Ivo Andrić, Mário de Andrade, Marína Tsvetájeva, Christian Reuter

Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië, dat toen deel uitmaakte van Oostenrijk-Hongarije en tegenwoordig van Bosnië-Herzegovina. Zijn ouders, Antun Andrić en Katarina Pejić, waren Kroatische rooms-katholieken. Andrić studeerde aan het gymnasium van Sarajevo en later aan de universiteiten van Zagreb, Wenen, Kraków en Graz. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leefde Andrić in stilte in Belgrado, terwijl hij zijn drie bekendste romans voltooide, die in 1945 zouden verschijnen. Hiertoe behoort ook De brug over de Drina. Na WO II bezette Andrić een aantal ceremoniële posities in de nieuwe communistische regering van Joegoslavië. In 1961 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend.

Uit: The Bridge on the Drina ( vertaald door Lovett F. Edwards)

 

“Here, where the Drina flows with the whole force of its green and foaming waters from the apparently closed mass of the dark steep mountains, stands a great clean-cut stone bridge with eleven wide sweeping arches. From this bridge spreads fanlike the whole rolling valley with the little oriental towns of Višegrad and all its surroundings, with hamlets nestling in the folds of the hills, covered with meadows, pastures and plum-orchards, and criss-crossed with walls and fences and dotted with shaws and occasional clumps of evergreens. Looked at from a distance through the broad arches of the white bridge it seems as if one can see not only the green Drina, but all that fertile and cultivated countryside and the southern sky above.”

 

 

Andric

Ivo Andrić (9 oktober 1892 – 13 maart 1975)

 

Mário de Andrade werd op 9 oktober 1931 in São Paulo in Brazilië geboren. Na het gymnasium bezocht hij daar het conservatorium waar hij in 1917 afstudeerde als pianoleraar. Vanaf 1935 hield hij zich als politicus in São Paulo met cultuur bezig. Hij richtte een aantal instituten op waaronder de stadsbibliotheek en de dienst voor cultuur. In 1938 werd hij directeur van het Instituut voor Beeldende Kunst in Rio de Janeiro. In 1939 kreeg hij de leiding over het Instituto Nacional do Livro. Vanaf 1942 leefde hij weer in zijn geboortestad waar hij de leiding had over de Serviço do Patrimônio Histórico, het beheer van het nationale cultuurgoed. Tot zijn bekendste werken behoren de gedichtenbundels Paulicéia Devairada (1922) en Losango Cáqui (1926) en de roman Macunaíma, O Herói Sem Nemhum Caráter (1928), waarmee hij een plaats veroverde in het Braziliaanse modernisme.

 

 

I am ten thousand million guys

I have ten thousand, I have ten thousand million personalities,
My feelings give re-birth to themselves incessantly;
O mirrors, O Pyrenees, O rednecks,
Should a god die, I shall buy another in a convenience store.

The best words I hug in my bed,
And my sighs are other guys’ violins;
And I walk on the land just like the man who secretly finds

his own kisses in the corners, taxis and hotel rooms;

O yeah, I am so many, I am so many guys,
But one day I shall happen onto myself,
Be patient, short minded swallows,
For only the oblivion will provide an explanation,
And only then my soul will work as an abode.

 

Vertaling: Tony Marmo

 

andrade

Mário de Andrade (9 oktober 1893 – 25 februari 1945)

 

