Arthur Schnitzler, Mikhail Bulgakov, Judith Hermann, Lyman Frank Baum, Max Frisch, Peter Shaffer, Albert Verwey, Raymond Federman


De Oostenrijkse schrijver en arts Arthur Schnitzler werd geboren in Wenen op 15 mei. Door zijn succes als auteur ging hij zich steeds meer op literatuur toeleggen. Zijn bekendste toneelwerk is Reigen (in het Nederlands vertaald als Reidans) over het decadente Weense leven rond 1900. Destijds was het stuk zo controversieel dat het lange tijd niet mocht worden opgevoerd.

Ook als prozaschrijver is Schnitzler belangrijk. Zijn novelle Leutnant Gustl (1900) is het eerste verhaal in het Duits dat helemaal als innerlijke monoloog is geschreven. Het is een satire op de huichelachtige erecode in het toenmalige Oostenrijkse leger.

 

Uit: Leutnant Gustl

 

„Wie lang’ wird denn das noch dauern? Ich muß auf die Uhr schauen… schickt sich wahrscheinlich nicht in einem so ernsten Konzert. Aber wer sieht’s denn? Wenn’s einer sieht, so paßt er gerade so wenig auf, wie ich, und vor dem brauch’ ich mich nicht zu genieren… Erst viertel auf zehn?… Mir kommt vor, ich sitz’ schon drei Stunden in dem Konzert. Ich bin’s halt nicht gewohnt… Was ist es denn eigentlich? Ich muß das Programm anschauen… Ja, richtig: Oratorium! Ich hab’ gemeint: Messe. Solche Sachen gehören doch nur in die Kirche! Die Kirche hat auch das Gute, daß man jeden Augenblick fortgehen kann. – Wenn ich wenigstens einen Ecksitz hätt’! – Also Geduld, Geduld! Auch Oratorien nehmen ein End’! Vielleicht ist es sehr schön, und ich bin nur nicht in der Laune. Woher sollt’ mir auch die Laune kommen? Wenn ich denke, daß ich hergekommen bin, um mich zu zerstreuen… Hätt’ ich die Karte lieber dem Benedek geschenkt, dem machen solche Sachen Spaß; er spielt ja selber Violine. Aber da wär’ der Kopetzky beleidigt gewesen. Es war ja sehr lieb von ihm, wenigstens gut gemeint. Ein braver Kerl, der Kopetzky! Der einzige, auf den man sich verlassen kann… Seine Schwester singt ja mit unter denen da oben. Mindestens hundert Jungfrauen, alle schwarz gekleidet; wie soll ich sie da herausfinden? Weil sie mitsingt, hat er auch das Billett gehabt, der Kopetzky… Warum ist er denn nicht selber gegangen? – Sie singen übrigens sehr schön. Es ist sehr erhebend – sicher! Bravo! Bravo!… Ja, applaudieren wir mit. Der neben mir klatscht wie verrückt. Ob’s ihm wirklich so gut gefällt? – Das Mädel drüben in der Loge ist sehr hübsch. Sieht sie mich an oder den Herrn dort mit dem blonden Vollbart?… Ah, ein Solo! Wer ist das? Alt: Fräulein Walker, Sopran: Fräulein Michalek… das ist wahrscheinlich Sopran… Lang’ war ich schon nicht in der Oper. In der Oper unterhalt’ ich mich immer, auch wenn’s langweilig ist. Übermorgen könnt’ ich eigentlich wieder hineingeh’n, zur ›Traviata‹. Ja, übermorgen bin ich vielleicht schon eine tote Leiche! Ah, Unsinn, das glaub’ ich selber nicht! Warten S’ nur, Herr Doktor, Ihnen wird’s vergeh’n, solche Bemerkungen zu machen! Das Nasenspitzel hau’ ich Ihnen herunter…

 

 

 

Schnitzler
Arthur Schnitzler (15 mei 1862 – 21 oktober 1931)

 

De Russische schrijver Mikhail Afanasjevitsj Bulgakov werd geboren op 15 mei 1891 in Kiev, de huidige hoofdstad van Oekraïne. Hij groeide op in een gezin van 7 kinderen. Zijn vader was professor aan de Theologische Academie. Na zijn middelbare studies aan het Gymnasium ging Bulgakov naar de Medische Faculteit van de St-Vladimir Universiteit van Kiev, waar hij in 1916 afstudeerde. Hij werkte achtereenvolgens in het Militair Hospitaal en in het Tsjernovtsi hospitaal, beide in Kiev. In 1913 was hij getrouwd met Tatjana Lappa. Samen met haar verhuisde hij naar het platteland in Smolensk om er provinciedokter te worden. Over deze ervaringen schreef hij in Aantekeningen van een jonge arts. In 1918 ging Bulgakov terug naar Kiev, waar verschillende partijen met elkaar aan het vechten waren. Hij begon een dokterspraktijk in Andrejevski spusk 13 in een huis dat hij later in zjn roman De Witte Garde uitvoerig zou beschrijven Vlak vóór zijn dood voltooide Bulgakov zijn grote roman Master i Margarita, of toch bijna. Hier en daar merk je “loose ends” of tegenstellingen in de verhaallijn die erop duiden dat de schrijver net iets te vroeg gestorven is. De eerste publicatie van dit werk in 1966 in West-Europa maakte hem in één klap wereldberoemd. Tegenwoordig wordt Bulgakov beschouwd als één van Ruslands beste schrijvers van de twintigste eeuw

