Jan Campert en Daan Zonderland


We hebben zowaar onze eigen Günter Grass gehad. De schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902. Hij is vooral bekend van het gedicht De achttien dooden, dat hij schreef naar aanleiding van de executie van 15 verzetsleden en drie communistische Februaristakers in maart 1941. Op 19 februari 2005 verscheen echter een artikel in NRC Handelsblad van de hand van Godert van Colmjon, waarin voormalig verzetsman Gerrit Kleinveld verklaarde in 1970 van Jan van Bork (1909-1987), te hebben vernomen dat Campert was omgebracht door medegevangenen omdat hij de namen van de geheime kampraad aan de Duitsers had verraden – naar wordt beweerd om een betere behandeling te verkrijgen. Naar aanleiding van deze beschuldigingen liet de gemeente Den Haag, die destijds de Jan Campert-stichting had opgericht, nader onderzoek doen door de gemeentearchivaris. In diens rapport werden de meeste van de beschuldigingen door hem als “onwaarschijnlijk” omschreven. Zo wordt het verhaal over zijn dood naar het rijk der fabelen verwezen: Campert overleed aan tuberculose, opgelopen in de strenge winter van 1943.

 

HET LIED DER ACHTTIEN DOODEN

Een cel is maar twee meter lang
en nauw twee meter breed,
wel kleiner nog is het stuk grond,
dat ik nu nog niet weet,
maar waar ik naamloos rusten zal,
mijn makkers bovendien,
wij waren achttien in getal,
geen zal den avond zien.

O lieflijkheid van licht en land,
van Holland’s vrije kust,
eens door den vijand overmand
had ik geen uur meer rust.
Wat kan een man oprecht en trouw,
nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn kind, hij kust zijn vrouw
en strijdt den ijdlen strijd.

Ik wist de taak die ik begon,
een taak van moeiten zwaar,
maar’t hart dat het niet laten kon
schuwt nimmer het gevaar;
het weet hoe eenmaal in dit land
de vrijheid werd geeerd,
voordat een vloekbre schennershand
het anders heeft begeerd.

Voordat die eeden breekt en bralt
het miss’lijk stuk bestond
en Holland’s landen binnenvalt
en brandschat zijnen grond;
voordat die aanspraak maakt op eer
en zulk Germaansch gerief
ons volk dwong onder zijn beheer
en plunderde als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
pijpt nu zijn melodie, –
zoo waar als ik straks dood zal zijn
de liefste niet meer zie
en niet meer breken zal het brood
en slapen mag met haar-
verwerp al wat hij biedt of bood
die sluwe vogelaar.

Gedenkt die deze woorden leest
mijn makkers in den nood
en die hen nastaan ’t allermeest
in hunnen rampspoed groot,
gelijk ook wij hebben gedacht
aan eigen land en volk –
er daagt een dag na elken nacht,
voorbij trekt iedre wolk.

Ik zie hoe’t eerste morgenlicht
door ’t hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht-
en zoo ik heb gefaald
gelijk een elk wel falen kan,
schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man
als ‘k voor de loopen sta.

 

 

 

 

Jan Campert (15 augustus 1902 – 12 januari 1943)

 

Daan Zonderland is het pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat, Hij was een Nederlands dichter, schrijver en journalist, geboren in Groningen op 15 augustus 1909, overleden te Den Haag op 5 augustus 1977.

Daan Zonderland studeerde Engelse taal en letterkunde in Groningen, Kopenhagen en Londen. Daarna werkte hij enkele jaren als leraar Engels, later als privaatdocent in de Engelse letterkunde aan de Universiteit van Leiden. Van 1945 tot 1967 werkte hij als correspondent voor De Tijd in Londen.

 

 

De rouwmoedige geit

 

Een koe stal op een goede morgen

Een groot vat bier uit een café.

Daarop schreef zij met grote letters:

‘Le jour de gloire est arrive?

Tezamen met twee oude vrienden,

Een kikker en een witte geit,

Ging zich de koe aan bier te buiten

Een toonbeeld van onmatigheid.

Daar dronken koe en geit en kikker,

Daar dronken zij den ganse dag,

Eerst toen het grote biervat leeg was,

Kwam er een eind aan het drinkgelag.

De koe kon geen boe noch ba meer zeggen.

De dronken kikker gaf geen kik.

Alleen de geit zei tussenbeide

Verdrietig en berouwvol: ‘Hik’!

 

                    *

 

Een oude man in Gaasterland

Die nam een bronzen vaas ter hand

En sloeg – niet zonder tegenzin –

Zijn goede vrouw de schedel in

Toen men hem daarop arresteerde

En naar de rede informeerde,

Zei hij – zonder plichtplegingen –

‘Uit schoonheidsoverwegingen.’

 

 

 

 

Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)