Gabriel García Márquez, Jan Kjærstad, Elizabeth Barrett Browning, Günter Kunert, Victoria Maria Benedictsson, Stanisław Jerzy Lec, Cyrano de Bergerac


Gabriel García Márquez werd op 6 maart 1928 in de Colombiaanse kustplaats Aracataca geboren. Hij volgde het voortgezet onderwijs in de Colegio San José vanaf 1940 en behaalde zijn kandidaats in de Liceo Nacional in Zipaquirá in 1946. In 1947 verhuisde hij naar Bogotá om politieke wetenschap te gaan studeren aan de Universidad Nacional de Bogotá wat hij echter door verveling niet voltooide. In Bogotá kwam hij na het lezen van Kafka’s De Gedaanteverwisseling tot het besef dat hij schrijver wilde worden. Hij verhuisde naar Barranquilla om zich te wijden aan de media en literatuur. Hij werkte als columnist voor El Heraldo. Op verzoek van Alvaro Mutis keerde García Márquez in 1954 terug naar Bogotá waar hij werkte als verslaggever en filmrecensent voor El Espectador. Na een kritisch verhaal over overheidspropaganda rond het zinken van een marineschip in 1955 werd hij in Europa gestationeerd. Na het verblijf in Europa keerde García Márquez terug naar Zuid-Amerika en vestigde zich in Venezuela. In 1958 ging hij terug naar Baranquilla en trouwde met Mercedes Barcha met wie hij twee kinderen kreeg. Het paar verhuisde naar Cuba waar hij de communistische revolutie van Fidel Castro versloeg. De vriendschap met Castro leidde tot het oprichten van een filiaal van Castro’s persbureau Prensa Latina in Bogotá. In 1961 verhuisde hij naar New York als correspondent voor Prensa Latina. Door voortdurende bedreigingen door de CIA en Cubaanse vluchtelingen verhuisde hij naar Mexico, waarna hem de toegang tot de VS tot 1971 ontzegd werd. In 1967 zou hij zijn meest gewaardeerde werk publiceren: Honderd jaar eenzaamheid. In 1982 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

 

Uit: One Hundred Years of Solitude

 

For Colonel Aureliano Buendía it meant the limits of atonement. He suddenly found himself suffering from the same indignation that he had felt in his youth over the body of the woman who had been beaten to death because she had been bitten by a rabid dog. He looked at the groups of bystanders in front of the house and with his old stentorian voice, restored by a deep disgust with himself, he unloaded upon them the burden of hate that he could no longer bear in his heart.

“One of these days,” he shouted, “I’m going to arm my boys so we can get rid of these shitty gringos!”

During the course of that week, at different places along the coast, his seventeen sons were hunted down like rabbits by invisible criminals who aimed at the center of their crosses of ash.”

 

 

marquez2
Gabriel García Márquez (Aracataca,  6 maart 1928)

 

 

De Noorse schrijver Jan Kjærstad werd geboren op 6 maart 1953 in Oslo. Hij studeerde theologie aan de universiteit daar. Hij schrijft romans, novellen, essays, stripverhalen, korte verhalen en artikelen. Van 1985 tot 1989 was hij redacteur van het tijdschrift Vinduet. Hij ontving verschillende prijzen en zijn werk is in meerdere talen vertaald.

 

