Jacqueline van der Waals, Aimé Césaire, Stefan Andres, Martin Andersen-Nexø, Bankim Chandra Chatterjee, Pearl S. Buck, Sidney Howard, Yves Beauchemin, Laurie Lee, Sunthorn Phu

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zij was een dochter van de bekende natuurkundige J.D. van der Waals. Ze haalde de HBS. Daarna studeerde ze thuis verder voor de hulpakte voor het onderwijs en de M.O-akte voor geschiedenis. Ze werd lerares in Doorn, Bloemendaal en Amsterdam. Haar eerste gedichten publiceerde ze onder een pseudoniem Una ex Vocibus  (“één van de stemmen”). Zij was de belangrijkste protestantse dichteres van haar generatie. Zij publiceerde echter niet in Ons Tijdschrift, maar hoofdzakelijk in Onze Eeuw.  In kerkelijke kring is het lied “Wat de toekomst brenge moge” bekend. Van der Waals schreef het vlak voor haar dood.

Zomerdag

Nu, voor het eerst van heel den langen zomer

Ligt op de velden zomerzonneschijn,

En zomerschoonheid doet de oogen loomer,

Trager tot scheiden zijn.

 

Nu voor het eerst op maaiensrijpe landen

Ligt vol de zonneweelde uitgestort,

Tot blauw en geel en zwart van dennenranden

Eén effen vreugde wordt…

 

Zou nu ook mij de weelde nog gebeuren,

Van zomerschoonheid, vol en onverwacht?

Of komt alreê de gouden najaarspracht

Met stervenstint mijn lentverlangen kleuren,

 

Eer nog in zoelheid van den zonnelach

Mijn al te ijle zang zal rijpen mogen,

En door mijn lied de volheid komt getogen

Van zulk een zomerdag?

 

 

Vóór den regen

Ik zat in ’t hooge gras;
Het was een warme zomerdag,
En uit de donkre schaduw zag
Ik naar den lichten plas.

En onbeschut voor ’t zonnevuur
Lag ’t slaperige land
Te domlen in het middaguur,
Door moeheid overmand.

Het was zóó stil, zóó stil….
De vogels droomden op hun tak,
Het windje sliep op ’t watervlak,
En rustte koel en stil.

Een korte, blijde rimpeling
Sprak van de zaligheid,
Waarmee het meer het koeltje omving,
Stil aan zijn borst gevlijd.

De bloempjes knikten loom
En slaperig elkander toe,
De blaadjes hingen slap en moe
Te dutten aan den boom.

Ik zat te wachten en het was
Me als wist ik, wat er kwam.
Alsof ik, luistrend, in het gras
Een stillen tred vernam.

Een ruischen, vreemd en zacht,
Heeft mijn onrustig hart vervuld
Met bang, verlangend ongeduld,
Naar ’t geen de stilte bracht.

VdWaals

 Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)

 

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Hij schreef talrijke gedichtenbundels en toneelstukken in het Frans. In 1945 werd hij voor de Franse communistische partij in het parlement gekozen. Een van zijn eerste successen was dat Martinique een “ Département“ werd. In 1956 verliet hij de communisten en richtte hij een eigen partij op, Parti progressiste martiniquais (PPM). Van 1945 toto 2001 was hij burgemeester van Fort-de-France. Samen met Léopold Sédar Senghor en Léon-Gontran Damas stond hij aan de wieg van de Négritude, een politieke en literaire emanciepatie beweging die streed tegen de Franse overheersing.

