Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, John McPhee, Eric Linklater, Jan Potocki, Harry Thürk


De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Hij kwam in oktober 1977 naar Nederland. Hij is opgegroeid in Arkel en heeft in Amsterdam de studie Arabische taal- en letterkunde gevolgd. Hij debuteerde als schrijver in 1996 met de roman De voeten van Abdullah, waarin hij het leven in een Marokkaans dorpje neerzet, dat ondanks de surrealistische tinten volstrekt natuurlijk aandoet. Zijn bloemrijke taalgebruik is beïnvloed door zowel de sprookjes van 1001 Nacht en Nederlandse literatuur uit de 19e eeuw, w.o. het werk van Frederik van Eeden. In 2003 won hij de Amsterdamprijs voor de Kunsten. In 2004 won hij De Gouden Uil voor zijn roman Paravion. In 2003 was Bouazza een van de gasten in het programma Zomergasten, dat jaar gepresenteerd door Joost Zwagerman. Bouazza staat bekend om zijn heftige kritiek op de islam en de Marokkaanse gemeenschap in Nederland.

 

Uit: Indrukken van Marokko

 

“Fijne zonneraggen kleefden aan de wimpers en een windvlaag streek af en toe een glanzende lok los uit de duinkruinen. Zand stroomde als water langs de beschaduwde luwten neer.

In de deluwte ontwaarden we plotseling een hurkende man, bijna ononderscheidbaar van de zandkrinkels. Hij wendde zijn bijzonder bitter gelaat naar ons toe en de kap van vodden gleed in zware zandstromen over zijn achterhoofd neer. Zijn verweerde gezicht was doorkorven met ontelbare rimpels en gleuven – striemen van zon en seizoenen: van seizonnen -, waaruit, als hij zich bewoog, fijne iriserende korrels vielen. Bij elke wimperslag en elke windvlaag vielen zijn haren in fraaie stippellijnen uiteen. Hij verstuivelde onophoudelijk in fijne korreltjes, de wind ontwond hem als een suikerspin. Uiteindelijk slaakte hij een kreet die hem geheel uiteen blies en hij sproeide weg, in een zanderige zog gelikt door het kwijlende licht van de witte zon.

In Tanger, op de eerste dag van onze reis, bezochten wij de Amerikaanse schrijver wiens naam ik niet hoef te noemen. Daar, in een kleine kamer, geheel afgesloten door gordijnen en slechts karig verlicht, oud en statig, lag hij in bed, de uitvinder van Marokko, uitgekeken op zijn uitvinding, wachtend op de dood, alsof hij zich niet bewust was van zijn onsterfelijkheid.

Hij sprak met ons over de woestijn, hij sprak over “de doop van de eenzaamheid” die men ondergaat na een lang verblijf alleen in de Sahara. Voor die term gebruikte hij het Frans, de taal van poëzie en filosofie, maar niet van de luwte daartussen, nl. de werkelijkheid. Hij sprak langzaam terwijl hij stukjes crackers met jam at en thee dronk van een dienblad dat op zijn schoot lag en waaraan nog zand kleefde.”

 

 

Bouazza
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides werd geboren op 8 maart 1960 in Detroit. Hij studeerde Engels en creative writing. Tegenwoordig woont hij in Berlijn.Jeffrey Eugenides leverde bijdragen aan The New Yorker, The Paris Review, The Yale Review, Best American Short Stories and Granta’s Best of Young American Novelists. Hij kreeg onder andere de Berlin Prize Fellowship van de Amerikaanse Academie in Berlijn en de Henry D. Vursell prijs. Zijn debuutroman, De zelfmoord van de meisjes, werd verfilmd door Sofia Coppola.

 

Uit: Early music

 

“As soon as he came in the front door, Rodney went straight to the music room. That was what he called it, wryly but not without some hope: the music room. It was a small, dogleg-shaped fourth bedroom that had been created when the building was cut up into apartments. It qualified as a music room because it contained his clavichord.