Uit: Rand

“Hast du schon mal eine Vulva mit beschnittener Klitoris gesehen?”
Das lateinische Wort irritierte mich, während es gleichzeitig – auf unerklärliche Weise – der Frage einen Anstrich von Anständigkeit gab. Ich vermutete, daß der Mann Arzt war, vielleicht Professor. Bei “Vulva” denke ich immer an ein Tier oder an irgendeine (religiöse?) Gestalt aus dem Mittelalter.
“Nein. Und Sie? Wenn Sie schon fragen?”
“Es kommt mir einfach so vor, als könnte man die alten Vergleiche nicht benutzen, wollte man eine solche Vulva beschreiben.”
Während er das sagte, kletterte oder sprang sein Blick die Fassade des Regierungsgebäudes hinauf, ruckweise, als spiele er
Chinaschach und als seien die leuchtenden Fenster die Steine des Gegners. (Tatsächlich stand er da und kippte den Kopf von einer Seite zur anderen.) Ganz oben wurde daran gearbeitet, dem ursprünglichen Betonkoloß zwei weitere
Etagen hinzuzufügen. Ich hatte in der Zeitung davon gelesen empfand aber trotzdem eine seltsame … Freude darüber, es zu sehen, und aus solcher Nähe.
Ein Kranarm schwebte über der Kante, und wir hörten ein Geräusch wie von einem Maschinengewehr. Ich habe keine Ahnung, was es war, aber es klang wie ein Maschinengewehr.
“Wer gebraucht Vergleiche auf einem solchen Gebiet?” sagte ich.
“Schriftsteller vielleicht. Denk nur an dieses abgedroschene Bild von der Perle in der Muschel.” Ich sah sein Gesicht nicht, doch die Stimme mochte darauf hindeuten, daß er lächelte.
“Ich muß zugeben, ich habe nie daran gedacht. Soviel ich weiß, könnte das ein …entscheidender Anblick sein.”
“Einmal hab’ ich den Schwanz eines Juden gesehen.”

 

 

KJAERSTAD
Jan Kjærstad (Oslo,  6 maard 1953)

 

 

 

De Engelse dichteres Elizabeth Barrett Browning werd op 6 maart 1806 geboren in Durham, Engeland. Haar vader was rijk geworden met suikerplantages in Jamaica. Op haar dertiende publiceerde ze haar eerste gedicht. In 1821 verwondde ze haar ruggengraat bij een val. De dokter noemde het een zenuwtoeval. Na de dood van haar broer in 1838 was ze min of meer invalide. Ze trok zich terug in haar kamer en schreef gedichten. In 1846 trouwde ze tegen de zin van haar familie met Robert Browning, een 6 jaar jongere schrijver die haar werk bewonderde. Ze vluchtten naar Italië waar haar gezondheid verbeterde. In 1861 stierf ze daar.

 

 

Sonnets from the Portuguese 14: If Thou

 

If thou must love me, let it be for nought

Except for love’s sake only. Do not say

I love her for her smile … her look … her way

Of speaking gently, … for a trick of thought

That falls in well with mine, and certes brought

A sense of pleasant ease on such a day’—

For these things in themselves, Belovèd, may

Be changed, or change for thee,—and love, so wrought,

May be unwrought so. Neither love me for

Thine own dear pity’s wiping my cheeks dry,—

A creature might forget to weep, who bore

Thy comfort long, and lose thy love thereby!

But love me for love’s sake, that evermore

Thou may’st love on, through love’s eternity.

 

 

 

How do I Love thee?

 

How do I love thee? Let me count the ways.

I love thee to the depth and breadth and height

My soul can reach, when feeling out of sight

For the ends of being and ideal grace.

I love thee to the level of every day’s

Most quiet need, by sun and candle-light.

I love thee freely, as men strive for right;

I love thee purely, as they turn from praise.

I love thee with the passion put to use

In my old griefs, and with my childhood’s faith.

I love thee with a love I seemed to lose

With my lost saints. I love thee with the breath,

Smiles, tears, of all my life; and, if God choose,

I shall but love thee better after death.

 

 

 

Browning
Elizabeth Barrett Browning (6 maart 1806 – 29 juni 1861)

 

 

 

De Duitse schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Wegens de rassenwetten (zijn moeder was joods) kon hij pas studeren na afloop van WO II. Hij koos voor een grafische opleiding die hij echter na vijf jaar opgaf. In 1948 werd hij lid van de SED. Hij maakte kennis met Bertolt Brecht  Johannes R. Becher. In 1976 behoorde hij tot de eerste ondertekenaars van de petitie tegen de uitburgering van Wolf Biermann. Daarop werd hij uit de partij gezet. In 1979 kon hij de DDR verlaten. Hij vestigde zich in Kaisborstel in de buurt van Itzehoe. In zijn werk neemt hij een kritische houding aan tegenover vooruitgangsgeloof en nationaalsocialisme.