 

Le crystal automatique

allo allo encore une nuit pas la peine de chercher
c’est moi l’homme des cavernes il y a les cigales qui
étour- dissent leur vie comme leur mort il y a aussi
l’eau verte des lagunes même noyé je n’aurai jamais
cette couleur- là pour penser à toi j’ai déposé tous
mes mots au monts de-piété un fleuve de traineaux
de baigneuses dans le courant de la journée blonde
comme le pain et l’alcool de tes seins

allo allo je voudrais etre à l’envers clair de la terre le
bout de tes seins à la couleur et le gout de cette
terre-la

allo allo encore une nuit il y a la pluie et ses doigts
de fossoyeur il y a la pluie qui met ses pieds dans le
plat sur les toits la pluie a mangé le soleil avec des
baguettes de chinois

allo allo l’accroissement du cristal c’est toi…c’est toi
ô absente dans le vent et baigneuse de lombric
quand viendra l’aube c’est toi qui poindras tes yeux
de rivière sur l’émail bougé des îles et dans ma tête
c’est toi le maguey éblouissant d’un ressac d’aigles
sous le banian


La roue

 

La roue est la plus belle découverte de l’homme et la seule
il y a le soleil qui tourne
il y a la terre qui tourne
il y a ton visage qui tourne sur l’essieu de ton cou quand
tu pleures
mais vous minutes n ‘enroulerez-vous pas sur la bobine à
vivre le sang lapé
l’art de souffrir aiguisé comme des moignons d’arbre par les
couteaux de l’hiver
la biche saoule de ne pas boire
qui me pose sur la margelle inattendue ton
visage de goélette démâtée
ton visage
comme un village endormi au fond d’un lac
et qui renaît au jour de l’herbe et de l’année
germe

 

 

cesaire

Aimé Césaire (Basse-Pointe, 26 juni 1913)

 

De Duitse schrijver Stefan Andres werd geboren op 26 juni 1906 in Breitwies bij Trier. Andres studeerde theologie en germanistiek aan de universiteiten van Keulen, Jena en Berlijn. Hij brak zijn priesterstudie weliswaar af, maar zijn werken zijn doorspekt met een christelijke ondertoon. Stefan Andres ondernam ook lange reizen naar Italië, Egypte en Griekenland. In 1937 week hij om politieke redenen naar Italië uit. Hij vestigde zich met zijn gezin in Positano in de buurt van Napels. Pas in 1950 keerde hij naar Duitsland terug. Na zijn terugkeer ging hij in Unkel am Rhein wonen. In de jaren ’50 was Andres één van de meest gelezen Duitse schrijvers. Na het Tweede Vaticaanse Concilie trok Stefan Andres naar Rome, waar hij in 1970 overleed.

 

Uit: Gäste im Paradies

 

“Im Gefühl der Flüchtigkeit seiner Tage wurde er unruhig und betriebsam, ein Krämer seines Vorrates an Leben, feilschend um jedwede Sicherheit, sogar um die Sicherheiten nach dem Tode. Und da war sein Leben nur noch ein Pendeln zwischen Betrieb und Langeweile. Er war verflucht, und ein himmlischer Spott liegt seither über der undankbaren Welt, die in ihrem Daseinshunger nicht zum Genuß der ebenso unscheinbaren wie heiligen Frucht des Lebens kommt”

 

 

Andres

Stefan Andres (26 juni 1906 – 29 juni 1970)

 

De Deense schrijver Martin Andersen-Nexø werd geboren op 26 juni 1869 in Kopenhagen. Op achtjarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders van København naar hun geboorteplaats op het eiland Bornholm, waar hij zijn verdere jeugd doorbracht. Ongetwijfeld heeft het harde leven van de Bornholmers hem geinspireerd. De schrijver van Pelle de veroveraar en Ditte, een mensenkind (beide verfilmd) stierf in Dresden waar de regering van de toenmalige DDR hem een huis ter beschilddng had gesteld. Hij werd net als die andere Andersen begraven in København.

