Dario Fo, Jacob van Lennep, Top Naeff, Lawrence Ferlinghetti, Martin Walser, William Morris, Robert Hamerling, Peter Bichsel, Fanny Lewald

De Italiaanse regisseur, acteur en toneelschrijver Dario Fo werd geboren in Leggiuno-Sangiamo op 24 maart 1926. Hij begon zijn theatercarrière met satirische revues voor kleine cabarets en vormde vervolgens met zijn vrouw Franca Rame de theatergroep Nuova Scena, die aanvankelijk onder auspiciën van de Italiaanse communistische partij opereerde. Zij speelden in fabrieksloodsen, in hallen, in arbeidershuizen, vrouwenhuizen… waar niet? En steeds waren duizenden arbeiders en mensen die onderaan de sociale ladder verkeren zijn gehoor. Hij nam het voor hen op, bemoedigde hen en liet hen via het theater de werkelijkheid beter begrijpen. Daarbij baseerde hij zich op de aloude commedia dell’arte, het geïmproviseerde theater dat eveneens naast komisch vermaak en potsenmakerij ook en vooral afrekende met de heersende klassen, met regenten en hoogwaardigheidsbekleders. In Nederland vestigde hij naam als regisseur bij Nederlandse Opera waar zijn regie van “Il Barbiere di Siviglia” een verrukkelijke voorstelling opleverde.

Uit: Il paese dei mezarát (Duitse vertaling:Meine ersten sieben Jahre und ein paar dazu, vertaling door Peter O. Chotjewitz)

»Ja, mein Vater war Bahnhofsvorsteher, wenngleich nur zur Aushilfe. Die Haltestelle San Giano war so unbedeutend, dass die Lokomotivführer häufig das Anhalten vergaßen. So lange bis ein Reisender, der keine Lust hatte, erst bei der nächsten Station auszusteigen, die Notbremse zog. Nach einer langen Rutschpartie fraßen die Bremsen sich fest und der Zug hielt mitten in einem Tunnel. In den haltenden Zug fuhr ein nachfolgender Güterzug. Wie durch ein Wunder gab es keine Toten. Nur einer wurde verletzt, der Reisende, der die Notbremse gezogen hatte. Der Unglücksrabe wurde von den übrigen Reisenden verprügelt. Auch eine Nonne beteiligte sich.
Mit dem Eintreffen meines Vaters änderten sich die Zustände augenblicklich. Felice Fo flößte Respekt ein und Gehorsam. Wenn er sich – die rote Mütze runtergezogen bis auf die Augen – neben den Gleisen in Positur stellte und die Signalfahne schwenkte, die ebenfalls rot war, hielten sämtliche Züge an. Nur die Personenzüge, versteht sich, und die Schienenbusse, insgesamt vier Stück am Tag.«

 

dario-fo

Dario Fo (Leggiuno-Sangiamo, 24 maart 1926)

 

De Nederlandse schrijver Jacob van Lennep is geboren te Amsterdam op 24 maart 1802, als zoon van de schrijver en politicus David Jacob van Lennep. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Van Lennep verzorgde de uitgave van de gedichten van De Schoolmeester (1858), een twaalfdelige editie van de werken van Joost van den Vondel (1850-1868), en Max Havelaar van Multatuli (1860). Terwijl Multatuli het boek had bedoeld als een aanklacht voor de massa, maakte Van Lennep er een dure editie van, waarin hij bovendien de politieke boodschap afzwakte door plaatsnamen en jaartallen door puntjes te vervangen; tot woede van de schrijver die echter een proces tegen deze verminking van zijn boek in 1861 verloor. Zelf debuteerde Van Lennep in 1826, met de gedichtenbundel Academische Idyllen, die hij opdroeg aan Willem Bilderdijk. Meest bekend is zijn boek Ferdinand Huyck uit 1840. Zijn dagboek over de voetreis die hij als student in 1823 maakte samen met zijn studievriend Dirk van Hogendorp heeft hij bij zijn leven niet uitgegeven. In 2000/2001 hebben de schrijver Geert Mak en Marita Mathijsen het dagboek hertaald en opnieuw het licht laten zien ten dienste van de befaamde radio- en TV-serie De Zomer van 1823, waarin de voettocht nog eens overgedaan wordt door Mak en de cineast Theo Uittenbogaard.

