Jan G. Elburg, Mark Twain, Jonathan Swift, Philip Sidney, John Bunyan, Winston Churchill

Jan G. (Joannes Gommert) Elburg werd geboren op 30 november 1919 te Wemeldinge. Elburg was enige tijd chemisch laborant en werkte na 1945 als copywriter en vervolgens als docent aan de Rietveld-academie in Amsterdam. Hij debuteerde in 1942 in het tijdschrift Criterium. Tijdens de oorlog publiceerde hij een aantal vrij traditionele dichtbundels die behoren tot wat de Criterium-poëzie wordt genoemd, zoals die van dichters als Aafjes en Den Brabander. Daarna werd hij een van de belangrijkste dichters in het naar vernieuwing zoekende tijdschrift Het Woord. Zijn opstandige natuur en sociaal gevoel bracht hem in conflict met mederedacteur Gerard Diels, voorstander van hermetische symboliek, en bracht hem in contact met de schildersgroep Cobra. Hierdoor kwam Elburg in aanraking met o.a. Lucebert en Kouwenaar en kan met hen, als experimenteel, gerekend worden tot de Vijftigers. Elburg was redacteur van Podium in 1954 en 1955 en daarna van De Nieuwe Stem in 1959 en 1960. Als beeldend kunstenaar werkte Elburg mee aan de geruchtmakende COBRA-tentoonstelling van 1949 in Amsterdam. Hij verzorgde alszodanig ook illustraties en omslagen.Meer dan de andere Vijftigers is hij trouw gebleven aan zijn uitgangspunt: het op losse schroeven zetten van de taal om op deze manier in te kunnen spelen op zich steeds weer voordoende clichés en bedreigende normen. Hierdoor kenmerkt zijn taalgebruik zich o.a. door woordenspel. Zijn Klein t(er)reurspel (1947) werd in 1948 bekroond met de eerste Jan Campertprijs en in 1976 ontving hij voor zijn hele werk de Constantijn Huygensprijs.

 

Korte autobiografie

Woorden zijn zonderlinge woningen:
één haar op mijn hoofd was gekrenkt door liefde;
dat werd een dorp met strodaken en tuinen,
toen de mist van mijn adem was opgetrokken,
toen de troffel van mijn keel stillag
en de mortel van mijn tanden;
één haar op mijn hoofd dacht en één viel uit;
dat werd een ziekenhuis, dat werd een buiten:
toen ik zweeg stond het daar, één uur lang.

Woorden zijn een ongewoon gezang:
een ongeloofwaardige waslijst vult men er mee.
Een boek? Nee. Een brief? Nee.
Een vers van gele en rode goederen,
boezeroenen van woede en liefdeshemden,
vult men er mee.

Woorden zijn korte telegrammen.
Men zet zijn tranen op om ze te lezen;
om ze te horen doet men oren aan.
Eén haar op mijn hoofd was gekrenkt door liefde,
één haar op mijn hoofd dacht en één viel uit
en ik wilde in grote en kleine woorden
wonen als een boodschap van overzee,
om deernis te vragen of vrees aan te jagen,
maar ook daar ontbraken de deuren.

 

Gelovig soms

Prijs de dag voor het avond is
voor je gouden verloofde het uitmaakt
voor het donkere deksel het donker maakt

prijs de dag en vertel voor het avond is
hoe het was wat er was dat het goed was
vertel het nog half gelovige oren

prijs de dag prijs de rotzooi
van ronkend blik het lawaai en de schrik
prijs de wind om de lekkende vuilniszak
prijs het licht op de stront de lonk van de lelijke
vrouw en de lik van de hond zonder haar prijs
de lucht van heet asfalt van zweet van patat

prijs een godganselijk godvergeten
goed lullig niet te vervangen leven
voor je leuterend strompelend uitgejoeld afgaat

prijs het
terwijl de nacht nadert
de duim nadrukkelijk je strot nadert

 

JGElburg

Jan G. Elburg (30 november 1919 – 13 augustus 1992)

 

Mark Twain (pseudoniem van Samuel Langhorne Clemens) werd geboren op 30 november 1835 te Florida. Twain stamde uit een arme familie in de Amerikaanse Zuidelijke staten.Mark Twain verhuisde toen hij vier was naar het stadje Hannibal aan de Mississippi. Na zijn vaders dood (1847) ging hij van school en werd drukkersleerling, vier jaar later, op 16 jarige leeftijd, werd hij loods op de Mississippi. Toen het verkeer op deze rivier door het uitbreken van de Burgeroorlog werd stopgezet, werd hij verslaggever voor de Territorial Enterprise in Virginia City. Zijn faam als humoristisch schrijver dagtekent van 1865, toen zijn verhaal The celebrated jumping frog in de Saturday Press verscheen. Twain maakte reizen naar de Sandwich-eilanden en door Europa en het Nabije Oosten; van deze laatste tocht bracht hij op knappe wijze verslag uit in The innocents abroad (1869), waarin hij verschillende aspecten van het Europese leven op de hak nam. Hij trouwde in 1870 met Olivia Langdon, dochter van een van de rijkste en oudste New Yorkse families, waarna hij redacteur werd van de Buffalo Express. In 1876 koos hij zijn pseudoniem Mark Twain. De uitroep mark twain betekent twee vadem diep en is ontleend aan de tijd dat de schrijver loods was op een boot op de Mississippi. Mark Twain bleef reizen maken en daar op papier verslag van uitbrengen. Zijn bekendste boeken zijn echter het klassiek geworden jongensboek ¨Tom Sawyer¨ (1876), waarin hij een geïdealiseerd beeld oproept van zijn geliefde Hannibal, de plaats waar hij zijn jeugd doorbracht en het vervolg hierop: ¨The adventures of Huckleberry Finn¨ (1885), een schelmenroman, waarin de ‘frontier civilization’ van het Mississippigebied op realistische en tegelijk poëtische wijze wordt weergegeven. Mark Twain is overleden 21 april 1910 te Connecticut.

Uit: Adventures of  Huckleberry Finn

“YOU don’t know about me without you have read a book by the name of The Adventures of Tom Sawyer; but that ain’t no matter.  That book was made by Mr. Mark Twain, and he told the truth, mainly.  There was things which he stretched, but mainly he told the truth.  That is nothing.  I never seen anybody but lied one time or another, without it was Aunt Polly, or the widow, or maybe Mary.  Aunt Polly—Tom’s Aunt Polly, she is—and Mary, and the Widow Douglas is all told about in that book, which is mostly a true book, with some stretchers, as I said before.

Now the way that the book winds up is this:  Tom and me found the money that the robbers hid in the cave, and it made us rich.  We got six thousand dollars apiece—all gold.  It was an awful sight of money when it was piled up.  Well, Judge Thatcher he took it and put it out at interest, and it fetched us a dollar a day apiece all the year round—more than a body could tell what to do with.  The Widow Douglas she took me for her son, and allowed she would sivilize me; but it was rough living in the house all the time, considering how dismal regular and decent the widow was in all her ways; and so when I couldn’t stand it no longer I lit out.  I got into my old rags and my sugar-hogshead again, and was free and satisfied.  But Tom Sawyer he hunted me up and said he was going to start a band of robbers, and I might join if I would go back to the widow and be respectable.  So I went back.

The widow she cried over me, and called me a poor lost lamb, and she called me a lot of other names, too, but she never meant no harm by it. She put me in them new clothes again, and I couldn’t do nothing but sweat and sweat, and feel all cramped up.”

MARK_TWAIN

Mark Twain (30 november 1835 – 21 april 1910)

 

Jonathan Swift werd op 30 november 1667 in Dublin geboren uit Engelse ouders. Zijn vader was zeven maanden eerder overleden, en Swift werd opgevoed door zijn oom Godwin. Na een niet erg succesvol verblijf op Trinity College in Dublin, ging hij bij zijn moeder wonen in Leicester. Al spoedig daarna deed zich de gelegenheid voor om als secretaris te gaan werken voor Sir William Temple, oud-gezant van Engeland in Den Haag. Daar ontmoette hij de achtjarige Esther Johnson, de dochter van de jonggestorven zakenman Edward Johnson. Hij noemde haar Stella en zou voor de rest van haar leven een sterke emotionele binding met haar behouden. Rond 1710 begon hij zijn Journal to Stella, een serie brieven aan Esther en Rebecca, waaruit veel te leren valt over zijn persoonlijk leven. Swifts bekendste werk is Gulliver’s Travels (1726). Delen van dit boek zijn wel bewerkt tot kinderboek (op welk niveau ze ook zeker te lezen zijn), maar in werkelijkheid vormen de vier delen samen een van de felste en geestigste satires die ooit zijn geschreven. Zij vormen een aanklacht tegen politieke en sociale wantoestanden uit zijn tijd, maar ook tegen de mensheid in het algemeen.

 

Uit: Gulliver’s Travels

“About four Hours after we began our Journey, I awaked by a very ridiculous Accident; for the Carriage being stopt a while to adjust something that was out of Order, two or three of the young Natives had the Curiosity to see how I looked when I was asleep; they climbed up into the Engine, and advancing very softly to my Face, one of them, an Officer in the Guards, put the sharp End of his Half-Pike a good way up into my left Nostril, which tickled my Nose like a Straw, and made me sneeze viol
ently: Whereupon they stole off unperceived, and it was three Weeks before I knew the Cause of my awaking so suddenly. We made a long March the remaining Part of that Day, and rested at Night with Five Hundred Guards on each Side of me, half with Torches, and half with Bows and Arrows, ready to shoot me if I should offer to stir. The next Morning at Sunrise we continued our March, and arrived within two Hundred Yards of the City-Gates about Noon. The Emperor, and all his Court, came out to meet us; but his great Officers would by no means suffer his Majesty to endanger his Person by mounting on my Body.”