 

Uit: The Heart of a Dog   (vertaald door Michael Glenny)

 

‘Food, Ivan Arnoldovich, is a subtle thing.  One must know how to  eat, yet just think – most people don’t know how to eat at all. One must not only know what to  eat,  but when  and how.’  (Philip Philipovich 

waved his fork meaningfully.)  ‘And  what to say while you’re eating.  Yes, my dear sir. If you care about your digestion, my advice is – don’t talk about bolshevism or medicine at table.  And,  God  forbid – never  read Soviet newspapers before dinner.’

     ‘M’mm . . . But there are no other newspapers.’

     ‘In  that case don’t read any at all.  Do  you know  I once made thirty tests in my clinic. And  what  do  you  think? 

The patients  who never read newspapers felt  excellent. Those whom I specially made read Pravda all lost weight.

    

‘My dear fellow, you know me, don’t you? I am a man of facts, a man who observes. I’m the enemy of unsupported hypotheses. And I’m known as such not only in Russia but in Europe too. If I say something,  that means that it is based on some fact from which I draw my conclusions. Now there’s  a fact for you: there is a hat-stand and a rack for boots and galoshes in this house.’

     ‘Interesting . .

 

 

M_BULGAKOV
Mikhail Bulgakov (15 mei 1891 – 10 mei 1940)

 

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zij studeerde germanistiek en filosofie met de bedoeling als journaliste te gaan werken, maar ze brak haar studie af om in Nerw York praktijkervaring op te doen. Daar bezocht zij de journalistenschool. In de VS schreef zij haar eerste literaire teksten en ontdekte het korte verhaal als „haar“ genre. In 1998 verscheen haar eerste bundel Sommerhaus, später, gevolgd door Nichts als Gespenster in 2003.

 

Uit: Nichts als Gespenster

 

»Heute habe ich einen dieser Briefe wiedergefunden, ein Lesezeichen in einem Buch, ein wenig zerknittert, zusammengefaltet, Ruths große, schön geschwungene Schrift “Liebe, geht es Dir gut? Ich hatte einen langen Tag und gehe jetzt schlafen – 22 Uhr -, meine Füße sind völlig zerschunden von den gottverdammten neuen Schuhen. Ich habe eingekauft, Obst und Milch und Wein, mehr Geld war nicht da. A. hat angerufen und gefragt, wo Du wärst, und ich habe gesagt, die ist draußen und sucht mal wieder unter jedem Pflasterstein nach einer Botschaft, hätte ich das nicht sagen sollen? Gute Nacht und bis morgen, ich küsse Dich, R.”

 

 

 

Hermann
Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

De Amerikaanse schrijver Lyman Frank Baum werd geboren in Chittenango op 15 mei 1856. In zijn jeugdjaren schreef Lyman Frank diverse korte verhalen die hij samen met zijn jongere broer in stencilvorm uitbracht. Baum trouwde in 1882 met Maud Gage Baum. Op 44-jarige leeftijd voltooide hij een van zijn meesterwerken, The Wizard of Oz dat in 1902 herschreven werd tot een musical. In 1939 werd van het boek een film gemaakt met Judy Garland in de hoofdrol.

 

Uit: The Wonderful Wizard of Oz

 

When Dorothy was left alone she began to feel hungry.  So she went to the cupboard and cut herself some bread, which she spread with butter.  She gave some to Toto, and taking a pail from the shelf she carried it down to the little brook and filled it with clear, sparkling water.  Toto ran over to the trees and began to bark at the birds sitting there.  Dorothy went to get him, and saw

such delicious fruit hanging from the branches that she gathered some of it, finding it just wha
t she wanted to help out her breakfast.

 

    Then she went back to the house, and having helped herself and Toto to a good drink of the cool, clear water, she set about making ready for the journey to the City of Emeralds.

 

    Dorothy had only one other dress, but that happened to be clean and was hanging on a peg beside her bed.  It was gingham, with checks of white and blue; and although the blue was somewhat faded with many washings, it was still a pretty frock.  The girl washed herself carefully, dressed herself in the clean gingham, and tied her pink sunbonnet on her head.  She took a little basket and filled it with bread from the cupboard, laying a white cloth over the top.  Then she looked down at her feet and noticed how old and worn her shoes were.