 

Uit: DAGBOEK  van mijne reis (1823)

 

“ Woensdag, 28 Mei.
Nadat ik met veel moeite mijn ransel met een hemd, twee paar kousen, eene das en muts en andere noodwendigheden volgepropt had, ging ik mijnen Vriend Van Hogendorp, die in het Rondeel gelogeerd was, afhalen. Hem reisvaardig vindende, geleidde ik hem naar de Nieuwe Stads Herberg, waar wij te ½ 8 ure aankwamen. De morgenstond was heerlijk: het onnoemlijk getal van schepen, wier wimpels op het zoele ochtendwindjen golfden, het zacht gegolf der Ystroomen, die de heerlijke moederstad van den handel kwamen begroeten, in de lachende overkant leverden een treffend schouwspel op: dan, naar mijne gedachten, had de haven in dezen tijd van het jaar wel wat lediger mogen zijn, en met weemoed herinnerde ik mij de vroegere dagen, toen Hollands vlag niet op het Y, maar in d
e verst afgelegene zeeën het meest te vinden was.
Te acht ure stapten wij in den Buikslooter, waar wij eenige Engelschen aantroffen, die zich naar Broek begaven: met aandacht beschouwden wij het begin van het Nieuw Kanaal, dat zoo de uitvoering mogelijk is, zoo belangrijk voor Amsterdam en geheel Noordholland wezen moet. Onder het varen hoorden wij veel melding maken van den moord aan den aannemer Huiskes gepleegd, den dag te voren, nabij Alkmaar. Deze man, had als wij naderhand hoorden, misschien in dit geval gelijk, maar had zich door slinksche wegen verrijkt en gehaat gemaakt, bestal het gouvernement en zijne onderhoorigen, aan wie hij veel van hun loon afhield, en was zoo zeer overtuigd nooit een’ natuurlijke dood te zullen sterven, dat hij altijd geladene pistolen met zich droeg. In Noordholland kwamen wij in geen’ kroeg noch herberg waar wij niet van hem hoorden spreken. – Te Buiksloot aangekomen, toonde ik aan van Hogendorp hoe bij den geweldigen doorbraak der sluis die aldaar een jaar vroeger plaats had, een klein dijkje geheel Noordholland voor overstrooming behouden had.” 

 

VANLENNEP

Jacob van Lennep (24 maart 1802 – 25 augustus 1868)

 

De Nederlandse schrijfster Top Naeff (eig. Anthonetta van Rhijn-Naeff) werd geboren op 24 maart 1878 in Dordrecht. Zij groeide als officiersdochter op in een patricisch milieu, decor van al haar werk. Haar novellen en romans geven een rake typering van het leven der gegoede burgerij in haar tijd, vooral van dat van de vrouw. Zij debuteerde in 1899 met een toneelstuk, De genadeslag. Grote bekendheid verwierf School-Idyllen (1900, vele malen herdrukt en in verschillende talen vertaald), eerste van een reeks succesvolle meisjesboeken. Zelf nam zij deze kant van haar talent niet erg serieus, voor haar was de verschijning van haar eerste roman, De dochter (1906), het eigenlijke begin van haar literaire loopbaan. Van haar romans geldt Letje, of de weg naar het geluk (1926), geschreven tussen 1920 en 1926, als de belangrijkste. Het is de tijdspiegel van een Hollands gezin en in feite een pleidooi voor de vrouw als zelfstandig levend en denkend wezen. Zij schreef ook essays, Charlotte von Stein (1921), Sarah Bernardt en Eleonora Duse (1934) en Willem Royaards (1947). Haar autobiografie Zo was het ongeveer verscheen in 1950.

 

Uit: School-ydillen

“ ’t Was krans bij Jeanne van Laer. Zij zaten met hun vieren om de tafel: Jeanne, Jet van Marle, en Lien en Noes Terhorst.