SWIFT

Jonathan Swift (30 november 1667 – 19 oktober 1745)

 

Sir Philip Sidney werd geboren op 30 november 1554 in het kasteel van Penshurst in het graafschap Kent als oudste zoon van Sir Henry Sidney en Lady Mary Dudley. Hij was een prominent figuur in Engeland ten tijde van Elizabeth I. Hij was een fameus aristocraat, dichter, hoveling en soldaat en leeft voort in zijn beroemd geworden sonnetten. Zijn moeder was de dochter van John Dudley, hertog van Northumberland en een zus van Robert Dudley, graaf van Leicester. Zijn jongere zus Mary trouwde met Henry Herbert, graaf van Pembroke. Sidney droeg zijn langste werk, Arcadia aan haar op. Philip kreeg huisonderwijs van zijn moeder tot hij oud genoeg was voor Shrewsbury School. Daarna ging hij naar Christ Church College in Oxford, waar hij niet afstudeerde. In 1571 verliet hij de universiteit en een jaar later vertrok hij met zijn oom, de graaf van Leicester, naar Europa. Hij bezocht Frankrijk, Oostenrijk en Italië. In Venetië ontmoette hij Veronese en Tintoretto. Na zijn terugkeer diende hij in Ierland. Terug in Engeland ontmoette hij in 1576 de graaf van Essex en diens dochter Penelope, die de muze werd voor zijn in 1591 verschenen Astrophel and Stella, een serie liefdesgedichten die wordt gerekend tot de beste van de Engelse sonnettenseries. In An Apology for Poetry of Defense of Poesie (gepubliceerd in 1595) verdedigde hij het primaat van de dichtkunst.

Astrophil and Stella: 2

Not at first sight, nor with a dribbèd shot

Love gave the wound, which while I breathe will bleed:

But known worth did in mine of time proceed,

Till by degrees it had full conquest got.

I saw and liked, I liked but lovèd not,

I loved, but straight did not what Love decreed:

At length to Love’s decrees I, forced, agreed,

Yet with repining at so partial lot.

Now even that footstep of lost liberty

Is gone, and now like slave-born Muscovite,

I call it praise to suffer tyranny,

And now employ the remnant of my wit,

To make myself believe that all is well,

While with a feeling skill I paint my hell.

 

Philip_Sidney

Sir Philip Sidney (30 november 1554 – 17 oktober 1586)

 

John Bunyan werd geboren op 30 november 1628 in Harrowden bij Bedford. Zijn bekendheid is vooral gebaseerd op zijn boek The Pilgrim’s Progress (1678; het minder succesvolle tweede deel verscheen in 1684). Dit boek is in vele talen vertaald, ook in het Nederlands, onder de titel Een christenreis naar de eeuwigheid. Het boek behandelt in de vorm van een allegorie het leven van een christen op aarde. Naast de ‘Christenreis’ heeft Bunyan ook nog de ‘Christinnenreis’ geschreven.

Uit: The Pilgrim’s Progress

When at the first I took my pen in hand

Thus for to write, I did not understand

That I at all should make a little book

In such a mode; nay, I had undertook

To make another; which, when almost done,

Before I was aware, I this begun.

 

And thus it was:  I, writing of the way

And race of saints, in this our gospel day,

Fell suddenly into an allegory

About their journey, and the way to glory,

In more than twenty things which I set down.

This done, I twenty more had in my crown;

And they again began to multiply,

Like sparks that from the coals of fire do fly.

 

Nay, then, thought I, if that you breed so fast,

I’ll put you by yourselves, lest you at last

Should prove ad infinitum, and eat out

The book that I already am about.

 

bunyan

John Bunyan  (30 november 1628 – 31 augustus 1688)

 

De Britse staatsman Sir Winston Leonard Spencer Churchill werd geboren in Woodstock, 30 november 1874. Hij was ook een voortreffelijk  schrijver die in 1953 de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Churchill was een van de belangrijkste staatslieden van de 20e eeuw, vooral door zijn betrokkenheid bij de WO I. Zijn optreden als minister van Zeevaart en premier van het Verenigd Koninkrijk gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Uit: The Story of the Malakand Field Force

“Many, perhaps all, states have been founded in a similar way, and it is by such steps that civilisation painfully stumbles through her earlier stages. But in these valleys the warlike nature of the people and their hatred of control, arrest the further progress of development. We have watched a man, able, thrifty, brave, fighting his way to power, absorbing, amalgamating, laying the foundations of a more complex and interdependent state of society. He has so far succeeded. But his success is now his ruin. A combination is formed against him. The surrounding chiefs and their adherents are assisted by the village populations. The ambitious Pathan, oppressed by numbers, is destroyed.
The victors quarrel over the spoil, and the story closes, as it began, in bloodshed and strife.
The conditions of existence, that have been thus indicated, have naturally led to the dwelling-places of these tribes being fortified. If they are in the valley, they are protected by towers and walls loopholed for musketry. If in the hollows of the hills, they are strong by their natural position. In either case they are guarded by a hardy and martial people, well armed, brave, and trained by constant war.”

 

CHURCHILL

Winston Churchill (30 november 1874 – 24 januari 1965)

Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Louisa May Alcott, Ludwig Anzengruber, Wilhelm Hauff

Jean-Philippe Toussaint werd op 29 november 1957 geboren in Brussel.Toussaint debuteerde in 1985 met de kleine roman ‘De badkamer’, die in Frankrijk meteen een bestseller werd en in vele talen werd vertaald. Hij wordt gerekend tot de nouveaux romanciers, die hun werk allemaal uitgeven bij uitgeverij Minuit. Minimalisten worden ze ook wel genoemd, door de sobere karakterschetsen, de eenvoudige plot en het heldere taalgebruik. “Ik wil schrijven zoals een schilder schildert”, zei Toussaint in een interview, “zoals een musicus musiceert.” Toussaints romans zijn vaak vrolijk, licht van toon, hilarisch en op het burleske af. Vooral ‘De televisie’, een roman waarin hij ook Cees Nooteboom laat figureren, is een goed voorbeeld van zijn slapstick-achtige humor. Veel van zijn romans zijn filmisch geschreven. Geen wonder, want Toussaint is ook cineast. Hij werkte mee aan de verfilming van twee van zijn boeken, ‘Meneer‘ en ‘Het fototoestel’, schreef een scenario, ‘La patinoire’, en maakte een televisiefilm, ‘Berlin 10h46’.

 

Uit: Faire l’amour

 

« Avant même qu’on s’embrasse pour la première fois, Marie s’était mise à pleurer. C’était dans un taxi, il y a sept ans et plus, elle était assise à côté de moi dans la pénombre du taxi, le visage en pleurs, que traversaient les ombres fuyantes des quais de la Seine et les reflets jaunes et blancs des phares des voitures que nous croisions. Nous ne nous étions pas encore embrassés à ce moment-là, je ne lui avais pas encore pris la main, je ne lui avais pas fait la moindre déclaration d’amour — mais ne lui ai-je jamais fait de déclaration d’amour ? — et je la regardais, ému, désemparé, de la voir pleurer ainsi à mes côtés.

 

La même scène s’est reproduite à Tokyo il y a quelques semaines, mais nous nous séparions alors pour toujours. Nous ne disions rien dans ce taxi qui nous reconduisait au grand hôtel de Shinjuku où nous étions arrivés le matin même, et Marie pleurait en silence à côté de moi, elle reniflait et hoquetait doucement contre mon épaule, elle essuyait ses larmes à grands gestes brouillons du revers de ses doigts, de lourdes larmes de tristesse qui l’enlaidissaient et faisaient couler le maquillage de ses cils, alors qu’il y a sept ans, lors de notre première rencontre, c’étaient de pures larmes de joie, légères comme de l’écume, qui coulaient en apesanteur sur ses joues. Le taxi était surchauffé et Marie avait trop chaud maintenant, elle se sentait mal, elle finit par enlever son grand manteau de cuir noir, difficilement, en se contorsionnant à côté de moi sur la banquette arrière du taxi, grimaçant et paraissant m’en vouloir, alors que je n’y étais manifestement pour rien, merde, s’il faisait aussi chaud dans ce taxi, elle n’avait qu’à se plaindre au chauffeur, il y avait son nom et sa photo d’identité en évidence sur le tableau de bord. »

 

 

TOUSSAINT

Jean-Philippe Toussaint (Brussel, 29 november 1957)

 

De Ierse schrijver C.S. Lewis werd geboren op 29 november 1898 in Belfast. In september 1914, toen de Eerste Wereldoorlog juist begonnen was, nam hij zijn intrek bij een privéleraar, William T. Kirkpatrick. Onder leiding van Kirkpatrick bereidde hij zich voor op het vergelijkend examen waarmee hij 1916 een beurs voor de universiteit van Oxford verwierf. Zijn studie aldaar begon met een lange onderbreking doordat hij in militaire dienst ging. Dit deed hij vrijwillig; de dienstplicht gold niet voor Ieren. In Noord-Frankrijk, in de buurt van Arras, raakte hij in april 1918 gewond. Omdat hij niet meer kon vechten, mocht hij naar huis. Na de oorlog hervatte hij zijn studie in Oxford. Hij studeerde er cum laude af in de klassieke talen, de klassieke filosofie en de Engelse taal- en letterkunde. Daarna doceerde hij tot 1954 aan deze universiteit. In 1929 stierf zijn vader. Nadat hij na zijn gelukkige jeugd vervreemd was geraakt van het christendom, begon er toch een proces van religieuze heroriëntatie. Mede als gevolg van gesprekken met gelovige collega’s als J.R.R. Tolkien en Hugo Dyson bekeerde hij zich tot het christendom. Dit proces beschreef hij later in Surprised by Joy (1955). In 1942 schreef hij zijn eerste publiekssucces, The Screwtape Letters (Brieven uit de hel), dat in het eerste jaar negen drukken had en een jaar later hetzelfde succes kende in de Verenigde Staten. In 1950 verscheen The Lion, the Witch and the Wardrobe, het (naar chronologie) tweede deel van de zeven Kronieken van Narnia. Deze kinderboeken zijn waarschijnlijk de meest verkochte, meest gelezen en meest vertaalde boeken van C(live). S(taples). Lewis.

