Ivan Toergenjev, Mohammed Iqbal, Imre Kertész, Velemir Chlebnikov, Erika Mann

Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Toergenjew studeerde in Moskou, St. Petersburg en Berlijn. Vanaf 1843 werkte hij als ambtenaar in Moskou, waar hij zich ook in literaire kringen bewoog. Hij publiceerde vanaf 1847 gedichten en verhalen in het tijdschrift Sovremennik.  Met zijn roman uit 1862, Vaders en zonen, verwierf hij internationale roem. Later volgden onder meer Rook, Een maand buiten en Nieuwe grondenVaders en zonen bezorgde Toergenjew in Rusland problemen met de censuur. Bovendien werd hij ervan beschuldigd contacten te onderhouden met revolutionaire emigranten. Hoewel deze aanklachten in 1864 weer werden ingetrokken, besloot hij zich definitief in het Westen te vestigen. Tot zijn dood op 3 september 1883 keerde hij nog slechts af en toe terug naar zijn vaderland.

Uit: Fathers and sons (vertaling Richard Hare)

“WELL, PYOTR, STILL NOT IN SIGHT?” WAS THE QUESTION ASKED ON 20th May, 1859, by a gentleman of about forty, wearing a dusty overcoat and checked trousers, who came out hatless into the low porch of the posting station at X. He was speaking to his servant, a chubby young fellow with whitish down growing on his chin and with dim little eyes.

The servant, in whom everything–the turquoise ring in his ear, the hair plastered down with grease and the polite flexibility of his movements–indicated a man of the new improved generatio, glanced condescendingly along the road and answered, “No, sir, definitely not in sight.”

“Not in sight?” repeated his master.

“No, sir,” replied the servant again.

His master sighed and sat down on a little bench. We will introduce him to the reader while he sits, with his feet tucked in, looking thoughtfully around.

His name was Nikolai Petrovich Kirsanov. He owned, about twelve miles from the posting station, a fine property of two hundred serfs or, as he called it–since he had arranged the division of his land with the peasants–a “farm” of nearly five thousand acres. His father, a general in the army, who had served in 1812, a crude, almost illiterate, but good-natured type of Russian, had stuck to a routine job all his life, first commanding a brigade and later a division, and lived permanently in the provinces, where by virtue of his rank he was able to play a certain part.”

 

TOERGENJEV

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

 

Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Hij studeerde eerst filosofie in Lahore. Voor verdere studies ging hij van 1905 tot 1907 naar Europa. Hij studeerde in Cambridge, München en Heidelberg rechten en filosofie en promoveerde in München in de filosofie. Het waren deze studiejaren die de jonge Iqbal ertoe brachten de oriënt en zijn filosofie met die van het westen te vergelijken. Hij ontwikkelde een uitgesproken zendingsbewustzijn en eiste na zijn terugkeer in het vaderland een sterkere solidariteit tussen moslims, waardoor zij na jaren van verval weer tot geestelijke bloei zouden komen. Tot zijn belangrijkste werken horen Asrar-e-Khudi (“De geheimen van het zelf”), 1915 en Payam-e-Mashriq (“De boodschap van het Oosten”), 1923, dat als antwoord geschreven is op Goethes West-östlicher Diwan .

Uit: Message from the East

The world is under His proud power’s sway
Whom all things were created to obey.
The sun itself is nothing but a mark
Of long prostration on the brow of day.

                               *

My heart is lit up by an inner flame;
Tears of blood lend my eyes a cosmic frame.
May he stray farther from life’s mystery
Who thinks that madness is Love’s other name.

                               *

Love breathes spring breezes upon garden bowers,
And it star-spangles hills and dales with flowers.
Its sunbeams pierce the darkness of the sea
And give the eyes of fish path-seeing powers.

iqbal

Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

 

De joods-Hongaarse schrijver Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Kertész bracht twee jaar in de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald door, een ervaring die zijn werk als schrijver gestalte gaf. Later keerde hij terug naar Hongarije en leefde vier decennia lang onder de beperkingen van het communistische regime aldaar. De werken van Kertész gaan over oorlog en het verblijf in een vernietigingskamp, maar hij behandelt deze onderwerpen als een deel van het dagelijks leven waarin soms zelfs sprake kan zijn van geluk.In 2002 ontving Kertész de Nobelprijs voor de Literatuur.

Uit:  Sorstalanság  (Roman eines Schicksallosen, vertaling Christina Viragh  )

 