 

Uit: Irrtum ausgeschlossen

„Mensch, Sie reden ja der Euthanasie das Wort. Das hatten wir schon mal. Vernichtung lebensunwerten Lebens, hieß das. Wollen Sie die Gerontologie zum Handlanger von Rentnertötungen machen? Lassen Sie das ja nicht die Polizei hören! Bitte, bitte. Beruhigen Sie sich doch. Wir können nicht Geld und Leben gegeneinander abwägen. Wo kämen wir denn dahin. Da kämen wir hin, wo wir heute schon sind, mein Bester. So rechnen wir doch täglich. Und lassen Sie mich hinzufügen, daß der Tod des Herrn Troimann möglicherweise ein Liebensdienst gewesen ist. Der Mann war eventuell schwer leidend, schleppte sich durch die Straße, außerdem arm, depressiv, der Körperhaltung zufolge, völlig am Ende, kaputt, aber ohne den Mut, selber Schluß zu machen. In diesem Moment kommt der Geiselnehmer und löst für ihn das Problem. Sterben müssen wir doch alle mal, vergessen Sie bitte nicht dieses unwiderlegliche Faktum. Und wünschen wir nicht ebenfalls alle, es möge, wenn es dann soweit ist, schnell gehen, rasch, kein Schmerz oder nur ein kurzer, kein anhaltendes Leiden, elendes Dahinvegetieren, einen Schlauch in der Nase, einen in der Luftröhre, eine Kanüle in der Vene, ein Röhrchen im Harnleiter, würden Sie das vorziehen? Wir können uns doch hier nicht zum Richter über Leben und Tod eines Menschen aufschwingen, auch wenn er alt und gebrechlich ist. Das Leben bewahren und schützen, das ist jedermanns moralische Pflicht, verdammt nochmal! Haben Sie nie die Zehn Gebote gelesen? Hat Ihnen keiner gesagt, daß Sie Ihren Nächsten lieben sollen wie sich selbst? Was wissen Sie schon von meiner Selbstliebe? Denken Sie lieber an die Millionen Bürgerkriegsopfer in Jugoslawien, Somalia, im Kaukasus, in Südamerika, wollen Sie die alle lieben? Das ist doch reine Perversität! So – Sie glauben also nicht an Gott? Fragen Sie doch mal Ihren Gott, ob er noch an uns glaubt? Der hat uns doch längst aufgegeben. Meinen Sie, der hat eine Ahnung, wer Herr Troimann ist?“

 

 

Kunert
Günter Kunert (Berlijn, 6 maart 1929)

 

 

 

De Zweedese schrijfster Victoria Maria Benedictsson werd geboren op 6 maart 1850 in Schonen. Zij stamde uit een conservatieve pastorsfamilie die haar tot een verstandshuwelijk dwong. Door ziekte aan het bed gekluisterd kon ze studeren en schrijven en maakte ze zich langzaam los van haar conservatieve opvattingen. Haar eerste literaire succes kwam met de verhalenbundel Aus Skåne die zij publiceerde onder de naam Ernst Ahlgren. Daarna volgde de roman Geld die, grotendeels autobiografisch, de problemen van de moderne vrouw en haar emancipatie thematiseerden. In 1885 leerde zij in Kopenhagen Georg Brandes en zijn kring kennen. Zij werd verliefd op hem. Toen hij echter een volgende roman van haar negatief beoordeelde stotte zij in een diepe crisi. In 1888 deed zij een zelfmoordpoging. Zij herstelde en kon met een beurs van de Zweedse Academie een reis naar Parijs maken. Omdat zij literair geen doelen meer zag en niet over haar gevoekens voor Brandes heen kon komen nam zij zich in 1888 alsnog het leven.

 

Uit: Money (Geld)

 

“THE VILLAGE had but a single street, if it could even be called that, as it was simply a little road, without any paving whatsoever and in inexcusably poor repair.  On one side was a row of five or six poor-quality houses, and on the other were some farmsteads set far enough apart for a good-sized garden to fit in between.  These farms could be respectable enough, with their wide fields and regular rectangles, but to the person
ambling down the road, they appeared pretty unfriendly, for all turned their backs (i.e., they were situated with outlying buildings facing out).  Only in one place, where they had left the door open, could one see into the courtyard, where no living creature was visible except for a family of chickens that went about scratching in the hay.

