Maria Dermoût, Roland Dorgelès, Trygve Gulbranssen, Silke Scheuermann, Ramon Lopez Velarde

De Nederlands-Indische schrijfster Maria Dermoût (eigenlijk Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman) werd geboren in Pekalongan, Java, op 15 juni 1888.  Enkele maanden nadat zij was geboren, overleed haar moeder, die zij dus nooit heeft gekend. Tot 1900 verbleef zij in het toenmalige Nederlands-Indië, met twee onderbrekingen (1890 en 1894) voor een kort verblijf in Nederland. Van 1900 tot 1905 was zij weer in Nederland, ditmaal in de kost, om het gymnasium in Haarlem te volgen. In 1906, terug in Indië, ontmoette zij de gepromoveerd jurist Isaac J. Dermoût, met wie zij in 1907 in het huwelijk trad. Van 1910 tot 1914 was Mr Dermoût op de Molukken geplaatst, en hoewel ook hier de omstandigheden Maria maar matig bevielen, heeft het verblijf er een onuitwisbare invloed gehad op haar en op haar schrijverschap. Vanaf 1908 had zij incidenteel enkele korte stukjes gepubliceerd, eerst in een Indisch, daarna in een Nederlands blad, maar later gepubliceerd werk van haar hand dateert ook reeds van die tijd. Had Maria Dermoût dus incidentele schetsen op haar naam staan, veel werk dat zij, reeds ver voor de oorlog, was begonnen te schrijven, was in portefeuille gebleven. In 1949 benaderde zij de auteur Johan van der Woude met een stapel manuscripten, en die was zo onder de indruk dat hij de korte roman Nog pas gisteren uitkoos, die in 1951 bij Uitgeverij Querido gepubliceerd werd. Zij was toen 63 jaar oud. Het boek beleefde herdruk op herdruk, laatstelijk in de Salamanderreeks, en werd ook in Duitsland, Amerika en Engeland uitgebracht.

Uit: Het kopje koffie

“Op de suikerplantage diep in het binnenland van Java stond nog altijd het oude huis in de oude tuin, – het grote huis – zoals het genoemd werd.
Iedere familie die er woonde, de een na de ander, had aan het huis laten verbouwen, of bijbouwen. Ook de tuin was veranderd: een gemetselde vijver voor lotosbloemen was er bijgekomen, een orchideeënhuisje, een logeerpaviljoen; de paden waren verlegd tussen bloemperken en bloeiende struiken. Er was op het laatst niet veel over van het oude, behalve sommige bomen: de twee waringins links en rechts van het huis, de oprijlaan van kenaribomen. En dan nog een grote stenen tuinvaas op een voetstuk, in het midden van de moestuin, op de plaats van de vroegere rozentuin Maar links van het huis, achter de hertenkamp, in het stuk van de tuin dat glooiend naar de rivier toeliep, was niets veranderd. De tuin was daar niet meer aangelegd met grasvelden, en paden, en perken, er stonden alleen cocospalmen in rijen naast elkaar, als in een boomgaard. En in plaats van de tuinmuur was er een meer dan manshoge doornen bamboehaag. En daarachter, maar afgesloten van de grote tuin, ook weer omheind met een bamboehaag, lag een andere – een kleine tuin. – Er moest eens een huis gestaan hebben, de stenen fundamenten lagen er nog, onder het onkruid verscholen; en er stond een waringinboom. Het was de ‘verboden’ tuin.
Lang, erg lang geleden al, had in het grote huis een man gewoond met twee vrouwen. Eén in het grote huis, – zij had ook een kind; – en één in het kleine huis verstopt achter de doornen haag van de kleine tuin, bij de rivier.
Eerst ging het alles wel goed.”