 

Uit: Pelle der Eroberer

 

Es war der 1. Mai 1877, früh in der Morgendämmerung. Von der See kam der Nebel dahergefegt mit einer grauen Schleppe, die schwer auf dem Wasser lag. Hie und da zuckte es darin; er wollte sich lichten, schloß sich aber wieder und ließ nur eben ein Stückchen Strand mit zwei alten Booten darauf zurück, die mit dem Boden nach oben lagen; der Steven eines dritten Bootes und ein Stück Mole ragten ein paar Schritte seitwärts aus der trüben Luft empor. In regelmäßigen Zwischenräumen glitt eine flache Welle graublank aus dem Nebel hervor, leckte über den rasselnden Strandkies hin und zog sich wieder zurück; es machte den Eindruck, als liege ein großes Tier da drinnen in der Nebelmasse verborgen und lechze nach Land.
Ein paar hungrige Krähen hatten sich auf einem schwarzen, aufgeblähten Gegenstand da unten niedergelassen – vielleicht dem Aas eines Hundes. Jedesmal, wenn die leckenden Wellen darüber hinglitten, flogen sie hoch und hielten sich ein paar Ellen in der Luft schwebend, die Beine senkrecht zur Beute ausgestreckt, als hingen sie unsichtbar daran fest. Wenn dann die See wieder zurückrollte, ließen sie sich herabfallen und bohrten den Kopf tief in das Aas; die Flügel aber hielten sie ausgebreitet, bereit, beim nächsten Anprall der Wellen aufzufliegen. Das funktionierte mit der Regelmäßigkeit eines Zeitmessers
.”

 

Andersen

Martin Andersen-Nexø (26 juni 1869 – 1 juni 1954)

 

De Bengaals – Indische dichter, schrijver, essayiste en journalist Bankim Chandra Chatterjee werd geboren op 26 juni 1838 in Kanthalpura. Hij is vooral beroemd als de schrijver van Vande Mataram of Bande Mataram, dat de vrijheidstrijders van India inspireerde en dat later het  nationale lied van India werd. Zijn eerste grote roman Kapalkundala publiceerde hij in 1866.

 

Vande Mataram

Mother, I bow to thee!
Rich with thy hurrying streams,
bright with orchard gleams,
Cool with thy winds of delight,
Green fields waving Mother of might,
Mother free.

Glory of moonlight dreams,
Over thy branches and lordly streams,
Clad in thy blossoming trees,
Mother, giver of ease
Laughing low and sweet!
Mother I kiss thy feet,
Speaker sweet and low!
Mother, to thee I bow.

Who hath said thou art weak in thy lands
When swords flash out in seventy million hands
And seventy million voices roar
Thy dreadful name from shore to shore?
With many strengths who art mighty and stored,
To thee I call Mother and Lord!
Thou who saves, arise and save!
To her I cry who ever her foe drove
Back from plain and sea
And shook herself free.

Thou art wisdom, thou art law,
Thou art heart, our soul, our breath
Though art love divine, the awe
In our hearts that conquers death.
Thine the strength that nerves the arm,
Thine the beauty, thine the charm.
Every image made divine
In our temples is but thine.

Thou art Durga, Lady and Queen,
With her hands that strike and her
swords of sheen,
Thou art Lakshmi lotus-throned,
And the Muse a hundred-toned,
Pure and perfect without peer,
Mother lend thine ear,
Rich with thy hurrying streams,
Bright with thy orchard gleems,
Dark of hue O candid-fair

In thy soul, with jewelled hair
And thy glorious smile divine,
Loveliest of all earthly lands,
Showering wealth from well-stored hands!
Mother, mother mine!
Mother sweet, I bow to thee,
Mother great and free!

Vertaald door Sri Aurobindo

 

BANKIM

Bankim Chandra Chatterjee (26 juni 1838 – 8 april 1894)

 

De Amerikaanse schrijfster Pearl Comfort Sydenstricker-Buck werd geboren in Hillsboro West-Virginia, op 26 juni 1892. Zie ook mijn blog van 26 juni 2006.

 

Uit: The good earth

 

“It was Wang Lung’s marriage day. At first, opening his eyes in the blackness of the curtains about his bed, he could not think why the dawn seemed different from any other. The house was still except for the faint, gasping cough of his old father, whose room was opposite to his own across the middle room. Every morning the old man’s cough was the first sound to be heard. Wang Lung usually lay listening to it and moved only when he heard it approaching nearer and when he heard the door of his father’s room squeak upon its wooden hinges.

