Emile Verhaeren en P.C. Hooft


Emile Adolphus Gustavus Verhaeren werd geboren te Sint-Amands a.d. Schelde op 21 mei 1855. Zijn familie behoorde tot de gegoede burgerij van het scheldedorp. De jonge Verhaeren sprak het plaatselijk dialect, maar bij hem thuis was de voertaal Frans.Na de middelbare school studeerde Verhaeren rechten aan de universiteit van Leuven. Daarna deed hij stage bij de Brusselse balie. In de hoofdstad kwam Verhaeren in contact met schrijvers en kunstenaars van de avant-garde, waarvan sommigen meewerkten aan het tijdschrift” Moderne?.
Verhaeren werkte als dichter en kunstcriticus mee aan verschillende Belgische en buitenlandse tijdschriften. Hij schreef ondermeer voor “L’Art Moderne” en werd redacteur van het progressieve “La Jeune Belgique”. In 1883 verscheen dan Verhaerens eerste dichtbundel ‘Les Flamandes’.  De eerste bundels veroorzaakten nogal wat rumoer. Een bijkomende geloofscrisis en de dood van zijn ouders in 1888 resulteerden in een zware psychische depressie. In deze periode verscheen de “Trilogie Noire”, waarin Verhaerens getormenteerde gedachten gepaard gaan met het fin de siècle-gevoel.
In oktober 1889 ontmoette de 34-jarige Emile Verhaeren de vijf jaar jongere Marthe Massin, op wie hij smoorverliefd werd. Op 24 augustus 1891 trouwden zij en vestigden zich in Brussel. Verhaeren uitte zijn huwelijksgeluk in drie bundels liefdespoëzie: ‘Les Heures Claires’ (1896), ‘Les Heures d’après-midi’ (1905) en ‘Les Heures du Soir’ (1911).
Verdere dichtbundels : ‘Les Campagnes Hallucinées’ (1893), ‘Les Villes Tentaculaires’ (1895) en ‘Les Villages Illusoires’ (1895).
In zijn dichtbundels ‘La Belgique sanglante’, ‘Parmi les Cendres’ en ‘Les Ailes rouges de la Guerre’, de waanzin van de oorlog aan.
Op 25 november 1916 gaf Verhaeren een voordracht te Rouen. De volgende ochtend probeerde hij op de nog rijdende trein naar Parijs te springen. Dit werd hem fataal want hij kwam onder de wielen terecht. Uiteindelijk vond de dichter op 9 oktober 1927 de laatste rust in zijn praalgraf te Sint Amands aan de Schelde… 

 

 

Pour que rien de nous deux n’échappe à notre étreinte

 

Pour que rien de nous deux n’échappe à notre étreinte,

Si profonde qu’elle en est sainte

Et qu’à travers le corps même, l’amour soit clair ;

Nous descendons ensemble au jardin de la chair.

 

Tes seins sont là ainsi que des offrandes,

Et tes deux mains me sont tendues ;

Et rien ne vaut la naïve provende

Des paroles dites et entendues.

 

L’ombre des rameaux blancs voyage

Parmi ta gorge et ton visage

Et tes cheveux dénouent leur floraison,

En guirlandes, sur les gazons.

 

La nuit est toute d’argent bleu,

La nuit est un beau lit silencieux,

La nuit douce, dont les brises vont, une à une,

Effeuiller les grands lys dardés au clair de lune. 

                  

 

Pour que rien de nous deux n’échappe à notre étreinte

 

Wij kunnen niet aan onze omhelzing ontkomen,

Omdat ze intens is en volkomen

Opdat in het lichaam heldere liefde ruste,

Dalen wij samen af in jouw tuin van lusten.

 

Jouw borsten zijn daar als offergaven

En je handen, alles wat me bekoort;

Niets gaat boven dit naïeve laven

Van teder woord aan wederwoord.

 

De schaduw van de bloesemtwijgen gaat

Tussen je boezem en je gelaat

En je losgemaakte haren spreiden

Als bloemenslingers op de weiden.

 

De nacht is een blauw-zilver land,

De nacht is een stil ledikant,

De zoete nacht, wiens briesjes langzaamaan

Lelies plukken in het licht van de maan.

 

 

Uit: Les heures claires (1896)  

 

 

 

 

Emile Verhaeren (21 mei 1855 – 27 november 1916)

 

P.C. Hooft (15/16 maart 1581, Amsterdam) was een veelzijdig schrijver: hij heeft onder andere een grote beschrijving van de Nederlandse geschiedenis geschreven geïnspireerd door de Romeinse historieschrijver Tacitus (de Nederlandse Historiën), maar ook enkele toneelstukken, een groot aantal gedichten en een overweldigende hoeveelheid brieven.

Daarnaast was hij politicus en ook een belangrijk organisator in het literaire leven. Hooft was het middelpunt van de onderlinge correspondenties en spelletjes rond de Muiderkring. Hij stierf op 21 mei 1647 in Den Haag.


Al troont geleerde hand, met vingren wis en snel,
Vloeizoete wijzen uit het zangrig snarenspel;
Al lokt uw sneêge zang, met streelend lief geluid,
De vlotte ziele tot het zwijmend ligchaam uit:

In strikjes van uw hair mijn geest niet is verwart.
Uw blinkend aangezigt sticht mij geen brand in ’t hart.
Van ’t schittren uwes oogs en word ik niet verblind.
Noch stem, noch kunstig spel mijn zacht gemoed verwint.

 

Maar wijze goedheids kracht, en ’t needrig braaf gelaat
Dat teedre borst verkwikt en trotsche borst verslaat;
Maatwijze geestigheên, bevalliglijk vertaald:
Deez’ hebben op mijn ziel verwinnings roem behaald.     

 


Sonnet

 

Geswinde grijsaert die op wackre wiecken staech,
De dunne lucht doorsnijt, en sonder seil te strijcken,
Altijdt vaert voor de windt, en ijder nae laet kijcken,
Doodtvyandt van de rust, die woelt bij nacht bij daech;
Onachterhaelbre Tijdt, wiens heten honger graech
Verslockt, verslint, verteert al watter sterck mach lijcken
En keert, en wendt, en stort Staeten en Coninckrijcken;
Voor ijder een te snel, hoe valtdij mij soo traech?
Mijn lief sint ick u mis, verdrijve’ jck met mishaeghen
De schoorvoetighe Tijdt, en tob de lange daeghen
Met arbeidt avontwaerts; uw afzijn valt te bang.
En mijn verlangen can den Tijdtgod niet beweghen.
Maer ’t schijnt verlangen daer sijn naem af heeft gecreghen,
Dat jck den Tijdt, die jck vercorten wil, verlang.  

 


P.C. Hooft (15/16 maart 1581 – 21 mei 1647)