DERMOUT

Maria Dermoût (15 juni 1888 – 27 juni 1962)

 

De Franse schrijver en journalist Roland Dorgelès (eig. Roland Lécavelé)  werd geboren op 15 juni 1885 in Amiens. Na zijn jeugd kwam hij te verkeren in de literaire kringen op Montmartre en al snel verwierf hij zich een naam. Na de ervaring van WO I schreef hij de roman Les Croix de bois die hem beroemd maakte. Tot 1920 schreef hij artikelen voor Le Canard enchaîné en hij werd ook bekend vanwege zijn reportages uit het buitenland. Sur la route mandarine (1925) onstond na een reis door Indochina. In 1929 werd hij gekoezen tot president van de Académie Goncourt en dat bleef hij tot aan zijn dood in 1973.

Uit: Les Croix de bois

« Dans l’eau verdâtre, qui frissonnait à peine, les hauts peupliers plongeaient jusqu’à leur cime, comme s’ils avaient encore cherché du ciel dans l’eau tranquille. Une grosse péniche
dormait près de la berge, couchée sur le côté. Ses planches arrachées laissaient voir la cale vide, entre ses enormes côtes de bois, et l’on se demandait comment cette carcasse de baleine
était venue s’échouer si loin.

La rivière froufroutait, en se brisant sur les bateaux du pont. C’étaient de ces petites barques, vertes ou noires, de pêcheurs, qu’on mène d’une rame indolente, les beaux dimanches d’ été. A l’avant de la plus fraîche, peinte en blanc, on lisait un nom : «Lucienne Brémont.Roucy.» Un éclat d’obus l’avait blessée au côté.

Tout le long de la berge, des croix de bois, grêles et nues, faites de planches ou de branches croisées, regardaient l’eau couler. On en voyait partout, et jusque dans la plaine inondée, où les képis rouges flottaient, comme d’étranges nénuphars.

Avec la crue, les croix devaient s’en aller, au fil de l’eau grise, pour accoster on ne sait où, près d’un enfant qui épellerait sur le planche rongée : «… infanterie…pour la France…» et s’en ferait un sabre de bois. On eût dit que ces morts fuyaient leurs tombes oubliées, et la file infinie des autres morts les regardait partir, leurs croix si rapprochées qu’elles semblaient se donner la main. »

Dorgeles

Roland Dorgelès (15 juni 1885 – 18 maart 1973)

 

De Noorse schrijver Trygve Emanuel Gulbranssen werd geboren in Oslo op 15 juni 1894. Gulbranssens beroemdste werk is de trilogie Het geslacht Bjørndal, bestaande uit En eeuwig zingen de bossen (1933), Winden waaien om de rotsen (1934) en De weg tot elkander (1935), waarin hij het Noorse plattelandsleven beschrijft.

Uit: Und ewig singen die Wälder

„Keiner war seitdem mehr beklommenen Herzens am Abgrund des Jungfrautals vorbeigefahren oder -gewandert, aber von der Schlucht wurde mit den Jahren nur um so mehr geredet, und ein jeder wußte von dem alten Wege. Westlich davon stiegen die Felsklippen wie schwarze Trolle gen Himmel, östlich stürzte der Abgrund ins Dunkel hinab. Droben in den Klippen schrien Eulen und andere unheimliche Wesen, und Steine, durch Frost und Sturzbäche gelockert, polterten die Halde hinunter.

Den Boden der Schlucht östlich des Weges konnte keines Menschen Blick erreichen. Bäume und Büsche verdeckten ihn, Blumen und Pflanzen wucherten herauf. Und aus dem Abgrund stiegen Tag und Nacht wunderliche Laute. Viele meinten, es sei ein Wasserlauf, der sich dort unten schlängele und unter den Schatten in der Tiefe riesele und gluckse – aber die Alten wußten es besser.“

GULBRANSSEN

Trygve Gulbranssen (15 juni 1894 – 10 oktober 1962)

 

De Duitse schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zij studeerde theater- en literatuurwetenschappen in Frankfurt am Main, Leipzig en Parijs. Na publicaties in diverse tijdschriften verscheen in 2001 haar eerste dichtbundel Der Tag an dem die Möwen zweistimmig sangen. In 2004 volgde Der zärtlichste Punkt im All. De verhalenbundel Reiche Mädchen verscheen in 2005. In 2007 publiceerde zij haar eerste roman Die Stunde zwischen Hund und Wolf. Op dit moment is zij gasthoogleraar aan het Deutsche Literaturinstitut in Leipzig