But this morning he did not wait. He sprang up and pushed aside the curtains of his bed. It was a dark, ruddy dawn, and through a small square hole of a window, where the tattered paper fluttered, a glimpse of bronze sky gleamed. He went to the hole and tore the paper away.

“It is spring and I do not need this,” he muttered.

He was ashamed to say aloud that he wished the house to look neat on this day. The hole was barely large enough to admit his hand and he thrust it out to feel of the air. A small soft wind blew gently from the east, a wind mild and murmurous and full of rain. It was a good omen. The fields needed rain for fruition. There would be no rain this day, but within a few days, if this wind continued, there would be water. It was good. Yesterday he had said to his father that if this brazen, glittering sunshine continued, the wheat could not fill in the ear. Now it was as if Heaven had chosen this day to wish him well. Earth would bear fruit”.

 

PearlS

Pearl S. Buck  (26 juni 1892 – 6 maart 1973)

 

De Amerikaanse toneel- en draaiboekschrijver Sidney Howard werd geboren op 26 juni 1891 in Oakland, Californië. Zijn eerste stuk Swords kwam uit op Broadway in 1921. Al met zijn derde stuk They knew what they wanted won hij in 1925 de Pulitzer prijs. Vanaf eind jaren twintig ontdekte ook Holywood zijn stukken en zo kwam hij tot het schrijven van scripts. Howard verhuisde nooit naar Los Angeles, maar bleef op zijn farm in Massachusetts. Daar schreef hij ook zijn bekendste werk Gone with de wind. De premiere van de film maakte hij echter niet meer mee. Nog tijdens de opnamen verongelukte hij met zijn tractor.

 

Uit: Gone with the wind

 

Ashley: Isn’t it enough that you’ve gathered every other man’s heart today? You’ve always had mine. You cut your teeth on it.
Scarlett: Don’t tease me now. Have I your heart my darling? I love you. I love you.
Ashley: You mustn’t say such things. You’ll hate me for hearing them.
Scarlett: I could never hate you. And I know you must care about me. Oh, you do care, don’t you?
Ashley: Yes, I do care. Oh, can’t we go away and forget we ever said these things?”

 

 

Howard

Sidney Howard (26 juni 1891 – 23 augustus 1939)

 

De Canadese schrijver Yves Beauchemin werd geboren op 26 juni 1941 in Rouyn-Noranda, Quebec. Hij studeerde af in Frans en geschiedenis aan de Université de Montréal in 1965. Zijn eerste roman L’enfirouapé (1974) won de Prix France-Québec. Zijn tweede roman Le matou (1981) werd een enorme bestseller en vele malen vertaald. Voor zijn derde roman Juliette Pormerleau (1989) ontving Beauchemin de Prix Jean Giono.

 

Uit : Juliette Pomerleau

« Dans le silence de la nuit tiédissante, le piano se mit à jouer doucement. Les notes s’égrenaient avec une solennité un peu mélancolique, s’échappant par la fenêtre grande ouverte. La petite cour obscure et déserte aux pavés encore tout chauds se remplit d’une atmosphère grave et recueillie. Soudain, des lentes vagues de la musique qui se succédaient paisiblement et allaient mourir aux abords de la rue, surgit comme un message énigmatique. Quelque chose d’important allait se produire. C’est alors que le violon se joignit au piano:

La douceur de son chant était si poignante que Juliette Pomerleau ouvrit les yeux, souleva sa tête moite de l’oreiller et regarda dehors. À travers le feuillage des framboisiers, on apercevait, au-dessus de la cour minuscule que formait le U de l’édifice, une fenêtre illuminée au premier étage où se découpaient deux silhouettes presque immobiles; l’une était assise et légèrement courbée, l’autre, debout, tenait un violon. “Monsieur Martinek vient de terminer sa sonate”, pensa-t-elle.

