Verlaine 3 en Natalia Ginzburg

Op veler verzoek, om het zo te zeggen, en omdat het de Franse nationale feestdag is nog een keer Paul Verlaine. Het Engelse woord ‘spleen’ is een begrip in de Franse Romantiek en duidt een vorm van levensmoeheid aan.

 

Spleen

Les roses étaient toutes rouges
Et les lierres étaient tout noirs.

Chère, pour peu que tu ne bouges,
Renaissent tous mes désespoirs.

Le ciel était trop bleu, trop tendre,
La mer trop verte et l’air trop doux.

Je crains toujours, – ce qu’est d’attendre !
Quelque fuite atroce de vous.

Du houx à la feuille vernie
Et du luisant buis je suis las,

Et de la campagne infinie
Et de tout, fors de vous, hélas !

 

Paul Verlaine

 

Spleen

Zo bloedrood als de rozen waren,
Zo nachtzwart was mij de klimop.

Ach liefste, je verroert je maar en
Mijn wanhoop steekt de kop weer op.

De hemel was te blauw, te teer,
Te groen de zee, te zacht de lucht.

Ik vrees – en ik verwacht! – steeds weer
Dat jij me jammerlijk ontvlucht.

De hulst met zijn gelakte blad
En ’t glanzend palmhout ben ik zat.

Ook ’t weidse land: alles is mij
Teveel, helaas, behalve jij?

 

Vertaling: Peter Verstegen
Uit: Paul Verlaine: Een droom vreemd en indringend,
Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam 2002

 

Paul Verlaine

 

 

De Italiaanse schrijfster Natalia Ginzburg (eigenlijk Natalia Levi) werd geboren op 14 juli 1916. Natalia Levi trouwde in 1938 met Leone Ginzburg, die samen met Giulio Einaudi en Cesare Pavese een uitgeverij oprichtte. Opgepakt als ver
zetsstrijder, werd haar man in 1944 doodgemarteld. Haar werk heeft een sterk autobiografische inslag en is geschreven in een geserreerde stijl. Daartoe behoren o.a. de romans ‘E stato cosi’ (1947), ‘Valentino’ (1957), ‘Le voci della sera’ (1964) en ‘Caro Michele’ (1973), de verhalenbundels ‘La stada che va in città’ (1942) en ‘Tutti i nostri ieri’ (1962) en de herinneringen ‘Lessico famigliare’ (1963). Na de oorlog werd zij lid van de communistische partij en zat zij vele jaren in het Italiaanse parlement.

 

Citaten:

 

“Er is een bepaalde eentonige eenvormigheid in het lot van de mensen. Onze levens verlopen volgens oude, onveranderlijke wetten, volgens een eenvormig en oeroude ritme. Dromen komen nooit uit, en zodra we zien dat ze verbrijzeld zijn, begrijpen we opeens dat de grootste vreugden van ons leven buiten de werkelijkheid liggen. Zodra we zien dat onze dromen verbrijzeld zijn, worden we verscheurd door heimwee naar de tijd dat ze nog in ons gloeiden. Ons levenslot bestaat uit deze wisselwerking tussen hoop en heimwee.”

 

Winter in Abruzzo, Natalia Ginzburg 

“Eigenlijk zou voor het kind de school van het begin af het eerste gevecht moeten zijn die het zonder ons, alleen, moet leveren; van het begin af zou duidelijk moeten zijn dat dit zijn eigen strijd is, waarin wij niet meer dan incidentele en minimale hulp kunnen bieden. En als het kind aldus onrechtvaardigheden ondergaat of niet begrepen wordt, is het nodig, hem te doen begrijpen dat daar niets vreemds aan is, want in het leven moeten wij verwachten dat wij voortdurend niet begrepen worden, misverstaan worden, en slachtoffers van onrechtvaardigheid zullen zijn; het enige wat er toe doet, is geen onrechtvaardigheden begaan. Met onze kinderen delen wij hun successen en mislukkingen omdat wij erg veel van ze houden, maar net zo en in gelijke mate zullen zij, naarmate zij eenmaal wat ouder worden, onze successen en mislukkingen delen, onze vreugden en zorgen delen. Het is niet waar dat zij jegens ons de plicht hebben, hun best te doen op school en er het beste van hun talent voor aan te wenden. Aangezien wij hun in staat hebben gesteld naar school te gaan, is hun plicht jegens ons niet meer dan hun vorming te voltooien. Als zij het beste van hun talent niet aan school willen wijden, maar aan iets anders van hun belangstelling, zij het hun insectenverzameling of het bestuderen van de Turkse taal, is dat hun zaak en hebben wij niet het recht om het hun aan te rekenen, noch om ons in onze trots gekrenkt of gefrustreerd in onze verwachtingen te voelen.”

 

 

Natalia Ginzburg (14 juli 1916 – 7 oktober 1991)