 

Uit: The Screwtape Letters

 

“My dear Wormwood,

 

I note what you say about guiding your patient’s reading and taking care that he sees a good deal of his materialist friend. But are you not being a trifle naif? It sounds as if you supposed that argument was the way to keep him out of the Enemy’s clutches. That might have been so if he had lived a few centuries earlier. At that time the humans still knew pretty well when a thing was proved and when it was not; and if it was proved they really believed it. They still connected thinking with doing and were prepared to alter their way of life as the result of that chain of reasoning. But what with the weekly press and other such wea
pons, we have largely altered that. Your man has been accustomed, ever since he was a boy, to having a dozen incompatible philosophies dancing together inside his head. He doesn’t think of doctrines as primarily “true” or “false,” but as “academic” or “practical,” “outworn” or “contemporary,” “conventional” or “ruthless.” Jargon, not argument, is your best ally in keeping him from the Church. Don’t waste time trying to make him think that materialism is true! Make him think it is strong or stark or courageous — that is the philosophy of the future. That’s the sort of thing he cares about.
The trouble about argument is that it moves the whole struggle onto the Enemy’s own ground. He can argue too; whereas in really practical propoganda of the kind I am suggesting He has been shown for centuries to be greatly the inferior of Our Father Below. By the very act of arguing, you awake the patient’s reason; and once it is awake, who can foresee the result? Even if a particular train of thought can be twisted so as to end in our favour, you will find that you have been strengthening in your patient the fatal habit of attending to universal issues and withdrawing his attention from the stream of immediate sense experiences. Your business is to fix his attention on the stream. Teach him to call it “real life” and don’t let him ask what he means by “real.”

 

CSLewis

C.S. Lewis (29 november 1898 – 22 november 1963)

 

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott werd geboren op 29 november 1832 in Germantown, Pennylvania. Zij moest al jong de zorg voor het gezin op zich nemen, omdat haar vader – die ze adoreerde – een onpraktische idealist was, die zijn familie niet goed kon onderhouden. Ze verdiende de kost als lerares en schreef daarnaast jeugdboeken en boeken voor volwassenen. Grote bekendheid kreeg ze met Onder moeders vleugels en het vervolg daarop, Op eigen wieken. Ze vertelt daarin over de zusters March en hun groei naar volwassenheid. Anders dan in de boeken uit die tijd beschrijft zij de vrouwelijke hoofdpersonen als pittige, levenslustige meisjes, die zelf hun keuzes bepalen. Zij werden een voorbeeld voor veel jonge vrouwen en Alcott inspireerde daarmee ook schrijfsters over de hele wereld.

 

Uit: Little women (Onder moedervleugels, vertaling door Almine, Amsterdam 1876)

‘Het Kerstfeest zal geen Kerstfeest zijn, zonder presenten,’ bromde Jo, die languit op het haardkleedje lag.
‘Het is verschrikkelijk arm te zijn!’ zuchtte Meta en keek naar hare oude japon.
‘Ik vind het heel onbillijk, dat sommige meisjes allerlei mooie dingen hebben, en andere meisjes niets,’ voegde kleine Amy ontevreden snuivend er bij.
‘Wij hebben in elk geval toch vader en moeder en elkander,’ zeide Betsy vriendelijk uit haar hoekje.
De vier jonge gezichtjes, bestraald door het haardvuur, klaarden bij die bemoedigende woorden op, maar betrokken weêr, toen Jo droevig zeide:
‘Wij hebben vader niet, en zullen hem in lang niet hebben.’ Zij zeide niet: ‘misschien nooit weêr,’ maar allen voegden het er in haar hart bij, en dachten aan den vader, die verre was op het tooneel van den strijd.
Niemand sprak gedurende de eerste oogenblikken; toen zeide Meta op vroolijken toon:
‘Gij weet, waarom moeder voorstelde, dat wij dit jaar geen Kerstpresenten zouden hebben: omdat het een moeilijke winter zal zijn voor iedereen; en zij vindt, dat wij geen geld moeten uitgeven voor ons pleizier, terwijl onze soldaten zooveel moeten doorstaan in het leger. Wij kunnen niet veel doen, maar wij kunnen ons wel kleine opofferingen getroosten, en behoorden dat met een blij hart te doen, maar ik vrees, dat ik het niet doe,’ en Meta schudde haar hoofd, terwijl zij met smart dacht aan al de mooie dingen, die zij graag wilde hebben.”

louisa-may-alcott

Louisa May Alcott (9 november 1832 – 6 maart 1888)

 

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Anzengruber werd geboren op 29 november 1839 in Wenen. Eerst bezocht hij de „Realschulde“, maar moest die wegens geldgebrek verlaten. Hij begon aan een opleiding tot boekhandelaar. Van 1860 tot 1868 was hij acteur bij verschillende reizende toneelgezelschappen. Zijn stuk “Der Pfarrer von Kirchfeld” maakte hem beroemd. Later kreeg Anzengruber aanstellingen als toneelschrijver bij het “Theater an der Wien” en aan het “Deutsche Volkstheater”. Een paar van zijn stukken werden later ook verfilmd. “Der Pfarrer von Kirchfeld” zelfs vier keer.

Uit:  Der Pfarrer von Kirchfeld

„…FINSTERBERG nickt vor sich hin. Dabei bleib’ Er, Lux, und wir bleiben die Alten! Zieht seine silberne Dose, greift bedächtig nach einer Prise. Die göttliche Weltordnung, Lux Klopft ihm gnädig auf die Achsel. die ist wie sein Wald, ganz so, da ist nichts gewaltsam gemacht, da ist alles geworden und da kann auch nichts gewaltsam davon abgetan werden. Da stehen die gewaltigen vielhundertjährigen Stämme, die durch die Sonne Gottes großgezogen worden sind, da stehen sie weit gebreitet auf dem Boden, der ihnen gehört, da sie in ihm wurzeln, und dehnen sich durch den ganzen Raum, der ihnen zur Entfaltung verliehen ward, und das ist ihr Recht, denn den brauchen sie, aus dem stehen sie — weiß Er nun, Lux, warum das Unterholz ihnen nicht über den Kopf wachsen kann?

LUX. I natürlich, weil sie ihm den Raum dazu vorwegnehmen. Wenn der Regen vom Himmel fällt, so nehmen die Kronen das meiste weg und das Unterholz mag sich getrösten; wenn’s nicht regnet, so tröpfelt’s doch; und in der Erde rücken sie mit starken Wurzelästen die schwachen Fäserchen beiseit’.

FINSTERBERG jetzt erst mit Befriedigung schnupfend. Sieht Er, Lux, so ist’s, das ist die Weltordnung, das ist der Ständeunterschied; wie die großen Waldbäume das Unterholz vor dem Sturm, so schützen wir die Leute, wie Er ist, vor den bösen Gewitterstürmen der Neuzeit! Plötzlich launig. Sag’ Er mal, Lux, wenn so ein Unterholz über die andern hinausschießt, dass Er befürchten muss, es fährt Seinen alten Kernstämmen mit den Ästen in die Quere, was tut Er da?“ ….

ANZENGRUBER

Ludwig Anzengruber (29 november 1839 – 10 december 1889)

 

De Duitse schrijver Wilhelm Hauff werd geboren in Stuttgart op 29 november 1802. Hij studeerde theologie en filosofie in Tübingen, en werd kort voor zijn vroege dood redacteur van het Morgenblatt für gebildete Stände. Het bekendst is hij geworden door zijn ‘Märchen’ (o.a. Das Wirtshaus im Spessart, 1826;  en Lichtenstein (1826). Enkele van zijn volksliedachtige gedichten werden populair.