‘’t Had niet ongelukkiger kunnen treffen,’ zuchtte Jet, terwijl ze met ’n plof haar beide ellebogen op de tafel zette. ‘Nou net middenin de repetitie-week zoo’n nieuw kind naast je te krijgen! Ik was veel liever maar alléén in mijn bank gebleven, dan had ik tenminste plaats met m’n knieën als ik stikum even in m’n boek op m’n schoot wil kijken. Aan zoo’n nieuwe kan ik natuurlijk niet dadelijk vragen of ze ’n beetje op wil schikken ….. Zeg heb je nog thee? Geef me nog ’n kopje, ’t komt er niet op aan of ’t slap is. Ze zal wel verbaasd staan te kijken, als ze ziet hoe er bij ons op school eendrachtelijk geknoeid wordt….. Dank je. Maar ik zeg maar, ik ben ’t slachtoffer op ’t oogenblik. Van vóórzeggen is natuurlijk heelemaal geen sprake ….’ en Jet hield even op met brommen en keek rond of iemand ook mogelijk ’t tegendeel zou veronderstellen, maar Lien en Noes herhaalden meewarig: ‘O neen, natuurlijk niet,’ en Jeanne van Laer, ’n knap blond meisje, zuchtte ook zachtjes: ‘Ik denk ’t wel niet.’

Jeanne was de eenige van de vier die nooit ‘knoeide’. Ze zei niet vóor, ze keek niet af en wou ook niet voorgezegd worden. Ze vergeleek nooit thema’s of sommen, en was gehoorzaam en gedwee. Nooit ‘speelde ze op’ zei Noes; Lien noemde haar ’t ‘model’ en Jet sprak van ’t ‘krediet,’ want Jeanne zag er Zaterdags zoowel als ’s Maandags onberispelijk uit en maakte overal waar ze kwam, een netten gedistingeerden indruk, zóo netjes, dat de winkels het zich een eer aanrekenden door zulk een fijn dametje bezocht te worden en volgaarne taartjes, schoolbehoeften enz. in ’t oneindige op rekening leverden.” 

 

naeff

Top Naeff (24 maart 1878 – 21 april 1953)

 

De Amerikaanse schrijver Lawrence Ferlinghetti werd geboren op 24 maart 1919 in Yonkers, New York. Hij groeide op in Frankrijk, studeerde aan de universiteit van North Carolina, ging naar de marine en promoveerde aan de Sorbonne in Parijs met een proefschrift over het symbool van de stad in de moderne literatuur. Hij opende de boekhandel City Lights in San Francisco die tot trefpunt werd van avantgardistische schrijvers die hij ten dele ook zelf uitgaf. Zijn eigen gedichten zijn voorbeelden van de door hem gepromote beatgedichten die een antikapitalistische verandering van de Amerikaanse maatschappij en de opbouw van een tegencultuur tot doel heeft.

 

ARE THERE NOT STILL FIREFLIES

Are there not still fireflies
Are there not still four-leaf clovers
Is not our land still beautiful
Our fields not full of armed enemies
Our cities never bombed to oblivion
Never occupied by iron armies
speaking iron tongues
Are not our warriors still valiant
ready to defend us
Are not our senators still wearing fine togas
Are we not still a great people
Is this not still a free country
Are not our fields still ours
our gardens still full of flowers
our ships with full cargoes

Why then do some still fear
the barbarians are coming
coming coming
in their huddled masses
(What is that sound that fills the ear
drumming drumming?)

Is not Rome still Rome
Is not Los Angeles still Los Angeles
Are these really the last days of the Roman Empire

Is not beauty still beauty
And truth still truth
Are there not still poets
Are there not still lovers
Are there not still mothers
sisters and brothers
Is there not still a full moon
once a month

Are there not still fireflies
Are there not still stars at night
Can we not still see them
in bowl of night
signalling to us
our so-called manifest destinies?

