy) (1885 – 1939) en Witold Gombrowicz (1904 – 1969) als een van de belangrijkste Poolse prozaschrijvers van de 20e eeuw. Hoewel Schulz naast Pools, Duits en Jiddisch sprak, koos hij ervoor in het Pools te publiceren. In 1928 schreef hij zijn eerst korte verhaal Noc Lipowa, (Een Julinacht), dat pas later zou worden opgenomen in de bundel Sanatorium pod Klepsydra. Vanaf 1930 verschenen er verschillende literaire kritieken van zijn hand in de Wiadomości Literackie. In ditzelfde tijdschrift publiceerde hij in 1933 zijn eerste korte verhaal Ptaki, (De Vogels). Veel van Schulz’ werk is tijdens de oorlog verloren gegaan, waaronder een groot deel van zijn schilderijen, een Duitse novelle getiteld Die Heimkehr, waarvan hij een kopie (die na de oorlog eveneens onvindbaar bleek) naar Thomas Mann stuurde, en het manuscript voor een omvangrijke roman Mesjasz, (De Messias), waaraan hij vermoedelijk vanaf 1934 had gewerkt.

Uit: The street of crocodiles

”My father kept in the lower drawer of his large desk an old and beautiful map of our city. It was a whole folio sheaf of parchment pages which, originally fastened with strips of linen, formed an enormous wall map, a bird’s eye panorama.
Hung on the wall, the map covered it almost entirely and opened a wide view on the valley of the River Tysmienica which wound itself like a wavy ribbon of pale gold, on the maze of widely spreading ponds and marshes, on the high ground rising towards the south, gently at first, then in ever tighter ranges, in a chessboard of rounded hills, smaller and paler as they receded towards the misty yellow fog of the horizon. From that faded distance of the periphery, the city rose and grew towards the centre of the map, an undifferentiated mass at first, a dense complex of blocks and houses, cut by deep canyons of streets, to become on the first plan a group of single houses, etched with the sharp clarity of a landscape seen through binoculars. In that section of the map, the engraver concentrated on the complicated and manifold profusion of streets and alleyways, the sharp lines of cornices, architraves, archivolts and pilasters, lit by the dark gold of a late and cloudy afternoon which steeped all corners and recesses in the deep sepia of shade. The solids and prisms of that shade darkly honeycombed the ravines of streets, drowning in a warm colour here half a street, there a gap between houses. They dramatized and orchestrated in a bleak romantic chiaroscuro the complex architectural polyphony.
On that map, made in the style of baroque panoramas, the area of the Street of Crocodile
s shone with the empty whiteness that usually marks polar regions or unexplored countries of which almost nothing is known. The lines of only a few streets were marked in black and their names given in simple, unadorned lettering, different from the noble script of the other captions. The cartographer must have been loath to include that district in the city and his reservations found expression in the typographical treatment.
In order to understand these reservations, we must draw attention to the equivocal and doubtful character of that peculiar area, so unlike the rest of the city.”

SchulzZelfportret
Bruno Schulz (12 juli 1892 – 19 november 1942)
Zelfportret

 

De Friese schrijver Gerben Willem Abma werd op 12 juli 1942 geboren in Folsgare. Abma studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij als docent godsdienst in het voortgezet onderwijs. Hij heeft, als schrijver en dichter, een omvangrijk oeuvre bij elkaar geschreven.

Uit: De Oantaasting

It barde doe’t er, nei’t er fan bûten kaam, daalk de klots ôfdwaan moast en Mintsje, syn âldste suster, him it hier kjimde. Se stie sa ticht by him dat er mei syn noas troch har jurk hinne har liif fielde. Alle kearen dat er justjes by de jurk lâns streake, begûn de punt fan de noas der fan te gloeien hie er it gefoel. Ynienen biet er har sêft yn ‘e mul. Se wykte eefkes in stapke en joech him sûnder in wurd te sizzen in knypke yn ‘e earm. It wie net liker oft it him ûnder stroom sette. Doe’t de skieding rjocht siet, moast er de keamer yn om master te begroetsjen. En doe barde it samar dat er gjin wurd útbringe koe.”

Abma

Gerben Willem Abma (Folsgare, 12 juli 1942)