There it stood on the unswept floor: Rodney’s clavichord. It was apple-green with gold trim and bore a scene of geometric gardens on the inside of its lifted lid. Modelled on the Bodechtel clavichords built in the seventeen-nineties, Rodney’s had come from the Early Music Store, in Edinburgh, three years ago. Still, resting there majestically in the dim light—it was winter in Chicago—the clavichord looked as though it had been waiting for Rodney to play it not only for the nine and a half hours since he’d left for work but for a couple of centuries at least.

You didn’t need that big a room for a clavichord. A clavichord wasn’t a piano. Spinets, virginals, fortepianos, clavichords, and even harpsichords were relatively small instruments. The eighteenth-century musicians who’d played them were small. Rodney was big, however—six feet three. He sat down gently on the narrow bench. Carefully he slid his knees under the keyboard. With closed eyes he began to play from memory a Sweelinck prelude”

 

 

EUGENIDES
Jeffrey Eugenides (Detroit, 8 maart 1960)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Angus McPhee werd geboren op 8 maart 1931 in Princeton. Hij is een van de pioniers, samen met Tom Wolfe en Hunter Thompson, van de “new journalism” in de 1960s, die het schrijven van non-fictie veranderden door gebruik te maken van romantechnieken en andere
vormen van fictie. McPhees loopbaan begon bij Time magazine en bij The New Yorker in 1965 en duurt tot op heden. Veel van zijn 29 boeken bevatten materiaal dat oorspronkelijk voor deze bladen is geschreven.

 

Uit: They’re in the River (2002)

 

“I hadn’t been a shad fisherman all my days, only seven years, on the May evening when this story begins — in a johnboat, flat and square, anchored in heavy current by the bridge in Lambertville, on the wall of the eddy below the fourth pier. I say Lambertville (New Jersey) because that’s where we launch, but the Delaware River is more than a thousand feet wide there, and, counting west- ward, the fourth of the five stone bridge piers is close to New Hope, Pennsylvania. Yet it rises from the channel where the river is deepest. 

American shad are schooling ocean fish, and when they come in to make their run up the river they follow the deep channels. In the estuary toward the end of winter, they mill around in tremendous numbers, waiting for the temperature in the cold river current to rise. When it warms past forty Fahrenheit, they begin their migration, in pulses, pods — males (for the most part) first. Soon, a single sentence moves northward with them — in e-mails, on telephones, down hallways, up streets — sending amps and volts through the likes of me. The phone rings, and someone says, “They’re in the river.” 

 

 

McPhee
John McPhee (Princeton, 8 maart 1931)

 

 

 

De Schotse schrijver Eric Robert Russell Linklater werd geboren op 8 maart 1899 in Dounby, Orkney. Tijdens zijn jeugd verbleef hij op de Orkney eilanden. Zijn studies medicijnen en Engelse literatuur moest hij tijdens WO I afbreken. Na de oorlog studeerde hij af in Engelse literatuur en werkte hij een aantal jaren in Bombay voor de Times of India. Hij vertrok daarna naar de VS, waar hij de roman schreef die hem beroemd zou maken: Juan in America (1931), gebaseerd op eigen ervaringen. Naast romans publiceerde Linklater ook essays, biografieen, toneelstukken, satire en kinderboeken.

 

Uit: Private Angelo

 

`The trouble with you, Angelo,’ said the Count severely, `is that you lack the dono di coraggio.’

`That is perfectly true,’ said Angelo, `but am I to blame? Courage is a gift indeed, a great and splendid gift, and it is idle to pretend that any ordinary person can insist on receiving it; or go and buy it in the Black Market. We who have not been given the dono di corragio suffer deeply, I assure you. We suffer so much, every day of our lives, that if there were any justice in the world we should receive sympathy, not reproof.’