FERLINGHETTI

Lawrence Ferlinghetti (Yonkers, 24 maart 1919)

 

De Duitse schrijver Martin Walser werd op 24 maart 1927 geboren in Wasserburg aan de Bodensee. Walser promoveerde in 1951 met een studie over Franz Kafka. In 1955 werd Martin Walser onderscheiden met een prijs door het literaire gezelschap “Gruppe 47”. In de jaren zestig toonde Martin Walser aan een productief en succesvol schrijver te zijn. Naast romans en verhalen schreef Martin Walser satirische toneelstukken en hoorspelen. Meestal gebruikte Martin Walser de omgeving van zijn geboortestreek als typisch Duits decor van zijn verhalen. Zijn hoofdpersonen bevinden zich regelmatig in een identiteitscrisis. De door Martin Walser beschreven gedachten werden niet altijd gezien als “politiek correct”. Zo bleek hij in 1987, dus voor de Duitse hereniging, de deling van Duitsland te betreuren in de novelle “Dorle und Wolf”. Martin Walser schreef in verschillende publicaties over het thema van de Duitse deling. In 2002 veroorzaakte de roman “Tod eines Kritikers” nog voor de verschijning bij uitgeverij Suhrkamp een grote rel. Met deze roman rekende Walser af met literatuurpaus Marcel Reich-Ranicki. Martin Walser werd beticht van antisemitisme, maar reageerde door te stellen dat hij in zijn roman alleen het machtsmisbruik van de literaire televisiecritici behandelde. Het joodzijn van de hoofdpersoon beschouwde Martin Walser in een interview als van ondergeschikt belang.

Werk o.a.: “Halbzeit” (1960), “Das Einhorn” (1966), “Der Sturz” (1973), “Finks Krieg” (1996), “Verteidigung der Kindheit” (1997) en “Ein springender Brunnen” (1998).

Uit: Der Lebenslauf der Liebe

„ Sechsmal hielt sie den Zeigefinger Domino hin, sechsmal hielt sie ihn Jeannie hin und zählte mit und wechselte ab, weil sie wußte, Jeannie hätte es für ungerecht gehalten, wenn Domino sechsmal nacheinander den aus der Quarkschüssel auftauchenden Zeigefinger hätte ablecken dürfen, bis sie zum ersten Mal drangekommen wäre. Susi Gern genoß es, gerecht sein zu können. So hätte Mr. Warhol sie malen müssen. Frühstückend. Domino und Jeannie links und rechts vor ihr auf dem großen, runden, weißen Tisch. Edmunds Kommentar: Wenn mir das einer gesagt hätte, Katzen auf deinem Frühstückstisch. Sie, von Anfang an: Meine Katzen dürfen alles. Sie hatte allerdings nicht von Anfang an Katzen gehabt. Erst als sie fünf oder sechs Jahre verheiratet gewesen waren, hatte sie angefangen, sich nach Katzen umzusehen. Um Edmund die Zustimmung zu erleichtern, hatte sie gesagt: Kinder brauchen Tiere. Conny durfte den Katzen Namen geben. Andreas interessierte sich für die Katzen so wenig wie Edmund.
Daß ihre Katzen Kunstwerke waren, wußte nur sie. Wenn Edmund mit ihr frühstückte – also gar nicht mehr so oft, und sie hatte sich nicht nur daran gewöhnt, sie hatte es sogar genießen gelernt, ohne ihn zu frühstücken -, aber wenn er sich dann wieder einmal zur gleichen Zeit an den von ihm ausgesuchten Tisch setzte, dann ließ er sie das vorher wissen; und sie wußte, daß es besser sei, die Katzen den Quarkfinger lecken zu lassen, bevor Edmund ihr gegenüber Platz nahm. Edmund hat beim Frühstück zwar von Anfang an die Frankfurter vor dem Gesicht gehabt, aber er hat ihr, während er las, immer lieben Blödsinn zugerufen. Frühstück ist die schönste Jahreszeit. Dergleichen. Oder hat sich lustig gemacht darüber, daß bei ihr, angefangen von sechsmal den Finger hierhin und sechsmal dahin, bis zum fünffachen Süßstoff immer alles gleich ablaufe. Magerquark, Knäckebrot, Nescafé ohne Coffein, aber mit fünf Stückchen Süßstoff und Milch. Edmund brauchte jeden Tag ein anderes Frühstück. Es machte ihm Spaß, bei ihr zu bestellen.“

Walser

Martin Walser (Wasserburg, 24 maart 1927)

 