Uit:  Reiche Mädchen

»Immer vor Gewittern«, sagte sie später, als sie am Fenster saßen, mit Aperitifs und Erdnüssen aus der Minibar, »immer vor Gewittern bist du am besten, das habe nun ausnahmsweise einmal ich herausgefunden«, sie spielte mit der Fernbedienung, natürlich, sie mußte ausgerechnet in den trautesten Minuten ihrer Zweisamkeit mit dem Herumzappen anfangen und noch mindestens vier blonde Moderatorinnen, ein leukämiekrankes Kind, eine Millionärsehefrau und eine Horde verzottelter Demonstranten ins Zimmer zu holen. Zum Glück blieb sie einigermaßen schnell im dritten Programm hängen, »Tatort«, sagte sie mit einer Begeisterung, die ihm merkwürdig vorkam angesichts der Tatsache, daß es sich um eine in regelmäßigen Abständen ausgestrahlte Serie handelte, »das ist Kommissar Brinkmann«. Carl war sich nach drei Minuten sicher, daß sie diese Tatort-Folge schon gesehen hatten, diese Baugrube, aus der sie die Leiche holten, kam ihm ausgesprochen bekannt vor, und er verdächtigte sofort die rothaarige Witwe, wofür es eigentlich gar keinen Grund gab, aber er schwieg, strich nur Sofie mit der Hand über den Rücken und sagte: »Aber wenn es losgeht, machst du aus, ja?«
Noch vor dem ersten Donnergrollen war der Film zu Ende, sie warteten, sie hatte erstaunlicherweise darauf bestanden, daß nicht ein einzelner Sessel, sondern das ganze Sofa ans Fenster gerückt wurde, und zufrieden über ihr höfliches Interesse an seiner Wetterforschung, hatte er es, unter Ächzen und Stöhnen, bewerkstelligt. Nach ein paar Minuten, in denen die andauernde Stille ihn immer mehr erwarten machte, sagte Carl: »In alten Zeiten glaubten die Menschen, Blitz und Donner seien die Waffen von Göttern und Zeichen ihres Zorns, heute wissen wir, daß es Naturerscheinungen sind«, und Sofie bemerkte,
friedlich in seinen Arm gekuschelt: »Schöne Erscheinungen«.

Scheuermann

Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

De Mexicaanse dichter Ramon Lopez Velarde werd geboren op 15 juni 1888 in Jerez. Hij was advocaat en maakte van dichtbij de Mexicaanse revolutie mee. Hij debuteerde in 1916 met La sangre devota (Het vrome bloed). In 1919 verscheen zijn tweede bundel Zozobra (Rustelooshei
d). Elf jaar na zijn al te vroege dood werd postuum El son del corazón (De klank van het hart) gepubliceerd. Velardes werk wordt beschouwd als het begin van de moderne poëzie in Mexico. Hoewel hij in zijn vaderland als nationale dichter vereerd wordt is hij buiten Mexico relatief onbekend gebleven.

Onze levens zijn slingers

Waar mag het meisje wezen
dat in die negorij
die nacht op de dansvloer
me haar verlangen zei
naar reizen en verzuchtte
dit leven moe te zijn?

Om haar kreunde de wals,
en zelf was zij zo kwijnend,
een schets met oorhangers
van amber en een jasmijn
die in haar haren stak.

Hoe kreunden de violen
van klungelige pijn…
Het meisje dat zo klaagde
dit leven moe te zijn,
wist zelf niet hoe ze klagend
praatte met een slinger.

Ach, meisje dat verzuchtte
ginds in die negorij
die nacht op de dansvloer
dit leven moe te zijn,
waar je ook je zucht mag
slaken aan iemands zij,
slingers zijn onze levens…

Gescheiden in één slinger-
beweging, evenwijdig,
in één zelfde winters
nevelgordijn

Vertaald door Stefaan van den Bremt

Lvelarde

Ramon Lopez Velarde (15 juni 1888 – 19 juni 1921)