 

Uit: Kalif Storch

„Der Kalif Chasid zu Bagdad saß einmal an einem schönen Nachmittag behaglich auf seinem Sofa; er hatte ein wenig geschlafen, denn es war ein heißer Tag, und sah nun nach seinem Schläfchen recht heiter aus. Er rauchte aus einer langen Pfeife von Rosenholz, trank hier und da ein wenig Kaffee, den ihm ein Sklave einschenkte, und strich sich allemal vergnügt den Bart, wenn es ihm geschmeckt hatte. Kurz, man sah dem Kalifen an, daß es ihm recht wohl war. Um diese Stunde konnte man gar gut mit ihm reden, weil er da immer recht mild und leutselig war, deswegen besuchte ihn auch sein Großwesir Mansor alle Tage um diese Zeit. An diesem Nachmittage nun kam er auch, sah aber sehr nachdenklich aus, ganz gegen seine Gewohnheit. Der Kalif tat die Pfeife ein wenig aus dem Mund und sprach: »Warum machst du ein so nachdenkliches Gesicht, Großwesir?«

Der Großwesir schlug seine Arme kreuzweis über die Brust, verneigte sich vor seinem Herrn und antwortete: »Herr, ob ich ein nachdenkliches Gesicht mache, weiß ich nicht, aber da drunten am Schloß steht ein Krämer, der hat so schöne Sachen, daß es mich ärgert, nicht viel überflüssiges Geld zu haben.«

WHauff

Wilhelm Hauff  (29 november 1802 – 18 november 1827)

Stefan Zweig, Erwin Mortier, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia

Stefan Zweig werd (precies 125 jaar geleden) op 28 november 1881 in Wenen in een welgestelde joodse familie geboren. De familie was niet religieus en Stefan Zweig noemde zich later een “jood door toeval”. Al tijdens zijn studie gaf hij gedichten uit die invloed van Rainer Maria Rilke en Hugo von Hofmannsthal laten zien. In 1904 verscheen zijn eerste novelle, waarmee hij zijn grootste roem zou krijgen. Stefan Zweig meldde zich bij het begin van WO I vrijwillig bij de oorlogspers. Het verloop van de oorlog maakte hem echter steeds meer een oorlogstegenstander, wat nog eens versterkt werd door de invloed van zijn vriend, de Franse pacifist Romain Rolland. In 1917 werd Zweig bij zijn dienst bij de oorlogspers vrijgegeven, later helemaal ontslagen. Hij verhuisde naar Zürich, in het neutrale Zwitserland en werkte daar als correspondent voor de Weense Neue Freie Presse en publiceerde ook in de Hongaarse Duitstalige krant Prester Lloyd. Deze bezigheden gebruikte hij om o.a. zijn partijloze mening te uiten. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog keerde Zweig terug naar Oostenrijk en woonde in Salzburg. Als geëngageerde intellectueel trad Zweig tegen het nationalisme en revanchisme op en bracht zijn idee voor een geestelijk verenigd Europa naar voren. Hij schreef veel in zijn Salzburger tijd: verhalen, drama’s en novellen. De historische momentopname “Sternstunden der Menschheit” uit 1927 telt nog steeds als zijn succesvolste boek. Nadat de Nationaal-socialisten in 1933 in Duitsland de macht hadden gegrepen en ook hun invloed in Oostenrijk voelbaar werd, emigreerde Stefan Zweig naar Londen. Bij zijn uitgever in Leipzig mocht Zweig niet meer publiceren. Hij vond echter nog een uitgever in Wenen. In 1936 werden Zwiegs boeken verboden in Duitsland. Zijn eerste huwelijk eindigde in 1938 en in 1939 trouwde hij voor de tweede keer met Charlotte Altmann. Na het uitbreken van WO II nam hij de Engelse nationaliteit aan. Hij verliet Londen en kwam via New York, Argentinië en Paraguay in 1940 in Brazilie terecht. Samen met zijn tweede vrouw koos Zweig op 22 februari 1942 er voor om vrijwillig een einde te maken aan hun leven. Of zoals hij zelf schreef: “aus freiem Willen und mit klaren Sinnen” vanwege zijn treurigheid over de vernietiging van zijn “geistige Heimat Europa“.

Uit: Die Schachnovelle

„In dieser äußersten Not ereignete sich nun etwas Unvorhergesehenes, was Rettung bot, Rettung zum mindesten für eine gewisse Zeit. Es war Ende Juli, ein dunkler, verhangener, regnerischer Tag: ich erinnere mich an diese Einzelheit deshalb ganz genau, weil der Regen gegen die Scheiben im Gang trommelte, durch den ich zur Vernehmung geführt wurde. Im Vorzimmer des Untersuchungsrichters musste ich warten. Immer musste man bei jeder Vorführung warten: auch dieses Wartenlassen gehörte zur Technik. Erst riss man einem die Nerven auf durch den Anruf, durch das plötzliche Abholen aus der Zelle mitten in der Nacht, und dann, wenn man schon eingestellt war auf die Vernehmung, schon Verstand und Willen gespannt hatte zum Widerstand, ließen sie einen warten, sinnlos-sinnvoll warten, eine Stunde, zwei Stunden, drei Stunden vor der Vernehmung, um die Seele mürbe zu machen. Und man ließ mich besonders lange warten an diesem Donnerstag, dem 27. Juli, zwei geschlagene Stunden im Vorzimmer stehend warten; ich erinnere mich auch an dieses Datum aus einem bestimmten Grunde so genau, denn in diesem Vorzimmer, wo ich – selbstverständlich, ohne mich niedersetzen zu dürfen – zwei Stunden mir die Beine in den Leib stehen musste, hning ein Kalender, und ich vermag Ihnen nicht zu erklären, wie in meinem Hunger nach Gedrucktem, nach geschriebenem ich diese eine Zahl, diese wenigen Worte 27. Juli an der Wand anstarrte und anstarrte; ich fraß sie gleichsam in mein Gehirn hinein. Und dann wartete ich wieder und wartete und starrte auf die Tür, wann sie sich endlich öffnen würde, und überlegte zugleich, was die Inquisitoren mich diesmal fragen könnten, und wusste doch, dass sie mich etwas ganz anderes fragen könnten, als worauf ich mich vorbereitete.“

 

zweig_B

Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

Erwin Mortier werd geboren op 28 november 1965. Hij groeide op in Hansbeke, een dorpje aan de zuidergrens van het Meetjesland en deelgemeente van Nevele. Mortier studeerde kunstgeschiedenis in Gent en behaalde daarnaast het diploma van psychiatrisch verpleegkundige. Van 1991 tot 1999 was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Dr. Guislain Museum, waar hij werkte aan de geschiedenis van de psychiatrie. In deze periode publiceerde hij in diverse tijdschriften als De Gids, De Revisor, Het nieuwe Wereldtijdschrift en Optima. Vanaf 1999 leeft hij uitsluitend van zijn pen. Hij debuteerde met de roman Marcel (1999), ondermeer bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van Der Hoogtprijs en het Gouden Ezelsoor voor het beste debuut. In 2000 verscheen zijn tweede roman, Mijn tweede huid, genomineerd voor onder andere de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. De dichtbundel Vergeten licht (2001) ontving de C. Buddingh’-prijs. In 2002 volgde de derde roman Sluitertijd, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs, en de essaybundel Pleidooi voor de zonde. Zijn werk verschijnt in vertaling in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Bulgarije. Begin 2004 werd Mortier voor een periode van twee jaar als stadsdichter benoemd van de stad Gent. Hij geldt als een “postmodernist”.

Algemene Mobilisatie

Geef ten laatste maandag al uw namen af
bij de ambtenaar der ongeboorten.

Vergeet uw koosnaam niet, noch de naam
waarmee men u bespotte.

Meld de namen van uw zonen. De namen
op uw vaders graf. De namen die uw moeder

gaf aan dingen die niet werkten.

Tel de namen van de dagen, de namen
die in lagen de vergane mantels maken

van de doden slapend in uw vel.

Vergeet de namen niet voor morgen,
schrijf ze over en verbrand ze. Tel de namen

die nog resten op uw vingers,
tel uw vingers
af.

De naam van God, de naam die het lot
u verschafte. De naam van de hel

en van de hemel. De naam van uw armen.
Neus lippen buikvlies pancreas.

Sta al uw namen af.
Wacht dan, uitgeteld.

U krijgt van ons wat wisselgeld
en passend schoeisel.

ERWIN_MORTIER

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Alexander Blok behoorde tot de dichters die zich ten tijde van het symbolisme meer toelegden op de eigen gevoelens. Hun poëzie kenmerkte zich door veel aandacht voor stemmingen, ‘beschrijvingen’ van gevoelens en indrukken en waren tegelijkertijd lyrisch en associatief van aard. Door deze benadrukking van het gevoel behoorden zij tot de voorlopers van het expressionisme, wat pas enkele jaren later (h)erkend werd. Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg in een academisch en literair milieu, studeerde rechten en letteren, en publiceerde regelmatig. Hij stierf in 1921.

Nacht

Nacht, straten, apotheek, lantaren,
Een zinloos schijnsel in de mist.
Al leef je nog eens twintig jaren –
Geen uitweg – alles is beslist.

Je sterft en wordt opnieuw geboren,
Alles herhaalt zich vroeg of laat:
Rimpels in het kanaal bevroren,
Nacht, apotheek, lantaren, straat
Vertaald door Marja Wiebes en Margriet Berg

 

Herfstelegie

Traag komt ook deze herfstdag weer ten einde,

Traag dwarrelen de gele blaren neer,

De dag is helder, fris, de hemel wonderteer –

De ziel ontkomt niet aan ‘t onzichtbare verkwijnen.

 

Zo wordt ze steeds wat ouder, elke dag,

En elk jaar met het vallen van de blaren

Komt het je voor alsof in vroeger jaren

Je nooit zo’n diep mistroostig najaar zag.

 

ABLOK~1

Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Blake groeide op in een warm en onconventioneel middenstandsgezin in Londen. Zijn vader James was van Ierse afkomst en heette eigenlijk O’Neill. De jonge William was een obstinate jongen; hij ging niet naar school en ontving zijn opleiding grotendeels van zijn moeder. Hij las alles wat los en vast zat, waaronder Shakespeare, Milton, Ben Jonson en de bijbel en deed ook de nodige kennis op van Frans, Italiaans, Latijn, Grieks en Hebreeuws. Als spoedig werd zijn artistieke talent herkend en aangemoedigd. Ook bleek hij een mystieke inslag te hebben en zag visioenen, waardoor hij zich in zijn latere leven ook zou laten leiden. Hoewel zijn mystieke inslag leidde tot met veel symboliek beladen en vaak duister werk, waarin hij een eigen mythologie ontwikkelde, verscheen in 1789 zijn Songs of Innocence met eenvoudige lyrische gedichten. In 1794 werd hier in een heruitgave Songs of Experience aan toegevoegd. Zijn belangrijkste prozawerk, met gravures, The Marriage of Heaven and Hell ontstond in 1790. In dit werk uit zich zijn verlangen naar vrijheid. De erin opgenomen Proverbs of Hell bevatten een beknopte weergave van zijn levens- en kunstbeschouwing; zijn revolutionaire ideeën verwoordde hij in The French Revolution (1791), America (1793) en Visions of the Daughters of Albion (1793). In zijn latere werken als Milton (1804-1808) en Jerusalem (1804-1820) maakte zijn wanhoop plaats voor een filosofie waarin de redding wordt gezien in liefde en vergeving.