De Engelse schrijver, ontwerper en utopisch denker William Morris werd geboren op 24 maart 1834 in Walthamstow, Essex. Hij wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van het Fantasy-genre en is vooral bekend als de geestelijke vader van de Arts-and-craftsbeweging . Morris’ negatieve visie op de industrialisering vertaalde zich ook in politiek engagement. Hij creëerde een socialistisch systeem ter vervanging van het kapitalisme. Dit systeem was, onder invloed van Ruskin, voornamelijk op kunst gericht. Morris verlangde naar een kunst die voor en door het volk gemaakt werd. Hij was echter realistisch genoeg om in te zien dat het gewone volk zich geen ambachtelijk gecreëerde voorwerpen kon veroorloven. Hij probeerde dit gedeeltelijk te compenseren door goede werkomstandigheden te voorzien voor de arbeiders in zijn ambachtelijke atelier. Als reactie op de lage kwaliteit van industrieel gedrukte boeken, richtte hij een eigen uitgeverij op, de Kelmscott Press. Hij probeerde op die manier kwaliteitvolle boeken te creëren. Deze boeken werden met enorm veel zorg vervaardigd. William Morris schreef ook zelf boeken, waaronder The Well at the World’s End. Men beschouwt dit boek als de eerste echte Fantasy-roman. Het gaat over een soort queeste, die zich afspeelt in een verzonnen, middeleeuwsachtige wereld.

Uit: The Well at the World’s End

“ Long ago there was a little land, over which ruled a regulus or kinglet, who was called King Peter, though his kingdom was but little. He had four sons whose names were Blaise, Hugh, Gregory and Ralph: of these Ralph was the youngest, whereas he was but of twenty winters and one; and Blaise was the oldest and had seen thirty winters.

Now it came to this at last, that to these young men the kingdom of their father seemed strait; and they longed to see the ways of other men, and to strive for life. For though they were king’s sons, they had but little world’s wealth; save and except good meat and drink, and enough or too much thereof; house-room of the best; friends to be merry with, and maidens to kiss, and these also as good as might be; freedom withal to come and go as they would; the heavens above them, the earth to bear them up, and the meadows and acres, the woods and fair streams, and the little hills of Upmeads, for that was the name of their country and the kingdom of King Peter.” 

morris

William Morris (24 maart 1834 – 3 oktober 1896)

 

De Oostenrijkse schrijver en dichter Robert Hamerling werd geboren op 24 maart 1830 in Kilchberg am Walde. Hij studeerde klassieke talen, filosofie, geschiedenis en medicijnen in Wenen. Hij werkte als leraar, eerst in Wenen, daarna tot 1866 in Triëst. Vanwege een chronische maagkwaal ging hij met pensioen en vestigde zich in Graz, waar hij zijn vruchtbaarste tijd als schrijver beleefde. In zijn tijd behoorde hij tot de succesvolste en meest gelezen auteurs.

Uit: An die Tadler des »Ahasver in Rom«.

“ Wenn sie ein weichlich Geschlecht nur reizt, nicht schreckt die Entartung,
Treu mit der Schminke gemalt, und die prunkende Sünde der Alten,
Nun, so werde beschworen ein Bild aus düsterer’n Zeiten,
Werde der Pinsel getaucht in die kälteren Farben des Nordens.
Halle sie wieder, die Sprache, die derbe, der rauheren Väter,
Spiegelnd die Weisen und Bräuche germanischer Männer der Vorzeit.
Und was die heitre verbrach, mag sühnen die düstere Nacktheit,
Wenn dein sinnender Ernst sie, gestaltende Muse, mir segnet!

Singen die seltsamste will ich, die deutsamste aller Geschichten,
Die auf germanischer Erde gescheh’n: ein Spiegel für jedes
Höchste und Tiefste des Lebens, ein Echo für jegliche Frage,
Welche die Geister bewegt, und entflammt zu gewaltigem Ringen!

Kämpfer der Mitwelt, lauscht dem Gesang! es beflügelt der rasche
Fiebernde Puls ihn der Zeit und ihr anabaptistischer Herzschlag.
Dennoch – bedenket es wol! – die erhabene Muse, sie kämpft nicht,
Nein, sie krönt und verdammt: ausstreckt sie zwischen die Kämpfer
Ihr zweischneidiges Schwert, das beide verwundet und richtet . . .”