 

It had been a cold and rainy summer, and now it was ended. With her hands stuck down into the pockets of her outgrown overcoat, a young girl came walking down the street. She looked jolly and dapper; her walk had not the mincing grace of a city lady but rather the swinging style of a half-grown boy.  With an unworried look, she checked the heaven’s gray clouds to see if there was going to be rain again. Then she opened the door to one of the low houses and stepped into the hall, which was just big enough so that the doors could pass by each other freely.  She opened the next door as well, to the frenzied racket of a ringing bell.

 

This was the only general store in the village, the only place to buy tobacco, coffee, and sugar. A real hovel, actually — low, dark, and smoke-laden — and with this indescribable odor of pressing paper, soap, and whatever else!

 

A young man stood behind the counter with his elbows on it and his head leaning over a book. His appearance was just as bright and amiable as the shop’s was dark and disagreeable.”

 

 

 

Benedictsson
Victoria Maria Benedictsson  (6 maart 1850 – 21 juni 1888)

 

 

 

De Poolse dichter en aforist Stanisław Jerzy Lec werd geboren op 6 maart 1909 in Lemberg. Aan het begin van de oorlog zat hij gevangen in een Nazikamp. Daar bleef hij tot juli 1943 toen het kamp via massavernietiging werd geliquideerd. Hij ontsnapte in een Duits uniform, slaagde erin Warschau te bereiken waar hij lid werd van de ondergrondse strijdkrachten. Na de oorlog ging hij door met schrijven, afgewisseld met kortdurende dienst als cultureel vertegenwoordiger bij de Poolse ambassade in Wenen. Ook heeft hij twee jaar in Israël doorgebracht. In 1953 keerde hij terug naar Polen.

 

Aforismen:

 

“Van de meeste boeken blijven alleen de citaten over. Dan is het toch beter van meet af aan alleen de citaten neer te schrijven? “

 

“Ideeën springen net als vlooien van mens tot mens, maar bijten niet iedereen.”

 

“Alles is in mensenhanden. Was ze daarom geregeld.”

 

 

Lec
Stanisław Jerzy Lec  (6maart 1909 – 7 mei 1966)

 

 

 

De Franse schrijver Savinien Cyrano de Bergerac werd geboren op 6 maart 1619 in Parijs. De zoon uit een rijke burgerlijke familie groeide op als pleegkind van een plattelandspastoor. Na zijn studietijd aan het Collège de Beauvais vocht hij bij de Gascogner Garde en raakte hij twee keer zwaar gewond. Hij nam ontslag uit de dienst en keerde in 1641 terug naar Parijs, waar hij in 1655 stierf. In zijn satirisch-utopische romans met zijn scherpe kritiek op politieke, filosofische of kerkelijke autoriteiten toonde hij zich een voorloper van de Verlichting. Behalve door zijn eigen werk is hij nog steeds bekend door het romantisch-komische toneelstuk van Edmond de Rostand.

 

Uit: Histoire comique des etats et empires du soleil

 

« La lune était en son plein, le ciel était découvert, et neuf heures du soirétaient sonnées lorsque, revenant de Clamart, près de Paris (où M. de Cuigny le fils, qui en est
seigneur, nous avait régalés, plusieurs de mes amis et moi), les diverses pensées que nous donna cette boule de safran nous défrayèrent sur le chemin. De sorte que les yeux noyés dans ce grand astre, tantôt l’un le prenait pour une lucarne du ciel par où l’on entrevoyait la gloire des bienheureux; tantôt un autre, persuadé des fables anciennes, s’imaginait que possible Bacchus tenait taverne là- haut au ciel, et qu’il y avait pendu pour enseigne la pleine lune; tantôt un autre assurait que c’était la platine de Diane qui dresse les rabats d’Apollon; un autre, que ce pouvait bien être le soleil lui-même, qui s’étant au soir dépouillé de ses rayons, regardait par un trou ce qu’on faisait au monde quand il n’y était pas. « et moi, leur dis-je, qui souhaite mêler mes enthousiasmes aux vôtres, je crois sans m’amuser aux imaginations pointues dont vous chatouillez le temps pour le faire marcher plus vite, que la lune est un monde comme celui-ci, à qui le nôtre sert de lune. »

 

 

Bergerac
Cyrano de Bergerac (6 maart 1619 – 28 juli 1655)