“Das ungarische Lagerkomitee …”, und ich dachte: nun, sieh an, das hätte ich auch nicht geglaubt, dass es so etwas gibt. Aber ich konnte noch so Acht geben, auch bei ihnen war, wie bei allen anderen vorher, nur von Freiheit die Rede und keine Andeutung, kein Wort von der noch ausstehenden Suppe. Auch ich war, natürlich, äußerst erfreut, dass wir frei waren, aber ich konnte halt nichts dafür, ich musste andererseits einfach denken: gestern hätte so etwas zum Beispiel noch nicht vorkommen können. Draußen war der Aprilabend schon dunkel, auch Pjetka war wieder da, erhitzt, aufgewühlt, voll von unverständlichen Worten, als sich der Lagerälteste endlich über den Lautsprecher wieder meldete. Diesmal wandte er sich an die ehemaligen Mitglieder des Kartoffelschälkommandos und bat sie, so freundlich zu sein und ihre alten Plätze in der Küche wieder einzunehmen, die anderen Bewohner des Lagers hingegen ersuchte er, wach zu bleiben, und wenn es sein müsse, bis Mitternacht, denn man sei im Begriff, sich an die Zubereitung einer kräftigen Gulaschsuppe zu machen: da erst sank ich erleichtert auf mein Kissen zurück, da erst löste sich langsam etwas in mir, da erst dachte auch ich – wohl zum ersten Mal ernstlicher – an die Freiheit. (pag. 228)

 

kertesz

Imre Kertész Boedapest, (9 november 1929)

 

Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo. Hij behoorde tot  de belangrijke groep futuristen Gileas (Гилея).  Samen mey Wladimir Majakowski, David Dawidowitsj Burljuk ne Alexej Krucenych publiceerde hij in 1912 het manifest „Een oorvijg voor de algemene smaak“ dat als het manifest van het Russische Futurisme geldt..Maar ook daarvoor al had hij een reeks uitstekende gedichten geschreven. In zijn werk experimenteerde Chlebnikov met de Russische taal. Hij ging terug naar haar wortels en vormde talrijke neologismen. Samen met Aleksej Krutschonych (tekst) en Michail Matjuschin (muzie), en met Kasimir Malevitsj (decor –en kostuumontwerpen) hoorde hij tot de schrijvers van de eerste „futuristische opera „Zege over de zon“ die in december 1913 voor het eerst werd opgevoerd in Sint Petersburg.

Bo-beh-o-bi Sang The Lips

Bo-beh-o-bi, sang the lips,
Veh-eh-o-mi, sang the glances,
Pi-eh-eh-o, sang the brows,
Li-eh-eh-ey, sang the visage,
Gzi-gzi-gzeh-o, sang the chain.
Thus on a canvas of some correspondences
Beyond dimension lived the face.

 

Where The Waxwings Used To Dwell

Where the waxwings used to dwell,
Where the pine trees softly swayed,
A flock of airy momentwills
Flew around and flew away.
Where the pine trees softly whooshed
Where the warblewings sang out
A flock of airy momentwills
Flew around and flew about.
In wild and shadowy disarray
Among the ghosts of bygone days,
Wheeled and tintinnabulated.
A flock of airy momentwills
A flock of airy momentwills!
You’re warblewingish and beguilish,
You besot my soul like strumming,
Like a wave invade my heart!
Go on, ringing warblewings,
Long live airy momentwills!

 

CHELEBNIKOV

Velemir Chlebnikov (9 november 1885 – 28 juni 1922)
Portret door Vladimir Burliuk

 

Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van Thomas Mann. Samen met haar broer Klaus Mann begon zij in 1927 aan een maanden durende wereldreis die later door broer en zus zijn literaire neerslag vond in „Rundherum“. Het opkomende nationaal-socialisme brengt haar er toe zich steeds sterker politiek te engageren, iets wat zijn neerslag vond in talloze krantenartikelen. Haar confrontatie met de nazi’s betekende echter wel het einde van haar toneelloopbaan. Samen met Klaus, haar levenspartner Therese Giehse en enkele andere vrienden richt zij in 1933 het politieke cabaret “Die Pfeffermühle” op in München op. Een paar maanden later verlaat de familie Mann Duitsland. In de zomer van 1937 vestigt Erika Mann zich definitief in de VS. Haar ouders volgen een jaar later. De „Peppermill“ wordt in de VS echter geen succes en daarom zette Erika Mann haar strijd tegen het Derde Rijk op een andere manier voort. Zij publiceerde veel in kranten en  reisde de VS door om lezingen te geven. Op haar vader had zij daarmee een grote invloed, Zij stimuleerde zijn kritische houding ten opzichte van Duitsland.

 

„Überall stürzte [..] sich [die Jugend] in wilde Genüsse und Ausschweifungen. Neue und wilde Musik kam aus Amerika und berauschte sie. […] Es war ganz allgemein ein offenes und bewusstes Sich-Berauschen ohne Grund. Um dies zu verstärken, waren alle Mittel erlaubt: Musik und Alkohol, Marihuana, Morphium und Kokain.“ (E.M., Don’t make the same mistakes)

 

“Der Erfolg spornte, wir engagierten neue Leute, alle Herzogparkkinder rissen sich um uns, Gretel und Lotte, Bruno Walters schmucke Töchter, wurden verpflichtet, W.E. Süskind, der Dichter, 16-jährig damals, machte mit […]. Wir lebten für den Mimikbund, was unseren Eltern unlieb war. Ricki malte Programme, Klaus dichtete. […] Und überhaupt, der ‚Laienbund Deutscher Mimiker’ war ein einzigartiges, edles und famoses Institut.” (E.M., in Tempo)

 

ERIKA_MANN

Erika Mann (9 november 1905 – 27 augustus 1969)