Ilse Aichinger, Rudy Kousbroek, Stefaan van Laere

Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Haar (joodse) moeder was arts en haar vader leraar. Na de scheiding van haar ouders werden de zusjes door hun grootmoeter opgevoed. Na de „Anschluss“ van Oostenrijk aan Duitsland werd de familie vervolgd, maar het lukte alleen Helga om naar Engeland te vluchten. Ilses moeder verloor haar baan, maar zij werd als hoofdverantwoordelijke voor de opvoeding, niet gedeporteerd en overleefde de oorlog. Haar grootmoeder en de jongere zusjes van haar moeder kwamen wel om het leven. Van 1945 tot 1947 studeerde Ilse Aichinger medicijnen, schreef haar (deels autobiografische) roman “Die größere Hoffnung”, werkte als lector voor de S. Fischer Verlag en als assistente van Inge Aicher-Scholl aan de Hochschule für Gestaltung in Ulm. In 1951 werd zij voor het eerst voor de Gruppe 47 uitgenodigd. In 1953 trouwde zij met collega-auteur Günter Eich (1907 – 1972).

Widmung

Ich schreibe euch keine Briefe,
aber es wäre mir leicht, mit euch zu sterben.
Wir ließen uns sacht die Monde hinunter
und läge die erste Rast noch bei den wollenen Herzen,
die zweite fände uns schon mit Wölfen und Himbeergrün
und dem nichts lindernden Feuer, die dritte,
da war ich
durch das fallende dünne Gewölk mit seinen spärlichen Moosen
und das arme Gewimmel der Sterne, das wir so leicht überschritten,
in eurem Himmel bei euch.


Die trüben Stunden nutzend

Laß das Gelichter
auf den Feldern rasten,
im Dunst, der aufsteigt,
denn nichts leuchtet dir.
Die Grottenbahnen auf den Hügeln
sind jetzt geschlossen,
die Rüben lange aus der Erde,
die Kinder fort.
Die Blumenflechter sind die letzten,
die noch blieben,
sie brennen Öl,
mit ihnen läßt sich reden.

 

Briefwechsel

Wenn die Post nachts käme
und der Mond
schöbe dir Kränkungen
unter die Tür:
Sie erschienen wie Engel
in ihren weißen Gewändern
und stünden still im Flur.

AICHINGER2

Ilse Aichinger (Wenen, 1 november 1921)

 

Rudy Kousbroek werd op 1 november 1929 Pematang Siantar in Indonesië geboren. Van 1929 tot 1934  woonden hij met zijn ouders in Nederland, daarna vertrok het gezin weer naar Indonesië. Bijna de hele tweede wereldoorlog bracht hij door in Japanse interneringskampen. In 1946 kwam hij naar Nederland. Op de middelbare school in Amsterdam sloot hij vriendschap met Remco Campert. Samen richtten ze in 1950 het tijdschrift Braak op, waarin ze beiden debuteerden. In Amsterdam begon Kousbroek aan de studies wiskunde en natuurkunde, maar wist deze studies niet af te maken. In Parijs studeerde hij enkele jaren Japans en Chinees. Ook deze studies voltooide hij niet. Gedurende lange tijd woonde hij in Parijs. Vanaf de jaren zestig publiceerde hij essays in onder meer Hollands Maandblad, NRC Handelsblad en Vrij Nederland, waarin hij fulmineerde tegen waandenkbeelden in uiteenlopende vakgebieden: filosofie, politiek, natuurwetenschap en geschiedschrijving. Zijn essays geven geregeld aanleiding tot polemieken (met Jeroen Brouwers, Willem Frederik Hermans en Arnon Grunberg e.a.). In 1975 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn essayistische werk. Behalve essays publiceerde hij (kinder)gedichten, reisverslagen, herinneringen, een roman en vertalingen uit het Frans en het Engels.

Uit:Inwendig vuur

 

“Wat er in zit moet er uit. Dat was de voorstelling die ik mij als kind maakte van het vulcanische binnenwerk van de aarde. Ik kwam er al vroeg mee in aanraking: ik was een jaar of zeven toen op een ochtend de hoofdonderwijzer langs onze klaslokalen rende, roepend: ‘D’r uit! d’r uit!’ We stoven naar buiten. Een aardbeving! Ik z
ag in de schoolmuren scheuren en barsten ontstaan, die het beeld opriepen van een beest dat zich onder de grond bewoog en zijn rug er onder zette als een athleet die wakker wordt.

     Het lot wilde dat ik zou opgroeien tussen vulkanen en zwavelmeren; bij elke gelegenheid dat ik met iets van dat vulcanisme te maken kreeg stelde ik mij een complex van onderaardse hoogovens voor, ketelhuizen onder de grond waarin helse onbedwingbare vuren loeiden, met verstopte schoorstenen en op springen staande leidingen, aan alle kanten lekkend door spleten en barsten en zich een weg banend naar buiten. De aanwezigheid daarvan was af te leiden uit de scheuren in de aardkorst, de sulfataren, de fumarolen en de borrelende zwavelpoelen die ik gezien had in de krater van de Sibajak, de grote vulkaan die waakte over mijn jeugd.

     Ook onderzees vulcanisme, vuurspuwende bergen onder water, waren een onderdeel van dit beeld. De uitbarsting van de Krakatau, oorzaak van een ‘grote golf’ (het woord tsunami, dat in feite ‘havenvloed’ betekent, was nog niet gangbaar) waardoor op de kusten van Java en Sumatra bijna 38.000 mensen omkwamen, leefde in mijn kinderjaren in Indonesië nog sterk in de herinnering.”                              

                          (Verschenen in Verborgen verwantschappen, Uitgeverij Augustus, 2005)

 

RUDY_Kousbroek

Rudy Kousbroek (Pematang Siantar, 1 november 1929)

 

Stefaan van Laere werd geboren op 1 november 1963 in Wetteren. Hij groeide op in Laarne, wilde wielrenner worden, en als dat niet zou lukken, sportjournalist. Het wielrennen bleek al gauw een utopie, maar het schrijven bleekt hem goed af te gaan. Na het behalen van zijn licentiaat pers- en communicatiewetenschappen aan de Gentse Universiteit, begon hij in 1988 te schrijven als freelance beroepsjournalist-auteur. Hij schrijft zowel fictie als non-fictie voor kinderen en volwassenen en maakt reportages in de geschreven media over lifestyle onderwerpen.

 

In memoriam

 

De illusie de tijd te kunnen stremmen

smolt toen hij zijn klein meisje groot zag in het bad.

Hij voelde zich betrapt.

Reik me de handdoek aan, vader, zei ze nuchter

en ze bedekte wat hij met zijn ogen dicht kon zien.

Die avond vergaapten ze zich aan het spektakel

de massa schuifelde over de dansvloer, van prins tot boer.

In het telraam van zijn geheugen verschoof hij enkele parels

en zijn raspende handen vroegen haar mee.

Hij streelde haar rug, als was ze haar moeder.

Maar zijn huid hield afstand, om te kunnen ademen.

Ze stond openlijk te gissen naar het verleden

zo hielden ze haar nagedachtenis in stand.

 

vanlaere

Stefaan van Laere (Wetteren, 1 november 1963)