 

The Divine Image

 

To Mercy, Pity, Peace, and Love,
All pray in their distress,
And to these virtues of delight
Return their thankfulness.

 

For Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is God our Father dear;
And Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is man, His child and care.

 

For Mercy has a human heart;
Pity, a human face;
And Love, the human form divine:
And Peace the human dress.

 

Then every man, of every clime,
That prays in his distress,
Prays to the human form divine:
Love, Mercy, Pity, Peace.

 

And all must love the human form,
In heathen, Turk, or Jew.
Where Mercy, Love, and Pity dwell,
There God is dwelling too.

 

blake

William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Hij kwam uit een welgestelde familie. Moravia slaagde er niet in zich regelmatig met school bezig te houden omdat hij op negenjarige leeftijd werd getroffen door een ernstige vorm van bottuberculose. Hierdoor was hij gedwongen zich meer dan vijf jaar lang roerloos en in bed te houden. Hij was een slimme jongen, en omdat hij niet het normale leven van jongens van zijn leeftijd kon leiden, had hij veel tijd om te lezen. Hij las met zeer veel toewijding en diepgewortelde passie en bouwde zo voor zichzelf aan een sterke literaire basis. Enkele van zijn favoriete auteurs waren Fjodor Dostojevski, James Joyce, Carlo Goldoni, Shakespeare, J.-B.P. de Molière en Mallarmé. Hij leerde zeer makkelijk Frans en Duits en begon met het schrijven van poëzie in het Frans en in het Italiaans. In 1929 is Moravia er zonder veel moeite in geslaagd zijn eerste roman uit te geven op zijn eigen kosten bij de Milanese uitgever Alpes. Deze roman heette Gli indifferenti (De onverschilligen). De roman werd direct goed ontvangen en kreeg goede recensies. Hij werd beschouwd als één van de meest interessante experimenten van het Italiaans verhalend proza van die tijd. Tijdens WO II schreef Moravia uit lijfsbehoud met name surrealistische en allegorische verhalen. Desalniettemin verviel hij in ongenade bij het fascistische regime. Na de val van Mussolini, in de roerige jaren 1943-1945, woonde hij met zijn vrouw in het dorpje Ciociaria, waarover hij later de roman La ciociara schreef.

Uit: De Onverschilligen (1929)

 

“Een ogenblik zat ze zo onbeweeglijk, met haar ogen naar de grond. ‘Nu begint er werkelijk een nieuw leven,’ dacht ze ten slotte, ze hief haar hoofd op, en het was of die rustige, nietsvermoedende kamer, die oude, domme gewoontes een levende, bijna menselijke aanwezigheid vormden, iets duidelijk omlijnds, dat ze nu op een ongehoorde manier ging verraden. ‘Binnenkort… nemen we afscheid, voorgoed,’ zei ze tegen zichzelf, met een droevige, zenuwachtige vreugde, en wuifde van haar bed af de dingen toe, als van een uitvarend schip. Wilde, onbestemde, dreigende fantasieen gingen door haar hoofd, een noodlotsketen scheen de gebeurtenissen te verbinden. ‘Is dat niet vreemd?’ dacht ze, ‘morgen zal ik me aan Leo geven en een nieuw leven beginnen, en morgen is de dag waarop ik geboren ben;’ Ze dacht aan haar moeder: ‘En het is met jouw man, mama, met jouw man dat ik dat zal doen.’ Ook dit verwerpelijke gegeven, de rivaliteit met haar moeder, was haar naar de z
in. Alles moest gemeen, laag, smerig zijn, zonder liefde of sympathie, niets dan doem en ondergang: ‘Een onhoudbaar schandaal van mijn leven maken,’ dacht ze, ‘mezelf kapot maken, eens voor al…’

 

Moravia

Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990

Nicole Brossard, James Agee, Klara Blum

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zij publiceerde haar eerste boek in 1965. Ook was zij in dat jaar medeoprichter van het literaire tijdschrift La Barre du Jour en in 1976 was zij mederegisseur van de film Some American Femnists. Zij heeft acht romans op haar naam staan, waaronder Daydream Mechanics, Lovhers, Typhon dru, Installations, en Musee de l’os et de l’eau. Voor haar poëzie ontving zij tweemaal (in 1974 en 1984) de Governor General award en Le Grand Prix de Poesie de la Foundation les Forges in 1989 en 1999. Zij is lid van de L’Academie des Lettres du Quebec. Haar werk is veel vertaald en opgenomen in talloze bloemlezingen. In 1998 publiceerde zij de tweetalige editie van een “autofiction” essay onder de titel She would be the first sentence of my new novel/Elle serait la premiere phrase de mon prochain roman.

Uit:  Shadow : soft et soif

je n’ai pas encore parlé
de disparition ni de vocabulaire c’est trop vaste
et la solitude tu t’en souviens
elle gratte le fond de la mer et de l’alphabet
afin que la nuit traverse l’invisible
arrive jusqu’à nos cahiers d’indocilité

I haven’t yet said a word
about disappearance or vocabulary it’s too vast
and you remember solitude
it scrapes the bottom of the sea and the alphabet
that night may span the invisible
right up to the notebooks of our indocility

 *

à propos : les étoiles nous en avions l’habitude
nous les regardions avec détresse
et précision
car l’univers pouvait soudain
se transformer en avalanches
bris de verre et de voix. Musique
ou adieu de perfectionnement

by the way : we were used to stars
would observe them with distress
and precision
for the universe might suddenly
spill down in avalanches
shattered glass and voices. Music
or farewell of perfecting

*

être là toute une vie dans l’espèce flexible
avec ce réflexe qui persiste à vouloir
tout représenter de l’ivresse et des gestes
les morsures, les chambres avec leur creux
d’ombre et de souplesse, les fronts soucieux
notre fragilité
bien sûr que nous sommes sans réponse
à chaque baiser

to be there a lifetime in the flexible species
with this reflex that keeps wanting
to depict everything about pleasure and gestures
bites, bedrooms with their shadowy, supple,
hollow spaces, knotted brows
our fragility
of course we go unanswered
with each kiss

Vertaald door Guy Bennett

Brossard

Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

De Amerikaanse dichter en prozaïst James Agee werd geboren in Knoxville, Tennessee.op 27 november 1909.Hij was werkzaam als filmcriticus (achtereenvolgens bij Time en bij The Nation) en scenarioschrijver. Als feature-schrijver van Fortune maakte hij met fotograaf Walker Evans een beroemd geworden verslag over het leven van een typische familie van keuterboertjes in de staat Alabama, in boekvorm verschenen onder de titel Let us now praise famous men (1941). Hij schreef twee uitstekende romans: The morning watch (1951) en A death in the family (1957); laatstgenoemd boek had ook veel succes in de toneelbewerking, onder de titel All the way home. Een groot aantal van zijn artikelen werd postuum gepubliceerd in Agee on film (1958), in 1960 gevolgd door een tweede deel met vijf van zijn scenario’s, o.a. voor The African queen (1952) en The night of the hunter (1955). Een inzicht in Agees tragisch verscheurde persoonlijkheid geven de Letters of James Agee to Father Flye (1962; m. biogr. d. R. Phelps).

Uit: A Mother’s Tale

‘The calf ran up the hill as fast as he could and stopped sharp. “Mama!” he cried, all out of breath. “What is it! What are they doing! Where are they going!”

Other spring calves came galloping too.

They all were looking up at her and awaiting her explanation, but she looked out over their excited eyes. As she watched the mysterious and majestic thing they had never seen before, her own eyes became even more than ordinarily still, and during the considerable moment before she answered, she scarcely heard their urgent questioning.

Far out along the autumn plain, beneath the sloping light, an immense drove of cattle moved eastward. They went at a walk, not very fast, but faster than they could imaginably enjoy. Those in front were compelled by those behind; those at the rear, with few exceptions, did their best to keep up; those who were locked within the herd could no more help moving than the particles inside a falling rock. Men on horses rode ahead, and alongside, and behind, or spurred their horses intensely back and forth, keeping the pace steady, and the herd in shape; and from man to man a dog sped back and forth incessantly as a shuttle, barking, incessantly, in a hysterical voice. Now and then one of the men shouted fiercely, and this like the shrieking of the dog was tinily audible above a low and awesome sound which seemed to come not from the multitude of hooves but from the center of the world, and above the sporadic bawlings and bellowings of the herd.’