Marína Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou. Haar vader, die stamde uit het gezin van een dorpspriester, was hoogleraar aan de universiteit van Moskou. Haar moeder was een pianiste van Duits-Poolse afkomst.Tijdens haar middelbare schooltijd verbleef Marina verscheidene malen in Italië, Zwitserland, Duitsland en Frankrijk. In die tijd (1910) verscheen reeds haar eerste dichtbundel Avondalbum. In 1915 maakte ze kennis met de grote dichter Osip Mandelstam en ze bleef enige jaren met hem bevriend. Na drie jaar in Praag te hebben gewoond, vestigde zij zich in 1925 in Parijs. Aanvankelijk werd ze er in de kringen van de Russische emigranten gewaardeerd, maar allengs traden er meer spanningen op. Eenzaamheid, armoede, heimwee en zorgen over de toekomst van haar zoon noodzaakten haar om in 1939 terug te keren naar de Sovjet-Unie. Haar man werd gearresteerd en doodgeschoten. Marina kon zichzelf niet handhaven in Moskou. Zonder vaste verblijfplaats, probeerde ze zich met het maken van vertalingen in leven te houden. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd ze geëvacueerd naar het verre Jelaboega. Na vergeefse pogingen om wat hulp te krijgen van collega-schrijvers (ook Pasternak liet haar in de steek), maakte ze daar door ophanging een einde aan haar leven.

Mijn verzen…

Mijn verzen, die ik jong al heb geschreven,

Voordat ik wist een dichteres te zijn,

Als vuurwerk spattend, vonkend en vol leven,

Bruisend als een fontein,

 

En die als kleine duivels binnendrongen

In ’t rijk dat vol van droom en wierook was,

Mijn verzen, die de dood, de jeugd bezongen,

 – En niemand die ze las! –

 

Die op bestofte winkelplanken kwijnen

(Waar niemand ze een blik ooit waardig keurt!),

Mijn verzen komen, zoals goede wijnen,

Nog wel eens aan de beurt.

(Vert. Marja Wiebes en Margriet Berg)

 

 

Tsevetajeva

Marína Tsvetájeva (9 oktober 1892 – 31 augustus 1941)

 

Christian Reuter was een Duitse schrijver van satirische romans en toneelstukken. Zijn Schelmuffsky is de eerste Duitse schelmenroman. Hij werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle en stamde uit een boerenfamilie. Toen hij 23 jaar was ging hij naar Leipzig om rechten te studeren, maar hij kwam er door zijn literaire werk in moeilijkheden en werd uiteindelijk van de universiteit verbannen. Vanaf 1703 werkte hij in Berlijn als gelegenheidsdichter aan het hof van koning Frederik I van Pruisen. Vanaf 1711 zijn er geen feiten uit zijn leven meer te traceren. Vermoedelijk stierf hij in 1712.

Uit: Schelmuffskys Warhafftige Curiöse und sehr gefährliche Reisebeschreibung zu Wasser und zu Lande

An den Curiösen Leser:

Ich bin der Tebel hohlmer ein rechter Bärenhäuter, daß ich meine warhafftige, curiöse und sehr gefährliche Reise-Beschreibung zu Wasser und Lande, welche ich
schon eine geraume Zeit verfertiget gehabt, so lange unter der Banck stecken lassen und nicht längstens mit hervor gewischt bin. Warum? Es hat der Tebel hohlmer mancher kaum eine Stadt oder Land nennen hören, so setzt er sich stracks hin und macht eine Reise-Beschreibung zehen Ellen lang davon her! Wenn man denn nun solch Zeug lieset (zumahl wer nun brav gereiset ist als wie ich), so kan einer denn gleich sehen, daß er niemahls vor die Stuben-Thüre gekommen ist, geschweige, daß er fremden und garstigen Wind sich solte haben lassen unter die Nase gehen, als wie ich gethan habe. Ich kan es wohl gestehen, ob ich gleich so viel Jahr in Schweden, so viel Jahr in Holland, so viel Jahr in Engelland, auch 14 gantzer Tage in Indien bey den grossen Mogol und sonst fast in der gantzen Welt weit und breit herum gewesen und so viel gesehen, erfahren und ausgestanden, daß wenn ich solches alles erzehlen solte, einen die Ohren davon weh thun solten.

 

IllustratieReuter

Christian Reuter (9 oktober 1665 – ? 1712)
Illustratie uit Schelmuffskys (1696)