Se tournant péniblement sur le dos, elle poussa un soupir et se mit à écouter, ravie.

Elle pénétra dans la cuisine, fit de la lumière. L’endroit ne contenait plus qu’une vieille chaise de bois peinte en rose, sur laquelle on avait posé un litre de lait entamé. »

 

 

beauchemin

Yves Beauchemin (Rouyn-Noranda, 26 juni 1941)

 

De Engelse dichter en schrijver Laurence Edward Alan “Laurie” Lee werd geboren in Slad, Gloucestershire op 26 juni 1914. Zijn beroemdste werk is zijn autobiografische romantrilogie die bestaat uit Cider with Rosie (1959), As I Walked Out One Midsummer Morning (1969) and A Moment of War (1991). Zijn eerste dichtbundel The Sun My Monument verscheen in 1944, gevolgd door The Bloom of Candles (1947) en My Many Coated Man (1955).

 

 

Day of These Days

 

Such a morning it is when love
leans through geranium windows
and calls with a cockerel’s tongue.

When red-haired girls scamper like roses
over the rain-green grass;
and the sun drips honey.

When hedgerows grow venerable,
berries dry black as blood,
and holes suck in their bees.

Such a morning it is when mice
run whispering from the church,
dragging dropped ears of harvest.

When the partridge draws back his spring
and shoots like a buzzing arrow
over grained and mahogany fields.

When no table is bare,
and no beast dry,
and the tramp feeds on ribs of rabbit.

 

Town Owl

On eves of cold, when slow coal fires,
rooted in basements, burn and branch,
brushing with smoke the city air;
When quartered moons pale in the sky,
and neons glow along the dark
like deadly nightshade on a briar;
Above the muffled traffic then
I hear the owl, and at his note
I shudder in my private chair.
For like an auger he has come
to roost among our crumbling walls,
his blooded talons sheathed in fur.
Some secret lure of time it seems
has called him from his country wastes
to hunt a newer wasteland here.
And where the candlabra swung
bright with the dancers’ thousand eyes,
now his black, hooded pupils stare,
And where the silk-shoed lovers ran
with dust of diamonds in their hair,
he opens now his silent wing,
And, like a stroke of doom, drops down,
and swoops across the empty hall,
and plucks a quick mouse off the stair…

 

 

Lee

Laurie Lee (26 juni 1914 – 13 mei 1997)

 

De Thaise dichter Sunthorn Phu werd geboren op 26 juni 1786 in Bangkok. In 1807 schreef hij het beroemde gedicht Nirat Phra Bat, waarin hij zijn reis met een prins vereeuwigde – en de problemen met zijn geliefde vrouw. Op zijn 200e geboortedag werd hij door de Unesco als de grootste volksdichter van Thailand geëerd. Op 26 juni wordt elk jaar „Sunthorn Phu Dag“ gevierd.

 

 

Though Death should claim the ocean, earth and sky,

My love for you will never, never, die.

And were I born beneath the earth or in the sea,

My darling, it is there I’d pray you’d dwell with me.

Or, if perchance you were the ocean blue,

I’d choose to be a fish and live with you.

Or, if the water-lily’s form you would assume,

The beetle I would be who’d help you bloom.

And may I be the swan if you’re the grotto’d nest,

And dwell forever in your arms, close pressed.

I pray to follow you, beloved one,

In all reincarnations yet to come.

 

                          *

 

A smoking stove and a bucket hung by a rope from a pole;

Oh, Karma, because of that evil water

I am drunk, mad, shameful.

Let me make merit and achieve enlightenment

So when I am faced with liquor

I’ll be saved:

Never to go near it or see it.

But when I’m not drunk on liquor,

I’m drunk on love!

How can that temptation be stopped?

The hangover of whisky is gone the next day,

But the hangover of love lasts forever.

sunthorn

Sunthorn Phu (26 juni 1786 – ? 1855)