AGEE_JAMES

James Agee (27 november 1909 – 16 mei 1955)

 

Klara Blum was een Duitstalige, joodse, Oostenrijkse, Russische en Chinese schrijfster. Zij werd geboren op 27 november 1904 in Czernowitz/Bukowina. In 1913 kwam zij met haar moeder in Wenen terecht. In 1923 begon zij daar aan een studie psychologie, maar die moest zij afbreken wegens geldgebrek. Zij werkte daarna als journaliste. Als overtuigde zioniste ging zij in 1929 naar Palestina, maar zij keerde al snel teleurgesteld naar Oostenrijk terug. Zij werd lid van de SPÖ en zette zich al snel in voor de vrouwenemancipatie. Ze kreeg contact met de “Internationale Vereinigung Revolutionärer Schriftsteller” waarvan zij in 1934 een prijs ontving die bestond uit een reis naar de Sovjet Unie. Die reis resulteerde in een permanent verblijf en zij kreeg in 1935 het Russische staatsburgerschap. In de Sovjet Unie publiceerde zij meerdere Duitstalige dichtbundels en ze kreeg er een verhouding met de chinese journalist en filmregisseur Zhu Xiangcheng die bepalend voor haar leven zou worden. Toen Zhu Xiangcheng na vier maanden verdween wilde Blum niets weten van een samenhang met de golf van stalinistische arrestaties, maar meende zij dat hij op een geheime missie was naar China. (In werkelijkheid stierf hij in 1943 in gevangenschap in Siberië. Tot 1945 mocht Blum de Sovjet Unie niet verlaten. Pas in 1947 lukte het haar via omwegen in China terecht te komen. Ze bleef geloven dat Zhu nog leefde. In 1952 werd zij professor voor Duitse Taal –en Literatuur aan de universiteit van Nanking. In 1954 verwierf Blum die tot aan haar dood overtuigd communiste bleef, het Chinese staatsburgerschap en heette voortaan Zhu Bailan. Er verschene nog enkele Duitstalige werken van haar in de DDR, waaronder de roman “Der Hirte und die Weberin”, waarin ze haar relatie met Zhu Xiangcheng beschreef.

 

Stummer Abschied

Sinnend im Abendschimmer
Leuchtet
dein Bernsteingesicht,
Überflutet von Licht
Lächelt dein ernstes Zimmer.

Leise steigt schon die Nacht
Aus der smaragdenen Tiefe,
Noch eine Hieroglyphe,
Dann ist die Arbeit vollbracht.

Winzige Bildzeichen weben
Aufruf und Kampf ins Papier.
Nun willst du endlich zu mir,
Ruhn und erzählen und leben.

Klopft es. Tjän-tschung steht vor dir,
Unerwartet und leise:
„Mach dich bereit für die Reise:
Komm, mein Bruder, mit mir.

Schweigend müssen wir fahren,
Heimlich ward ich gesandt.
Komm. Es ruft dich dein Land.
Hilf ihm die Freiheit bewahren.“

Wie vom betäubenden Mohn
Sind deine Sinne erschlagen,
Ohne ein Wort zu sagen,
Greifst du ans Telefon.

Dunkle klagende Flammen
Zucken dir schräge im Blick.
Sinkt deine Hand zurück,
Presst die Lippen zusammen.

Vor deinem Fenster versinkt
Farbig der Abend, der zarte,
Denkst, wie ich warte und warte –
Der Telefonhörer blinkt.

Reglos starr wie im Tode
Wird dein Bernsteingesicht,
Im verdämmernden Licht
Gleichst du einer Pagode.

Kommst durch die Nacht auf mich zu
Großes, mannhaftes Schweigen …
Fahr nur ! – So will ich dir zeigen,
Dass ich stark bin – wie du !

 

blum

Klara Blum (27 november 1904 – 4 mei 1971)

In memoriam Cri Stellweg (alias Saartje Burgerhart)

Schrijfster en voormalig columniste Cri Stellweg is op 84-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Den Bosch. Zij schreef 25 jaar lang een tweewekelijkse column in de Volkskrant onder het pseudoniem Saartje Burgerhart. Stellweg begon haar carrière bij de socialistische krant Het Vrije Volk. Toen zij in 1961 overstapte naar de Volkskrant verzon toenmalig hoofdredacteur Joop Lücker de naam Saartje Burgerhart. Hij wilde voorkomen dat zijn katholieke dagblad te veel werd geassocieerd met een socialistische schrijfster. Stellweg was destijds de enige vrouwelijke columniste. In haar columns schreef Stellweg voornamelijk over het dagelijkse leven. Haar kleinkinderen speelden bijvoorbeeld geregeld een hoofdrol. Maar zij behandelde soms ook onderwerpen als de politiek, het milieu en kernwapens. Later wist Stellweg de aangename en minder aangename kanten van het ouder worden te beschrijven zonder sentimenteel te worden. In ’87 verscheen, na meer dan 2500 stukjes, haar laatste Saartje. ‘Alles was gezegd, ik ging mezelf herhalen’. Eén uitstapje maakte ze in al die jaren: in 1975 publiceerde ze een boek over haar aan longkanker overleden broer (die ze in de laatste fase van zijn ziekte bij haar thuis verzorgde), Deze aarde verlaten.
In 1996 verscheen haar ‘weduwenboek’ Een graf van letters, over vijftig jaar huwelijk en de dood van haar man Fred Kersten(‘Hendrik’ in de columns), met wie ze voor Avenue de halve wereld heeft afgereisd.

 

Uit: Honderd jaar Koninklijk ‘s-Hertogenbosch Mannenkoor

“De ene buurman is de andere niet, de onze zingt.
Niet dat wij buren daar persoonlijk veel van merken, want zwijgend scheert hij de heg, zonder noemenswaardig geluid beklimt hij ‘s-morgens zijn fiets en keert even geruisloos na gedane arbeid daarvan huiswaarts.
Onze buurman zingt in een koor en uitsluitend daar.
In het ongeveer veertig man tellende koor is hij een van de baritons.

Een avond in de week wordt verzameld op de bovenverdieping van een gemeenschapsgebouw. Als alle leden present zijn en nog een dame zich bij hen heeft gevoegd om het gezang op de piano te ondersteunen, stelt de dirigent zich op recht tegenover de nu in dubbele rij op stoeltjes gezeten zangers.
Men begint met het inzingen, octaven worden beklommen van beneden naar boven en vice versa en heen-en-weer en op-en-neer en het gonst en het bromt en klinkt vredig en, welja……..mooi.
Er wordt gerepeteerd voor een uitwisselingsconcert met de zingende broeders uit Leuven, België, op een muziekstuk van Franz Schubert.
“Schlaf du nicht” zingt de dirigent en priemt een gebiedende vinger in de rij mannen en gehoorzaam nemen zij het over, veertig stemmig. Sommige mannen trekken een klein spaarpotmondje, de buurman heeft zijn handen vroom op de partituur op zijn knieën gelegd.
“Schleichen wir uns wieder fort” zingt de dirigent en jawel hoor, de stemmen sluipen weg……leise…..leise.
Kort daarna is het pauze met koffie.

Een zingende buurman is in verschijning een man als iedere andere, een man in een houthakkershemd, losse trui en jeans. Maar als de buurman aantreedt voor een uitvoering in de concertzaal dan is hij onherkenbaar in de gesloten formatie van zangers die het podium opmarcheren. Als uit het zwart-witte blok van stram staande heren het geluid crescendo aanzwelt al naar gelang Schubert het beliefde, dan bekijk je zo’n buurman toch even anders.
Want de heg scheren kunnen we allemaal, maar het “Ständchen” van Schubert zingen als lid van het honderdjarig Koninklijk ‘s-Hertogenbosch Mannenkoor, da’s toch even andere koek.”

Stellweg

Cri Stellweg (23 maart 1922 – 26 november 2006) 

Eugène Ionesco, William Cowper

Eugène Ionesco werd geboren op 26 november 1912 in Slatina, Roemenië. Hij wordt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het absurdistisch toneel gezien.Ionesco had een Franse moeder en het gezin verhuisde spoedig na zijn geboorte naar Parijs. Hij schreef zijn eerste toneelstuk op zijn 13e. Het gezin keerde in zijn tienerjaren terug naar Roemenië, alwaar Ionesco Frans ging studeren aan de Universiteit van Boekarest. Daar begon hij tevens poëzie en literaire kritiek te schrijven. Na zijn studie onderwees hij enige tijd Frans op een middelbare school in Boekarest.In 1936 trouwde hij met Rodica Burileano en in 1938 keerden zij terug naar Frankrijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hun dochter, Marie-France, geboren. Ionesco schreeft een aantal absurdistische toneelstukken, geïnspireerd door de (in zijn ogen) waarzin van het allerdaagse leven. Tot zijn vroege werken behoren La cantatrice chauve (1950) en La leçon (1951). Aanvankelijk was er nog weinig animo voor de qua stijl afwijkende toneelstukken, maar in de jaren zeventig werden de werken bij het grote publiek populairder. Tot zijn latere werken behoren Le rhinocéros (1959), Le soif et la faim (1965) en Le roi se meurt (1962). In zijn werk komen typisch absurdistische thema’s aan bod, zoals de dood en de onzin van het leven.In 1970 werd hij benoemd tot lid van de Académie française. Ionesco schreef op latere leeftijd één roman, Le Solitaire (1973).

 

Uit: La Leçon

« ……

LE PROFESSEUR
Il en est ainsi, Mademoiselle. Ça ne s’explique pas. Ça se comprend par un raisonnement mathématique intérieur. On l’a ou on ne l’a pas.

L’ÉLÈVE
Tant pis!

LE PROFESSEUR
Écoutez-moi, Mademoiselle, si vous n’arrivez pas à comprendre profondément ces principes, ces archétypes arithmétiques, vous n’arriverez jamais à faire correctement un travail de polytechnicien. Encore moins ne pourra-t-on vous charger d’un cours à l’École polytechnique… ni à la maternelle supérieure Je reconnais que ce n’est pas facile, c’est très, trèS abstrait… évidemment… mais comment pourriez vous arriver, avant d’avoir bien approfondi les éléments premiers, à calculer mentalement combien font, et ceci est la moindre des choses pour un ingénieur moyen — combien font, par exemple, trois milliards sept cent cinquante-cinq millions neuf cent quatre-vingt-dix-huit mille deux cent cinquante et un, multiplié par cinq milliards cent soixante-deux millions trois cent trois mille cinq cent huit?

