Dante Gabriel Rossetti en Simon Vestdijk

Dante Gabriel Rossetti, Engels schilder en dichter, werd 12 mei 1828 in Londen geboren. Hij was mede-oprichter van de groep der Pre-Rafaëlieten. Rossetti was de zoon van de Italiaanse dichter Gabriele Rossetti. Rossetti’s familie was cultureel erg actief. Zijn vader gaf les in Italiaanse taal en cultuur in Londen. Hij was politiek vluchteling geworden, hij was in Italië niet welkom meer. De zus van Rossetti werd één van de belangrijkste lyrische schrijfsters uit die tijd en zijn broer was een toonaangevend criticus. Vanaf zijn veertiende jaar stond al vast dat Rossetti kunstenaar zou worden. Rossetti’s belangstelling ging vooral uit naar Dante, Shakespeare en de Arthurlegendes. Ook was hij een groot bewonderaar van Edgar Allen Poe. Rossetti was in de eerste plaats dichter; dat hij zich ook als schilder profileerde had aanvankelijk vooral tot doel in zijn levensonderhoud te voorzien, wat trouwens op den duur heel goed lukte. Maar wie zich ook in zijn gedichten verdiept, en dan vooral in de autobiografische reeks The House of Life, krijgt te zien wat de bronnen van zijn inspiratie waren: de liefde, de smart en alles daartussenin, gecombineerd met de poëtische vorm, het sonnet vooral, die de dichter niet alleen disciplineert, maar die ook onverwachte diepten in hem blootlegt.

The Moonstar

Lady, I thank thee for thy loveliness,
Because my lady is more lovely still.
Glorying I gaze, and yield with glad goodwill
To thee thy tribute; by whose sweet-spun dress
Of delicate life Love labours to assess
My lady’s absolute queendom; saying, “Lo!
How high this beauty is, which yet doth show
But as that beauty’s sovereign votaress.”

Lady, I saw thee with her, side by side;
And as, when night’s fair fires their queen surround,
An emulous star too near the moon will ride,–
Even so thy rays within her luminous bound
Were traced no more; and by the light so drown’d,
Lady, not thou but she was glorified.

dante2

Dante Gabriel Rossetti (12 mei 1828 – 9 april 1882)
Zelfportret, 1846

 

Simon Vestdijk maakte van bovenstaand gedicht een enigszins vrije vertaling en nam het op in zijn beschouwingen over wezen en techniek van de poëzie in De glanzende kiemcel, een serie lezingen die hij  tijdens de oorlog hield in Sint-Michielsgestel. Hij rekende het toen (het was 1942) tot de negen beste uit de gehele moderne wereldliteratuur. Vestdijk:

“[Rossetti] …bezingt een vrouw , – en tevens een andere vrouw die de dichter als “My Lady”aanduidt, terwijl hij de vrouw die hij bezingt, of toezingt “Lady” noemt. Dit geeft ongeveer de verhouding tussen deze beide figuren aan: de eerste vrouw, de vrouw tot wie hij zich richt, staat bij de andere, die hij alleen maar noemt, in schoonheid en lieftalligheid ten achter. Het merkwaardige is nu, dat, althans voor de oppervlakkige lezer, de eerste vrouw toch de hoofdfiguur is in dit gedicht: zij wordt niet alleen toegezongen, zij wordt ook geroemd en geprezen, – zij is veel reëler a a n w e z i g dan de andere.

De dichter heeft de tactiek gekozen iedere loftuiting te doen volgen door de half afgedwongen bekentenis, dat de andere toch mooier en lieflijker is; hetgeen tenslotte uitloopt op dat prachtige beeld van de “maanster”, een ster die zich te dicht bij de maan waagt en in haar sterker glans verdwijnt.”

 

De Maanster

“Vrouwe, ik dank u voor uw lieflijkheid,

Omdat mijn Vrouwe lieflijker nog is.

Verrukt staar ik u na, volop bereid

Tol te betalen aan uw beeltenis.

 

Welk teeder schoon toch slechts de schoonheid smukt

Van mijner Vrouwe vorstelijke leden;

O zie, hoe de edelvrouw zich dienend bukt

Zodra de koningin komt aangetreden!

 

Vrouwe, ik zag u samen, zij aan zij,

En, zoals soms in ’t nachtelijk lichtgeglij

Een ster vol ijverzucht de maan genaakt

 

En oplost in den zilv’ren krans der stralen,

Zoo kon ook gíj niet bij haar luister halen,

En door ’t verdronken licht werd gíj volmaakt!”

 

Naast The Moonstar behandelde Vestdijk nog een ander gedicht van Rossetti : The Woodspurge. 

 

“Wanneer een grote slag ons heeft getroffen, wordt onze aandacht vaak door kleinigheden in beslag genomen, die ogenschijnlijk niets met de oorzaak van onze droefenis te maken hebben. Zo ook in dit gedicht, [] waarin de dichter zichzelf beschrijft als de wanhoop nabij, zonder echter ook maar iets te verraden van wat deze vernietigende uitwerking op hem heeft gehad. Hij zit in het gras, ziet wat struiken voor zich, en merkt op, dat de “woodspurge” – [] een kelk van drie blaadjes heeft, – en dat is het enige wat hem later van deze ervaring bijblijven zal. [] De eigenlijke “werkelijkheid “ in dit gedicht – het verdriet – wordt op de achtergrond geschoven; een secundaire, volslagen onbelangrijke werkelijkheid ontvangt alle nadruk. Maar juist daardoor bereikt de dichter wat hij bereiken wil, méér dan wanneer hij zich aan retorische exclamaties over een gebroken hart te buiten was geaan.”

 

The Woodspurge

The wind flapped loose, the wind was still,
Shaken out dead from tree and hill:
I had walked on at the wind’s will, —
I sat now, for the wind was still.

Between my knees my forehead was, —
My lips, drawn in, said not Alas!
My hair was over in the grass,
My naked ears heard the day pass[.]

My eyes, wide open, had the run
Of some ten weeds to fix upon;
Among those few, out of the sun,
The woodspurge flowered, three cups in one. /p>

 

From perfect grief there need not be
Wisdom or even memory:
One thing then learnt remains to me, —
The woodspurge has a cup of three.   

 

 Omdat ik zelf benieuwd was naar hoe deze plant er uit zou zien:

 

The Woodspurge

 

En omdat Rossetti tenslotte ook schilderde: 

Dante Gabriel Rossetti   “Ghirlandata”