 

 

Baum
Lyman Frank Baum
(15 mei 1856 – 6 mei 1919)

 

De Zwitserse schrijver en architect Max Frisch werd geboren in Zürich op 15 mei 1911.Tijdens zijn schooldagen begon hij al met het schrijven van korte toneelstukken die nooit echt gespeeld werden. In 1930 schreef Frisch zich in aan de Universiteit van Zürich om daar Duitse literatuur en kunstgeschiedenis te studeren. Zijn eerste roman, Jürg Reinhart, verscheen in 1934 en werd in 1936 opnieuw uitgegeven als Die Schwierigen. Andere bekende prozawerken zijn Homo faber uit 1957 en Mein Name sei Gantenbein uit 1964. In 1936 schrijft Max Frisch zich in voor de Architectenopleiding aan de Hogeschool van Zürich en studeerde 5 jaar lang om in 1941 zijn diploma in architectuur te behalen. Tot de verplichte schoollectuur in Duitsland behoort zijn toneelstuk Andorra, dat in 1961 verscheen en over antisemitisme en massapsychologie handelt. Verder is het stuk “Herr Biedermann und die Brandstifter (1953)” van hem zeer bekend. Oorspronkelijk bedoeld als radiohoorspel en later bewerkt voor toneel.

 

Uit: Stiller (1954)

 

“Ich bin nicht Stiller! – Tag für Tag, seit meiner Einlieferung in dieses Gefängnis, das noch zu beschreiben sein wird, sage ich es, schwöre ich es und fordere Whisky, ansonst ich jede weitere Aussage verweigere. Denn ohne Whisky, ich hab’s ja erfahren, bin ich nicht ich selbst, sondern neige dazu, allen möglichen guten Einflüssen zu erliegen und eine Rolle zu spielen, die ihnen so passen möchte, aber nichts mit mir zu tun hat, und da es jetzt in meiner unsinnigen Lage (sie halten mich für einen verschollenen Bürger ihres Städtchens!) einzig und allein darum geht, mich nicht beschwatzen zu lassen und auf der Hut zu sein gegenüber allen ihren freundlichen Versuchen, mich in eine fremde Haut zu stecken, unbestechlich zu sein bis zur Grobheit, ich sage: das jetzt einzig und allein darum geht, niemand anders zu sein als der Mensch, der ich in Wahrheit leider bin, so werde ich nicht aufhören, nach Whisky zu schreien, sooft sich jemand meiner Zelle nähert. Übrigens habe ich bereits vor Tagen melden lassen, es brauche nicht die allererste Marke zu sein, immerhin ein trinkbare, ansonst ich eben nüchtern bleibe, und dann können sie mich verhören, wie sie wollen, es wird nichts dabei herauskommen, zumindest nichts Wahres. Vergeblich! Heute bringen sie mir dieses Heft voll leerer Blätter: Ich soll mein Leben niederschreiben! wohl um zu beweisen, dass ich eines habe, ein anderes als das Leben ihres verschollenen Herrn Stiller. “Sie schreiben einfach die Wahrheit”, sagt mein amtlicher Verteidiger, “nichts als die schlichte Wahrheit. Tinte können Sie jederzeit nachfüllen lassen!”

 

 

 

FRISCH
Max Frisch (15 mei 1911 – 4 april 1991)

 

De Britse toneelschrijver Peter Shaffer werd geboren op 15 mei 1926 in Liverpool. Hij studeerde geschiedenis in Cambridge en werkte daarna, samen met zijn broer Anthony die draaiboekauteur zou worden, in de openbare bibliotheek in New York. Vanaf 1954 was hij terug in Engeland als muziek- en literatuurcriticus. Zijn eerste stuk, The Salt Land, werd in 1954 door de BBC als hoorspel uitgezonden. Zijn naam vestigde hij in 1958 met de publicatie van Five Finger Exercise.

Zijn bekendste werken zijn Amadeus (1979) en Equus (1973) die ook allebei zijn verfilmd.

 

Uit: Equus

 

“You see, I’m lost. What use, I should be asking, are questions like these to an overworked psychiatrist in a provincial hospital? They’re worse than useless; they are, in fact, subversive.

[He enters the square. The light grows brighter.]

The thing is, I’m desperate. You see, I’m wearing that horse’s head myself. That’s the feeling. All reined up in old language and old assumptions, straining to jump clean-hoofed on to a whole new track of being I only suspect is there. I can’t see it, because my educated, average head is being held at the wrong angle. I can’t jump because the bit forbids it, and my own basic force — my horsepower, if you like — is too little. T
he only thing I know for sure is this: a horse’s head is finally unknowable to me. Yet I handle children’s heads — which I must presume to be more complicated, at least in the area of my chief concern…In a way, it has nothing to do with this boy. The doubts have been there for years, piling up steadily in this dreary place. It’s only the extremity of this case that’s made them active. I know that. The extremity is the point! All the same, whatever the reason, they are now, these doubts, not just vaguely worrying — but intolerable…I’m sorry. I’m not making much sense. Let me start properly; in order. It began one Monday last month, with Hesther’s visit.”