With the back of his hand he rubbed a tear from his cheek, and turned away to look through the tall window at the splendid view of Rome on which it opened. In the westering sun the walls of the buildings were the colour of ripe peaches; the domes of several churches rose serenely, firmly round and steeply nippled like the unimpaired and several breasts of a Great Mother whose innumerable offspring, too weak to drain them, had even lacked sufficient appetite to use them much; while in half a dozen places, within easy reach of sight, Victory in a four-horsed chariot drove superbly through the golden air. Soft green foliage clothed the river-bank, and somewhere a military band was playing a gallant march. How beautiful was Rome, how beautiful all the land of Italy!

 

 

LINKLATER
Eric Linklater (8 maart 1899 – 7 november 1974)

 

De Poolse schrijver, geschiedkundige en ontdekkingsreiziger graaf Jan Nepomucen Potocki werd geboren op 8 maart 1761 in Pikov. Hij stamde uit een oude Poolse adelijke familie. Zijn excentrieke leven, vol avontuur en spanning bracht de legerkapitein en ingenieur door heel Europa, Azië en Noordamerika, waar hij deelnam aan politieke intriges, flirt met geheime genootschappen en zelfs de eerste hete luchtballon bestuurde die ooit boven Polen opsteeg.

Veel van zijn werk is vergeten, maar zijn oorspronkelijk in het Frans geschreven roman Le manuscrit trouvé à Saragosse, waaraan hij van 1797 tot aan zijn dood in 1815 werkte verheugt zich na de herontdekking van de originele tekst in de 20e eeuw in een groeiende belangstelling.

 

Uit: Die Abenteuer in der Sierra Morena, oder Die Handschriften von Saragossa

 

“Als Offizier der französischen Armee nahm ich an der Belagerung von Saragossa teil. Einige Tage nach der Eroberung der Stadt schweifte ich ein wenig abseits und sah vor mir ein kleines wohlgebautes Häuschen, von dem ich annehme, daß kein Franzose es je zuvor besucht hat.

Neugier trieb mich, einzutreten. Ich klopfte an die Tür, bemerkte jedoch, daß sie nicht verschlossen war, stieß sie auf und trat ein. Ich rief und suchte, niemand war da. Es schien mir, als daß man schon alles Wertvolle fortgeschafft hatte: auf den Tischen und dem sonstigen Mobiliar war nichts von Belang zurückgeblieben. Nur auf dem Boden, in einem Winkel, bemerkte ich mehrere Hefte beschriebenen Papiers. Ich warf einen Blick hinein. Es war ein spanisches Manuskript; ich verstand von dieser Sprache nicht allzuviel, doch immerhin genug, um zu erkennen, das Buch könnte amüsant sein: von Räubern war die Rede, von Gespenstern, von Kabbalisten, und nichts konnte besser geeignet sein, mich von der Langeweile des Feldzuges abzulenken, als ein bizzarer Roman. überzeugt, das Buch würde sowieso nicht zu seinem rechtmäßigen Besitzer zurückfinden, nahm ich es ohne zu zögern an mich.

In der Folge waren wir genötigt, Saragossa zu räumen. Durch ein Mißgeschick vom Gros der Armee getrennt, geriet ich mit meinem Detachement in Gefangenschaft; ich glaubte, es sei um mich geschehen. An dem Ort, wohin sie uns geführt hatten, begannen die Spanier, sich unseres Hab und Guts zu bemächtigen. Ich bat, einen einzigen für sie wertlosen Gegenstand behalten zu dürfen: das Buch, das ich gefunden hatte. Daraus ergaben sich zunächst einige Schwierigkeiten. Endlich fragten sie einen Hauptmann um Rat; er warf einen Blick in das Buch, kam zu mir, und dankte mir, daß ich ein Werk, das für ihn von höchstem Wert sei, da es die Geschichte eines seiner Vorfahren enthalte, unversehrt aufbewahrte. Ich erzählte ihm, wie es in meine Hände gefallen war; er nahm mich mit sich, und während des recht langen Aufenthaltes in seinem Hause, wo ich gut behandelt wurde, bat ich ihn, mir dieses Werk ins Französische zu übersetzen. Nach seinem Diktat schrieb ich es nieder.”