HAMERLING

Robert Hamerling (24 maart 1830 – 13 juli 1889)

 

De Zwitserse schrijver Peter Bichsel werd geboren op 24 maart 1935 in Luzern. Peter Bichsel werd beroemd met twee dunne boekjes: Eigentlich möchte Frau Blum den Milchmann kennenlernen (1964) en Kindergeschichten (1969). Voor zijn boek Die Jahreszeiten (1967) kreeg hij bovendien in 1965 de prijs van de Gruppe 47. In 1985 verscheen het volgende literaire werk: Der Busant. Von Trinkern, Polizisten und der schönen Magelone, en in 1993: Zur Stadt Paris. Geschichten . In de tussentijd schreef hij columns, maar bij Bichsel kunnen die  evengoed als verhalen gezien worden: Geschichten zur falschen Zeit [1915-1978] (1979), Irgendwo anderswo. Kolumnen 1980-1985 (1986) en Im Gegenteil. Kolumnen 1986-1990 (1990).

Uit: Zur Stadt Paris

Der da sitzt in seinem Haus

Der Mann, der da sitzt in seinem Haus, ist ein Mann, der das erreicht hat, was er wollte. Er ist als kleiner Junge mal an einem Hausvorbeigegangen – vorbeigegangen und stehengeblieben – und hat sich gesagt, in so einem Haus möchte ich mal leben. Er ist einige Jahre später am »Goldenen Engel« vorbeigegangen – vorbeigegangen und stehengeblieben – und hat sich gesagt, an
so einem Tisch möchte ich mal essen.


Er kannte das Wort Champagner und das Wort Kaviar und das Wort Bordeaux, bevor er auch nur eine Ahnung hatte, wie das schmeckt, aber er wußte, aufgewachsen bei einem einfachen Mann, daß nicht alle Menschen die Gelegenheit haben, im Laufe ihres Lebens ebendas zu schmecken. Also werden Leute, die das schmecken, andere Leute sein als jene, die das nicht schmecken. Das Leben ist kurz, sagte er sich, und er wurde weit über neunzig, aber das einzige, was ihm passiert ist in seinem Leben, das ist, daß er an einem Haus vorbeigegangen ist – als Kind – und sich gesagt hat, daß er in einem solchen Haus mal leben möchte..“

 

BICHSEL

Peter Bichsel (Luzern, 24 maart 1935)

 

De Duitse schrijfster Fanny Lewald werd op 24 maart 1811 in het toenmalige Königsberg geboren. Zij is een van de vooraanstaande schrijfsters van het Jonge Duitsland en van de Vormärz. Na haar dood raakte zij in de vergetelheid. Ten eerste omdat zij vrouw was, en in het Derde Rijk omdat zij joods was. Zij had echter al uitgesproken opvattingen over de opleiding van vrouwen, gedwongen huwelijken, scheiding en de emancipatie van joden en vrouwen.

Uit: Jenny

„ Bei Gerhard, dem ersten Restaurant einer großen deutschen Handelsstadt, hatte sich im Spätherbst des Jahres 1832 nach dem Theater eine Gesellschaft von jungen Leuten in einem besondern Zimmer zusammengefunden, die anfänglich während des Abendessens heiter die Begegnisse des Tages besprach, allmählich zu dem Theater und den Schauspielern zurückkehrte und nun in schäumendem Champagner auf das Wohl einer gefeierten Künstlerin, der Giovanolla, trank, welche an jenem Abende die Bühne betreten hatte.

»Sie soll leben und blühen in ewiger Schönheit!« sagte entzückt der Maler Erlau, »und möge es mir vergönnt sein, die Feueraugen und den Götternacken dieses Mädchens immer vor meinen Augen zu haben, wie sie sich mir bei der gestrigen Sitzung zeigten. Ihr seht sie alle in der falschen, täuschenden Beleuchtung der Bühne und könnt nicht ahnen, wie schön ihre Farben, wie regelmäßig und vollendet ihre Züge und wie üppig ihre Formen sind. Ich sage euch, sie ist der Typus einer italienischen Schönheit.«

Lewald

Fanny Lewald (24 maart 1811 5 augustus 1889)