L’ÉLÈVE, très vite.
Ça fait dix-neuf quintillions trois cent quatre-vingt dix quadrillions deux trillions huit cent quarante quatre milliards deux cent dix-neuf millions cent soixante-quatre mille cinq cent huit…

LE PROFESSEUR, étonné.
Non. Je ne pense pas. Ça doit faire dix-neuf quintillions trois cent quatre-vingt-dix quadrillions deux trillions huit cent quarante-quatre milliards deux cent dix-neuf millions cent soixante-quatre mille cinq cent neuf.,.

L’ÉLÈVE
… Non… cinq cent huit…

LE PROFESSEUR, de plus en plus étonné calcUle mentalement.
Oui… Vous avez raison… le produit est bien… (il bredouille inintelligiblement)….quintillions, quadrillions, trillions, milliards, millions… (distinctement.) …cent soixante-quatre mille cinq cent huit… (stupéfait.) Mais comment le savez-vous, si vous ne connaissez pas les principes du raisonnement arithmétique?

L’ÉLÈVE
C’est simple. Ne pouvant me fier à mon raisonne ment, j’ai appris par coeur tous les résultats possibles de toutes les multiplications possibles. »

Ionesco

Eugène Ionesco (26 november 1912 – 28 maart 1994)

 

De Engelse dichter William Cowper werd geboren op 26 november 1731 in Berkhamstead, Herford. Hij was de vierde zoon van John Cowper en zijn vrouw Ann Donne. Hij bezocht de Westminster School en studeerde daarna rechten. Sinds zijn kinderjaren leed de melancholieke Cowper aan zware depressies en hij probeerde ook diverse keren een einde aan zijn leven te maken. Om deze redenen nam een vriend van de familie, pastor Morley Unwin, hem op. Toen Unwin in 1767 dodelijk verongelukte tijdens het paardrijden trok Cowper met de weduwe Unwin in bij haar familie. Dit arrangement werkte blijkbaar niet en Cowper en Mary Unwin verhuisden naar Olney. Daar ontstonden in samenwerking met pastor John Newton, de schrijver van Amazing Grace, in 1779 de Olney-Hymns. Dit werk was nog religieus – romantisch van toon, de ballade John Gilpin was door en door humoristisch. William Cowper is ook door zijn veelzijdige briefwisseling bekend. Bovendien vertaalde hij de Ilias en de Odyssee van Homerus en publiceerde hij het werk van John Milton.

Peace After a Storm

When darkness long has veil’d my mind,
And smiling day once more appears;
Then, my Redeemer, then I find
The folly of my doubts and fears.

Straight I upbraid my wand’ring heart,
And blush that I should ever be
Thus prone to act so base a part,
Or harbour one hard thought of thee!

Oh ! let me then at length be taught
What I am still so slow to learn;
That God is love, and changes not,
Nor knows the shadow of a turn.

Sweet truth, and easy to repeat!
But when my faith is sharply try’d,
I find myself a learner yet,
Unskilful, weak, and apt to slide.

But, O my Lord, one look from thee
Subdues the disobedient will;
Drives doubt and discontent away,
And thy rebellious worm is still.

Thou art as ready to forgive,
As I am ready to repine;
Thou, therefore, all the praise receive;
Be shame and self-abhorrence mine

Cowper

William Cowper (26 november 1731 – 25 april 1800)

Connie Palmen, Maarten ’t Hart, Ba Jin, Isaac Rosenberg, Lope de Vega, Eça de Queiroz

Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg, een dorpje vlakbij Roermond in Nederland. Samen met haar drie broers kreeg zij een katholieke opvoeding. Ze was als kind onder de indruk van de kerk en het geloof en wilde graag priester worden. Toen haar duidelijk werd dat dit voor een meisje onmogelijk is, stelde ze haar ambitie bij tot non. Na de lagere school bezocht Connie Palmen de plaatselijke MAVO, waar haar schoolprestaties aanvankelijk tegenvallen. Zij trok zich echter op aan haar leraar Nederlands, die zich voor haar interesseerde en ontdekte dat ze slecht presteerde uit verveling: haar IQ bleek duizelingwekkend hoog. Na de MAVO ging ze naar de Pedagogische Academie in Roermond, waar ze tegelijkertijd haar HAVO diploma kon halen. In 1978 verliet ze Limburg om in Amsterdam Nederlands te gaan studeren. Ze nam filosofie als bijvak, maar werd daar zo door gegrepen dat ze besloot in beide studierichtingen af te studeren. In 1986 rondde zij haar studie Nederlands cum laude af met een scriptie over het boek In Nederland van Cees Nooteboom, getiteld Het ritueel van de tekst. Twee jaar later, in 1988, studeerde ze af in de filosofie met een scriptie getiteld Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates over de relatie tussen de taal en de werkelijkheid. Deze scriptie werd in 1992, nadat zij al als romanschrijver was gedebuteerd, in aangepaste vorm gepubliceerd. In 1991 verscheen haar eerste roman De Wetten. Twee weken voor de publicatie van haar tweede roman De Vriendschap in februari 1995 overleed haar partner Ischa Meijer plotseling op tweeënvijftigjarige leeftijd. Vanwege zijn dood werd de promotiecampagne voor het boek afgeblazen, maar de verkoopcijfers waren er niet minder om. Ook deze roman werd een bestseller en ontving in het najaar van 1995 zelfs de prestigieuze AKO Literatuurprijs. De daaropvolgende twee romans, I.M. (1998) en Geheel de uwe (2002), gaan beide over het leven en de dood van haar grote liefde. I.M. gaat op sterk autobiografische wijze in op de gebeurtenissen en Geheel de uwe op een meer abstracte, geobjectiveerde manier.

Uit: De Wetten

“Het is een zondagmiddag in maart 1983 wanneer ik aanbel bij Clemens Brandt. De map met papieren druk ik hard tegen mijn flanken. Het is te laat om nog een variant te bedenken op de afgezaagde begroetingszin die ik voor mijzelf blijf repeteren. Ik kan moeilijk tegen hem zeggen dat de wereld op een elegante manier voor mij klopt, omdat het vandaag een zondag is en hij een priester en zij bij elkaar horen, dat ik, nu ik hier eenmaal beland ben, geen andere dag had kunnen bedenken om hem te ontmoeten.

Nadat ik de belknop ingedrukt heb, veeg ik mijn rechterhand af aan mijn rok en probeer haar zo lang mogelijk droog te houden.

Brandt is beroemd. Dat hij ook nog ooit tot priester gewijd is, ontdekte ik pas toen ik eenmaal een afspraak met hem gemaakt had en het enige boek dat ik nog niet van hem gelezen had, haastig bij de bibliotheek leende. Het was zijn eerste boek, de publikatie van zijn proefschrift. In zijn latere boeken werd in de biografie nooit gewag gemaakt van een priesterschap.

Schrijver en priester kon ik niet combineren. Een priester was ik in geen jaren tegengekomen, het beeld wat ik ervan had was eenzaam ingekleurd door de pastoor uit mijn geboortedorp”.

 

CONNIE_PALMEN

Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

 

Maarten ’t Hart werd geboren op 25 november 1944 als oudste zoon van een gereformeerde tuinder. Hij bezocht het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen, en studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij in 1978 promoveerde op het proefschrift A study of a short term behaviour cycle. Hij werkte daarna als etholoog. Overige wetenschappelijke publicaties: Ratten (1973), De stekelbaars (studie, 1978).

Als schrijver debuteert hij in 1971 onder het doorzichtige pseudoniem Martin Hart met Stenen voor een ransuil. Zijn doorbraak komt in 1978 met de roman Een vlucht regenwulpen. Veel werken verhalen over zijn jeugd in christelijk Maassluis – in het bijzonder de gereformeerde zuil -, zijn ervaringen als bioloog en zijn voorliefde voor klassieke muziek, literatuur en zijn onafhankelijke geest. ’t Hart bedient zich vaker van polemiek, onder meer tegen de feministische beweging (bijvoorbeeld in De vrouw bestaat niet) en literatuurrecensenten (zoals in De som van misverstanden). Hij kan hierin buitengewoon fel betogen.In 1991 baarde ’t Hart veel opzien door op het Boekenbal uit de kast te komen als travestiet.

 

 Uit: S. Vestdijk 1898-1971

 

“Naast het identificatie-motief speelt bij Vestdijk ook altijd de, zoals hij het noemt ‘liefdeshouding’ een grote rol. Die liefdeshouding omschreef hij in een essay over Rilke als ‘het op oneindige afstand plaatsen van het geliefde object en een daarmee gepaard gaande objectivatie van de liefde zelf tot een gericht verlangen, dat in beginsel niet meer te bevredigen, zelfs niet te beantwoorden is.’

Als belangrijk neven-motief laat zich nog noemen dat van het verraad en de daarmee gepaard gaande wraak. Als Vestdijk ten aanzien van Wuthering Heights (1847) van Emily Brontë erover spreekt dat het boek laat zien ‘hoe de wraak zichzelf opheft en de wreker verteert, – maar daarnaast laat het ook de onmogeli
jkheid van de liefde zien, de zelfopheffing daarvan’ dan typeert hij daarmee vooral zijn eigen werk, waarin vaak Op afbetaling (1952) wraak wordt genomen.