 

 

Potocki
Jan Potocki (8 maart 1761 – 2 december 1815)

 

De (Oost)Duitse schrijver Harry Thürk werd geboren op 8 maart 1927 in Zülz, Oberschlesien. Met zijn eind 2004 verschenen boek Treffpunkt Wahrheit pubkiceerde hij meer dan 60 werken, waaronder romans, documentaires, reportages, detectives, kinderboeken en draaiboeken. Zijn onderwerpen en zijn spannende manier van vertellen maakten hem vooral  in de DDR populair. Hij verkocht meer dan 9 miljoen exemplaren in 13 talen en was een van de meest gelezen naoorlogse schrijvers. In het westen is hij echter tamelijk onbekend gebleven.

 

Uit: Stationen und Erfahrungen

 

„Der Mann an der Maschine machte ein ernstes Gesicht. Ich hatte bereits begriffen, daß er wortkarg war; nun hielt er mir eine für sein Naturell längere Rede.

„Siehst du“, sagte er, „das waren diese braunärschigen Knochenköppe, die in Deutschland viel zu lange solche Burschen wie dich so mit Unsinn vollgestopft haben, daß ihr es schließlich noch als Heldentod empfunden hättet, wenn ihr in irgendeinem Dreckloch krepiert wärt. Die Sorte jagen wir jetzt davon. In unseren Schulen gibt’s ab sofort neue Lehrer. Andere. Welche, die aus der Arbeiterklasse kommen. Damit in Deutschland endlich mal Vernunft einzieht.“

Dagegen hatte ich nichts. Als Gegenleistung für das Wurstbrot setzte ich mich an die Maschine und tippte ihm ein Dutzend Urkunden, denn ich hatte Maschineschreiben gelernt, und ich schaffte sein Dreistundenpensum in einer halben Stunde.

Er merkte es und murmelte etwas von geschickten Fingern, während er Zigaretten für uns beide drehte. Wir rauchten sie nach dem Dreistundenpensum. Eine Pause war zu verantworten. Ich erfuhr, daß der Mann elf Jahre als Kommunist in Erfurt in Einzelhaft gesessen hatte. Seine Frau war unterdessen gestorben. Die Wurstbrote machte seine Tochter. Sie war in meinem Alter, und sie harrte bis zur Befreiung ihres Vaters in der Wohnung im Gassenviertel um den Dom aus. Das Zellenfenster, hinter dem der Vater saß, konnte sie täglich sehen.

Ich war einem jener Schicksale der damaligen Zeit begegnet, einem Mann, den wir heute als „Aktivisten der ersten Stunde“ zu bezeichnen pflegen. Damals sah ich ihn nicht so. Für mich war er einfach ein ehrlicher, alter Mann mit einer Weltanschauung, für die er einiges eingesetzt hatte. Verglichen mit allem, was ich während meiner Schulzeit und später in der faschistischen Armee an „Persönlichkeiten“ kennengelernt hatte, gehörte er in eine völlig andere Kategorie. Manchen Tag konnte er sehr schlecht gehen. Er hatte als Andenken an den ersten Weltkrieg noch ein Holzbein. Ich bestaunte ihn, wenn er sich früh am Treppengel
änder zu seinem Stockwerk hinaufhangelte. Er hätte zu Hause bleiben können, niemand hätte ihm Vorhaltungen gemacht. Er aber schüttelte eigensinnig den Kopf und meinte: „Nichts spielt sich ab, die Neulehrer müssen ernannt werden! Wenn du mal genug von der Welt verstehst, gehe ich auf Rente. Dann kannst du meinen Posten haben. Tippst sowieso besser als ich!“

 

 

Thuerk
Harry Thürk (8 maart 1927 – 24 november 2005)