 

Schaffer
Peter Shaffer (Liverpool, 15 mei 1926)

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Na een conflict met Kloos verliet Verwey in 1889 de redactie van De Nieuwe Gids. In 1890 huwde hij Kitty van Vloten (1867-1945, dochter van de destijds bekende literator en theoloog Johannes van Vloten, 1818-1883) en vestigde zich buiten de periferie van het literaire Amsterdam in Noordwijk. Het verschijnen van Verweys driedelige Verzamelde Gedichten op 24-jarige leeftijd in 1889 (overigens met een vertaling van werk van Marlowe) betekende echter geenszins dat hij daarna stilviel; integendeel, tot zijn dood in Noordwijk wonend, behoorde hij tot de meest productieve letterkundigen van de eerste helft van de 20e eeuw.

 

Zie ook mijn blog van 15 mei 2006.

 

 

Ik weet, dat geen die later dit boek leest

 

Ik weet, dat geen die later dit boek leest,
’t Begrijpt, – en wie de wereld gadeslaat,
Weet dat zij slecht noemt wat zij niet verstaat,
En goed het niet-verstaan van eigen geest.

 

Maar ik, die dit boek schiep, ben niet geweest
Schepper van ’t niet-verstane, in andren kwaad,
Maar van het wél-verstane – en, naar hún raad,
Goede in mij zelf en ú, u allermeest.

 

En ik begeer der menschen oordeel niet
Op ’t slechtgeteekend prentje, dat zij met
Mijn naam eronder hangen in hun ziel

 

En aanzien voor mijn welgeslaagd portret:
Dat hebt gij enkel die mijzelven ziet
En weet wanneer ‘k u wel, wen niet, beviel.

 

 

 

Christus aan het kruis

 

O Man van Smarte met de doornenkroon,
O bleek bebloed gelaat, dat in den nacht
Gloeit als een groote, bleeke vlam, – wat macht
Van eindloos lijden maakt uw beeld zoo schoon?

 

Glanzende Liefde in eenen damp van hoon,
Wat zijn uw lippen stil, hoe zonder klacht
Staart ge af van ’t kruis, – hoe lacht gij soms zoo zacht, –
God van Mysterie, Gods bemindste Zoon!

 

O Vlam van Passie in dit koud heelal!
Schoonheid van Smarten op deez’ donkere aard!
Wonder van Liefde, dat geen sterfling weet!

 

Ai mij! ik hoor aldoor den droeven val
Der dropplen bloeds en tot den morgen staart
Hij me aan met groote liefde en eindloos leed.

 

 

 

Verwey
Albert Verwey
(15 mei 1865 –  8 maart 1937)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, essayist, criticus, vertaler en literatuurwetenschapper Raymond Federman werd geboren in het Franse Montrouge op 15 mei 1928. Hij emigreerde naar de VS in 1947. Hij studeerde aan de at Columbia University en aan de University of California, waar hij een graad haalde in vergelijkende literatuurwetenschap met een studie over Samuel Beckett. Hij is ook medeoprichter van Fiction Collective, een uitgeverij gewijd aan experimentele literatuur.

 

DANCING IN THE DARK

 

The problem

with this poem

is that

it needs

light

to be read.

 

light:

daylight

candle-light

electric light.

sun light.

 

One can dance

in the dark

one can sing

in the dark

one makes

love

in the dark

but this poem

cannot be read

in darkness

that is perhaps

its greatest

weakness.

 

 

 

ACRO

BATICS

Y

O   U

 give a work out

to your essential muscle

and all your other muscles

essentially

 also get a work out

*****

***

*

therefore

exercise your

essential muscle

as often as possible

so that

IT

 stays

 I N

 g

 o

 o

 d

shape

 to make

all your other

 muscles  also   profit

 

 

 

Federman
Raymond Federman (Montrouge, 15 mei 1928)

 

 

2 reacties op ‘Arthur Schnitzler, Mikhail Bulgakov, Judith Hermann, Lyman Frank Baum, Max Frisch, Peter Shaffer, Albert Verwey, Raymond Federman

  1. Geachte, ik was maar wat op zoek naar Mikhail Bulgakov om iets in ’t Russisch van hem te kunnen lezen , maar nu ben ik hier ook weer verslaafd aan ’t raken, je begint maar je stopt niet meer…
    oei mijn nachtrust…….

    Like

Reacties zijn gesloten.