Dit alles geldt voor alle typen romans die Vestdijk geschreven heeft. Of het nu gaat om zijn historische romans, zijn autobiografische romans of zijn contemporaine romans, deze aspecten zal men er steeds in terugvinden. Daarnaast vindt men in de historische romans steevast een evocatie van een bepaald tijdperk in het verleden, bijvoorbeeld het oude Griekenland in de Griekse romans, de sfeer tijdens het Twaalfjarig Bestand in Nederland tijdens de Tachtigjarige Oorlog (De vuuraanbidders, 1947), de magische sfeer in Ierland in de Ierse romans (Iersche nachten, 1946 en De vijf roeiers, 1951). Wellicht heeft Vestdijk in elk tijdvak van de geschiedenis na ± 500 v. Chr. een roman willen situeren. Zover is het niet gekomen, maar opvallend is wel dat elke historische roman een ander stukje geschiedenis behandelt.”

hart2

Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

 

De Chinese schrijver Ba Jin werd op 25 november 1904 geboren in Chengdu in een rijke familie als Li Fugan. Hij studeerde in de jaren twintig van de vorige eeuw in Frankrijk. Na de communistische revolutie van 1949 werd hij populair bij de machthebbers omdat hij het oude China zo fel bekritiseerde. Tijdens de Culturele Revolutie viel hij in ongenade omdat hij contrarevolutionair zou zijn. In 1977 werd hij in ere hersteld. In 1981 werd hij voorzitter van de Chinese schrijversvereniging. In 2003 kreeg hij de titel ‘Volksschrijver’ In zijn boeken en verhalen bekritiseerde Ba Jin de traditionele Chinese maatschappij, waar ouders voor kinderen beslisten en waar geen plaats was voor individualisme of vrije keuze.Tot zijn belangrijkste werken worden ‘Familie’, ‘Lente’ en ‘Herfst’ gerekend, semi-autobiografische romans die in de jaren dertig van de vorige eeuw verschenen. De romans waren niet alleen toen erg populair in China. Zij worden beschouwd als klassiekers en zij worden nog steeds gelezen, niet alleen in China, maar ook door in het buitenland levende Chinezen. Andere belangrijke werken van Ba zijn ‘De trilogie van de liefde’, ‘Een droom van de zee’ en ‘Herfst in de lente’.

 

Uit: When the Snow Melted (vertaling: Tang Sheng)

 

“A spring breeze ruffled my hair; at the foot of the hills a thaw had set in.

It is usually cold when the snow melts, but today the long-hidden sun finally made an appearance. I put on a coat and started down the hill, bathed in sunlight. Few people used that quiet path, though we were not far from the city and the hill was not high. People here kept to themselves; aside from a trip down for their shopping in the mornings, they had little contact with the outside world. I found life up there pleasantly quiet.

Because of my weak nerves, I could not stand the noise and the bustle of city life and had moved up to the hills two months beforehand. Life was regular: I ate and slept at scheduled times and did nothing all day long. I took solitary walks along mountain paths; I also went down sometimes to visit friends. The utterly tranquil and undisturbed life in the hills gradually restored me to health.

My spirits rose too. I felt a joy in my heart, which seemed filled with love, love for the sun, the snow, the wind and the hills, love for everything around me. It was in this mood that I walked down the snow-covered path dotted with black footprints. Further down the footprints mingled and made dirty little puddles. I picked my way over the thickest snow because I loved the crunching of snow underfoot. With the sunlight pouring down and a breeze in my face I felt that balmy spring was coming to meet me.”

 

BaJin2

Ba Jin (25 november 1904 – 17 oktober 2005)

 

De Engelse dichter Isaac Rosenberg werd geboren in Bristol op 25 november 1890 uit Russisch-joodse ouders en hij bracht zijn jeugd door in een arme wijk van Londen, Whitechapel. Zijn belezen vader, een aanhanger van Tolstoys pacifistische ideeën, was marskramer en marktkoopman. Toen Rosenberg 14 was, werd hij in de leer gedaan als graveur. Hij experimenteerde met schilder- en dichtkunst. In 1911 kon hij met steun van andere joodse families naar de beroemde Slade School of Art gaan. In 1914, als de oorlog uitbreekt, is Rosenberg in Zuid-Afrika, waar zijn ouders eerst naar toe emigreerden en waar zijn zuster nog woont, vanwege de invloed van het milde klimaat op zijn zwakke gezondheid. Tegen de zin van zijn ouders, neemt hij dienst in 1915 in het Engelse leger. Als een van de redenen van deze voor hem ongewone stap, want hij verafschuwt oorlog, maar hij heeft toch ook het idee dat deze ervaring belangrijk is, geeft hij dat zijn moeder het geld dat hij krijgt (‘separation allowance’) goed kan gebruiken. Omdat hij te klein is voor het gewone leger, wordt hij ingedeeld bij de ‘Bantams’. Op 1 april 1918 sneuvelt hij. 

 

 

On Receiving News of the War

Snow is a strange white word.
No ice or frost
Has asked of bud or bird
For Winter’s cost.

Yet ice and frost and snow
From earth to sky
This Summer land doth know.
No man knows why.

In all men’s hearts it is.
Some spirit old
Hath turned with malign kiss
Our lives to mould.

Red fangs have torn His face.
God’s blood is shed.
He mourns from His lone place
His children dead.

O! ancient crimson curse!
Corrode, consume.
Give back this universe
Its pristine bloom.

 

ROSENBERG

Isaac Rosenberg (25 november 1890 – 1 april 1918)
Zelfportret

 

De Spaanse schrijver Lope de Vega werd geboren op 25 november 1562 in Madrid. In 1588 moest hij vluchten wegens een tweegevecht, nam dienst, was aan boord van het schip De Onoverwinnelijke Vloot, werd rijk door zijn toneelwerken, doch ging 1619 uit verdriet over de dood van zijn zoon in een klooster. Hij schreef over de 1800 toneelspelen, waarvan 25 delen bewaard zijn. Hij oefende door zijn stukken een zeer grote invloed in geheel West-Europa. In Nederland het eerst op Rodenburg, die 4 stukken bewerkte en die in zijn eigen werk de Spaanse meester navolgde. Lope de Vega wisselde in zijn stukken het tragische met het komische af; hij is de man van de komische intermezzo’s. Verdere navolging bij Isaac Vos, Asselijn e.a. Hij schreef een werk over de nieuwe toneelkunst, waaruit Rodenburg putte bij het opmaken van zijn Borstweringh.

Waar al wat ik gedacht heb in mijn leven

Waar al wat ik gedacht heb in mijn leven,

Al wat ik heb gewild en nagestreefd,

Slechts luchtkastelen opgeleverd heeft,

Door ijdele verwachting ingegeven,

 

En waar van alles wat ik heb beleefd

Alleen de tijd die weg is is gebleven,

Blijkt iedere gedachte om het even,

En waan wat mij voor ogen heeft gezweefd.

 

De dwaze ziel die zich door aardse pracht

En sterfelijke schoonheid liet verblinden

En daar voldoening in te vinden dacht,

 

Versmacht naar God, en wat zij verder in de

Ontreddering ook naar een rustpunt tracht,

Zij zal haar rust tot zij Hem heeft niet vinden.

 

Vertaling.: J.P.Rawie

 

lope-de-vega

Lope de Vega (25 november 1562 – 27 augustus 1635)

 

De Portugese schrijver José Maria Eça de Queiroz werd geboren op 25 november 1845 in Póvoa de Varzim. Hij is in eigen land nog steeds zeer geliefd en wordt veel gelezen. In tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten wordt Queiroz nog altijd bewonderd. Sommige lezers lezen en herlezen zijn werk voor het mooie taalgebruik, terwijl anderen hem bewonderen als uitstekend verhalenverteller, essayist of brievenschrijver. Eça de Queiroz schreef duidelijk gestructureerde verhalen met een begin en een eind. In zijn studententijd viel hij voor de revolutionaire ideeën, die in zijn tijd opgeld deden. Hij bekritiseerde met anderen de maatschappij en de literatuur van zijn tijd. Omstreeks 1872 trad hij toe tot de consulaire dienst van zijn land, waardoor hij Portugal niet vaak terug zag. Toch wist hij in zijn realistische werk het leven in zijn land uitstekend weer te geven.

De belangrijkste boeken van Eça de Queiroz zijn: “Os Maias“, “A Ilustre Casa de Ramires”, “Contos”, “Notas Contemporáneas” en “Correspondéncia de Fradique Mendes”.

 

Uit: Die Rose (vertaling: Ulrich Kunzmann)

 

 

„Wir sind im Monat Mai – und deshalb sollte man über Rosen reden. Als es in der Dichtkunst wie in einem wohlgeordneten Reich noch Klassen und Regeln gab, war es die ehrwürdige und leichtblütige Zunft der Frühlingspoeten, die in diesen frischen Jugendtagen des Jahres mit freudigem Herzen und beschwingten Versen pünktlich die Ankunft der Rosen feierte.“

 

Uit : Cartas de Inglaterra

 

“What a strange people! For them it is a matter of certainty that no one can be moral without reading the Bible; no one can be strong without playing cricket; no one can be a gentleman without being English. And this is what makes them hated. They never blend; they never become un-English … The Englishman falls on foreign ideas and customs as a block of granite falls on water. There he stays, with his Bible, his clubs, his sports, his prejudices, his etiquette, his self-centredness … Even in countries where he has lived for hundreds of years, he is still the foreigner.”

 

 

Queiroz

José Maria Eça de Queiroz (25 november 1845 – 16 augustus 1900